O P W A C H T I N A M S T E R D A M No.2 18 October 1944 Balkan-front. Het zwaartepunt van het nieuws ligt in Hongarije. De toestand is daar zeer verward. Nadat regent Horthy zich in een proclamatie tot het Hong. volk ge- richt had - waarin hij zeide dat hij een langdurige vrede met de geallieer- den noodig achtte voor het Hong. volk en daarom bevel had gegeven het vuren te staken - heeft in Boedapest een staatsgreep onder stafchef G"or"os plaats gehad. Sedertdien wordt Hongarije via de Hongaarsche zenders met bevelen en dagor- ders overstroomd. In één van de uitzendingen verklaarde de leider der Hongaarsche N.S.B. ("Pijlkruisers") Salasi, dat hij de functie van REGENT van Horthy had overgenomen, Hij liet een verklaring voorlezen, die afkomstig zou zijn van Horthy zelf en waarin deze zijn proclamatie van den vorigen avond herriep. In Londen twijfelt men sterk aan de authenticiteit van deze verklaring. Voorts zou Himmler met vijftien medewerkers in Boedapest zijn aangekomen. In de hoofdstad heerscht practisch staat van beleg. Tot nu toe schijnt het Duitsche volk door zijn regeering over den afval van den laatsten bondgenoot in Europa in onwetendheid gelaten te zijn. Straatgevechten in Belgrado. Spoorknooppunt Nisj en de stad Lescovac be- vrijd door Bulgaarsche en Joego-Slavische troepen. Naxos en meeste eilanden van Cycladengroep (Egeïsche zee) bevrijd. WESTFRONT. Geheele oostelijke hoek van West-Zeeuwsch-Vlaanderen door Canadeezen gezui- verd. Contact tusschen bruggehoofd bij Watervliet en meer westelijk operee- rende groepen. Woensdrecht in geallieerde handen. Vorderingen op Krekerak- schedam tegen taaien Duitschen tegenstand. In de Betuwe staken Britsche troepen bij Renkum den Rijn over. Ten zuiden van Nijmegen Vierlingsbeek veroverd. Duitsch troepen trekken na val van Venray oostelijk de Maas over. Omsinge- ling van Aken volledig; uitvalspogingen afgeslagen. Het dorp Wörslen vero- verd. In Vogezen vorderingen van Amerikanen en Franschen tegen bitteren te- genstand; naar deze sector is 5e Duitsche pantserleger in aller ijl gediri- geerd. Fransche troepen 5 Km v. Colmar. Zuidfront. In Centrum is Livergnano veroverd; voortgang in oostelijken sector. Oostfront. Russen staan 20 km westelijk van Riga aan Oostzee-kust. In Noord-Finland zijn de Duitschers in vollen terugtocht naar Noorsche grens. Het verre Oosten. Groote luchtactiviteit. Bombardementen op Paramoeschiro (op Koerillen) vliegv. van Manilla, Balikpapan, Formosa. Bij Formosa werd Jap. eskader ge- signaleerd, dat toen het geall. schepen zag, den steven wendde. Londen ver- wacht binnenkort groot offensief. Luchtfront. Zondag/Maandag: Russen bomb. spoorknooppunt in Oost-Pruisen: Interburg. van Westen uit: Wilhelmshaven, Hamburg. Zondag overdag Duisburg, Keulen, Düsseldorf, Brunswijk, Hannover, Kassel. Meer dan 4000 machines. Maandag overdag aanvallen op Mannheim en Silezië. Daarbij 69 toestellen of minder dan 1% verloren. Schade in Duisburg zeer groot, o.a. drie staalfabrieken w.o. Thiessen en Demag. Een der grootste stuwdammen in Roergebied gebomb. Groot gebied stroom- en waterloos. Diversen. Admiraal Planton, ex-minister van Koloniën en rechterhand van Petain, ter dood veroordeeld en terecht gesteld. De Zweedsche regeering heeft het besluit, geen asyl te verleenen aan oor- logsmisdadigers, in praktijk gebracht. De Gestapo-chef van Helsinki zal aan Finland worden uitgeleverd, daar hij niet beschouwd wordt als politiek vluchteling, doch als "ongewenschte vreemdeling". ------ -2- HET TRIBUNAAL-BESLUIT. Het eerste stof, opgewaaid door het z.g. Tribunaalbesluit onzer Regeering, dwarrelt reeds rond. Onze zeer bezadigde illegale zuster "Trouw" heeft ver- zet aangeteekend. Het betoog van het blad gaat ervan uit, dat dergelijke "Tribunalen", waarin twee burgers één jurist flankeeren, leekenrechtspraak zijn, terwijl ons volk deze rechtspraak steeds heeft verworpen. Verder heeft het blad bezwaar tegen de vaagheid van 's ministers omschrijving: "zich in strijd met de belangen van ons volk hebben gedragen", of "afbreuk hebben gedaan aan het verzet tegen den vijand". Het meest revolutionnaire in de besluiten is echter volgens ons inzien de opheffing van art.1 van onze strafwet, krachtens hetwelk geen feit straf- baar is, tenzij op grond van een v o o r a f g a a n d e strafbepaling. Het is duidelijk, dat, wanneer deze opheffing algemeen geldig verklaard zou worden voor het geheele strafrecht, het hek van den dam zou zijn en wij overgeleverd aan grenzelooze willekeur, zooals de Duitsche heerschappij ons leert. Maar het is evenzeer duidelijk, dat dit niet het geval is, noch zijn zal en dat bedoelde opheffing niet anders is dan een "gelegenheidsmaatregel", noodig geworden doordat onze oorspronkelijke regeering in Londen nalatig was om tijdig, dus in 1941 of uiterlijk in het begin van 1942, de thans gel- dende nieuwe strafbepaling af te kondigen. Dit moge te betreuren zijn, wij dienen desalniettemin het feit te aanvaar- den en ons niet te verzetten tegen correctie van dit verzuim. Bovendien moeten wij niet vergeten, dat wij in een revolutionnaire periode leven en dus gedwongen zijn om revolutionnaire maatregelen te nemen, waarbij wij niet over het hoofd mogen zien, dat de genomen maatregelen geheel in overeenstemming zijn met het huidige rechtsbewustzijn des volks. Wij rekenen er echter op: 1.) dat de regeering de delicten nauwer omschrijft en 2.) dat zij het geheele complex maatregelen nadrukkelijk als tijdelijk stelt en als naderhand te vervangen door regelmatig wettelijk vast te stel- len preciseeringen i.z. land- en hoogverraad. Wat sub 1.) betreft hebben wij trouwens niet den indruk, dat 's ministers huidige bovenvermelde formuleering letterlijke teksten van wetsbepaling en dus omschrijvingen van strafbare feiten behelzen. Wij hebben steeds begrepen, dat de minister van Justitie hiermede alleen een groep delicten aanduidde, waarvan de werkelijke inhoud nader wordt of reeds is vastgesteld. Daarom erkennen wij ook niet het bezwaar van "Trouw" tegen de leekenrechtspraak in deze bijzondere materie. Wanneer de regeering een aantal tegen ons volk begane misdrijven vaststelt en achteraf strafbaar stelt, dan is het zeer de vraag of niet-juristen zooveel minder in staat zijn dan juristen om uit te maken of iemand schul- dig is. Het is niet juist, wat "Trouw" beweert, dat het voor leeken gemak- kelijker is te oordeelen i.z. een moord dan i.z. benadeeling des volks. In- tegendeel zijn er klemmende redenen om de eischen t.o.v. het bewijs en de precieze juridische qualificatie van de "gewone" rechtspraak zeer streng te stellen, strenger dan bij de "seizoenmisdaden" waarover het hier gaat. Wij hebben dan ook minder angst voor de "gekanaliseerde volkswoede" waartoe "Trouw" meent te moeten concludeeren, omdat vlgs. het blad alle eenheid in de betreffende rechtspraak zal ontbreken. Zoolang men art.516 Strafvordering, waarin gezegd wordt, dat rechters van wie men kan vermoeden dat zij niet objectief zijn, gewraakt kunnen worden, niet opheft, is dat gevaar niet bijs- ter groot. En ten slotte: hebben deze bunkerbouwers en aanbrengers, deze S.D. spionnen en verraders om den broode, zich ooit afgevraagd wat zij het Nederlandsche volk aandeden, toen zij de zeer zeker niet gekanaliseerde woede, niet van een volk, maar van een bende loonslagers, over onze menschen loslieten? Toen zij hand- en spandiensten verleenden om ons land meter voor meter tot een fort te maken, dat meter na meter moet worden veroverd? ------- Geeft U ons blad door? En maakt U van dien mede-lezer ook mede-abonnee? ------- -3- SCHULD EN BOETE De positie van het Duitsche Volk. Men schrijft ons: Hoewel de eindbeslissing in den thans nog woedenden wereldstrijd nog niet is gevallen, staat in groote lijnen de ondergang van Duitschland toch wel reeds vast en het is dan ook ter volle verklaarbaar, dat men zich ernstig gaat bezighouden met hetgeen er na den oorlog met Duitschland moet geschieden. Men denkt over concentratie van het overgebleven deel der bevolking in midden-Duitschland, ontruiming van West-Duitschland ten behoeve van Nederland; zelfstandigmaking van het Rijnland en ontruiming van Oost- Duitschland ten behoeve van Rusland en Polen. Laten wij deze territoriale kwesties voorloopig terzijde en richten we de aandacht meer op hetgeen na den oorlog met het Duitsche volk gebeuren moet. Er zijn ethici, die spreken van "heropvoeding" van dat volk. Nu is ethiek niet te verwaarloozen, maar er bestaan denkrichtingen, die in tijd van handelen voorkeur verdienen. Er bestaan nuchtere, vaak harde feiten. Een van die feiten is, dat het Duitsche volk nog steeds de kracht niet heeft gevonden, de zedelijke zoomin als de daadwerkelijke kracht, om het juk af te schudden der gewetenlooze fanatici en deels ook doelbewuste misdadigers. In zijn hart zal het Duitsche volk vermoedelijk geen geloof meer hechten aan de leuzen: "Ein Volk, ein Reich, ein Führer", "Hans Dampf in allen Gassen" en zelfs niet meer aan "'Deutschland, Deutschland über Alles". Maar het beschikt niet over de daadkracht, hiervan te getuigen. Is het met dit "non pussumos" geëxcuseerd ? Teekent het niet een volk, dat in gelaten verslagenheid over zich laat komen, wat het lot het heeft toegegedacht ? Is het tenslotte niet het Duitsche volk, door hetwelk Hitler en zijn bende aan de macht zijn gekomen ? En heeft het in zijn overgroote meerderheid geen geloof gehecht aan de schoone beloften, waarvoor het zijn persoonlijke vrijheid, zijn laatste spaarpenningen en als eindelijk offer zijn gansche volkskracht prijsgaf ? Nu de zaken anders loopen, roept men "Ach" en "Weh" en "Wir haben es nicht gewollt". Wat hadden zij dan wel gewild, indien zij den zoo lang stelselmatig voorbereiden oorlog overeenkomstig hun verwachting wèl gewon- nen hadden ? De droom van Caïro, Bagdad, Londen en van Hans Dampf in allen Gassen" is uitgedroomd. Duitschlands steden liggen in puin en Aken brandt in één helsche vlammenzee als voorbeeld voor de steden, die na Aken aan de beurt komen. Tenzij het Duitsche volk te elfder ure zijn onderdrukkers het donderend "Halt" zou durven toeroepen, waartoe het nog immer bij machte is. Ja, bij machte is ! Want er is geen volk, dat zich op den langen duur willoos behoeft te laten ringelooren zonder poging tot verweer. Zeker, er zal in Duitschland wel verzet zijn; meer dan men hier verneemt. Maar het blijft een incidenteel pogen; de Duitsche eenheid demonstreert zich slechts in zijn geslagen daadloosheid. En wie zich goed duidelijk maakt, dat het het Duitsche volk was, die zulke heerschers koos, en ze ook thans niet verjaagt, die moet getuigen: het geheele Duitsche volk, man voor man, is "schuldig" aan dezen oorlog en zijn gevolgen en het zal deze harde schuld moeten betalen. "Straf" wacht slechts hun, die straf verdiend hebben wegens hun ge- dragingen. De door Duitschers bedreven onmenschelijkheden zullen niet on- vergolden blijven en wee hun, die deze vergelding zal treffen. Doch dit is straf aan individuele delinquenten. Bestraffing is niet, wat het Duitsche volk straks wacht. Wel echter vergoeding voor het aangerichte onheil in Europa. In letterlijken zin zal het de consequenties ervaren. De krijgsdos van den Duitschen soldaat worde straks voorlopig ook nog zijn vredesuitrusting, het uniform van zijn dienstbaarheid aan het herstel, dat hem als taak wordt toegewezen: het opruimen van versperringen en mijnen, het sloopen van verdedigingswerken, het herstellen van vernielin- gen. -4- Slechts voor diegenen, van wie onomstootelijk vaststaat, dat zij zich in voldoende mate hebben verzet en hiervoor hun persoonlijke offers hebben gebracht, zullen uitzonderingen kunnen worden gemaakt. Voor het overige zullen de goede met de kwaden hebben te lijden, zoodat dat ook in de bezette gebieden is geschied. Leer om leer blijft in de nuchtere verhoudingen der werkelijkheid nog immer een gezond beginsel; de wraakzucht blijve op den achtergrond. Streng zal dit principe moeten worden toegepast; streng in het belang eener zoo spoedig mogelijke delging van een enorme schuld, streng evenzeer in het belang der eigen opvoeding van het Duitsche volk. Tucht en orde zullen met straffe hand in het overwonnen Duitschland worden gehandhaafd, totdat het eenmaal zal hebben bewezen waard te zijn, in de beschaafde wereld als gelijkgerechtigde een plaats in te nemen. (bekort). -o-o- NASCHRIFT: Bovenstaande beschouwing roert een belangrijk, - met Dumbarton Oaks misschien het belangrijkste vraagstuk der toekomst aan. De schrijver belicht, met een eminente voorkeur voor het practische, eigenlijk vooral de vraag aan: wat doen we met de Duitschers. De zaak gaat echter verder. Niemand zal wel 's schrijvers stelling willen weerspreken, dat het Duitsche volk, door deze heerschers te kiezen en te dulden, de gevolgen van dezen oorlog over eigen hoofd gehaald heeft. De vragen, die nu echter beantwoord moeten worden, zijn: 1e. In hoeverre kan men een onderscheid maken tusschen de mentaliteit der heerschers en die van het Duitsche volk. 2e. Indien men aanneemt, dat de Duitsche volksmentaliteit minder vreemd aan het nationaal-socialisme is dan wel eens gehoopt wordt: hoe kan aan een dergelijke mentaliteit een einde gemaakt worden, en welke plaats moet men in den tusschentijd aan het Duitsche volk inruimen ? 3e. In hoeverre heeft het Duitsche volk door zijn ondersteuning der agressiepolitiek het recht op territoriale onschendbaarheid verbeurd en welke redenen zijn er, om blijvend inbreuk op de territoriale ondeelbaarheid van Duitschland te maken ? In een reeks beschouwingen van redactie-wege gaan wij op deze vragen in de komende dagen dieper in. QUO VADIS, N.S.B. ? Naar uit de hoogere N.S.B.kringen verluidt, zou op een persconferentie, gehouden op 9 October de "Beauftragte des Reichskommissars für die Provinz Nord-Holland" over West-Nederland onthuld hebben, dat dit gebied, omvat- tende de provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht, geen politiek, mili- tair of economisch belang voor Duitschland meer heeft en dat Duitschland dan ook de bemoeiingen met betrekking tot deze gebieden zal staken. Over de plunderingen, deportaties en vernielingen, die hier intusschen systema- tisch voortgang vinden, werd geen woord gezegd. Komende tot de kern van zijn betoog, vertelde de "Beauftragte", dat genoem- de provincies in den vervolge dus door Duitschland "aan hun lot overgelaten" zouden worden. De taak van de N.S.B. als "draagster van den politieken wil van het Nederlandsche volk" beschouwde hij als afgedaan. In dit verband merkte spreker op, dat, indien Duitschland hier ooit nog directe belangen zou krijgen, de politieke organisatie nimmer meer aan een zoo kleine min- derheid des volks zou worden opgedragen. Dat zulks in de afgeloopen bezettingsjaren geschied was, noemde hij ronduit een "Fehler". De persvertegenwoordigers hebben intusschen opdracht gekregen hun lezers "voorzichtig en op gepaste wijze" kond te doen, dat "de Duitsche bemoeiin- gen" alhier zijn beëindigd. De eenige positieve conclusie, die uit dit alles getrokken kan worden is, dat de N.S.B., ongetwijfeld mede als gevolg van haar heldhaftige manifestatie op Dollen Dinsdag, nu officieel door haar Duitschen baas in een hoek getrapt wordt. "Der Mohr hat selne Schuldigkeit getan, der Mohr kann gehen"! Ja, maar .... WAARHEEN ??? ---