DE NIEUWE AMSTERDAMMER No.18 24 November 1944. --------------------------------------------------------------------------- FRONTNIEUWS. Front in Nederland. Ondanks de hevigste Duitsche tegenaanvallen, waarbij veel tanks gebruikt wor- den, zetten de Engelschen hun opmarsch voort door een zeer zwaar terrein, dat één groote modderpoel is door de overstroomingen en de regen. Bovendien is het terrein bezaaid met landmijnen. De Duitschers hebben in Limburg nog slechts enkele kleine bruggehoofden ter diepte van 1 à 2 km. Britsche troepen hebben de voorstad van Venlo, Blerik, genomen. Gisteren verloren de Duitschers 67 tanks. De strijd, welke hier gevoerd wordt, is de eigenlijke strijd om het Ruhrgebied. De Duitschers leveren echter in de sector Venlo nog slechts achterhoedegevechten en zijn bezig over de Maas terug te trekken. Overige Westfront. De troepen van generaal Leclerc zijn in Straatsburg doorgedrongen; het Weste- lijk deel der stad bevindt zich reeds in Fransche handen. De snelheid van de opmarsch in den Elzas heeft de Duitschers volkomen verrast, zoodat het front aldaar ineen begint te storten. 50.000 man worden met omsingeling bedreigd. Pantsercolonnes van het 1e Fransche leger hebben de buitenwijken van Colmar bereikt. In het noorden van den Elzas hebben de Amerikanen Saverne bereikt en de pas van dien naam genomen. In drie dagen werden ruim 3000 krijgsgevangenen gemaakt, waaronder 2 gene- raals. Het totaal aantal gevangenen sinds de invasie bedraagt meer dan 700.000. In sommige Duitsche gebieden, welke thans in de frontzône komen te liggen, heerscht een paniek onder de burgerbevolking; Gauleiters putten zich uit in de meest hysterische bewoordingen om bevolking en Volkssturm tot volhouden te bewegen. De pessimistische rede van generaal Dittmar echter, waarin hij zeide, dat het Duitsche opperbevel voor zeer zware moeilijkheden kwam te staan, zal voor het moraal wel niet bevorderlijk zijn. Eisenhouwer daarentegen is veel optimistischer; hij verkondigde als zijn meening, dat de slag om Duitschland wel eens vóór den Rijn zou kunnen worden beslist. Na de val van Mühlhausen sneed een Fransche tankcolonne den weg af aan een Duitsch autocolonne, welke de S.D. en Gestapo van Mühlhausen bleek te ver- voeren incl. hun paperassen. De heeren zijn prompt alle ingerekend. Oostelijk front. Moskou meldt, dat de Russen over het geheele front groote patrouille-activi- teit ontwikkelen. In Tsjecho-Slowakije hebben zij het offensief hervat, ter- wijl zij bezig zijn de resteerende 30 Duitsche divisies in Letland te vernie- tigen. In Hongarije duurt de terugtocht der Duitschers voort en breiden de Russen hun bruggehoofd over de Donau aanmerkelijk uit. Tokay is veroverd. Noordelijk front. Noord-Lapland is geheel van Duitschers gezuiverd, die plunderend, moordend en brandend terugtrokken; steden, dorpen, boerderijen, alles gaat in vlammen op zoodat 200.000 menschen gevaar lopen van honger en koude om te komen. Verre oosten. Gen. McArthur meldt, dat op Leyte de Japansche linies doorbroken zijn en met ineenstorting bedreigd worden. TOKIO IS DOOR VLIEGENDE FORTEN GEBOMBARDEERD. Luchttront. Het Ruhrgebied is Woensdag door 1300 zware bommenwerpers aangevallen. De Ame- rikanen verloren 40 bommenwerpers en 17 jagers; de Duitschers 73 toestellen. Gisteren zijn de aanvallen voortgezet. Nederland. Ofschoon de Duitschers de haven van Vlissingen geheel verwoest hebben, is de werf "De Schelde" alleen maar eenigszins door artillerievuur beschadigd. Deze werf werd n.l. door de Duitschers gebruikt om visschersschepen tot oorlogs- vaartuigen te verbouwen. Op de werf staat nog een bijna voltooid schip van 23.000 ton. Dat de werf onbeschadigd is, is van groot belang voor de geal- lieerden. -o- U kunt onze actie o.a. steunen door Uw mede-lezers mede abonnee te maken. -2- BELGIE IN DE BRANDING. Bevrijd België kan zich verheugen in het feit, dat het den nationaal- socialisten gelegenheid geeft te zeggen: "zie je nou wel." Een hoofdarti- kel in de Telegraaf van 21 November j.l. maakt zichzelf tot vertolker der nationaal-socialistische harten en betoogt, dat de Belgen nu pas zullen beseffen, welk een onoverbrugbare kloof gaapt tusschen Duitsche propagan- da en de werkelijkheid, en tusschen Duitsch en geallieerd beheer. Het blad gewaagt zelfs van het feit, dat de Belgische bevolking thans minder te eten krijgt en in grooter onzekerheid leeft dan onder Duitsche bezetting. Wij hebben helaas het voorrecht moeten missen, onder Duitsche bezet- ting in België te moeten leven. Doch wij leven onder Duitsche bezetting in Nederland, en dat is ons, eerlijk gezegd, precies genoeg. Genoeg om ons eigen oordeel te hebben over dat meerdere voedsel, dat natuurlijk als alles, wat Duitsch is, alleen op papier bestaat. Genoeg ook van die ge- roemde zekerheid. Deze veiligheid bestaat er, hier althans, in, dat onze mannen als vee, en dan nog schurftig vee, besmet vee, en gevaarlijk vee, bijeengedreven en onverzorgd weggesleept wordt. Of neen, juister gezegd! hier is zelfs de vergelijking met vee onmogelijk, want welk volk ter we- reld behandelt zijn slachtvee zooals ons de Duitschers mishandelen? Belangrijker is echter, wat de Telegraaf daaraan vastknoopt aan be- schouwingen over de machten, die achter de Belgische moeilijkheden schui- len. Men zal wel begrijpen, dat het bij gebrek aan joden en negers weer de communisten zijn. Volgens de Telegraaf wenscht niemand minder dan de (sinds lang overleden) derde Internationale de Belgen moedeloos en teleur- gesteld te maken, opdat zij een willige buit zijn voor de bloedige kaken van het Bolsjewisme. De werkelijkheid achter deze bombast is, dat de nationaal-socialisti- sche Telegraaf het niet verkroppen kan, dat m i s s c h i e n het con- flict in België geregeld wordt, zonder dat de goten vol bloed staan. En bovendien, dat de nationaal-socialisten er steeds iets tegen hebben, her- innerd te worden aan zekere moeilijkheden, destijds in Duitschland gezien. Zij kunnen, maar vooral zij willen niet begrijpen, dat bepaalde nationale spanningen ontstaan en opgelost worden, zonder dat de derde Internationale zijn bloedige kaken van elkaar behoeft te doen. En iedere herinnering aan den dood van Von Schleicher en Röhm - beide niet bepaald exponenten van de derde Internationale - is hun uiterst pijnlijk. De volksmisleiding van de Telegraaf vermag echter niet te verbloemen, dat zich in België een conflict afspeelt, dat zijn belang heeft voor an- dere landen; zijn belang heeft, ook voor ons. Wij kunnen de gebeurtenissen op dezen afstand niet weten, doch slechts gissen. Enkele omstandigheden echter verdienen zeer de aandacht. Men krijgt wel eens even den indruk, dat minister Pierlot en de zijnen tijdens den oorlog - om met historische woorden te spreken - "niets geleerd en niets vergeten hebben". De plompte bijeenroeping van het oude, en niet meer representatieve parlement is een van de aanwijzingen, die het ver- moeden wettigen, dat men zich daar de vernieuwing wel wat erg eenvoudig denkt. Omgekeerd zal daar de illegale beweging gemakkelijk vervallen in de fout, waarin ook wij allen wel eens op onzen tijd vervallen: de fout van eenige zelfoverschatting. Men mag de eer voor zich opeischen het va- derland daadwerkelijk beschermd te hebben, zonder dat dit het recht mee- brengt, den wil van een numerieke minderheid aan het heele volk op te leg- gen. Revolvers zijn daarbij een dubieus argument. Zij bewijzen niets, en scheppen hoogstens het vermoeden, dat men geen andere argumenten heeft. Ook daarmede alleen komt men er echter niet. Er is meer in het Bel- gische vraagstuk. De roep om berechting der collaborateurs is luid, en misschien wel krachtig. Evenals na den vorigen oorlog. Zooals destijds zitten de collaborateurs vooral onder de Waalsche grootindustrieelen, die weer sterk gelieerd zijn met de typische regeeringskringen. Dat stemt de Vlaamsche vrijheidsstrijders niet vriendelijker. Omgekeerd lever- de het Vlaamsche volksdeel veel activisten, en daaruit weer een groot aan- tal pro-Duitsche elementen op. Pierlot waagt het wellicht niet, in dit stadium van Vlaamsche bewustwording en groot-Nederlandsche gedachten, thans speciaal Vlaamingen op de korrel te nemen, als hij de Waalsche col- -3- laborateurs zachtjes moet aanpakken. Doch dat stemt omgekeerd de toch al dikwijls anti-Vlaamsche Waalsche vrijheidstrijders opstandig. Deze gebeurtenissen, hoe ook ontstaan, kunnen ons, als West-Europee- sche mogendheid, niet onberoerd laten. De Noord-Europeesche Unie is moei- lijk denkbaar zonder het Vlaamsche deel van België, en dus zonder geheel België. Het militaire beveiligingssysteem van West-Europa kan toch moei- lijk ter hoogte van zijn middelpunt steunen op een land, dat in het heetst van den strijd de wapens uit de hand legt om achter het front eens gezellig te bakkeleien. En tenslotte is een economische wederopbouw van West-Europa niet zoo erg goed denkbaar ten aanzien van een gebied, waar men de noodzakelijkste bezigheden laat liggen voor binnenlandsch- politieke burenruzie. De situatie in België is, door de afwezigheid van het staatshoofd, extra bemoeilijkt. Een bindend element ontbreekt. Doch dit vormt een poover excuus, zoo voor links als voor rechts, om de afwezigheid van den meester te benutten om met inktpotten te gaan gooien. -o- "ARE WE DOWNHEARTED?" Deze vraag was een slogan in den vorigen wereldoorlog om den moed er- in te houden. Wij gelooven de plank niet ver mis te slaan, wanneer wij zeggen, dat voor velen in den lande thans een soortgelijke slogan noodig is, maar wij hebben er geen. Het eenige wat wij doen kunnen is er aan herinneren, dat wij Nederlanders harde koppen hebben en gauw een stijve nek zetten. Maar degenen, die een slogan noodig hebben, verzaken juist deze, bij uitstek Nederlandsche eigenschap; zij worden moedeloos, dus juist wat de Duitschers en N.S.B.ers wenschen. Hoe moedeloozer de mensch is, des te gemakkelijker hij slachtoffer wordt. Duitschers en N.S.B.ers strooien allerlei praatjes rond o.a. dat "vannacht" de razzia's beginnen; dat ze in Oost, West, Noord, Zuid al begonnen zijn, enzovoort. Zij hebben nerveuze menschen noodig. De informatiebronnen van degenen, die ons inlichten zijn: een politie- agent; de neef van den man, die wekelijksch iemand van de Ortskommandan- tur spreekt; een beambte en dergelijke. Al deze "autoriteiten" weten niets, maar men bazelt verder en verder en de nervositeit stijgt. De meeste menschen vertellen graag een nieuwtje, want daardoor voelen zij zich gewichtig. In plaats van innerlijk en uiterlijk voorbereid te zijn op razzia's, praat men er voortdurend over, maakt elkaar gek. In plaats van te zeggen: "mij krijgen ze niet", zeurt menigeen: "Je ontloopt het toch niet". Begin met Uzelf te ontloopen, wankelmoedige, Uw angst en vooral Uw innerlijke vermoeidheid. Bedenk dat wij allen moe zijn, doodmoe van het wachten en den stijgenden nood. Maar desondanks: geen "collaboratie" door moedeloos te worden; Nederlanders blijven, d.w.z. hardkoppig en stijfnekkig. Niet vergeten, dat - zelfs als we gearresteerd zijn en op transport gesteld - er vaak nog een kans is tot ontvluchten, als we de goede gelegenheid maar afwachten. En dezelfde specifiek Nederlandsche houding moeten we aannemen, wan- neer onze omgeving een jammerkoor aanheft, in navolging van de dagbladen, over de verschrikkingen van de luchtbombardementen en artillerie-beschie- tingen. Misschien verliezen we alles, maar toch..... geven we ons inner- lijk nooit prijs, want "Wij geven Holland nooit". Holland, Nederland,.... dat zijn wij. Are we downhearted? N O !!!!! Zijn wij neerslachtig? N E E N !!!!! -o- -4- RUMOER OM HET WEST-EUROPEESCHE BLOK. Bij gebrek aan betrouwbaarder gegevens dan de berichtgeving van het DNB. moet men een beetje voorzichtig zijn met de reacties, die teweeggebracht zouden zijn door de blok-plannen in West Europa. Wij kennen de Duitschers. Wij kennen hun berichtgeving, hun dikwijls schaamtelooze leugens. Doch wij kennen evenzeer hun schier onmerkbare woordverdraaingen en bijna-juiste citaten. Aan den anderen kant kan men rustig aannemen, dat er wel iéts van waar zal zijn. En de reacties, waarvan de Duitschers gewag maken, zijn eigenlijk niet zoo onbegrijpelijk. Al zullen ze in de praktijk wel niet precies zoo uitgedrukt zijn, als het D.N.B. laat voorkomen. Het heeft er den schijn van, dat twee machtigen uit den kring der ver- eenigde naties zich geuit hebben. Een Amerikaansche persstem is geciteerd met voorzichtige vragen. Russische persstemmen worden aangehaald in heel wat minder aarzelende bewoordingen. De Amerikanen zouden blijkens die be- richten alleen maar gesproken hebben over de tegenstellingen binnen dat blok, waardoor dit weinig solide zou zijn; De Russen zouden betoogd hebben dat een dergelijk blok een kloof teweeg zal brengen tusschen de geallieerden. Daar tegenover staat dan het betoog van de Engelsche "Economist" dat Engeland, gezien de regionale politieke tendenties der Sowjet-Unie in Oost-Europa het recht heeft, een dergelijk blok tot stand te brengen. Men kan gevoegelijk zeggen, dat merkwaardigerwijze alle partijen volko- men gelijk hebben. De "Economist" heeft gelijk. Engeland heeft het recht tot zulk een blokvorming. Engeland heeft trouwens ook het recht, met de Negerrepubliek Liberia en Uruguay een bondgenootschap te vormen tot ver- duurzaming van ijsberen achter glas. De vraag is alleen, of zulk een bond- genootschap zin heeft. En de vraag is in het onderhavige geval, of het West-Europeesche blok zin heeft. De oorlog is in vollen gang. De Duitschers worden verslagen en vernie- tigd, doch ze doen er lang over. En men vraagt zich af, of dit nu het meest opportune tijdstip is, om een statenblok met een bij uitstek militair ka- rakter te stichten. Dat De Gaulle kort geleden reeds over de Fransche vei- ligheid begon, terwijl de status van de Duitsche buurlanden nog in de lucht hangt, was tactloos. Thans reeds te beraadslagen over militaire "Rueckver- sicherung", zooals de stichters van het West-Europeesche blok trachten te doen, is erger dan tactloos. De Amerikanen hebben gelijk. De belangentegenstellingen in het blok kun- nen eventueel maken, dat het blok een papieren aangelegenheid wordt. De Russen hebben echter het meest van allemaal gelijk. Voor zoover ons bekend, zijn alle geallieerden op het pad om gemeenschappelijk Duitschland te vernietigen. Dat karwei is nog niet bepaald klaar. En hangende de vernie- tiging van Duitschland behooren militaire afspraken - ja, iedere gedachte aan militaire groepeeringen - thuis aan de geallieerde conferentietafel. Voor de vorming van het West-Europeesche blok is het minst geschikte oogenblik uitgekozen, dat men zich denken kan. Namelijk een tijdstip, waarop de geesten der burgers niet rijp zijn voor iets anders dan militai- re bondgenootschappen, en de geesten der staatslieden nog vol zijn van booze herinneringen aan de As-verdragen en militaire onder-onsjes. Men zal er ons waarlijk niet van verdenken, dat wij voorstanders zijn van politieke afzondering. Wij hebben uitvoerig, en naar wij hopen overtui- gend gepleit voor een nauwe aaneensluiting van die Europeesche staten, die tot een dergelijke aaneensluiting geestelijk, cultureel en naar volksaard in staat zijn. Doch de Unie van Noord-West Europa heeft weinig gemeen met het Westelijke blok, waaraan men thans aan het timmeren schijnt te zijn. Geen mensch zal kunnen beweren, dat het bij uitstek Latijnsche Frankrijk de geroepen hoeksteen is van een - om het gesmade woord te gebruiken - Germaansche statenunie. Desondanks schijnen de voorstanders van het Weste- lijk Blok niet te kunnen slagen, als Frankrijk niet in de op te richten blaasmaatschappij voor Europeesche veiligheid treedt. -o- Rumoer om het West-Europese Blok. (vervolg van pagina 4). De koortsachtige vlijt, waarmee aan het Westelijk blok gewerkt wordt, voorspelt weinig goeds. Voor de bestrijding van Duitschland behoeven wij waarlijk geen militaire onderonsjes te stichten. En andere bedreigingen van West-Europa liggen of zoo ver van ons af, dat wij eerst rustig den vrede kunnen afwachten, of zoo dicht bij, dat een nog te stichten Westelijk blok als mosterd na den maaltijd komt. Indien men, tenslotte, met het Westelijk blok andere dan defensief-mili- taire bedoelingen heeft, dan moge men bedenken, dat een langere, geestelijke voorbereiding noodig is. Dan moge men voorts niet vergeten, dat het opne- men van Frankrijk een zeer ongewenschte scheuring teweegbrengt in het La- tijnsch georiënteerde deel van Europa. Wil men dan voorkomen, dat Italië en Spanje-Portugal zich achteruitgezet achten, dan zou men ook die erin moeten opnemen. En in dat geval zijn wij aardig op weg naar een praatcol- lege à la Genève. Wij vreezen echter, dat het Westelijk blok voorloopig alleen militair bedoeld is. En dan beteekent het alleen maar een gevaar. Want militaire bondgenootschappen zijn onzin. Er is geen verdrag, of men kan er onderuit. Geen verdrag wordt ooit nageleefd, wanneer het niet in belang van de partij- en is, het na te leven. Doch dan is het geheele verdrag ook overbodig. Nederland had geen bondgenootschappen, geen garantie-verdragen. Toch ontbreekt het Nederland niet aan bondgenooten, noch ook aan sympathie. Wie echter in dit stadium reeds konkelt over beveiligingen n a dezen oorlog, toont niet slechts weinig fiducie in de komende constellatie, doch ver- zwakt het potentieel der huidige krachtsinspanning. Statengroepering is nog slechts een kwestie van geestelijke verwant- schap en van den wil, gemeenschappelijk een gemeenschappelijken ontwikke- lingsgang door te maken. Voor Nederland lijdt het geen twijfel, in welke richting wij streven moeten. Scandinavië, Denemarken, Nederland, België en Engeland vormen een groep, welke tot grooter eenheid kan groeien v a n b i n n e n u i t. Daarbij blijve men ons met militaire arm-geverij van boord. -5- JEUGDBEWEGING IN HERRIJZEND NEDERLAND. Er is in de bezettingsjaren - elke Nederlander heeft het kunnen consta- teeren - aan onze jeugd een enorme schade toegebracht, zoowel physiek als moreel. Als straks de bevrijding daar is, zal het herstel van deze schade logischerwijze deel moeten uitmaken van de veelomvattende werkzaamheden die verricht moeten worden in het kader van den wederopbouw. In dit ver- band kan worden opgemerkt, dat de bevrijding zelve reeds een gedeelte van de reconvalescentie van onze jeugd als geheel inhoudt, immers, het terug- keeren van normale, menschwaardige toestanden in ons land zal ongetwijfeld vooral op de jongere generatie, wier herinnering de achter ons liggende vier jaren niet of ternauwernood in het kader van het wereldgebeuren zal kunnen overzien, een diepen indruk maken. Het Nederlandsche volk kan met fierheid de pretentie hebben een gezond volk te zijn, zoowel geestelijk als lichamelijk. In de bezettingsjaren hebben verschillende nadeelige invloeden weliswaar aan deze gezondheid ge- knaagd, doch de kern, de volksziel is in principe onaangetast gebleven. Ondanks de geraffineerdste propagandamethoden waarvan het barbarendom zich bedient bleef de Nederlandsche jeugd negatief reageeren op de invloe- den van de nationaal-socialistische wereldbeschouwing en stond positief ten aanzien van de menschelijke waarden, die de vrije jeugd van een vrij volk boven alles heilig zijn. Vóór de schendende hand van den bezetter daaraan een eind maakte, kende ons land een bloeiende jeugdbeweging, die met betrekkelijk bescheiden mid- delen tot groote resultaten is gekomen. Wij denken bijvoorbeeld aan het prachtige werk dat de A.J.C., de arbeiders jeugd centrale, voor een groot deel van de jeugd van het sociaal-democratisch volksdeel verricht heeft, aan de verschillende confessioneele jeugdorganisaties, aan onze Padvinders die geen politieke schakeering in ons staatsbestel vertegenwoordigden, maar waarin de jeugd van de meest uiteenloopende religieuze overtuigingen en uit vele geledingen elkaar vond. Al deze bewegingen, met uitzondering van enkele confessioneele die deel uitmaakten van een bepaald kerkgenoot- schap; zijn door de Duitschers verboden; tot slechts de Nationale Jeugd- storm, als jeugdbeweging van de N.S.B. overbleef. De monopolie positie van deze laatste vereeniging heeft haar echter geen grooter aantal leden doen toevloeien, wat zij ook al probeerde om de Nederlandsche jeugd te paaien. Het ligt voor de hand, dat de Nederlandsche jeugd van de vrijheid, wel- ke straks in deze contreien weder zal opbloeien gebruik zal maken. Er zul- len weer jeugdvereenigingen verrijzen, waarin onze jongens en meisjes in een vrijwillig geaccepteerd geordend verband erop uit zullen trekken, en hun idealen als jonge burgers van een vrij Nederland zullen nastreven. De- ze jeugdvereenigingen zullen een machtige factor tot algeheel herstel zijn van de schade, waarvan in den aanhef van dit artikel sprake is. Bij dit alles staat voorop, dat niet iedere Nederlandsche jongen en niet ieder Nederlandsch meisje zich tot de jeugdbeweging aangetrokken zal voelen. Dit is ook niet noodig. In een democratisch staatsbestel staat de jeugdbeweging op een basis van vrijwilligheid en daarbij hebben de ouders uiteraard een belangrijke controleerende invloed. Hierin verschillen de jeugdorganisaties in een democratie fundamenteel van de jeugdbeweging in een dictatoriaal geregeerd land. Dit houdt echter niet in, dat in het bevrijde Nederland de Staat vol- komen onverschillig moet staan tegenover de jeugdbeweging. Integendeel. Een gezonde jeugdbeweging is een der voorwaarden voor een gezond volk. Met de taak van de jeugdbeweging die zich ten doel stelt haar leden op te kweeken tot mannen en vrouwen die van goedenwille zijn, flinke, waarachtige Nederlanders, is een nationaal belang gemoeid. De staat dient dus de jeugd- beweging te steunen, en met raad en daad terzijde te staan, doch anderzijds dient hij zich te onthouden van politieke beïnvloeding. Het zou van te weinig zin voor de realiteit getuigen, als wij ons thans op het standpunt stelden, dat de vooroorlogsche vorm, waarin de Nederland- sche jeugd-organisaties zich ontwikkelden, ideaal was. Men zou dit ook moeilijk kunnen verwachten. Het sectarisme weerspiegelde zich ook in de jeugdbeweging. -6- Wij konden ons in de gezapigheid van onze vooroorlogsche gesteldheid een zeer ver doorgevoerd sectarisme permiteeren. Het is echter boven alle twijfel verheven, dat daarvoor geen plaats meer is, als het Nederlandsche volk na de bevrijding de handen aan de ploeg zal slaan. Alle krachten zul- len moeten gericht zijn op de wederopbouw van een krachtig, democratisch Nederland, waarin het goed zal zijn te leven. Het ligt dan ook voor de hand, dat in het algemeene bewustzijn van deze wenschelijkheid ook bij de jeugdbeweging de neiging tot samenwerken sterker zal worden. In het belang van de geheele Nederlandsche jeugd is het noodig, dat de onderscheidene organisaties zich op het oogenblik dat zij hun werkzaamhe- den gaan hervatten principieel richten op hetgeen hen onderling bindt, in plaats van op hetgeen hen scheidt. -o- AL TE SLIM! Naar wij vernemen, zijn er bij een der groote bedrijven plannen in de maak, om met het oog op de te verwachten zuiveringsmaatregelen de zaak maar van de hand te doen. Vermoedelijk zal het aldus worden voorgesteld, dat de eigenaars wegens interne oneenigheid tot opheffing hunner samenwerking overgaan, waardoor het "noodig" zal zijn, het bedrijf te vervreemden. De nieuwe eigenaars weten natuurlijk van den prins geen kwaad en zullen zich zeer verwonderd toonen, als de regeering tegen de firma en deszelfs bezittingen maatregelen onder- neemt. Wij meenen, dat een woord van waarschuwing op zijn plaats is. Wie een zaak koopt, weet doorgaans zooveel van de transacties af, dat hij kan vaststellen of er collaboratie heeft plaats gehad. Overdracht van derge- lijke ondernemingen heeft doorgaans ten doel, verbeurdverklaring effect- loos te maken. En dat is iets, waaraan men zijn vingers niet behoort te bevuilen. ---