No. 30 22 December 1944 -------------------------------------------------------------------------- FRONTNIEUWS. WESTFRONT. Het groote offensief der Duitschers begint reeds vast te loopen. Het Amerikaansche leger heeft Montjoie heroverd en verder al zijn stellin- gen in dit gebied. Er waren Maandagmiddag in totaal vier doorbraken van 8 tot 30 km diepte; de gevaarlijkste was die in de richting van Luik, welke stad de vijand tot op 30 km genaderd was. De poging van den vijand om het gebied van Eupen in zijn macht te krijgen, waartoe hij parachutisten heeft gebruikt, is volkomen mislukt. De parachutetroepen zijn vernietigd. De tegenmaatregelen van onze bondgenooten sorteeren reeds effect. Van alle zijden worden reserves aangevoerd, zoodat de wegen ermede overvuld zijn. Tevens is hierdoor minder activiteit in de Roersector en op enkele andere punten van het front. In het Saargebied zijn twee groote tegenaanvallen van den vijand afgeslagen. In de Pfaltz vorderen de Amerikanen. Het mistige weer begunstigt den vijand, die bovendien een geregeld V 1 bom- bardement onderhoudt tegen het 1e Amerikaansche leger. De luchtmacht van onze bondgenooten kon wegens de zware mist weinig uitrichten. LUCHTFRONT. Van Italië uit is reeds 5 dagen achtereen Oostenrijk en Zuid- Duitschland gebombardeerd, o.a. Regensburg, Pilsen, Salzburg en Linz. De Mosquito's, die dag en nacht Duitschland aanvallen, zijn in zooverre verbeterd, dat zij thans hooger vliegen dan het vijandelijk afweergeschut vuren kan, ofschoon dit laatste juist in verband met de Mosquito's verbe- terd was en grooter hoogte bereikte. OOSTFRONT. De Russen rukken van drie zijden op Kaschau (Tsj-Slowakije) aan; de Duitschers zijn hier in volle terugtocht. In Joego-Slavië hebben Tito's troepen Banja Luka bereikt. De Engelsche luchtmacht doet onafgebroken aan- vallen op het 21e Alpencorps, dat in Z-Joego-Slavië is afgesneden. ITALIE. Het 8e leger breekt zich hardnekkig baan naar Bologna. Het heeft een gedeelte van de spoorweg Faenza-Bologna in handen. GRIEKENLAND. Generaal Plastiras is opperbevelhebber van de Grieksche strijdkrachten. Gen. Scobie is na een ultimatum aan de Elastroepen tot den aanval met alle middelen, waarover hij beschikt, overgegaan. De Britten zijn thans bezig Athene en omgeving en de Piraeus te zuiveren. Dagelijks voeden de Engelschen thans 80 à 90 duizend menschen in Athene. Woensdag l.l. werd 30 ton vleesch uitgedeeld, doordat de verbinding met den Piraeus weer hersteld is. VERRE OOSTEN. Door Superfortresses werd Moekden in een dagaanval gebombar- deerd. In den nacht van Woensdag op Donderdag Tokio. Op Leyte is de Japansche tegenstand niet meer georganiseerd. Troepjes Japs probeeren de N.W. kust te bereiken. In Birma hebben de Engelschen een plaats genomen 100 km ten W. van Mandalay. Zij hebben in 8 dagen 240 km afgelegd, moesten daarbij rivieren oversteken, en steile berghellingen beklimmen. DIVERSEN. Gisteren werd door de linkerzijde van het Lagerhuis wederom ge- protesteerd tegen de regeeringspolitiek in Griekenland. Minister Eden ant- woordde: Vóór de Britsche troepen in Griekenland zijn geland, is er met veel moeite een volledige overeenstemming bereikt met alle partijen i.z. de verzetsgroepen. Ons doel is in de eerste plaats voedsel te brengen. In November werd 30.000 ton gebracht. Scobie heeft de Elas alleen verzocht de wapens in Athene en de Piraeus neer te leggen. Er is geen sprake van dat de rechtsche troepen hun wapens mogen behouden; deze zijn reeds door Scobie ontwapend. Het voorstel tot een regentschap is afkomstig van den Engelschen ambassadeur en dus niet in strijd met de Britsche bedoelingen. Donderdag 21 December vierde maarschalk Stalin zijn 65e verjaardag. Uit alle deelen der wereld stroomen gelukwenschen binnen. Von Rundstedt heeft 5 à 6 tankdivisies en 9 infanteriedivisies in den strijd geworpen; verwacht wordt, dat hij nog meer zal inzetten. Het is niet onwaarschijnlijk, dat de bedoeling van dit offensief is de gealli- eerden te overtuigen van de onmogelijkheid om het Derde Rijk te vernieti- gen en dus alsnog een vrede te bereiken. Mocht deze speculatie werkelijk in Duitschland bestaan, dan is zij tot volslagen mislukking gedoemd. Duitschland wordt totaal verslagen. -o- -2- KERSTMIS 1944 Een visioen van een sparreboom met vele kaarsen en de glinstering van tal- looze versierselen, zilver en rood, met hier en daar een matten glans.Een visioen van sneeuw op stille huizen, dicht bijeengekropen rondom een oude kerktoren. En het blijde luiden der klokken, blijde kinderstemmen ook, en stralende oogen. Een spheer van goedheid en innigheid. --- Nu goed, er zijn ook andere visioenen van gebraden gevogelte, plumpudding, schalen met noten en roode appels. Een lichte walm van warme groc, en hier en daar de zachte knal van een champagnekurk. Of simpeler - een heel intiem samenzijn rondom een door moeder met zorg be- reiden feestdisch, voorzien van dingen, die niet elken dag op tafel komen. Want dit immers is het geheim van elken feestdisch. --- Dit alles is thans niet, want Satan regeert. En zijn rijk is dat der duisternis, der koude en verlatenheid. Zijn geluk is de klacht der moeders en het schreien van kleumende, honge- rige kinderen. Hem is de glimlach, wanneer een man verlaten sterft aan den kant van een eenzamen polderweg, een man die uitging om voedsel te zoeken voor zijn ge- zin. In zijn oogen glanst blijdschap, wanneer in kille werkkampen en barakken, van huis verdreven mannen samenhokken en zwijgen in bitter verlangen naar vrouw, moeder, meisje, kind. Satan heerscht en zijn geluk is niet dat der menschen. --- Maar tegenover zijn heerschappij staat onwrikbaar, stil vredig glanzend het licht van den Kerstnacht. Satan moge zijn de Heer der Duisternis, tegenover hem start het Kind van het Licht, het licht dat ons verkondigt dat de waar- heid altijd opnieuw tot leven gewekt wordt, altijd opnieuw zegeviert, ook al heerscht op aarde het Rijk van den Heer der Duisternis. Het Heden moge donker zijn, en Satan dronken van machtswaan brallen over zijn heerschap- pij, het Kerstfeest is het symbool van zijn altijd weerkeerende nederlaag. Dit is de troost, die Kerstmis ons brengt. Nog zullen velen bezwijken, want de strijd om het licht der wereld eischt offers. Voor hen, die vallen, zal dan de strijd gestreden zijn, maar ster- vend reiken zij de fakkel aan hen, die na hen komen. Geen onzer sterft in dezen strijd tevergeefs, want wij allen, die lijden onder Satans barbarij, strijden voor de verwerkelijking der gedachte, welke het Kerstfeest ons brengt: Vrede op aarde, in de menschen een welbehagen. -o- ZELFCRITIEK In "Vrij Nederland" van 14 Dec.'44 komt een artikel voor, dat den titel draagt: "Zijn wij laf?" Het blad citeert een Duitsch oordeel over ons volk op grond van de houding der bevolking bij razzia's en het merkt zeer te- recht op, dat geen Duitscher het recht heeft een volk in dit opzicht te be- oordeelen. De Duitschers zijn de walgelijkste lafaards, welke de geschie- denis ooit gekend heeft. Maar desalniettemin kunnen wij voor onszelf de houding van onze bevolking, nader in het oog vatten. Willem de Zwijger constateerde, dat hij geen volk wist, dat onder bepaalde moeilijke omstandigheden zoo volkomen den moed verloor als het Nederland- sche. Daarnevens echter heeft hij gezegd, dat zoolang één man van ons volk nog leefde, het zou strijden voor zijn vrijheid en onafhankelijkheid. Deze uitspraken zijn slechts schijnbaar tegenstrijdig. Er is een Nederlandsch spreekwoord, dat als volgt eindigt: "moed verloren, al verloren". Wij gelooven dat het volk hierin de zwakke plek van ons volks- karakter bloot legt. Stadhouder Willen III heeft een dergelijke moreele inzinking waargenomen -3- in het rampjaar, toen het land reddeloos, de regeering radeloos en het volk redeloos was. Maar deze verbijsterende depressies duurden slechts betrekke- lijk kort; dan herleefde de moed en golden weer de woorden van den Zwijger omtrent onzen strijdwil voor de vrijheid. Ondanks de voornoemde verschijnselen zal niemand het wagen te zeggen, dat wij laf waren in de XVIe en XVIIe eeuw. Eén zwakke plek bepaalt niet het geheele volkskarakter; en geen enkel volkskarakter is zonder gebreken (be- halve natuurlijk het Duitsche). Een staaltje van Nederlandschen moed in dien tijd: In 1656 voer Pieter Braems, schipper van den koopvaarder "Vlissingen" van Voor-Indië naar Ba~ tavia. Onderweg ontmoette hij een Portugeesche oorlogsvloot van 22 fregat- ten; wij waren toen in het Verre Oosten in oorlog met Portugal. Pieter Braems attaqueerde met zijn eene schip de twee en twintig oorlogsschepen, boorde vijf ervan in den grond en joeg de overige zeventien op de vlucht. Hier stond een dapper, geloovig, plichtsgetrouw man, een zelfbewuste per- soonlijkheid voor een taak, welke hij had kunnen ontwijken - hij wist dat de vloot zijn vaarroute zou kruisen, maar wijzigde deze niet - doch die hij als vanzelfsprekend aanvaardde. Wat toont ons onze tijd? Een steeds meer terugwijken, steeds afnemen van de veerkracht van de groote massa; de razzia in Rotterdam toont ons een bevolking in paniek. Dit zou niet zoo bijzonder zijn, wanneer ook thans sprake was van een tijdelijke depressie, in plaats van een voortdurend en voortwoekerende. Het gezegde: "Je doet er toch niets tegen" wint steeds meer veld. Pieter Braems zei het niet, toen hij de 22 fregatten ontmoette. Leiden, Alkmaar zeiden het niet, ondanks Haarlem, dat zich overigens niet had laten afschrikken door Zutphen en Naarden. In die beroemde historische dekaden hebben wij te doen met doodgewone bur- gers: de mannen en vrouwen van Leiden, Haarlem, Alkmaar; de schipper van de "Vlissingen". En nu? De moderne burger is wel heel anders. Zou het misschien daaraan lig- gen dat de moderne massamensch heeft opgehouden te zijn een dappere, ge- loovige, plichtsgetrouwe, zelfbewuste persoonlijkheid, en dat hij geworden is een weifelende, twijfelende, imiteerende cliché-figuur, schuw voor het woord plicht, slechts erop bedacht het leven te rekken, afkeerig van risi- co, niet bereid zich in te zetten, zeker niet wanneer anderen hem het (slechte) voorbeeld geven, en er niemand is, die hem tot plichtsbetrach- ting dwingen kan? Laat hij niet zeggen, dat hij geen leiding had. Tot in den treure heeft de illegale pers den weg voorgeschreven; maar zij kon slechts vragen, aanra- den, aandringen, niet echter bevelen. Dientengevolge won al te vaak de ka- rakterzwakte, welke den weg van den minsten weerstand aanbeveelt, waardoor de mensch verslapt en tenslotte gevaar loopt in een psychische katastrophe als willoos slachtdier zich te laten meevoeren. Amsterdammers! Onze stad stond in het rampjaar achter Stadhouder Willem III. Denkt hieraan, Amsterdammers! -o- AAN DEZEN OEVER VAN DEN RIJN ..... De stad Arnhem is in haar geheel tot verboden terrein verklaard en er wo- nen nog maar enkele gezinnen. De verlaten huizen zijn op het oogenblik jachtterrein voor de edelgermanen, die ons drie jaar geleden leerden, dat V "Victorie" beteekent. Een ooggetuige deelde mede, dat de vorige week in de Arnhemsche straten haarden en kachels aan de trottoirs gereed stonden, zooals hier vuilnis- bakken. Zij werden systematisch met Wehrmachtsauto's opgehaald! Het is echter niet alleen plundering, hetgeen Hitlers heirscharen in de Geldersche hoofdstad bedrijven; ook vandalisme viert hoogtij. Met het huis- raad en de bezittingen, die de geëvacueerde Arnhemmers hebben moeten ach- terlaten, worden daden van vernielzucht bedreven, die slechts in Duitsche breinen kunnen opkomen. Een ingezetene, die erin slaagde enkele dagen geleden in de stad door te dringen, vond het interieur van zijn woning, die overigens in het geheel -4- geen schade door krijgsgeweld had geleden, in onbeschrijfelijken toestand. Karpetten waren stukgesneden, lampen afgerukt en vertrapt, meubelen be- vuild en vernield. In de piano, die de barbaren blijkbaar onhandelbaar vonden, hadden zij een emmer water gegooid. De inhoud van de kleerenkast lag her en derwaarts verspreid. Alle heerenkleeding was met vele andere dingen verdwenen en over de japonnen was een pot stroop omgekeerd! Een huis in Arnhem.... één zooals er duizenden zijn. De Duitsche rekening groeit gestadig. Zij zal vereffend worden. -o- HET FRANSCH- RUSSISCH VERDRAG. Er is een clausule in dit verdrag, welke onze bijzondere aandacht vraagt n.l. die, waarin gezegd wordt, dat geen van beide partijen tot een verdrag zal toetreden, dat tegen de wederpartij gericht is. De bedoeling hiervan is vanzelfsprekend in de eerste plaats de Sovjet- Unie gerust te stellen en Frankrijk tot garant te maken met betrekking tot het pact i.z. het Westelijk-blok, waarvan Frankrijk deel uitmaakt. Wij vragen ons tevergeefsch af, welk belang deze pacten hebben. Met het oog waarop worden zij gesloten? Hebben wij hier te doen met de herle- ving der vooroorlogsche pactomanie, welke tenslotte bleek tot niets ge- leid te hebben? Dan is men, in dit opzicht althans, niet veel wijzer ge- worden. Niemand kan toch in ernst meenen, dat bovenbedoelde pacten tegen Duitschland gericht zijn en noodzakelijk om dat land in bedwang te houden. Laten de mogendheden er voor zorgen, dat Duitschland geen schijn van kans meer heeft, noch krijgt wanneer het eenmaal verslagen is. Dit is niet een zoo moeilijk vraagstuk. En wanneer dit eenmaal grondig is geregeld, behoe- ven de verbondenen zich niet meer ongerust te maken i.z. Duitsche agressie wanneer zij het tenminste in hoofdzaken eens blijven. Dus nogmaals: waartoe dienen bovenbedoelde pacten? Zijn ze op verre mo- gelijkheden gericht, mogelijkheden, van oneenigheid tusschen de huidige bondgenooten? Dan zijn ze waardeloos, want de situatie van heden verschilt hemelsbreed van die over tien jaar. Het is niet moeilijk dit reeds thans te voorspellen. Of bedoelen zij tot een Europeesche eenheid te komen? Tot de Vereenig- de Staten van Europa? Maar dan deugen ze niet en bereiken hoogstens het tegendeel. Voor de Vereenigde Staten van Europa is noodig een reëele basis van gelijke, althans verwante politieke en economische belangen, welke dan gecoördineerd kunnen worden in een Statenbond. Kernen, kristallisatiepunten binnen een dergelijken bond kunnen zijn de inniger groepen, zooals het door ons voorgestane Noord-Westelijke blok van cultureel verwante staten: Nederland, België, Groot-Brittannië en de Scandinavische landen. Wanneer wij echter beginnen met een blokvorming, welke niet anders dan militaire veiligheid en bondgenootschappen beoogt, en allerlei blokken in elkaar zetten, dan zijn wij op den verkeerden weg en blijven in de ver- deeldheid steken, een verdeeldheid welke gesteund wordt door legers en vlooten, want voor militaire bondgenootschappen zijn dergelijke instrumen- ten onmisbaar. Dit alles is meer dan voldoende om het onderlinge wantrouwen levend te houden, maar tevens in overeenstemming met de geestesgesteldheid der oude diplomatieke school, welke wij hier geen boosaardigheid of kwaad opzet voor de toekomst in de schoenen willen schuiven, maar van welke wij slechts constateeren, dat zij niet anders denken kan. In plaats van met dergelijke militaire pacten moeten wij beginnen met coördineering van de politieken en economische belangen van de Europeesche staten, incl. de Sovjet-Unie. Naarmate de coördinatie vordert, groeit de veiligheid in Europa. Hiertoe is noodig een nieuwe mentaliteit n.l. die, welke inziet, dat de tijd van het elkaar vliegen afvangen voorbij behoort te zijn, dat niet de grootst mogelijke verdeeldheid, maar wel de grootst mogelijke eenheid wel- vaart en veiligheid garandeert; doch die tevens inziet, dat niet militaire bondgenootschappen een dergelijke eenheid bewerkstelligen. Laat ons ook in dit opzicht zijn kinderen van een nieuwen tijd. -o- -5- TER WAARSCHUWING EN LEERING. Onderstaande bekendmaking ligt gereed: Op grond van art. 1 der verordening no. 42/1941 betreffende verplichting tot het verrichten van diensten en betreffende de beperking t.a.v. het veranderen van betrekking, zooals gewijzigd en aangevuld enz. enz. wordt bepaald: Alle manlijke Nederlanders en staatloozen behoorende tot de lichting 1905 t/m 1928, die thans hun woning hebben of vaste verblijfplaats hebben in de provincies N.Holland, Z.Holland en Utrecht zijn verplicht te werken in het kader van de arbeidsinzet. De inschakeling geschiedt door een bijzon- dere oproep. Tot het tijdstip van de inschakeling zijn de bovengenoemde personen verplicht, met inachtneming van de betreffende voorschriften be- treffende het veranderen van betrekking, hun tegenwoordige betrekking te blijven uitoefenen en in hun woonplaats of vaste verblijfplaats te blijven. Alle arbeidskrachten, die noodzakelijk zijn voor het instandhouden van het openbaar bestuur, alsmede van het voortzetten der werkzaamheden in inrichtingen van landbouw, veeteelt, tuinbouwbedrijven en bedrijven, waar- in een tak van nijverheid wordt uitgeoefend, alsmede andere bedrijven, waarin een belangrijke taak wordt vervuld: en voor den oorlog belangrijke opdrachten worden uitgevoerd, worden vrijgesteld, en worden niet opgeroe- pen voor de tewerkstelling in het kader van de arbeidsinzet elders. Alle personen, die op grond hiervan worden vrijgesteld, krijgen een bijzonder algemeen geldend bewijs van vrijstelling. Op het tijdstip van de invoering van dit bewijs van vrijstelling, worden alle bewijzen, welke tot dat tijd- stip ter zake van vrijstelling zijn afgegeven, ongeldig. Ingeval van in- schakeling in de arbeidsinzet wordt de verzorging van de tewerkgestelde personen, alsmede hun gezinsleden in ruim voldoende mate gewaarborgd. Hij die in strijd handelt met de bepalingen van deze bekendmaking, of de teruitvoering daarvan uit te vaardigen voorschriften, dan wel deze tracht te ontduiken, wordt gestraft met gevangenisstraf op grond van art. 4 der verordening, 42/1941, voorzoover niet op grond van andere bepalingen een zwaardere straf kan worden opgelegd. Uitlokkers, medeplegers en medeplichtigen worden als daders gestraft. Het nemen van maatregelen op het gebied van den Sicherheitsdienst blijft on- aangetast. Huizen en gronden, waarin of waarop zich een opgeroepen man verstopt, worden met inbegrip der meubileering verbeurd verklaard. De bepalingen van deze bekendmaking treden in werking op......... 14 Decem- ber 1944. - De zaak is dus blijkbaar uitgesteld. Wij merken verder op: 1) Alle bijzondere Ausweise zijn waardeloos op grond van het bepaalde dat de bevoegdheid van den Sicherheitsdienst om maatregelen te nemen naar goeddunken, onaangetast blijft. 2) Het gaat den Duitscher om de mannen en niet om gevangenisstraffen; er is nog nergens iemand gestraft omdat hij zich verstopte, evenmin als er huizen en meubilair in beslag genomen werden daarom. Begrijp goed - als de Duitschers Uw huis, meubels of wat ook willen hebben, nemen zij ze zoo wel. Al deze dreigementen zijn maar dreigementen. 3) De ruim voldoende verzorging der mannen en hun gezinnen is een vieze schijnheilige leugen; er wordt voor niemand gezorgd. 4) Wanneer deze bekendmaking mocht verschijnen, loop er dan niet in, wees niet bang, MELD U ONDER GEEN ENKELE VOORWAARDE, ook niet als ze lawaai maken met pistolen en dergelijke dingen. Laat ze rustig knallen. Stoor U verder aan geen enkele bepaling van deze bekendmaking. Het is alles humbug wat de Duitschers zeggen, beloven en dreigen. Laat hen schreeu- wen, zoeken. Houdt het hoofd koel, Uw wil ongebroken en laten de vrou- wen hetzelfde doen. Holland en Utrecht, twee beroemde provincies uit den tachtigjarigen oorlog. Weest waardig! -6- VAN HOOREN ZEGGEN. Op de markt te Purmerend zijn door de Duitschers de konijnen in beslag genomen ten behoeve der Wehrmacht tegen een prijs van een rijksdaalder stuk gemiddeld. Deze konijnen hadden gemiddeld honderd gulden per stuk moeten opbrengen. Bij honderden zwierven en zwerven menschen langs de wegen op zoek naar voedsel, maar de konijnenfokkers hielden de dieren vast; moge verrekken wie wil, als zij maar hun winst krijgen, hun alle berekening tartende winst. De Duitschers hebben hun deze winst weggekaapt, maar tevens aan de be- volking het voedsel dat die konijnen vertegenwoordigden. De H.H. fokkers worden bedankt voor hun medewerking aan het in stand houden der Duitsche Wehrmacht en aan het uithongeren van ons volk. H.M. de Koningin en de regeering hebben herhaaldelijk een beroep op het volk gedaan om elkaar te helpen; er wordt inderdaad geholpen, maar wij hebben den indruk, dat de hebzucht het wint van de menschlievendheid. Woensdag j.l. werd de Jordaan afgestroopt door ambtenaren van de C.C.C.D. op zoek naar levensmiddelen; de vangst moet aanzienlijk geweest zijn. Mis- schien dat althans een deel daarvan aan de volksvoeding ten goede komt. Stad en platteland geven elkaar weinig toe, wanneer het gaat om winst- maken. Wel heeft men in de steden licht de neiging om de boeren uit te krijten voor inhalig en keelafsnijders, maar elke stad zit vol zwarte han- delaren, en dus hebben beide partijen elkaar niet veel te verwijten, be- halve dat ze van hetzelfde hout gesneden zijn. Ook op het platteland zijn overigens uitzonderingen. Er zijn boeren, die nog steeds voor den normalen prijs verkoopen aan menschen, die om voed- sel komen. Ook is er hier en daar een, die zijn clandestiene voorraden weggeeft. Laat ons niet in de fout vervallen de verhoudingen te zien vanuit de aloude tegenstelling: boer/stedeling. Van zekere zijde wordt eraan gewerkt om op grond hiervan verdeeldheid te zaaien tusschen de bevolkingsgroepen. Laat niemand daar in loopen. In de dagbladen stond omtrent de voedselvoor- ziening, dat deze prachtig in orde zou komen, wanneer slechts de boeren meewerken willen. De opzet is duidelijk, maar wij loopen er niet in. Niet wanneer de boeren, maar wanneer de Duitschers en de N.S.B.ers mede- werken, kan er van de voedselvoorziening nog iets terecht komen, al kan het nooit veel zijn, omdat de Duitschers vrijwel alles stelen, wat zij vinden kunnen. Wij krijgen geen boter, want de Wehrmacht heeft alle bereikbare boter- voorraden in beslag genomen ten behoeve van kerstbrooden en -kransen enz. voor de Duitschers en N.S.B.ers. S.S.man Holdert, directeur-eigenaar van "De Telegraaf", alsmede de re- dactie van dit nobele blad, hebben verklaard hun schouders te zullen zet- ten onder de voedselvoorziening van Amsterdam. Dit was een zetfout. Bedoeld was: onder het kerstdiner en oudejaarsavondsouper van de directie en de redactie en beider nazi-aanhangers. Na Nieuwjaar zal het hier zoo bijster overvloedig worden, hebben de dag- bladen verteld. Na Nieuwjaar, dan zijn de feestdagen voorbij en zal men wel iets bedenken om de menschen mee bezig ze houden, zoodat ze minder denken aan de schrille tegenstelling tusschen de verzorging van een bezet- ter, die in strijd met het volkenrecht en met de meest elementaire begrip- pen van humaniteit het bezette land leegplundert en die van de uitgemer- gelde bevolking. LAATSTE NIEUWS. Dinsdagmiddag had de vijandelijke tangbeweging, geleid tot een bres van 80 km. De Duitsche tanks stonden op 20 km van Luik. Sindsdien zijn zij op verscheidene punten weer teruggeslagen en is overigens hun tangbeweging vertraagd. Wegens het verbeterde weer was de luchtmacht der geallieerden gisteren weer actief. Er woeden groote tankslagen. ---