ossietzky
    en mühsam


    Zij die sterven





    INLEIDING.


    De beoefenaars van kunsten en wetenschappen, vereenigd in het Ossietzky-comité, hebben besloten zich tot Adolf Hitler te wenden, den Leider en Rijkskanselier van het Duitse Volk, teneinde te bewerken, dat Recht verkregen wordt voor Carl von Ossietzky, over wien in deze brochure gesproken wordt.
    Het comité doet hierbij een beroep op alle Nederlanders voor wie de begrippen Menschelijkheid en Recht, Vrijheid en Vrede nog werkelijk beteekenis hebben, om hun instemming te betuigen met het bovenvermelde besluit en den hiernaast afgedrukten brief te ondertekenen.
    Het comité heeft reeds den steun en sympathie ontvangen van duizenden in den lande.
    Niet slechts duizenden echter moeten kracht bijzetten bij deze actie ten behoeve van Ossietzky; een storm moet opsteken binnen onze grenzen, waarvoor Hitler en zijn aanhang moeten wijken.
    Carl von Ossietzky moet vrij! De duizenden slachtoffers in de concentratiekampen moeten weten, dat hun lot de aandacht der wereld heeft, ook van Nederland; dat zij niet geheel zijn overgeleverd aan de machthebbers in het Derde Rijk.
    Weest niet wankelmoedig!
    Vergeet niet, dit het lot der gemartelden in de Duitsche gevangenissen en concentratiekampen alle verbeeldingskracht te boven gaat. Teekent! En zendt het ingehechte formulier aan den secretaris van ons comité: Mr.Drs.A.Börger, Engweg xx, Laren (N.H.). Bestuurders van vereenigingen, die in hoedanigheid van bestuurslid teekenen, worden dringend verzocht het aantal leden, hetwelk zij vertegenwoordigen te vermelden.
    Deze aantallen worden in het aan Hitler te zenden schrijven medegedeeld, opdat hij bespeure, dat duizenden en duizenden in Nederland eischen, dat hij zijn beloften gestand doet.

    VOOR HET OSSIETZKY-COMITË:
    ANNA VAN GOGH-KAULBACH,
    Presidente.
    Mr.Drs.A.BÖRGER, Secretaris.

    -o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

    AN DEN FÜHRER UN RECHSKANZLER
    DES DEUTSCHEN REICHES

    ADOLF HITLER


    Wir, die Unterzeichneten, wenden uns ergebenst an Sie mit dem Ersuchen Befehl geben zu wollen, dass CARL von OSSIETZKY aus dem Konzentrationslager freigelassen wird.

    Sie haben der Welt wiederholt verkündet: dass das Deutsche Volk mit Ihrer Weltanschauung, einverstanden sei;

    dass es eine starke Einheit bilde, seitdem es von Ihren Händen zusammengeschmiedet wurde;

    dass Ihre Schöpfung stark und unerschütterlich sei und von Bestand für tausend Jahre;

    dass die Deutsche Regierung und das Deutsche Volk ihren ehemaligen Gegnern die Hand zur Versöhnung reichen würden.

    Und wieder und immer wieder haben Sie ihrem Volk und der Welt erklärt, den Frieden und nichts als den Frieden zu wollen.

    Auf Grund dieser Ihrer Erklärungen verlangen wir von Ihnen Recht für CARL von OSSIETZKY, da auch er sich nur für den Frieden eingesetzt hat.

    -o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o

    CARL von OSSIETZKY.

    Auteur, pacifist, anti-militairist en dus antifascist. Eerlijk strijder voor menschelijkheid en rechtvaardigheid, verdediger van de Volkenbondsgedachte.

    Ziehier de misdaden, waarvoor Ossietzky is opgesloten in het concentratiekamp "Papenburg" - Esterwegen.

    Ziehier dus ook de vredelievendheid van Hitler.

    Vlak na den Rijksdagbrand werd hij gevangen genomen en sindsdien heeft hij de vrijheid nog niet teruggekregen, leeft hij achter prikkeldraad, voorzooverre men dan van leven kan spreken in een concentratiekamp in het Derde Rijk.
    Ik zal U iets vertellen van dit z.q. leven, een en ander, wat ik vernam van een ontslagen gevangene, die met Ossietzky samen in Papenburg - Esterwegen vertoefd heeft.
    Het voornaamste werk bestaat uit veen-ontginningen en steenen sjouwen, een zwaar werk, waarvoor men speciaal de zwaksten uitzoekt, opdat zij sneller sterven.
    Ook Ossietzky is zwak. Voor enkele jaren nog slechts was hij een gezonde, sterke man. Nu is hij een grijsaard van 44 jaar, trillen zijn handen voortdurend, zoodat hij ze somtijds verbergt, wanneer de S.S. hem observeert, omdat hij niet wil toegeven, dat ze hem lichamelijk vernielen. Nu heeft hij een hartkwaal. En daarom moet hij in het veen graven, tien uur per dag met tweemaal een kwartier pauze om te eten.
    Wie er bij neervalt, laat men liggen om hem, zoodra hij weer tot bewustzijn komt, met stokslagen aan het werk te zetten. Hoe eerder zij sterven, deze slaven, des te liever het den bewakers is; maar niet slechts den bewakers, ook de Regeering in Berlijn, wat blijkt uit de uiterst scherpe reglementen, welke vanuit Berlijn naar de leiders der kampen worden gezonden. Reglementen, waarin onomwonden bepaald is, dat ieder, die de vuile joodsche tweede of derde internationale aanhangt, ter dood gebracht moet worden.

    Tien uur per dag in de gloeiende zon veen afgraven of steenen sjouwen.
    Werken de slaven niet hard genoeg, dan zijn er soldatenlaarzen

    3

    en knuppels, die het tempo kunnen opvoeren, want sterven moeten zij, als het eenigszins mogelijk is.
    Is de slaaf te taai en is tot zijn dood besloten, dan helpt de revolver een handje of de ploertendooder, zooals bij Erich Mühsam. En dan heeft weer iemand "zelfmoord" gepleegd.

    Er zijn er die zelfmoord plegen. Zeker! Er zijn er immers ook genoeg, die krankzinnig worden.

    Ook zijn er die vrijgelaten worden en dan later door spelende kinderen in een veenplas worden gevonden.

    Ossietzky is nog niet gestorven, ofschoon er ondervoeding heerscht bij alle gevangenen; ofschoon de ossenzweep neersuist op bloote ruggen - 25 slagen, die de geslagene hardop tellen moet. Vergist hij zich, dan wordt doorgeranseld tot de gegeeselde bezwijmt of tot de dokter verklaart, dat de patiënt de marteling niet meer kan doorstaan.
    En hetzelfde geldt, wanneer de gegeeselde uiting geeft van pijn. Dat klinkt als een Greuelmärchen, nietwaar?
    Maar de man, die dit vertelde, maakte allerminst den indruk, zich aan eenige overdrijving schuldig te maken.
    Integendeel: hij sprak volmaakt beheerscht, volmaakt rustig, met een rust, die beangstigde.

    Wie dit leest, begrijpt het antwoord, dat Ossietzky gaf aan den journalist-Knickerbocker, toen deze hem vroeg of hij mocht lezen, wat hij wilde.
    Ossietzky, wiens geestkracht ongebroken is, antwoordde - ongeacht de S.S.-lieden, die Knickerbocker omzwermden - "Stuurt U mij iets over het executierecht bij primitieve volkeren".

    De zweep suist neer op den rug van ieder, die tot arrest veroordeeld wordt, om te voorkomen, dit men zich arrest op den hals haalt om zich aan het werk te onttrekken.
    Hoe doorzichtig dit voorwendsel is om de sadistische verlangens der nazi~bewakers te bevredigen, blijkt voldoende, wanneer men zich realiseert hoe het met dit arrest gesteld is.
    Een cel - dag en nacht donker. Eénmaal in de vier dagen warm eten; de overige dagen droog brood en slecht water.

    4

    's Nachts bezoek van al of niet dronken bewakers, die den gevangene dwingen, allerlei liederen te zingen en zich verder vermaken met hem te slaan en te trappen.
    Waarvoor men arrest krijgt?
    Omdat men zich ziek meldt, terwijl de dokter oordeelt, dat men niet werkelijk ziek is.
    Omdat de dokter oordeelt, dat men ziek is, terwijl men zich niet ziek meldt.
    Omdat men eet onder het werk.
    Omdat gesproken wordt, als stilte bevolen is.
    Omdat over politiek gepraat wordt of omdat een lafaard, die in het gevlei wil komen bij de waakhonden, zegt, dat men over politiek of Volkenbond gesproken heeft.
    Dan verdwijnt men voor veertien dagen in de altijd donkere cel en dan striemt de ossenzweep den rug tot bloedens toe.

    "Kultur!" van het Derde Rijk.

    "Als ik het woord "Kultur" hoor, maak ik mijn revolver schiet-klaar laat de nazi~tooneelschrijver Johst een zijner "helden" zeggen in het tooneelstuk "Schlageter".

    "Zeg allen dank, die strijden voor het herstel van de cultuur in Duitschland" zei Ossietzky, toen onze zegsman hem verliet. Over zichzelf sprak hij geen woord.

    En toch moeten wij hem redden uit de hel, waarin hij thans vertoeft, waarin hij uitgescholden, beleedigd, getrapt, geslagen, gemarteld wordt.
    Hij is een der ter dood veroordeelde slaven.
    Maar wij moeten hem redden, omdat hij een koninklijken geest bezit.
    Waaruit dat blijkt!
    Uit zijn geschriften. Uit de "Weltbühne", die hij jarenlang redigeerde, waarin hij de waarheid zeide over het Duitsche militairisme, de Duitsche herbewapening en de politieke onbenulligheid en aanmatiging der Duitsche generaals: waarin hij de corruptie teekende van de Duitsche regeerders, de intriges, die gevoerd werden door lieden als Von Papen en zijn "geest"-verwanten om Hitler de

    5

    macht in handen te spelen. En hij had een scherpe pen, is een der grootste journalisten van dezen tijd. Maar bovenal: hij is volkomen eerlijk, een eigenschap, die niet gewaardeerd wordt in de na-oorlogsche Europeesche samenleving, zeker niet wanneer het de politiek betreft.
    Vóór Hitler aan het bewind geholpen werd door Von Papen en consorten, kwam Ossietzky reeds in openlijke botsing met de toenmalige regeering en werd een aanklacht tegen hem ingediend wegens landverraad en verraad van militaire geheimen.
    Er was geen sprake van landverraad en waarvan hij verder beschuldigd werd. Ossietzky had critiek, felle, bijtende critiek uitgeoefend op het feit, dat de publieke geldmiddelen versmeten werden aan bewapening en geknoei van generaals, feiten, die overal - ook in het buitenland - bekend waren en openlijk in de Duitsche bladen besproken werden.
    Maar Ossietzky was anti-militairist en vertelde in zijn blad de waarheid over generaals, ministers en Ruhrmagnaten en over het militairisme in het algemeen, over al hun nationaal en internationaal geknoei en gekonkel en daarom werd hij vervolgd. En om te voorkomen, dat het schandalige van zijn proces al te bekend zou worden, werd hem geheimhouding opgelegd over alles, wat het proces betrof en werd de zaak behandeld met gesloten deuren.
    Hij heeft zich slechts weinig verweerd, achtte de leden van den Strafsenaat te bekrompen, te versteend om vatbaar te zijn voor een redelijke uiteenzetting en verdediging.
    In zijn eigen blad "Die Weltbühne" van 10 Mei 1932 geeft hij in een artikel getiteld "Rechenschaft" zijn opvatting over de rechters.

    "In politieke zaken zijn zij, alle rechterlijke gedoe, hetwelk zij aan
    "de roode toga verschuldigd zijn ten spijt, trouwe abonné's van de
    " "Leipziger Neueste Nachrichten", dragers van een bekrompen
    "provincie-patriotisme, dat geen raad meer weet met deze wereld,
    "waarin concerns ineenstorten en de jeugd naakt gaat baden.
    "Er moet toch een autoriteit zijn! Deze autoriteit is er in werke-
    "lijkheid, want er is in het wereldbeeld van deze rechters een sterk
    "rustpunt. Over dezen filmband, waarop alles door elkaar rolt, staat
    "een groote gespoorde officierslaars gecopiëerd. Dat is de laatste
    "autoriteit, waarin zij gelooven. Dit is de overtuiging, welke ik hun
    "niet kan ontnemen."

    6

    Men ziet wat deze rechters waard zijn in de oogen van Carl von Ossietzky.
    Denk niet, dat zijn minachting haar oorzaak vond in het feit, dat hij de aangeklaagde was, die zijn rechters beschimpte. Ossietzky is er de man niet naar, zijn gemoedsrust te verliezen, zijn geestelijke zelfbeheersching. Dit bewijst hij nog heden ten dage, nu hij zijn leven moeizaam voortsleept in een omgeving, waar de zweep en de soldatenlaars regeeren, waar het bloed stroomt uit stukgeslagen lichamen, waar de waanzin opvlamt in stikdonkere cellen en blinde haat en dierlijke razernij woedt.
    Ossietszky's opvatting over den strafsenaat van Leipzig is door dit rechterlijk college zelf bevestigd ter gelegenheid van het Rijksdagbrand proces.
    In stillen eerbied hebben de Leipziger rechters geluisterd naar de kazernetaal van den rijksminister Goering; diens dreigement, dat hij de beklaagden wel krijgen zou, als zij maar eerst uit de handen van de rechterlijke macht waren, hebben zij zonder protest aanvaard.
    Dat zij niet alle beklaagden ter dood durfden veroordeelen, is slechts te danken aan het feit, dat de geheele wereld haar oogen gericht hield op deze schandaal-vertooning, op deze bespotting van het begrip rechtspraak.
    Zij konden, behalve Van der Lubbe, geen der beschuldigden veroordeelen, omdat in dit noodgedwongen in het openbaar gevoerde proces, Dimitroff hun elke mogelijkheid daartoe ontnam.

    Voor Ossietzky stond de zaak anders in 1932.
    Weliswaar heerschte toen Hitler nog niet in Duitschland en kon Goering zijn instincten nog niet uitleven ten koste van het levensgeluk en de levensvreugde van duizenden en duizenden. Toen was Duitschland z.g. nog niet fascistisch.
    Maar toen was het wereldgeweten ook nog niet wakker geschud, trachtte het buitenland nog niet te voorkomen, dat de slachtoffers van het semi-fascisme in het donker berecht werden.
    Ossietzky's zaak werd in het geheim behandeld, met gesloten deuren. Staatsbelang was het voorwendsel. Het onrecht, dat aan hem gepleegd moest worden, was de reden.
    De generaals eischten zijn veroordeeling, omdat hij de bekrompenheid en het politieke kwajongenswerk van deze goud- en zilverbetreste politieke amateurs aan de kaak stelde.

    7

    De generaalskliek en de haar steunende oorlogsindustriëelen waren ontstemd en voor deze ontstemming moest Ossietzky boeten.
    Hij boet er nog steeds voor, maar thans erger dan in 1932. Toen behoefde hij slechts 1 1/2 jaar in de gevangenis door te brengen en in dien tijd waren de Duitsche gevangenissen nog niet vervallen tot den staat van middeleeuwsche barbaarschheid, waardoor zij thans uitmunten.

    Toen hij in '32 veroordeeld was, gaven zijn vrienden hem den raad gratie te vragen en als dit geen resultaat opleverde, naar het buitenland uit te wijken.
    Het gratieverzoek werd ingediend, niet in dien zin, dat een beroep gedaan werd op de zachtere gevoelens der regeering, maar als eisch, dat Recht geschieden zou. Een andere weg om dezen eisch te stellen stond niet open, aangezien de senaat te Leipzig in hoog- ste instantie rechtspreekt, terwijl bovendien door het feit, dat de zaak geheim gehouden moest worden, journalistieke middelen uitgesloten waren. De openbare meening kon derhave in deze zaak niet gemengd worden en daarom richtte de verdediger van Ossietzky zich tot den Rijkspresident Von Hindenburg.

    Het gratieverzoek heeft den president echter nimmer bereikt, werd afgewezen door den minister van Justitie. Ook dit beteekende onrecht, zooals de geheele affaire een groot onrecht geweest is.
    Maar wat hinderde het de heeren "regeerders", de vrienden der generaals, die zich wel erg gewichtig kunnen voordoen, zegt Ossietzky, maar toch nooit het feit kunnen ontkennen, dat zij geen kans gezien hebben den oorlog te winnen.
    Wie zoo spreekt over lieden, die hun eigen onbelangrijkheid bewezen hebben, maar desondanks met alle geweld gewichtig willen schijnen, riskeert veel, riskeert in ieder geval onrecht te moeten dulden, zoolang deze lieden de macht in handen hebben.

    Onrecht en vervolging te moeten lijden, schrikte hem niet af.
    "Politieke journalistiek is geen levensverzekering: juist het risico is zijn grootste prikkel" zegt hij in het bovengenoemd artikel "Rechenschaft".
    Daarom week hij ook niet uit naar het buitenland.
    Hij licht dit nader toe in het meergenoemde artikel in zijn blad:
    "Wat te beginnen in den vreemde, wanneer men beladen is met

    8

    ~de beschuldiging van landverraad en verraad van militaire ge-
    ~heimen? Gaat men van een dusdanig etiket voorzien naar het
    ~buitenland, dan zal de rechtsche pers juichen: naar den vijand
    ~gevlucht! En menigeen, die gemakkelijk uit z'n evenwicht ge-
    ~bracht wordt, zal de schouders optrekken: er moet tocht iets niet
    ~in orde zijn.

    ~De oppositie-man die buiten de grenzen leeft, spreekt al heel
    ~spoedig holle taal. De zuiver politieke publicist kan namelijk op
    ~den duur het verband met het geheel, waartegen hij strijdt, niet
    ~ontberen, zonder in overdrijving en scheeve voorstellingen te
    ~vervallen.
    ~Wil men den door en door zieken geest van een land succesvol
    ~bestrijden, dan moet men het lot van het land deelen.
    ~Ik behoor tot geen enkele partij - waarheen dus? Geen der
    ~internationalen neemt mij op, wijst mij een nieuwe plaats aan. Er
    ~zijn buiten de grenzen veel vlotte heeren, die erg graag den
    ~vrede bewierooken, nadat zij hun nieuwe militaire program er
    ~doorgejaagd hebben, en die het Duitsche militairisme zoo veraf-
    ~schuwen, alsof het 't eenigste in de wereld is. Wanneer de ge-
    ~vluchte anti-militairistische Duitscher onder hun bescherming
    ~schrijft tegen zijn eigen generaals en oorlogsdrijvers, dan beteekent
    ~dit, dat hij zijn werk een valsch accent geeft. Want dan dient
    ~hij al of niet opzettelijk vreemde belangen, en wordt een der vele
    ~spreekbuizen voor vreemde propaganda.
    ~Hij moet dan zwijgen over wat hij ziet, om zich te verontwaar-
    ~digen over datgene, wat hij achter zich gelaten heeft en wat
    ~mettertijd niet alleen buiten zijn gezichtskring, maar ook buiten
    ~zijn beoordeelingsmogelijkheid valt."

    En dan verder:

    "De "Weltbühne" heeft altijd een consequente, scherp omlijnde
    ~houding aangenomen en daaruit vloeien voor haar zeer sterke,
    ~verplichtingen voort tegenover hen, die naar haar luisteren en die
    ~haar gelooven. Haar stem kan slechts waarde behouden, als de
    ~verantwoordelijke uitgever zijn geheele persoonlijkheid inzet en
    ~tevens, wanneer de zaak benauwend wordt, niet de gemakkelijk-
    ~ste oplossing zoekt, maar de noodzakelijke.
    ~Iets dergelijks moet ook het Rijksgerechtshof gevoeld hebben.

    9

    ~Want tot aan den avond voor mijn straf inging, heeft niemand
    ~mijn bewegingsvrijheid belemmerd, eerst heden heeft men mijn
    ~paspoort gevraagd. Niets stond mijn vertrek in den weg. Alleen
    ~al uit hoofde hiervan weet ik, dat uitwijken een fout geweest zou
    ~zijn. Het is niet mijn taak, het Rijksgerechtshof het leven aange-
    ~namer te maken."

    Men moet hieruit niet concludeeren, dat Ossietzky in het algemeen de vlucht naar het buitenland door veroordeelden of met gevangenisstraf bedreigden afkeurt.
    Integendeel! Zijn medewerker Kreiser, wiens artikel "Windiges aus der deutschen Luftfahrt" de zaak tegen Ossietzky aan het rollen gebracht had, was, nadat het vonnis tegen hem en Ossietzky was uitgesproken, naar Parijs uitgeweken.
    Deze vlucht heeft Ossietzky hem geen oogenblik kwalijk genomen;
    wèl zijn publicaties in de "Echo de Paris". Hoeveel te meer zou hij thans Kreiser's vlucht gebillijkt hebben, nu in de Duitsche gevangenissen en concentratiekampen de hel is losgebroken.
    Ossietzky meende in 1932 slechts daarom niet te moeten vluchten, om te voorkomen, dat de twijfelaars hun vertrouwen in de zaak, waarvoor "Die Weltbühne" streed, zouden verliezen; en tevens om het Rijksgerechtshof, dat een volkomen onhoudbaar vonnis had uitgesproken, in een moeilijk parket te brengen, teneinde zoo mogelijk alsnog te bereiken, dat het vonnis zou worden herzien. Niet voor zijn persoonlijk belang streed Ossietzky, maar voor den wereldvrede en de vrijheid.
    En zooals gezegd: de gevangenissen waren nog niet in folterholen veranderd en de concentratiekampen met hun namelooze verschrikkingen bestonden nog niet. Ik heb deze uiteenzetting van Ossietzky zelf uitvoerig geciteerd om U een duidelijk inzicht te geven in de karaktergrootheid van dezen man, die bezield was met heiligen ernst voor het hooge doel, dat hij zich gesteld had.
    En dit doel was en is: een menschelijker samenleving dan die, waarin hij leefde, in welke generaals en oorlogsindustrieelen den toon aangeven.
    Daarom wordt hij vervolgd en veroordeeld; daarom ging hij in de gevangenis.
    "Nooit zal ik vergeten" schrijft Lion Feuchtwanger in den brief,

    10

    welke hij aan het Nobel-Comité te Oslo gezonden heeft, "hoe wij, Berlijnsche schrijvers, dezen man Carl von Ossietzky naar de gevangenis begeleidden en hoe de groote deur van dit lugubere gebouw achter hem dichtviel.
    Lion Feuchtwanger en met hen duizenden anderen zijn van meening, dat Ossietzky de man is, aan wien de Nobelprijs voor den vrede dit jaar moet worden toegekend.
    Of hij hem ook krijgen zal?
    Ossietzky is een politiek gevangene, die de zaak des vredes en der menschelijkheid gediend heeft met zichzelf als inzet.
    Maar hij is een politiek gevangene, zij het dan ook in een land, waar van recht en menschelijkheid geen sprake meer mag zijn, waar de ware menschen worden doodgemarteld.
    En er is nu eenmaal in de practijk zooiets als het begrip "bevriende" mogendheid en in de groote politiek is men niet gewoon zich voor zijn vrienden te schamen.
    Zal het Nobelcomité voldoende onafhankelijkheid bezitten, om zich zoo noodig niet te storen aan de eventueele wenschen van de Noorsche regeering?
    Ossietzky's eerste gevangenisstraf werd destijds ontijdig geëindigd op grond van een amnestie~besluit.
    Maar sedert hij den 28en Februari opnieuw gearresteerd werd en thans zonder schijnvertooning van een voorafgaande strafvervolging, is zijn troostelooze, eindelooze lijdensweg begonnen.
    Eerst werd hij van de eene gevangenis naar de andere gesleept, zonder eenige mogelijkheid van rechtsbijstand, zonder eenig uitzicht op een proces. Er was immers geen enkele juridische grond om hem te vervolgen?
    Tenslotte ging hij naar het concentratiekamp Sonnenburg; zijn verblijf in dezen poel van wraak, haat en bloeddorst, na de onafgebroken mishandelingen, welke hij in de gevangenissen had door- gemaakt, hebben hem lichamelijk, maar ook alleen lichamelijk, gebroken.
    Wegens de opheffing van het kamp Sonnenburg begin 1934, werd hij overgeplaatst naar Papenburg - Esterwegen.
    Gegeeseld is hij in dit laatste kamp niet. Het is niet meer noodig. De nazi's weten, dat hij ook zoo wel spoedig sterven zal, want hij is oud en lichamelijk een volkomen ruïne geworden. Het eenige wat men thans voortdurend van hem eischt is werk, dat verre boven zijn krachten gaat.

    11

    Hij is ingedeeld bij de z.g. derde groep, waarin intellectueelen, crimineele misdadigers, Joden en andere voor de samenleving schadelijke elementen, recidivisten, onverbeterlijken en zij, die cel- en lichaamsstraffen ondergaan hebben, zijn saamgebracht.
    Hoe duidelijk Ossietzky de ontwikkeling der dingen in Duitschland voorzien heeft, moge blijken uit de genoemde samenstelling van groep drie.
    In "Rechenschaft" schrijft hij: "Wanneer zal men (politiek) ongewenschte elementen met bigamisten en oplichters samenketenen?" Wie in groep drie is ingelijfd kan alle hoop laten varen, want voor hem is ontslag uit het kamp uitgesloten.
    Tenzij ....
    Ossietzky is ter dood veroordeeld, evenals Bremer, Neubauer en anderen.
    Waarom men hem dan niet eenvoudigweg doodschiet?
    Uit vrees voor het buitenland!!!
    De publieke opinie buiten Duitschland is het schrikbeeld voor Hitler en zijn gezellen, omdat het schrikbewind er alles op zet tegenover het buitenland een goeden indruk te maken. Vandaar de vele vredelievende verklaringen van Hitler; vandaar de herhaalde verzekeringen, dat in Duitschland overal orde en tevredenheid heer- schen, dat in de concentratiekampen alles behoorlijk en menschelijk toegaat, dat gewaakt wordt voor de gezondheid der gevangenen, met het oog waarop o.a. gymnastiekoefeningen zijn voorgeschreven.
    Gymnastiekoefeningen! Plat op den buik liggen en dan met de ellebogen zich voortbewegen; geen ander lichaamsdeel mag erbij gebruikt worden. De zweep en de soldatenlaars zorgen er voor, dat de slaven in beweging blijven, vooruit! achteruit! Kleeren aan flarden. De ellebogen tot bloedens toe opengescheurd. Uitputting! De zweep striemt: vooruit! achteruit!
    De intellectueele, de hoogontwikkelde, gewetensvolle Carl von Ossietzky moet dit alles meemaken, moet over den grond kruipen, turf afgraven, steenen sjouwen, latrines schoonmaken, met "kiebeltonnen" sleepen.
    En terwijl hij dit werk verricht, krimpt zijn al te gevoelig hart ineen, als hij het gillen der gegeeselden hoort, het gekrijsch der waanzinnigen in hun stikdonkere cellen, waar zij dag en nacht doorbrengen, bijna zonder voedsel, altijd zonder bed, met slechts twee dunne dekentjes om zich te beschutten.
    Ossietzky sterft ook zóó spoedig genoeg.

    12

    De hulp van den bloedhond Rudi Kohlenbach, de S.A.~man. die reeds talloozen neerknalde, is voor hem niet noodig.
    Waarom noodeloos schandaal te maken? Waarom de revolver? En bovendien, als dit middel eens faalt? Zooals het faalde bij Hans Brerner, sociaal-democraat, die destijds aan de actie tegen de KappPutsch heeft deelgenomen.
    Bremer is ook een der ter dood veroordeelden. Op zekeren dag sprak Kohlenbach hem aan, vroeg of hij getrouwd was, kinderen had, onderhield zich vriendelijk met hem. Een half uur later schoot hij hem neer. Viermaal knalde de revolver: drie schoten troffen doel, maar Bremer was niet dood.
    Eerst werd hij naar het ziekenhuis vervoerd - een schot door de longen, een door de hand, een in den nek.
    Tien dagen later werd bij teruggebracht naar het kamp. Daar luisterde een spion een gesprek af tusschen Bremer en een anderen gevangene over de oorzaak van den moordaanslag.
    Gesprekken over "politiek" zijn echter verboden; Bremer werd uit zijn bed gesleurd en opgesloten in een cel, ziek, zwak, met nog bloedende wonden in het stikdonkere hol, zonder bed. Eenige malen wierp men een strop in zijn cel, dat hij zich toch maar zou ophangen. Maar Bremer heeft zijn makkers op eerewoord beloofd geen zelf- moord te zullen plegen; dit genoegen gunt hij zijn bloedhonden niet.
    Ossietzky weet dit alles en dit - gevoegd bij het onmenschelijk zware werk, dat hij verrichten moet - verergert zijn hartkwaal, omdat hij al dit leed, anderen toegebracht, niet kan verdragen, omdat het hem wurgt.
    Voor hem zijn alle gevangenen makkers, ongeacht hun maatschappe- lijke afkomst, hun politieke overtuiging; met allen staat hij op vriendschappelijken voet, geeft wat hij te missen heeft aan wie niet hebben.
    De gevangenen mogen n.l. geld ontvangen - geen postpaketten;
    van dit geld (maximum 15 Mark per maand) kunnen zij levensmiddelen en cigaretten koopen in de cantine. Dit klinkt niet onvriendelijk, behalve in dit ééne opzicht, dat de prijzen in de cantine het drievoud bedragen van die, welke in de gewone winkels gevraagd worden.
    200 % extra-winst voor den staat, geperst uit den honger en ellende der wrak geranselde en getrapte slaven.
    Ossietzky moet sterven en zal spoedig sterven.

    Tenzij ....

    13

    Tenzij het buitenland het niet wil; tenzij het wereldgeweten losbarst in een geweldig protest tegen dezen sluipmoord.
    Ik zei U reeds: men durft hem niet dood te schieten uit angst voor de publieke opinie buiten Duitschland, evenals men Neubauer, die met Bremer ter dood gebracht zou worden, op het laatste oogenblik gespaard heeft. Ook voor Neubauer verkiest men den marteldood boven de hulp van Kohlenbach.
    Ossietzky, Neubauer, Dr. Ausländer, Kurt Eisner (de sociaal-democraat), zij allen worden langzaam maar zeker dood gemarteld.
    En de wereld ziet toe.
    Een van de groote verdiensten der Fransche revolutie is geweest, dat zij den folterdood afschafte.
    Zooals in vrijwel alle opzichten, is ook ten aanzien van deze kwestie het nationaal-socialisme teruggekeerd tot de dagen van vóór de revolutie, daarbij alles, wat Europa ten koste van veel bloed en strijd verworven had, met één slag vernietigend.
    En de wereld ziet toe.

    Goering en Rudi Kohlenbach handhaven orde en rust in Duitschland - de rust van het kerkhof.
    Ossietzky en met hem duizenden andere idealisten worden langzaam doodgemarteld.
    De misdaad maakt zich breed; de geest wordt vertrapt.
    En de wereld ziet toe.

    In de wapenindustrieën dreunen dag en nacht de machines; het moordtuig hoopt zich op; de dag der massa~slachting nadert. Carl von Ossietzky, pacifist, anti-militairist en dus anti~fascist, eerlijk strijder voor menschelijkheid en rechtvaardigheid, verdediger van de Volkenbondsgedachte wordt langzaam vermoord; de dag van zijn sterven nadert.
    En de wereld ziet toe.

    Mr. Drs. A. BÖRGER,

    14

    Carl von Ossietzky is bekend geworden als overzichtschrijver van het wereldgebeuren, in het bijzonder van hetgeen in Duitschland plaats vond. Eerst in "Das Tagebuch'' en later in "Die Weltbühne", het orgaan dat door Siegfried Jacobsohn gesticht was, had hij zijn wekelijksche kroniek en van laatstgenoemd blad tevens de leiding. Aan het einde van 1931 werd een proces wegens landverraad tegen hem aanhangig gemaakt. Hij werd tot een langdurige tuchthuisstraf veroordeeld. In December 1932 werd hij op grond van een amnestiebesluit vrijgelaten. In den nacht na den Rijksdagbrand werd Ossietzky gevangen genomen. En nog steeds zit hij in het concentratiekamp Papenburg - Esterwege opgesloten.

    16

    Erich Mühsam werd 6 April 1878 te Berlijn geboren. Hij bezocht daar het gymnasium en studeerde voor apothekers-assistent. In dien tijd begon hij critieken, verhandelingen, gedichten en tooneel- stukken te schrijven. Van 1911-1914 verscheen zijn tijdschrift "Kain". Van 1926-1931 gaf hij een tijdschrift "Fanal" uit. 1 Maart 1933 werd hij gearresteerd zonder dat een aanklacht tegen hem was uitgevaardigd. Op 7 April werd hij van Berlijn naar het concentratie- kamp te Sonnenberg gezonden. In het concentratiekamp Oraniën- burg, in den nacht van 11 op 12 juli 1934 heeft hij "zelfmoord gepleegd".

    17

    ERICH MÜHSAM.

    Mühsam behoorde tot de menschen, die door hun aanleg en karakter in tijden van scherpen maatschappelijken strijd de vervolging a.h.w. uitlokken door den haat der tyrannen en geweldenaars op hun persoonlijkheid te concentreeren.
    Die persoonlijkheid was bij Mühsam gekompliceerd en vol tegenstellingen. Felle agressiviteit, wilde humor en scherp sarkasme, maar vooral een zich verlustigen in het meedoogenloos uiteenrafelen van de zwakheden, fouten en gemeenheden van den tegenstander gingen in hem samen met verfijnde, altijd waakzame deernis en universeel medegevoel. Zeker zal een sterke drang naar verbondenheid den grondslag geweest zijn van zijn aanleg. Zóóvele malen zal die drang en zóó wreed gewond zijn door het leven, dat hij er een gewoonte van maakte, om uit zelfbescherming, de agressieve kanten van zijn natuur naar buiten te keeren, als de egel het zijn scherpe pennen doet.
    Maar onder die pennen verborg een sterk levend mensch zijn pijn, zijn trillend meegevoel.
    Vóór den oorlog schreef Erich Mühsam gedichten en drama's. Dat zijn geschriften uit die jaren de aspiraties van het joodsche volk vertolkten, blijkt wel uit het feit, dat zij in het hebreeuwsch en jiddisch werden vertaald. Gedurende den oorlog bereidde hij zich voor om, zooals alle revolutionnair gezinden, wanneer de groote keer eindelijk zou komen, werkzaam aandeel te nemen aan het sloopen der oude en aan den opbouw eener nieuwe maatschappij.
    Ofschoon, als uit zijn sterk kritischen aard volgde, waarschijnlijk minder konstruktief ingesteld, dan zijn grooten vriend Gustaaf Landauer, behoorde Mühsam toch tot de revolutionnaire intellectueelen, die trachten aan de revolutie in Beieren een socialen, dat is een positieven inhoud te geven. Maar zij waren al te weinigen, die dit wilden.
    De groote meerderheid, bestaande uit, sociaal-demokraten, volgde de lijn van het politieke reformisme. Een kleine minderheid, in zichzelve verscheurd, aanvaardde voor 't grootste deel de leuzen van een abstrakt politiek extremisme.
    Kurt Eisner, Mühsam, Toller en Landauer werden alle het slachtoffer van de onrijpheid der revolutionnaire idee.
    Mühsam en Toller brachten er in tegenstelling tot Eisner en Landauer het leven af, dank zij het feit, dat zij zich reeds in gevangen-
    17

    schap bevonden, toen de Beiersche radenrepubliek door de rijkstroepen bloedig werd onderdrukt. Den 13en April werd Mühsam gevangen genomen; deze datum is niet zonder belang. Waarom?
    Omdat de nazi's hem in 1933 hebben aangeklaagd, betrokken te zijn geweest bij den moord op een aantal burgerlijke gijzelaars, waaraan de revolutionnairen zich gedurende de laatste fase van den burgeroorlog schuldig maakten. Maar toen die moord plaats vond, zat Mühsam al bijna drie weken gevangen.
    In zijn proces trad Mühsam niet op als de voorzichtige intellektueel die probeert zijn rechters gunstig te stemmen.
    Verre van dien: zijn verdediging voerde hij in den vorm van een allerscherpste aanklacht tegen de uitzonderingsrechtbank, in wier handen zijn lot berustte. Het vonnis luidde: tien jaar vestingstraf.
    Onvermoeid agiteerden zijn vrienden voor gratie: na zes jaar bereikten zij eindelijk hun doel.
    In de gevangenis had Mühsam besloten om, zoo hij vrij kwam, zijn verder leven in de eerste plaats aan de verbetering van het lot der politieke gevangenen te wijden.
    Maar de duivel der politiek kreeg hem weer te pakken. In zijn tijdschrift "Fanal" voerde hij den strijd met toenemende felheid en verbittering tegen alle partijen en personen, die hem verantwoordelijk schenen voor de groote misdaad: Duitschland weer te laten afglijden naar de reaktie en het militairisme. In vlijmend scherpe polemieken brandmerkte hij elke leugen, elke lafheid, elke halfslachtigheid, waaraan "links" zich schuldig maakte.
    Maar ook in den tijd tusschen 1925 en 1933 was Mühsam nooit uitsluitend kritisch en polemisch werkzaam.
    "jarenlang zag men in Berlijn in alle vergaderingen van kultureele, humanitaire en links-politieke organisaties den karaktervollen kop van den ouden anarchist. Zijn stroomende welsprekendheid en zijn wilde humor waren in Berlijn spreekwoordelijk." (Hirne hinter Stacheldraht, blz. 13).
    De scherpte van zijn polemiek tegen de nationaal~socialisten kan men begrijpen. En ook de mate van hun haat tegen dezen on- verschrokken strijder in het domein van den geest.
    In den overgangstijd tusschen demokratie en fascisme behoorde "Fanal" tot de tijdschriften, die telkens verboden werden. In het laatste jaar voor Hitler aan het bewind kwam, verscheen het nog slechts een enkel maal!......
    Den dag na den Rijksdagbrand werd Mühsam in zijn woning ge-

    18

    arresteerd en naar de gevangenis in de Lehrterstrasse overgebracht. Daar werd hij niet mishandeld. Maar den 6en April werd hij met nog andere intellektueelen, waaronder Von Ossietzky, overgebracht naar het kamp Sonnenburg. Daar begon zijn martelaarschap. Weken- lang werd hij gruwelijk mishandeld, geen vernedering werd hem bespaard. De nog niet 55-jarige werd binnen enkele maanden een grijsaard, die zijn gehoor volslagen verloren had. Maar zijn geestkracht bleef onverzwakt.
    De mishandelingen duurden voort, tot Mühsam kort na Pinksteren '33 naar de gevangenis te Plötzensee werd overgebracht. Daar ging het hem betrekkelijk goed.
    Maar toen brachten de nazi's het verhaal in omloop, dat hij aan den "gijzelaarsmoord" zou hebben deelgenomen. De berichten daarover kwamen in de bladen. "Zij zijn mijn mans dood geweest" verklaarde Mevrouw Mühsam later tegen den korrespondent van de N.R.C. te Praag.
    Vanaf dat begin September '33 Mühsam's papieren in zijn cel in beslag genomen werden en hijzelf getransporteerd werd naar het koncentratiekamp Brandenburg, behandelden de nazi's hem als een vogelvrije. Na Brandenburg kwam Oranienburg: de hel op aarde. Erger nog dan de lichamelijke pijn door de wreede slagen der gummiknuppels en zweepen zal voor dezen trotschen aristocraat van geboorte en geest de pijn geweest zijn van de satanische aanranding zijner menschelijke waardigheid.
    "Bij de 'afscheidsfuif', die aan de overbrenging naar Oranienburg voorafging, moest Mühsam in een oude pelsjas voor beer spelen: met zweepen joeg men hem over de trappen, die hij voorheen had moeten schoonmaken en waarvan hij het stof had moeten inslikken."
    (De dood van Erich Mühsam. Bevrijding No. 9).
    Maar zij kregen hem niet klein. Triomfantelijk zegevierde de geest over de angsten en sidderingen van het mishandelde lichaam. Er gaat een verhaal over Erich Mühsam hoe hij weigert het Horst Wessellied te zingen en stand houdt in heroïsch geweldloos verzet, alle mishandelingen ten spijt.
    Tot de avond daalt en hij ineenzinkt op zijn stroozak. En hoe hij dan opstaat in den nacht en in geestvervoerinq driemaal achtereen de Internationale zingt. Den volgenden dag moesten zijn pijnigers hem naar een sanatorium voor zenuwzieken overbrengen.

    19

    Maar hij herstelde en de schaarsche berichten over Mühsam, die in de laatste maanden van zijn leven in de openbaarheid drongen, laten geen twijfel opkomen aan zijn psychisch evenwicht. Hij was nog de ontembare strijder van vroeger. Hij wilde den strijd niet opgeven, wat in dat geval beteekent: hij wilde de "justitie" van het Derde Rijk niet het genoegen doen te verdwijnen door zich van kant te maken, Daarom hebben ze hem vermoord.
    8 juli zag zijn vrouw hem bij haar laatste bezoek, opgewekt en levensmoedig.
    In den nacht van 9 op 10 Juli hebben de nazi's hem vermoord en daarna opgehangen. Den volgenden morgen vond men zijn lijk op de latrine.
    Door een werkelijk buitengewonen samenloop van omstandigheden slaagde zijn familie er in het lijk in handen te krijgen, de kist te doen openen en boven alle twijfel te doen vaststellen, dat Mühsam niet zelf een einde aan zijn leven had gemaakt.
    Op de officieele akte van zijn overlijden staat zelfmoord ook niet als doodsoorzaak opgegeven. Het zou niet mogelijk zijn geweest.
    Zal de letterkundige Mühsam voortleven in den tijd?
    Zullen komende geslachten grijpen naar zijn arbeidersdrama "judas", naar zijn vlammende tijddichten, zijn schitterende polemieken?
    Wij weten het niet; wij weten zoo weinig, wat het lot der literaire werken zal zijn, die in deze troebele jaren ontstonden.
    Maar dit weten wij wel: zijn naam zal voortleven, zijn heugenis bewaard blijven, als een der eenzame martelaars, die door den geest bezield den strijd voor menschelijke vrijheid en sociale gerechtigheid bleven voeren, toen vele wanhoopten en het donker was op aarde.
    Zijn vijanden hebben hem den toegang ontsloten tot de geestelijke schatkamer, waar de menschheid de heugenis aan haar helden en martelaars zorgzaam bewaart.

    HENRIËTTE ROLAND HOLST.

    Nadat dit artikel over Mühsam reeds geschreven was, bereikten ons mededeelingen van zijn vrouw Crescentia, met nog eenige bijzonderheden uit zijn laatste dagen.
    Op den 10den Juli j.l. kreeg hij van den S.S.-leider Ehrath den raad zich binnen drie dagen op te hangen, anders zouden anderen dit wel voor hem doen. Mühsam verklaarde, toen hij bij zijn medegevange-

    20

    nen terugkwam, met de grootste beslistheid, dat hij onder geen omstandigheden en hoe ook gepijnigd, de hand aan zichzelf zou slaan. Den volgenden morgen vonden zijn kameraden zijn lijk op zekere plaats, ze constateerden dadelijk, dat hij, de bij uitstek onhandige, nooit zoo'n ingewikkelden knoop in een touw had kunnen leggen.

    Wij laten hier enkele gedichten van Erich Mühsam volgen.

     

    21

    AN DIE SOLDATEN.

        Sauft, Soldaten!
        Dass das Blut
        heisser durch die Adern rinnt.
        Saufen macht zum sterben Mut.
        Sauft! Die Zeit der Heldentaten
        fordert saftige Teufelsbraten
        Sauft! Der heilige Krieg beginnt.

        Sauft und betet!
        Gott erhört
        liebevoll der Gläub'gen Ruf.
        Wünscht, dass er den Feind zerstört!
        Wenn ihr über Leichen tretet,
        dankt dem Herrn, zu dem ihr flehtet,
        dass er euch zu Mördern schuf.

        Feindeskissen
        bettet weich.
        Wo des Feindes Witwe weint,
        ist des Siegers Himmelreich.
        Fremde Weiber - Leckerbissen
        Schnaps, Gebet und kein Gewissen
        Krieg is Krieg, und Feind ist Feind!

        Tapfrer Krieger,
        der vergisst,
        dass ein Herz im Leibe schlägt,
        dess er Mensch gewesen ist,
        eh er Kämpfer war und Sieger.
        Edler Held, der gleich dem Tiger
        blutige Beute heimwärts trägt!

        Heldenscharen
        kehrt ihr heim,
        fielt ihr nicht von Feindeshand.
        In der Brust den Todeskeim,
        Krüppel mit gebleibten Haaren,
        sucht, wo eure Stätten waren
        im zerwühlten Vaterland.

        22

        Qual und Lasten
        sind der Dank.
        Weib und Kind in bittrer Not.
        Euer Heldentum versank.
        Darben lernt ihr nun und Fasten.
        Bettelnd mit dem Leierkasten
        winselt ihr ums Gnadenbrot.

    23

    GESANG DER INTELLEKTUELLEN.

        Rr-r-revolution
        macht man nur mit Liebe.
        Weist den Hetzer von der Schwelle.
        Nur der Intellektuelle
        kennt das Weltgetriebe.

        Unsre Überlegenheit
        wird euch trefflich führen.
        Wählt nur uns in eure Räte,
        dann wird Liebe früh und späte
        eure Seelen rühren.

        Lieb den Bürger, Proletar,
        denn dein Bruder ist er.
        Und verdienst du ihm Millionen,
        mag dich das Bewusstsein lohnen:
        Ihr seid ja Geschwister.

        Sammelt euch zum Klassenkampf
        hinter unserm Schilde.
        Lässt der Bourgeois euch erhängen,
        mit der Künste Zauberklängen
        stimmen wir ihn milde.

        Aber kommts zum Bërgerkrieg, -
        ja kein Blutvergiessen! -
        Auf den Kolben jeder Flinte
        schreibt mit roter Liebestinte:
        Brüder, nur nicht schiessen!

        Folgt dem geistigen Führerrat
        zu des Werkes Krönung,
        Einerseits die rote Fahne,
        andrerseits die Buttersahne
        lieblicher Versöhnung,

        24

        Rr-r-revolution
        macht die Herzen schwellen.
        Lasst die Freiheit uns errichten
        mit den lyrischen Gedichten
        der Intellektuellen.

    25

    DER GEFANGENE.


        Ich hab's mein Lebtag nicht gelernt,
        mich fremdem Zwang zu fügen.
        Jetzt haben sie mich einkasernt,
        von Heim und Weib und Werk erntfernt.
        Doch ob sie mich erschlügen:
        Sich fügen heisst lügen!
        Ich soll? Ich muss? - Doch will ich nicht
        nach jener Herrn Vergnügen.
        Ich tu nicht, was ein Fronvogt spricht.
        Rebellen kennen bessre Pflicht,
        als sich ins Joch zu fügen.
        Sich fügen heisst lügen!

        Der Staat, der mir die Freiheit nahm,
        der folgt, mich zu betrügen,
        mir in den Kerker ohne Scham.
        Ich soll dem Paragraphenkram
        mich noch in Fesseln fügen.
        Sich fügen heisst lügen!

        Stellt doch den Frevler an die Wand!
        So kann's euch wohl genügen.
        Denn eher dorre meine Hand,
        eh ich in Sklavenunverstand
        der Geissel mich sollt fügen.
        Sich fügen heisst lügen!

        Doch bricht die Kette einst entzwei,
        darf ich in vollen Zügen
        die Sonne atmen - Tyrannei!
        Dann ruf ich's in das Volk: Sei frei!
        Verlern es, dich zu fügen!
        Sich fügen heisst lügen!

    26

    GESANG DER ARBEITER.

        Völker erhebt euch und kämpft für die ewigen Rechte!
        Kämpft und erobert die Freiheit dem Menschengeschlechte!
        Reif is die Zeit, Völker erhebt euch zum Streit!
        Duldet nicht Herren noch Knechte.

        Brüder der Arbeit, vereint eure Kräfte zum Bundel
        Einigkeit richtet die Macht der Tyrannen zugrunde.
        Stürzt sie in Nacht! Sammelt die eigene Macht!
        Arbeiter nützet die Stunde!

        Schliesst, Proletarier, ihr den Verband der Nationen!
        Jeder für alle, so sprengt ihr die Liga der Drohnen.
        Baut euch die Welt, die keine Zwietracht zerschellt!
        Lasset den Frieden drin wohnen.

        Machet ein Ende dem Krieg und dern Raub und dem Grauen!
        Gleichheit den Völkern, den Rassen, den Männern und Frauen!
        Gleichheit versöhnt, Arbeit, durch Gleichheit verschönt,
        Wird euch die Freiheit erbauen.

    27

        Brief van HENRI BARBUSSE

        gericht aan het Schutzverband Deutscher Schrift-
        steller ter gelegenheid van de herdenkingsavond te
        Parijs, gewijd aan ERICH MTIHSAM.

    Waarde collega's en kameraden.
    Ofschoon verhinderd dezen avond aanwezig te zijn temidden der Duitsche schrijvers, met wie ik mij in tweeërlei opzicht verbonden gevoel, stel ik er prijs op, mede mijn stem te verheffen tegen den buitengewoon laffen en gemeenen moord - gemeen zelfs binnen het kader van het Hitleriaansch gebeuren - op den edelen schrijver Mühsam. Momenteel is hij de laatste in de reeks van slachtoffers, de laatste martelaar voor zijn heilige overtuiging, zijn groote helderziendheid, welke voortsproot uit zijn groot intellect, hij, de schrijverrechter!
    Gisterenavond hebben in de Salle Wagram achtduizend stemmen fel en woedend geprotesteerd tegen deze misdaad.
    Laat ons ons heftig en dreigend protest verheffen tegen hen, die het aangaat en laten wij ons zoodoende scharen aan de zijde van hen, die met steeds toenemende kracht internationaal den strijd tegen het fascisme voeren.
    Het verdorven Hitleriaansch regime doet een uiterste poging om zichzelf staande te houden, het koste wat het wil, door nieuwe mis- daden.
    Maar daarmede treft het zichzelf, verliest het zichzelf in een bloed- dorstigen waanzin.
    Laat ons niet alle kracht, die in ons leeft, er naar streven, dit regime des doods den dood der schande te doen sterven. De naam Mühsam staat geschreven temidden der hoogvereerde namen van slachtoffers uit ons midden en van onze meesters.
    HENRI BARBUSSE.

28

    Brief van ALFRED KERR.

    gericht aan het Schutzverband Deutscher Schrift-
    steller ter gelegenheid van de herdenkingsavond te
    Parijs, gewijd aan ERICH MÜHSAM
.

    Erich Mühsam, om het leven gebracht door de gemeenste bandieten, die de geschiedenis kent, was in dit leven een onverschrokken en goedig zoon der aarde; een geestelijk strijder, die hooge menschelijke doeleinden heeft nagestreefd en ervoor gestreden heeft, tot het bittere einde.
    Weliswaar weten wij niet, hoe hij precies gestorven is, maar de oorzaken van zijn dood weten wij in ieder geval. En of hij nu zichzelf gedood heeft, of dat hij door deze doortrapte leugenbeesten is vermoord doet er per slot van rekening weinig toe.
    Eén ding staat vast: hij heeft niet toegegeven. Lang heeft hij de martelingen verdragen. Eerst daarna (gesteld dan al, dat hij zelfmoord pleegde) verschafte hij zichzelf het recht weg te willen, niet slechts uit den verschrikkelijken druk, maar uit den verschrikkelijke drek. Dat is het. Hij wilde niet slechts een onmenschelijk lijden ontvlieden - daarom ging het niet alleen. Hem scheen het verlies van het leven een niet te groot offer om een stinkende samenleven te kunnen verlaten. Een zuiver mensch ging heen uit het eeuwig-dierlijke.
    Van te voren had hij de hoogste plicht van wereldlijke heiligheid wonderbaar vervuld.
    Wij kunnen aan hem denken - dat is weinig.
    Maar de met-ons-levenden en de na-ons-levenden inhameren:
    zich zijner (en de andere dooden) door DADEN te gedenken.
    Dat alleen is onze taak!
    ALFRED KERR.

29

    Brief van ARAGON
    gericht aan het Schutzverband Deutscher Schrift-
    steller ter gelegenheid van de herdenkingsavond te
    Parijs, gewijd aan ERICH MÜHSAM.


    Mühsam de dichter is vermoord door de nazi's Omdat Mühsam de dichter wist, dat het lot der dichtkust verbonden is met dat der arbeidersmassa's, omdat hij wist, dat de ware dichtkunst op geenerlei wijze te verzoenen is met de brutale dictatuur van het kapitaal, met het bloeddorstige fascisme, omdat hij het hoofd niet gebogen heeft voor Hitler en zijn stille vennooten, die gemeene zaak maken met de stille vennooten van onze Croix de Feu, onze Jeunesse Patriote, onze Camelots du Roi, is hij gevangen genomen en gemarteld. En alsof dit nog niet genoeg ware, is hij gedood.
    Laat Mühsam het teeken zijn, waaronder al diegenen zich verzamelen, die niet slechts wenschen te protesteeren tegen dezen afschuwelijken moord, maar die bovendien de andere gevangenen in de hakenkruis-hel willen verdedigen en in het bijzonder den grooten schrijver Ludwig Renn, mijn makker Ludwig Renn, wiens glimlach ik nog steeds zie, als op het oogenblik, waarop wij voor vier jaren elkaar verlieten.
    Wanneer wij willen, dat de muren der fascistische gevangenissen vallen en daarbij de beulen verpletteren en om te bereiken, dat de schrijvers, geleerden, denkers van het werkelijke Duitschland levend uit de puinhoopen van het nationaal-socialisme te voorschijn komen, moeten wij ons niet beperken tot een vluchtig protest.
    Laat de moord op Mühsam de aanleiding en het begin zijn van een beweging, waaraan ik, wat mij betreft, al mijn krachten geven wil. Laat ons al diegenen in beweging brengen, die ons kunnen hooren; en laat hen op hun beurt spreken.
    En laat ons onafgebroken materieele hulp vragen en ontvangen van allen, opdat de vrijheidsstrijd voortdure en de gevangenen der bruine Bastille in hun kerkers de hulp en vertroosting ontvangen van onze strijdbare sympathie.
    ARAGON.

    30

    Brief van de Duitsche Liga voor Mensenrechten (Sectie Parijs)

        gericht aan het Schutzverband Deutscher Schrift-
        steller ter gelegenheid van de herdenkingsavond te
        Parijs, gewijd aan ERICH MÜHSAM.

    Nog druipend van bloed is Hitler voor de door hem benoemden Rijksdag verschenen. De plaatsen der vermoorden waren reeds door nieuwe Janitzaren ingenomen. Zevenenzeventig moorden heeft hij bekend; moorden waren het volgens zijn eigen wetten, want hij oordeelde het noodig, zichzelf amnestie te verleenen. Pedant heeft hij een statistiek opgemaakt, zijn slachtoffers gerangschikt in sociale groepen en op grond van de wijze, waarop zij vermoord werden, medegedeeld, dat de actie geëindigd was en zich beroemt op het grenzelooze vertrouwen, dat de voor het noodlot van Roehm sidderenden hem geestdriftig waarborgden.
    Hij heeft zijn eigen vleesch en bloed nog in den dood geschandvlekt, zijn slachtoffers uitscholden voor dronkaards, roovers, verkwisters, gedegenereerden en moordenaars en daarmede heeft hij de waarheid gezegd over zijn eigen beweging.
    En toch heeft hij - zooals altijd - gelogen. De terreur gaat verder: Daar hij brood noch arbeid geven kan, moet hij zijn hongerige aanhangers kalm houden door hun nog meer moordpartijen toe te staan. Aangezien de fundamenten kraken, moeten zijn borden hun loyaliteit door nieuwe moorddaden bewijzen.
    Erich Mühsam, een reine ziel, een edel mensch, is vermoord.
    Nadat hij na den rijksdagbrand in hechtenis genomen was, heeft hij langer dan een jaar onuitsprekelijk lijden verdragen. Thans wordt zijn "zelfmoord" bekend gemaakt.
    De namen der slachtoffers, wier aantal het getal duizend nadert, zullen niet vergeten worden. De geraamten zullen opstaan uit hun graven en getuigenis afleggen tegen hun moordenaars. Als de menschen zwijgen, zullen de graven spreken.
    Maar voorloopig gaat het er om, die thans nog in leven zijn, te redden. Elk der duizenden in de concentratiekampen en gevangenissen verkeert voortdurend in levensgevaar.
    Denkt aan OSSIETZKY, LITTEN, KÜSTER, TORGLER, THAELMANN en hunne ontelbare naamlooze kameraden. Als Hitler morgen weer spreekt van den zoeten vrede, vraagt hem dan: waar is Uw broeder Abel? Het rijksdagbrandproces heeft getoond, dat er een wereldgeweten is, dat wij wakker kunnen schudden. Het woord moet zijn werk doen. Laat ons dus spreken.
    Duitsche Liga voor Menschenrechten.

    31

        Verklaring van RUDOLF LEONHARD
        Voorzitter van het Schutzverband Deutscher
        Schrifsteller.

    Met ontzetting en toorn hebben wij kennis genomen van den zoo- genaamden zelfmoord van onzen collega en vriend Erich Mühsam. Wij kennen Mühsam uit lange jaren van gemeenschappelijken arbeid en strijd; wij weten hoe heldhaftig hij onafgebroken mishande- lingen, vernederingen en martelingen van het concentratiekamp heeft verdragen; wij kennen alle bijzonderheden van zijn leven en strijd en lijden ook gedurende de laatste maanden: zelfs een geloofwaar- diger regime dan he Duitsche faschisme zouden wij niet gelooven, wanneer het ons den zelfmoord van onzen vriend mededeelde. Deze "zelfmoord", die hij nu juist tot na den 30sten Juni zou hebben uitgesteld.
    Wij zullen niet ophouden een beroep te doen op het wereldgeweten en het wakker te schudden voor de veiligheid van Renn en Ossietzky, Thaelmann en Neubauer en om wraak te nemen voor onzen on- vergetelijken Erich Mühsam.
    RUDOLF LEONHARD.

    ---