Infor-
matie.

 

DE MENS IN HET HEELAL

Serie van 6 lezingen door Mr.Drs.A.Börger, okt.-nov. 1960.
Aantekeningen van C.Joon
Eerste lezing, 11-10-1960.

 

De wetenschappelijke grondslag van deze serie lezingen wordt gevormd door P. Teilhard de Chardin's boek "Het Verschijnsel Mens".
Steeds moeten wij van de nieuwste wetenschappelijke gegevens uitgaan, die we uiteraard wijsgerig zullen verwerken.
Misschien wekt het enige verbazing, dat hier wordt uitgegaan van het werk van een Jezuiet, terwijl ik (Börger) bekend sta als anti-clericaal, fel tegenstander van elke onvrijheid van gedachte, elke dictatuur enz. En de R.K.Kerk is volslagen onvrij.
Teilhard de Chardin is echter niet slechts Jezuiet, maar een der grootste geleerden van onze tijd op het gebied van geologie en paleontologie, en dáár gaan we vanuit.
T.deCh. heeft een grote studie van de zoogdieren uit het laat-tertiair (ca. 60 - 1 miljoen jaar voor onze tijd) gemaakt en was bij de expeditie, die de Homo Pekinensis vond, een der oudste vormen van menselijk zijn.
Hij is een consequent aanhanger van de evolutieleer.
Het is een van de typische dingen van de R.K.-Kerk, dat binnen haar organisatie een dergelijke figuur mogelijk is. Er zijn ook anderen, b.v. iemand, die het woord "primitief" beslist niet wenste te gebruiken omdat dat iets met een evolutie-gedachte te maken zou kunnen hebben. De Jezuieten-Orde had bezwaar tegen publicatie van T.deCh's werk, zodat het pas na zijn dood (1955) uitkwam, met medewerking van familieleden en div. geleerden uit verschillende milieu's.
Hij was een zeer serieus wetenschapsman, die poogde de cosmos te doorschouwen.
Als zeer gelovig mens komt hij vervolgens tot een zeer merkwaardige conclusie omtrent de toekomst.
Zijn werk is niet bepaald lectuur voor leken.
Merkwaardig is ook zijn christologie.
Als wetenschapsman redeneert hij vanuit een vastgesteld beginpunt.
Dat kan hij, juist als wetenschappelijk denker, doen ; wij niet.
Dit beginpunt noemt hij het Punt Alpha.
Hij werkt o.a. met de theorie (voor het ontstaan van de hemellichamen) van een soort ontploffend "oermolekuul". Daarmee zou een enorme hoeveelheid energie gegeven zijn, en, oppervlakkig beschouwd, misschien ook het (schijnbaar) van ons wegvluchten der (ver weg gelegen) melkwegstelsels en nevels verklaarbaar zijn.
Die nevels enz. vluchten echt niet zoals ze schijnen te doen.
T.deCh. is tot het inzicht gekomen, dat naast het zich steeds meer uitbreiden ook convergeren nodig is, concentratie.
Dit vinden we in het "Punt Omega".
Dit is tevens het punt van ontmoeting met God, die de wereld te buiten gaat maar tevens doorwoont. Als dat laatste is hij Christus.
Alle wetenschappelijkheid moet wijsgerig verwerkt worden door de "wetenschap der wetenschappen", het wijsgerig denken.
Het Universum is volgens T.deCh. een totaliteit, niet statisch maar dynamisch. Een voortdurende ontwikkeling ; energetisch proces.
Hij baseert zijn werk op empirische gegevens, feiten, waaruit hij vooral de "Wet der Herhaling" afleidt.
Het is al meer gezegd : alles herhaalt zich. Doch altijd anders, op andere wijze. Daarom leren de mensen zo weinig van de geschiedenis.
T.deCh. komt tot een interessante heilsverwachting. Aangezien het Christendom vastgelopen is kan deze heilsverwachting misschien gunstig zijn, werken als stimulans tot een herleving van het Christendom.

 

Mens in Heelal 2

Het mensdom is volgens T.deCh. niet op de goede weg. De laatste 150 jaar is enorm veel geestelijke energie vrijgekomen, waarmee men geen raad weet. Ze wordt volgens T.deCh. teveel aangewend voor "eten en doden'' ("Eten" door hem min of meer bedoeld als bevredigen van het IK, streven naar het "goede leventje", oorlog en oorlogsvoorbereiding) Daar dient een mens z'n leven niet aan te besteden en dat laat hij duidelijk blijken.
Wij zullen hem tot op zekere hoogte volgen.
De mens is zo iets geweldigs, dat we uitdrukkelijk moeten stellen, dat het streven naar "het goede leventje'' is een zich, als Mens, wegsmijten, verslingeren.
Spreker ziet zijn lezingen als een poging de mens in z'n waarde, in z'n geweldigheid, te herstellen.
De Europeaan verslingert zich op een afschuwelijke wijze.
Tenslotte zag de Europeese mens kans de geest geheel los te maken van de natuur. De primitief, China, India (ondanks z'n grote dromen konden dit niet, kwamen niet los van de natuur. Europa bevrijdde de geest van alle natuurlijke banden. Als eerste doordacht de Europeaan wat het zeggen wil mens te zijn. Men heeft het nog niet begrepen. In het Christusverhaal, in de Bijbel, wordt het op kinderlijke wijze verteld. In b.v. de film "grazige weiden" wordt het zeer goed ge~ toond. "God" (in die film) huilt op een gegeven moment, dat de Golgotha-periode verbeeldt. D.w.z. deze God (de Mens) kwam tot het medelijden, tot inzicht van het leed. Het Christendom bereikte dit.
De Grieken konden het niet, de Romeinen nog minder. De Germaanse volken wel. Hun Odin lijdt, hangend aan de Wereldes, 9 dagen en nachten om het levensgeheim te doorgronden.
De geest moet zich ontworstelen aan de materie om zichzelf te kunnen zijn. De geest is in de cosmos alleen voorhanden als de mens. Deze dient dan ook z'n natuurlijkheid te bestrijden, want het natuurlijke is in beginsel onvrij ; de mens is het beginsel van de vrijheid. Ascese is niet juist, want geen werkelijk losmaken van het natuurlijke, dat slechts tot de dienaar van de geest gemaakt moet worden.
"Het Verschijnsel Mens" is de titel van het hier behandelde boek van Teilhard de Chardin.
Spreker hoorde hier toevallig van, van een onkerkelijk iemand, die het had aanbevolen gekregen door een gerelormeerde Prof. Dus moest het wel goed zijn, want anders gebeurt zo iets niet in ons verzuilde landje. " Ieder in zijn eigen hokje met zijn eigen alleenzaligmakende leer ". Dat dit gebeurde is derhalve een verheugend verschijnsel. Zulke zijn er wel meer, al leest men ze gemeenlijk niet in de krant. T.deCh. onderscheidt 3 fazen, denkt vierdimensionaal, zoals ook heel de moderne fysica. Dit is wel goed, want de dingen zijn nu eenmaal in ruimte en tijd. Dat kan niet anders.
T.deCh. ziet de cosmos als een totaliteit in wording, steeds evoluerend. Tot goed begrip is terugschouwen dus noodzakelijk, dus doet de tijd mee.
Wijsgerig gezien is dit ook juist, want Zijn = Worden. En aan het Worden wordt het begrip tijd vanzelf meegebracht.
T.deCh. onderscheidt aldus een previtale fase, die aan het leven vooraf gaat, zuiver geometrisch, chemisch. Dan de vitale fase, waarin het leven op aarde komt. Tenslotte de "hominisatie" van het leven.
In en uit het leven wordt de mens geboren, dus het (echte) bewustzijn. Het dier heeft nog geen echt bewustzijn ; het weet wel, maar weet niet dat het het weet.
Zie, ondanks het principiële verschil, NIET op het dier neer. De mens is er uit voortgekomen.

 

Mens in Heelal 3

De mens kan vrij denken.
Het denken maakt zichzelf tot object, verwerkt heel het Heelal, God incluis, tot begrip.
T.deCh. doet dit als gelovig mens niet. Hij constateert wetenschappelijk, laat het doordenken der gegevens aan wijsbegeerte (en theologie) over.
Tussen geloven en begrijpen is een principieel verschil, al is het ook weer niet zo, dat er geen verbinding zou zijn, dat ze volslagen gescheiden zouden zijn. Voor men alles wijsgerig kan verwerken is wel nodig het geloof dat men dat zal kunnen, dat men alles zal kunnen begrijpen.
Alles is volgens T.deCh. een kwestie van energie. Dat zei Einstein ook. Verder concludeert hij dat al deze energie, en dat geldt ook b.v. ten aanzien van het licht, "verkorreld" is. Ook het licht is "verkorreld" volgens de moderne natuurkundige opvattingen, in IMATERIËLE quanta. Dat ook de fysica zover gekomen is, is een vooruitgang.
Elk quantum is CONCENTRATIE van energie.
Volgens T.deCh. kunnen we niet verder teruggaan dan tot deze energieconcentraties. "Zo begint de materie". Als dit een begin is, zegt de wijsbegeerte, moet daar dus een fase aan voorafgaan. Een fase, waarin de energie nog niet was gedifferentieerd in de oneindige veelheid van minuscule partikeltjes.
Dit moet volgens T.deCh. "Een onomschrijfbare gedaante van golfachtige aard " (geweest) zijn.
Hieraan is te zien, dat denken moeilijk is, want T.deCh. omschrijft het zelf reeds, maar merkt het niet.
Onze terugschouwende blik verliest zich tenslotte in de "nacht der tijden". Klinkt wel dichterlijk. Vragen wij ons af : Wat is dan die tijd ? Alles speelt zich af in tijd en ruimte.
Wij aanschouwen de ruimte. Die aanschouwende aanschouwen we.... enkel leegheid. DE ruimte is een aanschouwelijkheid van niets. Omdat ze dat is, dus Niet-Is, (Niets is), kunnen we alleen zeggen, dat ze niet-beperkt, onbepaald is, eindeloos, alleen denkbaar. Zo is ook het punt. Dit "bestaat" niet, is begrenzing zonder ruimte.
Alles roept zijn eigen tegendeel op.
De onbegrensde ruimte kan zich alleen ontkennen als het ruimteloze begrensde.
De ruimte is uiterlijke ervaring. De tijd is een innerlijke ervaring, en evenals de ruimte.... niets. Daarom hakken wij hem in stukken om er houvast aan te hebben. Maar let wel : niemand kan zeggen hoe laat 't is. We kunnen de tijd niet vasthouden, geen fractie van een seconde ; hij vloeit, "glipt ons door de vingers".
De tijd is eenheid van verleden en toekomst, van niet-meer-zijn en nog-niet-zijn. Twee (negatieve) vormen, die elkaar ontmoeten als het (positieve) heden. Dit NU is niet anders dan de omslag van toekomst in verleden.
Zoals de ruimte ontkend wordt in het punt, zo kent ook de tijd zijn "punt", het "tijdstip", ideëel punt, d.w.z. alleen denkbaar, begrenzing van niets, nooit vast te leggen, altijd vervloeiend.
Zo hebben we het Niet-Zijn als Ruimte en Niet-Zijn als Tijd.
Al wat verschijnt of wat we ons voorstellen, vindt plaats in ruimte en tijd. Allebei hetzelfde, zich alleen verhoudend als uiterlijk : innerlijk. Wanneer we terugzien komen we aan het punt dat we ons de werkelijkheid niet meer kunnen voorstellen. D.w.z.: de werkelijkheid verdwijnt in de tijd. Valt dan dus buiten de tijd, dus in de eeuwigheid.
De eeuwigheid duurt niet lang, heeft geen begin en geen eind, kan deze niet hebben, is niet tijdelijk. Eeuwigheid is oneindigheid, alleen als in en om zich geslotenheid.
Wat het Heelal ook altijd weer vertoont, dus toont het dat

 

Mens in Heelal 4

het wezenlijk eeuwig is. Ook elke (echte) liefde is eeuwig (al duurt ze maar een uur), want ook zij is een zich sluiten in en om zichzelf.
Verliefdheid is een verheven verschijning van de aantrekkingskracht. Als we 't ons niet meer kunnen voorstellen vallen tijd en ruimte weg. Tenslotte is er alleen nog te (be-)redeneren.
Het Heelal probeert het altijd weer te zeggen, dat de dingen eenheid zijn van eindigheid en oneindigheid. Dus ligt de bolvorm (boloppervlak is oneindig!) in de rede.
Het Heelal evolueert zich. Zo komt er telkens weer een nieuwe laag te voorschijn (om met T.deCh. te spreken). Telkens anders, zo U wenst "hoger". De nieuwe laag moet in de oude voorondersteld zijn, in aanleg aanwezig geweest zijn. Anders kan hij er niet uit te voorschijn komen. De mens, het bewustzijn, moet dan ook in de meest elementaire laag aanwezig geweest, als mogelijkheid, aanleg, potentie, anders... enz. zijn.
Het Heelal is dan ook te zien als een geweldig proces van bewustwording. Een gesloten proces. Alles eigenlijk heel vanzelfsprekend.
De bewustwording moet, op andere wijze, voorondersteld, zijn, dus in het Heelal eeuwig aanwezig. Immers het Zijn (= Worden) is eeuwig aanwezig. Er is ook ander bewustzijn dan alleen 't menselijke.
Bij niets is de categorie van het Zijn weg te denken, ook niet bij het Niet-Zijn, dat eveneens alleen denkbaar is. Het Zijn is nergens weg te denken, het is de categorie van de eeuwigheid, d.w.z. absoluut. Niets valt er buiten. Het is, gelijk alles, slechts te omschrijven in eigen tegendeel, het Niet-Zijn.
Zijn, uitgedrukt in de categorie van het Niet-Zijn is het niet-zijn van het Niet-Zijn = het absolute Niet-Zijn.
Zijn en Niet-Zijn zijn in de grond der zaak volkomen identiek, één en hetzelfde. Daarom is er ook maar één vorm van Zijn, dat is Worden. Worden : nog niet zijn wat het zal zijn en niet meer zijn wat 't was. Het Worden is absoluut. Het omvat alles, ook ruimte en tijd.
Zijn is in de grond van de zaak Niet-Zijn. Daarom houdt niets stand, gaat alles voorbij. Dat is niet droevig bedoeld.
Als de mens zichzelf ruimer kon zien en niet zo aan zijn IK vastzat, was alle droefheid om het sterven weg.
Het Zijn maakt zijn wezen waar (dat is Niet-Zijn te zijn) door alles te ontkennen. Alles wordt en verwordt, gaat voorbij. Het Zijn is niet anders dan een flits tussen de 2 polen van nog-niet en niet-meer zijn.
Als het Niet-Zijn zich verabsoluteert wordt het Zijn en raakt zich waar door dat Zijn dan weer op te heffen.
Deze flits, deze lichtstraal in de cosmos, is het menselijk zijn, het Zijn van de Mens.
Om zuiver menselijk te zijn (= te worden) dient men het natuur IK te verloochenen. Het IK is concretisering van het algemene. Dit verloochenen is dan ook niet makkelijk en van een jong mens niet te verwachten.
Om inzicht te verkrijgen is rijpheid nodig, dus ook eten van de "boom van de kennis van goed en kwaad".
Wie doet geen kwaad ? Wij allemaal doen kwaad, ook wanneer wij het goed(e) bedoelen. Heel de maatschappij doet tegenwoordig mateloos veel kwaad. De mens moet nog veel leren.
Probeer te begrijpen, dat het Mens-Zijn de belangrijkste functie van heel de cosmos is!!!
Want wat komt in en als de mens tot bewustzijn ? Heel het Universum leert in en als de mens zichzelf te begrijpen.
Anders gezegd : in en als de mens komt God tot inzicht omtrent zichzelf. De Idee wordt Zelfbegrip, zuiver begrip, absolute Idee.
Dat is het doel van de cosmos. Het kan niet anders.

 

Mens in Heelal - 5

T.deCh. zoekt de zin van het leven in de cosmos. "God moet daar toch iets mee bedoelen?" God KON NIET ANDERS , is aan de wetmatigheid gebonden.
Zijn is de categorie waarvan alles afgeleid kan worden. Er kan niet niets zijn, want deze negatie (van Zijn) brengt het Zijn aan zich mee. Keren we terug tot onze aarde. In de previtale fase is hij nog geheel onbewust. Vitaliseren (d.w.z. als de materie zich vitaliseert!) : er komt een begin van bewustwording.
De materie MOET óók de mens te voorschijn brengen. Het Heelal is wordin van het bewustzijn, uitgaand van onbewust-zijn. Dat kan niet anders. Het tot bewustzijn komen geschiedt aldoor.
De Aarde werd geboren en ontwaakte tot de mens. Dit is een individuatie in het Heelal van cosmische energie, concentratie.
De aarde was geboren en sluimerde. Bewustzijn sluimert altijd eerst. Dat is het onbewustzijn. De Grote Moeder en haar Zoon.
De mens weet het allang, doch weet dat niet..
Het wakker-worden is het ontstaan van leven.
Als de mens wordt de Aarde klaarwakker.
De Aarde gaat voorbij. Dan ontstaat elders een andere.
Altijd wordt Zijn van aanvankelijke Idee tot absolute Idee. Dit is een oneindig proces. Ook Aarden worden geboren en sterven.
Dit houdt nooit op. Want de categorie van het Zijn is eeuwig!

Pause

Er werd gevraagd wat te verstaan is onder "vierdimensionaal denken" We kunnen de ontwikkeling zien als gewoon oorzakelijk en statisch.
Vierdimensionaal denken wil zeggen : alles zien als totaliteit-in-ontwikkeling, totaliteit van ontwikkeling. Het heden is dan ook alleen goed te begrijpen in volledige samenhang met het verleden.

Het is typerend voor onze z.g. onhistorische tijd, dat men dit nu juist niet doet. (En dan ook b.v. voorstelt om onderwijs in geschiedenis aan H.B.S. en Gymnasium flink te beknotten.)
Alleen in en door de ontwikkeling kunnen we begrijpen wat alles is. Als wordingsgeschiedenis.
Bewustzijn is het proces der bewustwording. Nooit statisch, nooit àf. De specialist sluit zich af, omdat hij van de totale samenhang der wording afziet.
De geschiedenis der Aarde is een doorgaand, evolutioneel proces, dat leidt naar bewustwording, verruiming van bewustzijn.
Dit laten de geologen enz. ook blijken: zij ontdekken telkens nieuwe dingen. Zo zag men kort geleden de geboorte van een zon.
De electronica helpt hierbij geweldig. Denk niet aan de electronische rekenmachine, doch aan de electronische apparaten in de laboratoria enz. We zien steeds meer, verder, enz. in het heel kleine en in het heel grote. Het bewustzijn wordt dus steeds rijker. De cosmos wordt dus steeds bewuster omtrent zichzelf!.
Let wel : er zijn geen "feiten-op-zichzelf". Niets is "op-zichzelf". Alles is alleen voor-zichzelf en/of voor een ander/iets anders. "op-zich" is alleen potentie, aanleg, nog niet eens een zaadje.
Alles moet zich ontwikkelen.
Bewustwording, steeds verder, steeds meer.
DE COSMOS IS NIET ZONDER BEWUSTZIJN.
Deze twee zijn niet te scheiden, al doet het natuurkundig bewustzijn dit nog wel.
Het object is niet, kàn niet zijn zonder het subject.
Zonder oog geen licht, b.v. Het oog MAAKT van bepaalde electromagnetische krachtvelden "licht". Enz.

 

Mens in Heelal 6

Zonder de geest is er geen schoonheid in de wereld.
De geest, als ordenend, harmoniserend beginsel, maakt alles redelijk. Wij leggen alles van onszelf in de dingen en nemen het er dan weer van terug. Wij màken die schoonheid, enz.
Het vermoeden hiervan is in de natuur wel aanwezig, instinctief. Daarom werkt de pauw met kleuren, om de hen te lokken, b.v.
Zonder bewustzijn is de cosmos niet wat zij is.
Zij moet de mens voortbrengen. die is nooit weg te denken. De mens is niet gekomen als gevolg, van een gril van God, hij was aan de wetmatigheid gebonden van Zijn -- Niet-Zijn.. Worden -- Verandering -- eindeloze differentiatie, tegenover eindeloze concentratie.
Zonder concentratie zou alles vervagen, in het oneindige vervluchtigen. Wat aan z'n uiterste komt, komt aan z'n grens, dus aan het andere. Aan die grens is het ene één met het andere.
Alles is in de grond van de zaak E E N.
Dus streeft ailes naar éénwording: concentratie, zich terugbuigen op zichzelf. Vandaar de bolvorm, de algemene vorm in het Heelal.
De Eenheid MOET zich stellen, maar kan dit slechts (dus zich openbaren) als Veelheid.
De verschijnselenwereld kan slechts een veelheid zijn. Alle verschijnselen zijn bepaald, beperkt. Al is het nog zo groot (B.v. Betelgeuse). Groot en klein zijn slechts relatief. Ook in het heel kleine is de concentratie waar te nemen.
Het Zijn is pas werkelijk als het tot verwerkelijking komt.
Al wat wij daaraan meedenken moet zijn, is ook, moet werkelijkheid worden. De verschijnselenwereld is een werkelijkheid van niets. Het verschijnsel (daar zit het woord "schijn" in!) is schijn van Zijn, in waarheid Niet-Zijn. Daarom gaat 't voorbij.
Bewustzijn en Cosmos zijn twee aspecten van hetzelfde. Niet uit elkaar te denken.
Hoe verder we doordringen in ultra-groot en ultra-klein, hoe meer de Cosmos zich bewust wordt.
De wereldziel is geschikt door de bewustzijnsverruiming van de laatste ongeveer 150 jaar.
Eerst, lang geleden, werd de Aarde als centrum gezien. Daarna promoveerde de Zon tot centrum van het Heelal. Nu weet men, dat de zon slechts één van de miljarden Zonnen is van ons Melkwegstelsel. En dat is nog niet eens in het middelpunt van het Heelal.
Dat middelpunt is overal en nergens, want het Heelal is oneindig!!!
De "verkorrelde" energie, als materie, ook als de allerkleinste deeltjes, vertoont concentratie èn differentiatie.
T.deCh. noemt nog een wet: naarmate de materie, en later het leven, zich ontwikkelen, wordt in het leven ontdekt, dat alles des te complexer wordt. Dat is overigens logisch.
Door de ont-wikkel-ing komt er meer uit, dus ziet het geheel er ingewikkelder uit. Dit is geen woordenspel.
Daarom hebben wij het zo enorm druk met ordenen. Ordenen is een menselijk beginsel, dus in zoverre is dat wel in orde.
Dit complexer-worden zien we ook in de previtale fase.
In de kernen der Zonnen, waar de delen (der materie) uiteenliggen in negatief en positief, treedt concentratie op, waardoor de atoomkernen ontstaan. Deze worden tot atomen, atomen tot molekulen, en tenslotte tot de z.g. macromoleculen (nog maar voor kort ontdekt).
Dan komt het virus. Een vreemd verschijnsel, tussen molecule en cel. Het virus ontwikkelt zich zodra het in aanraking komt met levende materie, anders niet.
Het kristal "groei" alleen uiterlijk, leeft niet. Er zijn ook gekristalliseerde virussen.

 

Mens in Heelal 7

Er is nog een ander aspect: het bewustzijn moet zijn van den beginne. Het valt buiten de tijd. Dit komt overeen met wat het Oude Testament zegt ("In den beginne was het Woord"!).
Alle primitieven verhalen over "eens". Dat is voor hun besef buiten de tijd.
" Er was bewustzijn ". (W A A R ???)
T.deCh. zegt (nota bene!) : als het te voorschijn komt moet het er geweest zijn.
Leven - innerlijk - spontaniteit, dat is volgens T.deCh. allemaal hetzelfde.
Bewustzijn omschrijft hij eens als "de voering van het materiële". Alles is voorlopig uiterlijk.
Op den duur, door het toenemen der complexiteit, dus meer spanning, meer synthese, ook méér "voering ", tot de verhouding omslaat, tot spontaniteit, tot dus de Voering de overhand krijgt. Dan is het leven geboren.
Het bewustzijn laat zich bij de materie, het materiële gelden: de mathematische wetten (en die zijn logisch , de logica van het quantitatieve!), op uiterlijke wijze, niet spontaan, enkel als verschijnsel.
Spontaniteit is kwestie van verhouding.
Door het complexer worden van de materie wordt het bewustzijn sterker, tot het de mathematische wetten doorbreekt.
Dan komt de periode van het aftasten. (T.deCh.)
Door heel de materie heen zien we hetzelfde: meer complexiteit, meer beweging, meer spanning. Tot tenslotte het passieve uiterlijke wordt overheerst. Dat is de geboorte van de cel.
Dit is niet exact-wetenschappelijk te bewijzen. Veel is totaal spoorloos verloren gegaan.
Er is veel bewustzijn.
Het is immers in het onbewuste (als) voorondersteld. Niets komt zo maar uit de lucht vallen.
Het is alles een vanzelfsprekend proces, dus niet verwonderlijk.
Het bewustzijn wordt door de natuurkundigen vaak veronachtzaamd. Zij noemen het wel een "anomalie". Daarbij vergeet men, dat het heel zeldzaam is en derhalve heel waardevol.
De Aarde is ons aller moeder.
T.deCh. wijst er (terecht) op, dat het abnormale verschijning is van een alom, doch slechts zwak, aanwezige eigenschap.
Excentriciteit is alom tegenwoordig. Dus ook in ons!
Als U dat niet prettig vindt, bedenk dan dat er in ons allemaal wel meer onaardigs aanwezig is. Veel kwaad zelfs.
Einstein zocht beslist geen kwaad toen hij meewerkte aan de tot stand koming van de atoombom. Hij is wel geschrokken. Zo ook N. Bohr.
Dit schrikken is een kwestie van schoksgewijze bewustwording.
Zij begrepen niet dat zij instrument waren. Na de schrik gingen zij waarschuwen en protesteren. Wel goed, maar een beetje te laat.
Wij moeten onszelf, doch ook onze medemensen, objectiveren, want wat ieder onzer vertoont is.... des Mensen.
Als we "goed" zijn boffen we. En doen we toch ook nog wel kwaad.
B.v. automobilisten en rokers bevorderen longkanker, Zij het niet willens en wetens.
Wij zijn ALLEN medeschuldig. Wij willen immers welvaart. Daaraan verslingeren we ons.
We doen kwaad zonder het te bedoelen en zonder er over te denken. Dit laatste moet echter WEL.
Let wel: er valt niet te verwijten. Dat is maar gevaarlijk.
Onze "anomalie", het bewustzijn op aarde is een eenzame golfstroom temidden van allerlei verschijnselen. (T.deCh.)

 

Mens in Heelal 8

Begrijp goed: HET KON NIET WEGBLIJVEN.
Altijd opnieuw moet een planeet, ergens, de mens produceren. Het Heelal is niet andens dan bewustwording.
Wat zich in ons afspeelt, speelt zich ook af in de buitenwereld.
Ook op miljoenen lichtjaren afstand. Het is één grote harmonie. De Aarde ontstond omdat concentratie hiertoe voerde.
Wij weten dat dit hemellichaam, zich steeds verder concentrerend, zich moest differentiëren, naar en aan zijn oppervlak, en leven moest produceren, omdat de omstandigheden toevallig gunstig waren.
Nu is het toeval niet zonder noodzakelijkheid. Als alle condities samen komen, moeten zij het resultaat geven. Het M O E S T allemaal.
Het bewustzijn werd geboren, in de vorm der veelheid, de vele mensen. De cosmos spiegelt zich hier in zichzelve.
Het bewustzijn ontstaat als het instinct zich in zichzelf gaat spiegelen: D E N K E N.
De schattingen omtrent de ouderdom der aarde zijn dubieus. De theoriën omtrent het ontstaan der Aarde laten webuiten beschouwing.
In den beginne wemelt het leven. Het grote getal behoort bij het natuurlijke.
Het leven moet voortgekomen zijn uit de grote molekulen, doch dit is niet meer concreet na te gaan.
Probeer de mens in het Heelal te zien als het Heelal zelf, als zijn bewustwording.
Dit is een onafscheidelijkheid.
Probeer zó Uw plaats, Uw leven te bepalen in de cosmos, in cosmisch verband.

0-0-0-0-0-0-0

 

SYLLABUS 1.

Cursus: De Mens in het Heelal.

Als wetenschappelijke ondergrond koos Mr.Börger ditmaal o.a. het werk van Pierre Teilhard de Chardin: "Het verschijnsel mens omdat hij:
de ontdekker is van de Pekingmens; de kosmos als totaliteit tracht te doordenken (wetenschappelijk) en zijn werk beschouwd wenst te zien als de onthulling van de wet der herhaling.

Hij onderscheidt drie phasen n.l.
1) de pre-vitale;
2) de vitale (waarin materie tot leven komt) en
3) de menswording van het leven.

Materie wnrdt tegenwoordig opgevat als verkorrelde energie.
Terugschouwend in de tijd zegt hij niet verder te zien dan een homogene energiephase (dit moet dus een phase zijn, waarin het beginsel der differentiatie nog geen werkelijk~ heid geworden was).

Wij kunnen altijd verder teruggaan, maar dan verliest het feitelijke begin zich in "de nacht der tijden".
Wat is de tijd ?
Ervaringstegendeel van de ruimte.
Ruimte: het Niet-Zijn als aanschouwelijkheid.
Tijd : het Niet-Zijn als verleden (niet meer zijn)
. . . . . . . . . . . als toekomst (nog niet zijn)
. . . . . . . . . . . als heden (eenheid van beide)

Alle verschijnselen en voorstellingen verschijnen of stellen wij ons voor in tijd en ruimte.
Wanneer de voorstelbaarheid ophoudt, houden beide op en verdwijnt ook de tijd "in de nacht".
Ruimte en tijd, heel de kosmos, hangen af van het bewustzijn.

Aan het bewustzijn is het onbewuste voorondersteld. Onbewuste - bewustwording - bewustzijn.

Zijn is niet-zijn van niet-zijn, dus het absolute niet-zijn.
Aangezien Zijn en niet-zijn dus samengaan, zijn zij het worden. D.w.z. dat Zijn Worden is.

Alles wordt en verwordt dus tevens, want aangezien Zijn in waarheid (wezenlijk) Niet-Zijn is, moet het zich als zodanig waarmaken, wat het doet door zich op te heffen.

Het Heelal is het eeuwige (tijdloze) proces van ontstaan en vergaan; worden en verworden; waken en slapen.
De aarde werd eens ("in den beginne") geboren, is wakker geworden (de mens) en zal eens sterven Het geboorteproces van de aarde is te zien als een individuatieproces.

Bij het ontstaan van zonnen en planeten is de overheersende kracht die der concentratie, welke te qualificeren is als de wil tot eenwording.
Tegenover de concentratie is de differentiatie te bedenken.

----