Band 2 . 2 .

De opdracht aan de mens, vervolg.

140 Hebzucht is ook niet helzelfde als wil tot eigendom. Die heeft een andere strekking. Interessant. Vloeit voort uit het feit dat de mens oneindig is en tegelijk verstandig. Als hij niet oneindig was had hij niet zo'n behoefte aan hebben, wel aan eten , drinken enz. Hij is ook verstandig en houdt derhalve vast aan de gedachte dat hij oneindig is, met geloof in een oneindig leven na de dood.

152 Weet niet, dat de oneindigheid zich beéindigt, het eindige produceertyvi In het oneindige is het einde vooronderflsteld, het moet er dus uit geboren worden.

Maar de verstandige handhaaft zich, hardnekkig, aanvaardt zijn eindigheid niet.

160 wil dus zijn grenzen overschrijden, komt dan bij de natuur, die tegenover hem staat. Natuur is wezenloos, de mens wezenlijk.
Slavernij dan ook onmogelijk, die moest vanzelf verdwijnen. De slaaf is im- mers wezenlijk en moet dus voor-zich worden. Niet de verschijning zijn van een ander.

169 Ieder is voor zich als verschijning en probeert de grens over te gaan door zich wezenloosheden toe te eigenen, waarin hij zijn wezen tracht uit te drukken. En ook uitdrukt. Overigens nn niet meer; Men koopt alleen nog maar '2 standaardproducten, waar niets eigens aan is.

Toe-eigenen, in bezit brengen, zich uitdrukken ( daarom "bezit heilig"). Maar het wezenloze is SCHIJN, IS wel.

185 Schijn is verschijning van niet-Zijn.
Mens is wordend als Wezen. Het ding is buiten alle idee. Raast rusteloos door de i oneindige ruimte, omdat het zijn rust, zijn wezen zoekt. Wat het nooit kan vinden.

193 Als alleen verschijning, verschijning van ideeloosheid. In waarheid niets dan schijn. De mens is verschijning van Wezen, idee-voor-zich. Dus principieel anders.

De mens is de grote uitzondering. Diea aanloop, aankondiging, nog niet het wezen dat zich volledig openbaart als in waarheid EINDIG, in principe.

205 Men neemt in bezit. Kan ge- en verbruiken. Alles gaat voorbij. Aan het verbruik toont het bezit dat het in werkelijkheid niets is dan schijn, want het gaat voorbij, restloos.

WIJ NOOIT!!

Al wat we zeggen, doen, nalaten, heeft invloed op anderen, hoe miniem ook. Alles geven we door. Dus zijn we ook niet "weg" als we doodgegaan zijn.
Wij, de altijd ons mededelenden, doende, nalatende... Event. is er de zonde van de nalatigheid. De grote zonde van India is, dat het teveel nalaat.

Men vergeet er teveel de Aarde, let teveel alleen op het zieleheil.
China niet, Japan secundair niet, Z.O.Azie wil NIET DOEN.

235 We eigenen toe, verbruiken. Bezit toont schijn-zijn. Openbaart zich eenzijdig. De waarheid van het bezit is niet in het verbruiken maar komt in de vervreemding te voorschijn. Zo heffen we het bezit op en handhaven het tevens. We laten het als schijn voortbestaan door deze daad.

Ook bezit is eenheid van tegendelen.

250 De meest bewuste is, wie zich weinig om bezit bekommert, zich bewust is on- eindig te zijn op eindige wijze. De grote massa kan dit inzicht niet heb- ben. Voor de grote massa gaat het om bezit ... van standaarddingen. Standaard-IKjes. Niets byzonders.

258 Begrijp goed, dat de mens het meeste zijn persoonlijkheid uitdrukt in datgene wat niet nuttig is. Kunst enz. Het direkt nuttigais soort noodzakelijk kwaad.

Algemeen uitgewerkt: de mens wil laten zien dat hij niet slechts zo'n onbelangrijk moleculetje is, dus koopt hij LUXE. In luxe wil hij tonen méér te zijn dan enkele, simpele verschijning

---