Band 2 . 1. 22-11-1962 .

De Opdracht aan de Mens. ( 6e lezing )

In maatschappij en politiek moet begrip komen voor een nieuwe ethiek. De tegenwoordige mens heeft geen houvast meer, omdat de oude ethiek berustte op wat nu niet meer geloofd wordt.

Oude normen gaan ter ziele omdat men er niet meer in gelooft. De strijd tussen goed en kwaad openbaart zich vanzelfsprekend ook op maatschappelijk en politiek gebied, meestal op geheel verkeerde wijze. Men spreekt hier zr lichtvaardig over goed en kwaad .

De verdeling socialisten / kapitalisten heeft met goed / kwaad weinig te maken. De toestand voor de arbeiders is vrij veel verbeterd. Vroeger betekende oud en of ziek zijn, aan jezelf overgelaten worden. Geen enkele verdeling in 2 catego- rin heeft zin.

Goed en kwaad zijn niet zo maar in iets onder te brengen.
Nu zitten we met kwantitatief onderscheid.
Bittere armoede degradeert, al was zij ook vaak aansporing.

Grote rijkdom kan ook degraderen.
Rijkdom is niet zonder meer goed of kwaad, was wel het begin van de beschaving.
(Overigens: alles begint altijd verkeerd.) De rijken konden vrije tijd hebben, zich aan kultuur wijden, kunst kopen, verzamelen, stimuleren.
De rijken vormden de aristokratie.

Niemand is zonder meer goed, noch zonder meer verkeerd.

De weg van het mensdom om zichzelf te leren kennen, om tot werkelijk bewustzijn te komen is lang en moeilijk.

In de Renaissance wordt het IK stralend geboren, zich bewust van zichzelf als het WILLENDE .

Beschouwt de wil als alvermogend. Vandaar de ontzettende krachtfiguren. Zij vol- gen hun wil, desnoods gaande over lijken. IK WIL betekende : IK KAN ALLES.
"Waar een wil is, is een weg", zei men toen ( en nog wel .) Oelala . Soms is die weg.... er helemaal NIET . Velen willen dingen, die niet te verwerkelijken zijn. Hebben dan pech.

IK is kern van het bewustzijn.

Geboren door een doorbraak van het bewustzijn uit het (collectiei) onbewuste, naar boven, na een zeer moeizame worsteling van de weg der godsdienst.
De hedendaagse ikjes zijn zeer ikkig, een beetje troosteloos.

Zij hebben naar hun inhoud met het oorspronkelijk stralende IK niets meer te maken . zijn afgesnoerd van de oergrond van het onbewuste, het creatieve, waaruit het IK altijd weer kracht moet putten.

IK is altijd het centrum van het bewustwordingsproces. Als het is afgesnoerd is er geen wording meer. Dan hangt het Ik in de lucht. Richt zich dan op het hebben, het verkeerde zijn.

Houdt op IK WIL te zijn. Is ondergegaan in het hebben, het materialisme, de hebzucht. Let op het woord hebZUCHT : d.w.z. het IK wordt overheerst door het hebben, beheerst dat niet meer zelfstandig. Legt wil niet meer op, laat zich door de dingen overweldigen.

We dienen de hebzucht te zien als SCHADUW . Niet in de sfeer van het Zijn, verzonken in de duisternis van het onbewuste, waarin het begeren heerst.

Het grote begeren naar de dingen. Hebzucht is begeren om het hebben.

De mensen stapelen hun huizen vol. Waarom ?

Hebzucht is (ook) niet hetzelfde als machtswil.

De grote zakenmensen, de topfiguren, interesseren zich niet meer in inkomen.

Zakendoen, dat is macht uitoefenen, gezag in de wereld hebben.
Daarom is er voortdurend oorlog. Economische veldheren, altijd er op uit concurrenten terug te dringen enz.

Vroeger reisde men per schip naar Amerika. Daarop vaak zeer rijken, en dus ... daarop ook altijd oplichters, valsspelers, legden kontakt, een kaartje.
Lieten de rijke winnen tot hij duizelig werd van al het geld om hem daarna radikaal te plukken. Zo'n man wist van geld niets.