DE AMSTERDAMMER Voortzetting van OP WACHT IN AMSTERDAM No.8 1 November 1944 FRONTNIEUWS Duitsche terugtocht in Brabant. De strijd in Noord-Brabant en Zeeland gaat onverminderd en met groot suc- ces voor de geallieerden voort. Het 15e Duitsche leger is in volle terug- tocht over de Maas naar het Noorden. Zij hebben voor die terugtocht nog de beschikking over vier bruggen en enkele veerponten. Gedurende Maandag en Dinsdag is hun bruggehoofd met ongeveer 2/3 gedeelte ingekrompen en strekt zich nu uit over een afstand van 100 km tot een diepte van maxi- maal 8 km. Inmiddels is de Bergsche Maas bij Capelle en Geertruidenberg bereikt. Ten Noorden van Breda hebben Poolsche troepen de Mark bereikt en staan hier op 5 km van de Moerdijk. De spoorlijn den Bosch-Moerdijk is op twee plaatsen, namelijk bij Waspik en Waalwijk, door de Britten doorsne- den. Roosendaal, Oosterhout en Oudenbosch zijn bevrijd. In de sector Meijel-Deurne zijn de Duitsche pogingen een "verrassenden te- genaanval" te beginnen omgeslagen in een Engelschen aanval. In den nacht van Zondag op Maandag deden de Duitschers een tegenaanval bij Nederweert, waar zij houten noodbruggen over de Zuid-Willemsvaart hadden geslagen. Nadat deze bruggen in brand waren geschoten, is de aanval ineengestort. Zuid-Beveland-bevrijd. Het geheele eiland Zuid-Beveland is in geallieerde handen. Reeds is het Westelijk einde van de dam over het Sloe tusschen dit eiland en Walcheren bereikt. Door hevige bombardementen in de laatste dagen is het Duitsche geschut op het eiland Walcheren bijna geheel tot zwijgen gebracht. In Zeeuwsch-Vlaanderen zijn nu ook Cadzand en Retranchement bevrijd. De resteerende Duitschers zijn hier op een gebied van niet meer dan 8 vier- kante kilometer samengedrongen. Van de overige fronten is weinig nieuws, dat zoo belangrijk is als dat in Nederland. Oost-Pruisen. In Oost-Pruisen ondernamen de Duitschers twee tegenaanvallen bij Goldapp, die echter beide in het geconcentreerde Russische artillerievuur ineen- stortten. Slowakije en Hongarije. In Slowakije, in de uitloopers van de Karpathen, winnen de Russen voortdu- rend terrein, evenals in de richting van Boedapest. In de afgeloopen tien dagen brachten de Russen hier meer dan 21.000 gevangenen binnen. Italië. In Italië zijn de troepen van het achtste leger gevorderd tot op 4 km voor Ravenna. Ook in de centrale sector werd vooruitgang geboekt. Luchtfront. Zware bombardementen uit de lucht op oliefabrieken en andere militaire doelen in West-Duitschland duren voort. Maandag werden o.a. Hamm, Hamburg en Keulen aangevallen. Den nacht daarop werd Berlijn en vooral weer Keulen de voornaamste Duitsche etappestad, gebombardeerd. De Rijnbrug in deze stad ligt volkomen in puin. Verre Oosten. Op Leyte hebben de Amerikanen ondanks het slechte weer bijna de Westzijde van het eiland bereikt. Bij aanvallen op de Noordelijke-Philippijnen werd wederom een Japansche kruiser tot zinken gebracht. Acht andere schepen werden beschadigd. Gecombineerde Britsche en Chineesche legers zijn een aanval begonnen in Noord-Birma, waar reeds vorderingen gemaakt zijn. Leveranties aan België. Met ingang van Woensdag zijn de geallieerden begonnen per dag 200 ton voedsel aan België te leveren. Deze leveranties zullen 20 dagen worden voortgezet, teneinde de overgang naar een normaal distributiesysteem mo- gelijk te maken. -2- MILITAIR OVERZICHT. De drie brandpunten van den strijd zijn wel: de bevrijding van Antwer- pen, de Russische inval in Oost-Pruisen en de landing op en slag bij de Philippijnen. Dit laatste punt, hoewel voor ons in Nederland van niet zoo oogenblikkelijk belang als de beide anderen, is in het verloop van dezen oorlog toch wel een van de voornaamste gebeurtenissen. In den Pacific-oor- log is nu eenmaal de uitschakeling van groote vlooteenheden de voornaamste factor in het verloop van den strijd, veel voornamer dan een overwinning te land. Dit is in het begin wel gebleken, toen Japan door de uitschake- ling van de Amerikanen bij Pearl Harbour en het doen zinken van de Repulse en de Prince of Wales, onverwacht groote successen kon boeken, ook te land (Birma,Malacca). De Japanners hebben dit zelf ook wel degelijk ingezien, en hebben daarom de laatste twee jaar iedere groote zeeslag met angstval- ligheid vermeden. Waarom zij dan nu zoo plotseling wel den slag aanvaard- den? Daarvoor kunnen drie redenen bestaan: le. Japan beseft zeer goed het gevaar van de verovering der Philippijnen, welke zijn imperium in twee deelen zou splitsen, wat weer tengevolge zou hebben dat Birma, Malacca en Indonesië als buitenposten van de hoofdmacht afgesneden zouden zijn. Ook de mogelijkheid van een landing in China en een verbinding tot stand brengen met de Chineesche legers, bergt voor Japan groote gevaren. 2e. Japan wist, dat er een groote Britsche vloot onderweg is naar de Stil- le Oceaan; deze vloot alleen zou de Japansche vloot al handen vol werk geven. Daarom trachtte Japan de kracht der geallieerden ze verdeelen door eerst de Amerikaansche vloot aan te vallen en, indien deze ver- slagen zou zijn, af te rekenen met de Britten. Het heeft niet zoo mo- gen zijn. 3e. Japan was zich wel bewust van het voordeel dat zij had, door gebruik te kunnen maken van landvliegtuigen van bases op de Philippijnen. Dat zij desondanks in de lucht ook verslagen werd, bewijst wel de kracht van de Amerikaansche luchtmacht, en het tactisch gebruik dat zij van haar vliegdekschepen heeft gemaakt. Over de technische zijde van de slag nog dit: de Japanners hebben onbe- grijpelijkerwijze niet hun drie eskaders tot één vereenigd, doch met drie afzonderlijke eskaders den aanval ingezet, en wel 24 uur na elkaar. Daar- van hebben de 3e en 7e Amerikaansche Pacificvloot, die op 7O0O km van hun basis Pearl Harbour opereerden, een dankbaar gebruik gemaakt. Toch - schrijft Schout bij Nacht P.Coenraads, de vroegere commandant van Soerabaja in de "Chronicle" - was deze poging niet dom, want wanneer het den Japs gelukt was om de Amerikaansche vloot te verslaan, dan zou het er in de Pacific somber hebben uitgezien. Hij merkt bovendien op, dat de nederlaag der Japs wel groot is, maar dat de grootste Japansche slagsche- pen van 40.000 ton niet aan den strijd hebben deelgenomen, terwijl onbe- kend is, wat Japan sinds 1939 heeft gebouwd. In ons land ontwikkelt de militaire positie zich uitermate gunstig; het 15e Duitsche leger is in vollen terugtocht, de Schelde is practisch bevrijd en het ziet er naar uit, dat het offensief voortgang zal vinden, want de geallieerden hebben hun tijd allerminst verbeuzeld. Generaal Patton van het 3e Am. leger deelt mede, dat de opgehoopte voorraden zoo groot zijn, dat zij niet alleen voldoende zijn voor het groote offensief, maar tevens om dit voort te zetten tot diep in Duitschland. Een groot voordeel is, dat massa's materieel thans langs de herstelde spoorwegen kan worden aangevoerd. Een voorbeeld van de omvang der voorraden is, dat één der vele granaatop- slagplaatsen van het 3e leger zich uitstrekt over een lengte van 250 km. -o- De Verwoesting onzer Industrie. In aansluiting op ons artikel inzake schadevergoeding voor de opzette- lijk, wederrechtelijk en uit boosaardigheid verwoeste gebieden, willen wij thans het vraagstuk der verwoesting onzer industrie in het oog vatten. Zooals bekend gemaakt is door onze regeering, zijn in bevrijd Nederland enorme verwoestingen in de industrie aangericht, terwijl sommige mijnen ernstig beschadigd werden. Wij weten verder, dat het de opzet des vijands is (welk opzet hij ijve- -3- rig ten uitvoer legt) om al onze industrieën te vernietigen en ons land zoo grondig leeg te rooven, dat er vrijwel geen economisch leven meer mo- gelijk is. Dit geschiedt uit botte wraakzucht en haat, maar tevens als on- derdeel van een verstrekkend plan, hetwelk gericht is op een derden wereld- oorlog. Wij zullen hierover nog nader spreken, vooralsnog echter ons be- perken tot het feit dier verwoestingen. Geheel ons verkeerswezen is vernield, zoowel dat per rail, als langs den weg; de fabrieken zijn verwoest of worden het binnenkort; de machine- rieën zijn of worden weggevoerd naar Duitschland; de grondstoffenvoorraden zijn of worden eveneens gestolen (er is overigens niet veel meer over, want het meeste is reeds weggevoerd of vernietigd). Onze uitvoermogelijkheden na den oorlog zullen dus uiterst beperkt zijn omdat wij bitter weinig zullen kunnen produceeren en transporteeren, en wij dit weinige zelf dringend noodig hebben. Wel is waar is er een soort tooverformule, welke voor velen de oplossing van alle moeilijkheden in- sluit en welke luidt: "Amerika heeft genoeg", maar wij zien niet in hoe wij kunnen invoeren, wanneer wij geen uitvoer hebben om te betalen. Wij kunnen als volk niet van de bedeeling leven, en wij willen niet afdalen tot het niveau van een zesderangsstaatje. Er wordt, wat onze economische positie betreft, te lichtvaardig gerede- neerd, en daarmede tevens over onze internationale positie te weinig nage- dacht. Laten wij wel inzien dat een totaal verarmd volk van het buitenland afhankelijk is, en daardoor zijn aanzien in de wereld verliest, alsmede zijn zelfrespect en tenslotte zijn politieke beteekenis. Wij gevoelen er niets voor een soort Westersch Albanië te worden, dat zeer zeker niet in staat zal zijn om zijn grootsche imperiale (niet imperialistische) plannen i.z. de samenwerking tusschen de drie rijksgebieden uit te voeren. Laten wij vooral niet denken, dat ons volk niet kan ondergaan. Wel is er het koninklijk woord, gesproken door H.M., dat ons volk eeuwig is, maar het behoeft geen betoog, dat hierbij is verondersteld, dat ons volk leven en werken wil, want anders is het allerminst eeuwig. Leven en werken! Niet: vegeteeren en ploeteren. Om te werken echter heeft het middelen noodig; zoolang ons deze ontbre- ken is een algemeene welvaartspolitiek uitgesloten en daarmede de kans om te leven in overeenstemming met ons historisch bepaalde ontwikkelings en beschavingspeil. Duitschland, dat ons van deze middelen beroofde in strijd met alle recht- en en alle plechtig bezworen verdragen, in strijd ook met de meest elementai- re beginselen van moraal en menschelijkheid, dat zelfs onze arbeidskracht tracht te breken. Duitschland moet ons deze middelen verschaffen. Wij zijn niet gebroken, want wij zijn te stug; wij kunnen en willen werken. Maar wij eischen de middelen, eischen ze van dengene, die ze ons ontstal en ze zelf in meer dan voldoende mate bezit. Wij willen geen Duitsche betalingen, geen leveringen van kapitaalgoede- ren door Duitschers uit de Duitsche landen, maar onmiddellijke overdracht van grondstofgebieden in een dusdanige hoeveelheid, dat wij in staat zijn om onze industrie te herbouwen en tevens om onmiddellijk weer goederen (grondstoffen) uit te voeren. De rekensom is zeer simpel: de Duitschers stalen en vernielden voor zòòveel honderden millioenen industrieele waarden; zij moeten ons evenveel tegenwaarde overdragen. Dit is een eisch van de meest elementaire billijk- heid. Zij stalen en vernielden kapitaalgoederen (grondstoffen en machines) en zullen dus kapitaalgoederen moeten teruggeven als tegenpraestatie, want wij willen werken en leven. Wij eischen slechts gelijke waarde, niets meer, niets minder, maar deze gelijke waarde eischen wij onvoorwaardelijk en definitief. De door de Duitschers boosaardig en arglistig ons toegebrachte schade moet door de Duitschers gedragen worden, niet door ons. Er zijn rekeningen, die betaald moeten worden. -o- In ons volgend artikel zullen wij enkele opmerkingen en bezwaren be- spreken, welke ons uit onzen lezerskring bereikten. -o- -4- De kleeding en dekenvordering in den Haag. Nadat het Haagsche gemeentebestuur, met den N.S.B.er Westra aan het hoofd geweigerd had medewerking te verleenen aan de vordering van klee- ding en dekens ten behoeve van de Wehrmacht bij de burgerbevolking, heb- ben de Duitschers, zooals bekend, deze aangelegenheid zelf ter hand ge- nomen. Zij hebben deze zaken inderdaad dringend noodig voor de troepen uit Normandië, die "zur Erholung" letterlijk als sans-culotten in den Haag aangekomen zijn. In het kwartier, begrensd door den Bezuidenhoutschenweg, Laan van N. Oostindië, Schenkkade en de stadsrand, een betrekkelijk klein stadsdeel, hoofdzakelijk door de gegoede middenszand bewoond, werd op Vrijdag j.l. door plakkaten bekend gemaakt, dat elk gezin en elke alleenwonende man een bepaalde hoeveelheid textielgoederen moest inleveren. Ingeleverd moet worden voor een bedrag van f.72.50 per man. De taxatie voor de verschillende gewenschte kleedingstukken is aldus: een winterjas f. 50.--, een regenjas f. 10,--, een deken f. 25.--, een pullover f.10.--, een wollen vest, hemd of onderbroek f.5.--, een paar sokken f. 2.50. Bij hen, die niets inleveren, wordt huiszoeking gedaan. Op het oogenblik, dat de plakkaten verschenen, werd de betrokken wijk afgezet. Menschen met koffertjes werden opgebracht, en evt. kleeding en dekens in beslag genomen. S.S., en Grüne Polizei, patrouilleerden door de straten en een luidsprekerauto gaf aanwijzingen. O.a. werd iederen inleve- ringsplichtige bevolen in de eerstvolgende dagen thuis te blijven om huis- zoeking af te wachten. Hoewel op de plakkaten bekend gemaakt werd, dat bij inlevering terstond betaling zou geschieden, werden zij, die meenden zich niet aan deze door den vijand opgelegde plicht te kunnen onttrekken, toch met een briefje af- gescheept. De geldprijzen op de plakkaten hebben meer van een puntenwaar- deering dan van een reële taxatie. De inleveringstermijn moest achteraf met een dag worden verlengd, omdat de Grüne Polizei handen te kort kwam. Waar geen ontvangstbewijs voor inge- leverde goederen getoond kon worden, werden eenvoudig kleerkasten leegge- roofd en dekens en lakens van de bedden meegenomen. Represailles tegen personen zijn niet genomen, daar de wijk zich, volgens des bezetter, "ein- lieferungsfreulig" getoond heeft. Thans is een ander Haagsch kwartier aan de beurt, n.l. begrensd door Bezuidenhoutscheweg, Laan van N.O.Indie, Schenkkade en Schenkweg. -o- Een der vliegende bommen, waarmede de Duitschers zoo roekeloos in de omgeving van Nederlandsche wooncentra experimenteeren, is neergestort op het R.K.kinderziekenhuis van St.Jan te Rijswijk. Een aantal patiëntjes en Broeders, naar verluidt dertig, werden gedood en gewond. -o- Lagerhuisrede van Winston-Churchill op 31 Oktober 1944. Naar aanleiding van het voorstel om de Lagerhuismandaten met één jaar te verlengen, dus de verkiezingen een jaar uit te stellen, heeft de Engel- sche premier als zijn meening uitgesproken, dat men dan ruimschoots den tijd zou hebben, aangezien de oorlog in Europa geruimen tijd voordien zou zijn beëindigd. De zoo voorzichtige Churchill deelde mede, dat het niet onmogelijk was, dat de oorlog voor Kerstmis afgeloopen zou zijn, ofschoon hij meer geneigd was te gelooven dat het einde in Maart of April zou val- len. Voor den oorlog met Japan rekende bij op nog circa 1 1/2 jaar na de ineenstorting van Duitschland, daar hij niet rekende op een ineenstorting van Japan gezien het Oostersche militaire fanatisme. Churchill is nooit overdreven gul geweest met optimisme, en nog minder met voorspellingen. Wanneer dus de Engelsche premier zich verstout om - zij het uiterst voorzichtig - met a.s. Kerstmis rekening te houden als mogelijke einddatum van den oorlog, dan kunnen wij niet anders dan ons verheugen, want dan kan het einde der verschrikkingen, althans voor ons land, niet zoo heel ver meer verwijderd zijn. -o-