Uit:  Perspectieven van wordende cultuur. November 1939


B 0 E K B E S P R E K I N G

HET EEUWIGE RUSLAND door Mr. Drs. A. Börger.
Uitg.: W. L. Salm & Co., Amsterdam.

De "generale lijn", welke door dit boek heen loopt, is de tendens tot dialectische tegenover-elkander-stelling van Rusland en Europa, Rusland als de personificatie van de onmiddellijk begrijpende, intuïtief wetende, communistisch ingestelde, vrouwelijke liefde; Europa als de vertegenwoordiger van de middellijk, n.l. door middel van het denken tot waarheid komende, individuele, mannelijke logos. Daarbij moet direct worden opgemerkt, dat de schrijver de liefde als "de" geestelijke qualiteit ziet, die ook het ganse russische volk kenmerkt, terwijl de rede slechts te vinden is bij den enkelen Westerling (Hegel en wie hem volgen mag) en de massa in Europa - die toch alléén tot waarheid kan komen door denken - "weinig denkt en slecht en daarom zo vatbaar is voor phrasen, welke haar het denken besparen" (pag. 53).
De gebieden, waarop deze dialectische gesteldheid der beide culturen tot uitdrukking wordt gebracht zijn allereerst dat der litteratuur, vervolgens dat der historie. Op de huidige cultuurtoestand is deze methode uiteraard slecht toepasbaar; voor de toekomst wordt in het "Huwelijk van Rusland en Europa" de opheffing der beide polen in een synthese van "Liefde en Logos" voorspeld. Het belangrijke van dit boek is het grote aantal grotere en kleinere problemen, dat Börger in ons wakker schudt, ten dele zijns ondanks. Want niettegenstaande de bewondering voor Hegel en daarmede 's schrijvers open oog voor de twee-poligheid in ieder gebeuren, zijn angst voor éénzijdigheid, is de toon telkens weer een te stellige. Vele zaken worden meer in de vorm van een aphorisme afgedaan dan inderdaad als problemen aangediend, waarvoor met argumenten pro en contra een oplossing wordt gezocht. Op den lezer heeft dit de averechtse uitwerking, dat hij bij voortduring zijn critische geest in zich gespannen voelt, dat hij zich telkens opnieuw mòet afvragen: is dit en dat wel zo en waarom? Welke uitwerking uiteindelijk toch weer een der vruchtbaarste is, die een geschrift hebben kan!
Om bij het algemene probleem te blijven: is de russische geest in wezen liefde en waarom? Börger zegt: lees Tolstoi en Dostojewski, bezie de ontwikkelingsperioden tijdens Iwan de Verschrikkelijke en Peter de Grote. Volgde hij daarbij de inductieve weg, dan zouden we dit antwoord kunnen accepteren, maar veeleer gaat hij deductief te werk, neemt de liefde als axiomatisch uitgangspunt en beschouwt van daaruit de werken der grootste russische cultuurdragers en - bij uitbreiding - de qualiteiten van het gehele russische volk. Deze methode, waarbij het "want Rusland is de liefde" om de zoveel bladzijden met stage ijver wordt herhaald, vermag niet te overtuigen en aan het eind van de 250ste pagina vragen we nog "waarom?".
En waarom werd bij de beschouwing van Europa niet dezelfde weg gevolgd als bij die van Rusland en ook hier de rede begrepen via het beste, wat op dit gebied werd gebracht, om háár aldus tegenover de liefde-bij-uitstek te kunnen stellen in plaats van de holle anti-logos van de massa? Dit is een tweede bezwaar, dat den lezer van dit boek bekruipt: dat ondanks de oprechte, methodische pogingen om het tweezijdig aspect in de gehele levensstroom te onderkennen, de schrijver te kort schiet in objectiviteit. Ook waar het gaat om de superioriteit van het onmiddellijke beleven boven het middellijke begrijpen is er niet een geleidelijke begripsontwikkeling, welke voert tot de overtuiging: inderdaad, om deze en die en gene reden is Rusland "eeuwig" en Europa "verganklijk", neen, de russische ziel wordt als onvergankelijk gesteld en van dat gezichtspunt uit worden beide culturen verklaard.
Ten dele is deze houding zeer goed te begrijpen en ook te waarderen als reactie op de westerse mentaliteit, die verkiest Rusland met de epitheta "achterlijk" en "barbaars" uit te bannen van alle mogelijkheid tot invloed op de cultuur van het avondland. Anderzijds wordt met deze wijze van behandeling zeker ook Rusland onrecht gedaan. Immers, men doet den ten onrechte verguisden mens met een blindweg prijzen geen recht wedervaren, wèl met argumenterend blootleggen van zijn positieve qualiteiten, van de wortels van het onrecht.
Een - incidentele - moeilijkheid doemt daar, waar de "Liefde voor de Mensheid" zo gemakkelijk verenigd wordt gezien met ontkenning van de waarde van den enkelen mens. Een dergelijke houding is wel te begrijpen in die zin, dat men zich idealen vormde omtrent den mens en deze, van de werkelijkheid geabstraheerde mensheid lief krijgt, om dan telkens weer door den enkelen, concreten mens teleurgesteld te worden, omdat deze niet aan de ideale vormgeving beantwoordt. Maar betekent dit eigenlijk niet, dat men zijn eigen idealen liefheeft en is het niet oneindig waardevoller, naar het beste in ieder mens te zoeken en op grond van dat beste, den mens, zoals hij met ons leeft, lief te hebben? Dezelfde problematiek betrekt zich trouwens op al die begrippen - Liefde, Rede, Recht, Geest, Vrijheid, welke door de hoofdletters buiten de samenleving, op een voetstuk, onaantastbaar, onbereikbaar worden gesteld. Terwijl het er toch op aan komt ze, desnoods met kleine letter, in het leven van alle dag tot werkelijkheid te maken.
Met dat al voelen we heel goed, weer de gemakkelijkste weg te hebben ingeslagen door te zoeken en te onderstrepen datgene, waar we het niet mee eens zijn. Terwijl het toch vóór alles waardevol is, het gemeenschappelijke op te sporen. Het zeer belangrijke van dit boek is de oprechte en onverschrokken geest, die uit iedere bladzijde spreekt: de denkende mens. Zo wordt de russische cultuur-historie op een geheel eigene, vrije wijze belicht; de schrijver laat zich niet richten door traditionele of conventionele normen, maar uitsluitend door eigen innerlijke overtuiging. Van Iwan, Peter en Lenin worden wezensbeschrijvingen gegeven, welke zeker in geen historisch werk te vinden zijn en die, gezien in het cultuurverband van een grotere geschiedkundige periode, zeker méér de waarachtige verhoudingen benaderen. Belangrijk is ook de visie op het materialisme en zijn tekorten. Hoewel dit in de vorm van het Marxisme tijdelijk hoogtij viert in de russische samenleving, zal het toch in de toekomst moeten opgaan in een uit diepere bron opwellende levensstuwing, waarin het nog wel voorwaarde, maar niet meer beheersend beginsel zal blijven. Een le- vensstuwing, gericht op de volledige ontplooiing van de menselijke ziel in liefde èn rede beide. Deze gedachte van de mogelijkheid en noodzaak van volledige zelfverwezenlijking in liefde en logos, in het Zedelijke èn het redelijke beginsel dunkt ons een van de vruchtbaarste van het gehele boek.
M. J. DAAN-STIEMENS.