Infor-
matie.
Mens in Heelal 38

Zesde Lezing.

De mens is te begrijpen als een mutatie.

Mutatie, verandering, is niets bijzonders, want alles verandert altijd.

Hierbij is te bedenken, dat een doorgaande ontwikkeling onmogelijk is, want in strijd met de logica. Waar continuiteit is moet ook discontinuiteit zich vanzelf voordoen, desnoods slechts als "uitzondering op de regel".

De beroemde uitspraak, dat er geen regel is zonder uitzondering, gaat altijd op, ook ten aanzien van zichzelf. Hij is namelijk z'n eigen uitzondering, spreekt zichzelf tegen.

Het "andere" doet altijd mee.

Het verstand ziet dit niet in. Het denkt alles in stukken, begrijpt niet dat alles in verhouding staat, dat niets in een eenzijdigheid opgaat.

Alles is eenheid van tegendelen.

Het verstandswerk is niet eenzijdig verkeerd, want zonder onderscheid(en) is geen identiteit mogelijk.

Th.deCh. : "De mens betekent hergeboorte van het Leven".

Dit laat zich zeggen. al geldt het slechts zeer betrekkelijk.

Het Leven is begonnen met een massa, een waas van cellen. Daar is niets van overgebleven. Dit is alleen denkend te "reconstueren".

Het proces van concentratie, differentiatie en complexificatie. genoeg- zaam genoemd, betekent dat alles meer en meer geëvolueerd is, zich ontwikkeld heeft, door zich .... in te wikkelen, gecompliceerder, ingewik- kelder te worden.

De mens, het bewustzijn, is in heel die aanvankelijke cellenmassa voorondersteld.

Er is gesproken over de geschiedenis van de mens, met z'n 5 concentratiepunten, 5 cultuurcentra.

Uit de Maya-cultuur blijkt, dat de mens vermoedt, dat het leven zich als de Mens boven de natuur uitheft, de natuur opheft. Men komt dààr echter niet verder dan het opheffen van de mens als natuurlijkheid, door hem te doden. Maar de mens is méér, dus moet het natuurlijke op andere wijze opgeheven worden.

China, India en het Nabije Oosten deden dit.

China liep snel vast. Het is niet veel veranderd door al de eeuwen tot aan de revolutie. (Begonnen met Sun Yat Sen!)
Daarvoor stond China stil. De wijsgeer van China is Lao Tze : "de mens moet terugkeren tot het Stille, het Wezen van Alles. (denk aan de lijn door de as.)
De Mens KAN zich uit de wereld terugtrekken door inkeer, meditatie, stilworden.

China (eigenlijk heel de wereld) is wakker geschud door het Westen. Wij moesten dit doen en deden het ook (niet altijd op erg verheffende wijze.)
Het stond er vroeger en het staat er nu nog met de Ethiek niet best voor, al is er vooruitgang.

China was een poging. Opgekomen uit de stam, het phylum, der mensen, die ver weg uit het duister opkomt en zich vertakt.

Een grote tak werd gevormd door de Neanderthaler en de pseudo-Neanderthaler Daarna komt de geweldige waaier van de Homo Sapiens, DIE NU DE GEHELE WERELD BEWOONT.

Al is er nog rasisme : er bestaat slechts één Ras, één ge de Homo Sapiens.

De mens moet zichzelf bewust gaan worden.

We hebben de ontwikkeling geschetst van de mens uit het Neolithicum tot de mens van nu.

Hegel stelde dit een beetje te simpel. Het is moeilijker, ingewikkelder. Het past niet allemaal in een simpel kaartsysteempje, al zetten we nog zo graag alles op een eigen kaartje. Dit is een kwestie van het ordenend



Mens in Heelal 39

beginsel, het denken. al is dit niet verheffend.

China vertoont een min of meer ongedifferentieerde eenheid, kende het onderscheid nog niet.

India wel. Dat onderscheidt hemel en aarde, het ware en het onware, en keert zich van de "leugen" af. Wentelt zich ondertussen in de zinnelijk, heid.

India bleef negatief, liep vast in een slop, was niet zo onbeweeglijk als China, wel iets verder, maar bleef steken in het onderscheid.

Mesopotamië, Egypte, Babylon, Assyrië, gaan verder.

DIT centrum heeft veel invloed gehad, gaf de stoot tot de grote verdere ontwikkeling.

Al wat tot nu toe geweest is, was realisatie van de menselijke psyche. Al die realisaties moesten er zijn. Al wat denkbaar is moet er zijn, moet zich stellen, dus bepaalde realisatie worden. Als bepaaldheid loopt het vast!
In het Nabije Oosten stond alles nog onder de ban van de Grote Moeder, die pas door het Christendom "verslagen" wordt. Ook dit moest komen.

Er moest een volk komen, waar "het kind werkelijk in de kribbe ligt, in doeken gewikkeld", waar het kind werkelijk geboren wordt.




DE GERMANEN. Zij staan niet aan het begin van de cultuur. Toen men (de cultuur) elders reeds ver gevorderd was, waren zij nog heel primitief, hokten stomweg in hun grote bossen.

Hegel was fel gekant tegen het "Pan-Germanisme".

Maar zij hadden één zeer belangrijke eigenschap: ZIJ WAREN   de Zoon! Volkomen anarchistisch, erkenden geen enkel gezag, gehoorzaamden niemand, behoudens tijdelijk en geheel vrijwillig voor een bepaald doel.

De man was wel de baas thuis, maar de dames waren geen slavinnen, lieten het niet op zich zitten, konden zelfs scheiden.

De Heren hadden als het op strijd aankwam de keuze : de vijand overwinnen of thuis met de bijl ontvangen te worden.

De man was volstrekt selbstherrlich. Als hij trouw beloofd had was dit zo nodig letterlijk trouw tot in de dood. Was het tijdelijke belang voorbij, dan verviel prompt alle gezag.

De man was volkomen ongebreideld IK.

Hij was de Zoon, maar die moest nog opgevoed worden, door de stroom van de cultuur, Nabije Oosten, Griekenland, Rome. Rome was de grote wegbereider. Hierdoor kon het IK zich gaan ontwikkelen tot vrij IK. Het moest uit zijn met het doffe doen, de mens begon bewust te worden.

De germaanse wereld was de vruchtbare bodem (de Kelten waren veel mystieker) voor het nieuwe gewas. Dan, pas dan en daar, kan de ontwikkeling van het bewustzijn voortgaan.

Als het losgemaakt is van de binding met het onbewuste, zich over zich- zelf gaat terugbuigen, als het eigen denken gaat doordenken -- Imm. Kant! Op weg naar de volstrekte vrijheid van en als geestelijk wezen.

Een langdurig proces.

Maar eigenlijk is het toch ook weer niet zo héél lang! De mens is er naar schatting maximaal 1.000.000 jaar ; de grottekeningen, kunst of magie, zijn 10.000 jaar oud. De beschaving begon pas in het Neolithicum.

Wat is 5.000 a 6.000 jaar op 1 miljoen of op de miljarden jaren, die onze Aarde oud is?
Het is "gisteren pas "!
De biologische groepneiging is gehominiseerd. De mens is tot sociale or- dening gekomen, tastend aanvankelijk en onder het maken van heel veel vergissingen. In China en India liep het vast.

Pas in het Westen kon hij verder komen.

Alles is nog vreeselijk jong. Wij mogen dan ook nog niet te veel eisen en dienen veel te vergeven als we zien hoe stuntelig het nog met de wereld(-orde) gaat.




Mens in Heelal 40

Europa is op het wereldtoneel getreden. Dus het IK.

Aanvankelijk (vanzelfsprekend!) negatief. Het IK onderscheidt zich alleen nog maar van het Niet-Ik, stelt zich dus tegenover de buitenwereld.

Daarom ook dringt hij zich zo op. De IK-mens heeft, nog de belachelijke pretentie dat hij het belangrijkste op Aarde zou zijn.

Vandaar nog "Ieder is zichzelf het naast!"
Opdringerigheid, zelfoverschatting, grofheid, onbeschaamdheid. Toch niet eenzijdig verkeerd, want hierdoor kon de Westerling de hele wereld open- breken!
Het IK kan zich als denkend-IK ALLES toeëigenen. Extreme hebberigheid. Dus verovert Europa de hele wereld of breekt die althans open. De Europeaan "spuit overal z'n IK in."
Hieruit groeide ook de aanmatiging, dat de blanke superieur zou zijn; hij ziet alle andere rassen als minderwaardig ("zijn mensen, die nog niet eens aan IK toekomen".) ZE ZIJN SLECHTS ANDERS. De Europeaan ziet op hen neer, vindt zich ook "superieur" DOOR z'n blanke huid. Hij vergeet daarbij, of weet nog niet (vroeger wist men het wèl), dat hij alles is, dat hij ook is, psychisch, de neger, de bruine, de gele, en de rode en de Maya-cultuur-mens.

Zie slechts 15 jaren terug!!!
Hij is ALLES en moet dat weer leren inzien.

Ieder mens is..... Mens , Homo Sapiens.

Dit in te zien kan hem een stoot geven, de weg opduwen om weer verder mens te worden.

In de dierenwereld leggen de soorten zich vast, en verdwijnen. De soorten die wij nu kennen hebben wel definitieve vormen (ook vastgelegd.) Alleen in de zeer lage dierenwereld, het heel kleine, worden nog wel mutaties waargenomen.

Het hogere leven is een veelheid van ongescheiden onderscheidenheden. Het dier is nog geheel natuurlijk leven. Daaraan laat zich de veelheid meedenken. Bij het dier draait het dan ook voornamelijk om eten, secundair (als het nog jong is) om spelen, en nog meer secundair om sexe. Als de ontwikkeling van het dierlijke, nog natuurlijke leven doodloopt in de veelheid van onderscheiden soorten, dan moet de mens komen, waarin de Natuur zich verkeert tot geest.

De mens kan niet uiteen vallen in waaiers, die eeuwig vastliggen en niet meer kunnen versmelten. In tegendeel: wil de mens zich als mens voltooien dan moet hij het biologisch groepsinstinct, verkeerd tot sociale ordeningswil, uitbreiden over heel de wereld.

Wij zijn nog niet voltooid, nog niet klaar, nog niet zo heel ver gevorderd, geordend.

De mens is in waarheid geestelijk, daardoor kan hij altijd voortgaan, loopt nooit vast, behalve in verstandelijkheid. Het verstand is zichzelf beperkend denken. De Rede kent geen beperking, kan altijd, moet altijd verder gaan. Dit is geen willekeur. De Rede is zelf dit altijd verder gaan. De evolutie verandert principieel als de mens verder gaat. Alles brengt eigen ontkenning aan zich mee.

Het verstand weet dat niet. Zijn grote kracht is het analytisch denken. Dat is belangrijk, want het oordeel des onderscheids is zeer belangrijk. Het verstand analyseert steeds door, maakte enorm veel geestelijke energie vrij. De laatste 50 à 60 jaar is het ook begonnen aan het analyseren van de Psyche! Dat is wel goed, maar het valt niet altijd onverdeeld gunstig uit.

Echter: de synthese is ook nodig. Eigenlijk is dit een verkeerde uitdrukking. Het synthetische denken, beter het redelijke denken moet ook komen. Ware eenheid wordt alleen gevonden door doorzicht, dank zij doordenken, dat leert, dat alles zichzelf weerspreekt, eigen andere in zich heeft.




Mens in Heelal. 41

Als we het ene zeggen, zeggen we impliciet tevens het andere.

De Mens, als wezenlijk vrij, zuiver denkend, is daardoor gedwongen tot eenheid te komen. Vrijheid en dwang .... gedwongen door zichzelf!
De eenheid is de waarheid van de mens.

Het mannelijke èn het vrouwelijke SAMEN is de waarheid van de mens. Deze is nooit te STELLEN, ook niet door het kind, want dit is eenzijdig, of een jongen of een meisje. Overigens heeft de man ook het vrouwelijke in zich en omgekeerd. Wij zijn altijd BEIDEN. Anders zou de jongen nooit iets kunnen voelen, alleen maar kunnen denken. Zou wel heel kil zijn, zo zonder gevoel. Voor het meisje mut.mut. (= Alkmaars?)
De mens moet tot eenheid komen en er zijn duidelijke symptomen, die tonen, dat we op weg zijn.
B.v. zijn de gekleurde volken, voor kort nog "minderwaardige rassen", toegelaten, ook in de V.N. Dit is heel belangrijk. Tenslotte is de slavernij pas een goede eeuw achter de rug. Een gunstig verschijnsel.

Al is er in de V.N. nog weinig meer dan belangenstrijd.

Alles begint nu eenmaal verkeerd.

De mensheid moet tot eenheid groeien, vindt haar waarheid slechts in het zich samensluiten met de andere(n) en het andere.

Het menslijke leven als geordend leven is nog erg jong. Wij mogen geen te hoge eisen stellen en niet te veel critiseren.

Europa heeft, dank zij de ontwikkeling van het IK een enorme vooruitgang gebracht. Al was dat tegen een hoge prijs.

Het negatieve IK moet, als het consequent is, doorgaan met negeren, ook eigen negativiteit negeren!
Het moet leren inzien, dat ook alle Niet-IK tevens IK is. ("op andere wijze")
Het kan de mens alleen rijker maken, vervullen, als hij inziet, dat alle mensen bij elkaar horen, voor elkaar dienen te zorgen. enz. En... dat het IK BESCHEIDEN moet zijn. En tenslotte, dat we onze medemens vrij moeten laten, moeten eerbiedigen, in alles.

Dit heeft niets te maken met het bekende "slaat men U op de rechter wang, zo draai ook de linker toe" want dat kan alleen maar geweld uitlokken, en dus .... onvrijheid!.

Het is moeilijk. Dat was het ook voor Gandhi, die met z'n geweldloosheidsactie enorm veel geweld uitlokte!
Begrijp wel : wij KUNNEN HET NOOIT VOLKOMEN GOED DOEN!
Doen het altijd OOK verkeerd.

Er is geen heilstaat te verwachten, ook niet na de eenwording van de mensheid. Omdat het kwaad nooit weg te krijgen is, omdat wij allen óó kwaad zijn. Wij komen van onze natuurlijkheid niet los!
Maar we moeten toch proberen "saamhorig" te zijn, toch proberen te leren denken. De toekomst van de wereld hangt er van af!
De massa vrijgekomen geestelijke energie weet men nog niet te gebruiken, behoudens dan voor het bouwen van machines, voor het economische.

Toch eist men meer vrije tijd. Waarvoor??? Voor verstrooïng! Maar daar gaat het niet om. Mens-zijn is denken, is bewust-zijn, en Liefde. Wat praten we over liefde als we niet doordenken? Dus niet weten wat het zegjen wil? Liefde is gemeenschapsgevoel, eenheidsgevoel, beleven van het moment van de identiteit.

Wij moeten heel de wereld tot onszelf maken.

WIJ ZIJN DAT PROCES!.

Het denken moet meer ontwikkeld worden; het is nog maar pas begonnen. De mens moet zich DENKEND verwerkelijken. Ook de vrouw. Zij late zich bevruchten door het denken, het INZICHT in de identiteit.




PAUZE

Mens in Heelal 42

In het lagere leven, het heel kleine, treft men nog mutaties aan (Prof. de Vries, Mendel enz.) Ook dit moet voortgang hebben.

Hogerop leggen de laatste "uitlopers van het scherm" zich vast in een definitieve vorm. kunnen dan niet meer muteren.

De mens kan het ALTIJD -- denkend!
Hij gaat ook door het denken anders tegenover het leven staan, b.v. door een andere visie op de Cosmos. We kennen nu een "open wereldbeeld", de eindeloosheid van Tijd en Ruimte. Dat heeft wel indruk gemaakt. Voorlopig is nog niet na te gaan HOE dit precies in de menselijke psyche doorwerkt.

Vroeger was het "veel knusser" in het Heelal. De Aarde, met tot nut en vermaak daaromheendraaiend de Zon, de Maan en de Sterren, en ergens heel boven Onze Lieve Heer.

Nu is alles eindeloos, mateloos.

Men zegt dat er onberekenbaar vele Aarden moeten zijn en dat er nooit een eind aan komt. "Het dak is van het huis". Alles valt uiteen.

Van Th.deCh. is reeds gezegd, dat hij Jezuiet was en een groot wetenschapsman. Hij is volkomen overtuigd van de juistheid van de evolutie-gedachte.

Die is in de R.K.-Kerk uiteraard niet algemeen aanvaard. "Het Verschijnsel Mens" staat dan ook op de Index!
Th.deCh., een merkwaardige figuur. Ook een gelovig man, heeft dus toch ergens het begrip God bij zich.

Denkend is hij strikt wetenschappelijk, voor het overige gelovig. Als wetenschapsman is hij alleen wetenschapsman, niet wijsgerig. Dus moet hij z'n wetenschap aanvullen met geloof. Het verstand en het geloof wonen vaak samen onder één dak, ieder in z'n eigen compartiment. Th.deCh. trekt conclusies VANUIT het wetenschappelijke, tracht tot inzicht te komen. Zijn redenering om toch God erbij te krijgen is eigenaardig.

Wat gaat er met de Aarde gebeuren?
Eens zal zij vergaan!
Maar daarom Th.deCh. "moet ergens met de mens naartoe ".

(De gedachte dat de Aarde in koude zou ondergaan heeft men wat losgelaten. Schijnt niet nodig te zijn, o.a. door invloed van radio-activiteit.)
Waarvoor dient dit alles? Wat heeft dit voor doel?
Th.deCh. zegt dat er beslist een doel is, alles wijst er op. De Mens is nog niet volgroeid, moet nog wereldomvattend worden, totaal-so-ciaal.

Het IK eigent zich steeds meer toe, begrijpt steeds meer, identificeert steeds meer, wordt meer en meer persoonlijkheid. Hier gaat liet IK beslist naar toe!
Het moet de hele wereld, de hele Cosmos omvatten!
De Ruimte en het volstrekte tegendeel, het IK, verhouden zich als veruiterlijking : verinnerlijking.

De persoonlijkheid gaat zich steeds meer ontwikkelen.

Mens-zijn IS het proces van de identificatie.

Th.deCh. zegt : er is dus een orthogenese (een doelmatig worden "In de lijn van de evolutie blijkt steeds een hogere fase te komen. Die was dus bedoeld."
Wie in God gelooft, zoals Th.deCh., doet eigenlijk beter niet te veel te vragen.

Vanwaar is de evolutie begonnen?
Indien bij "de ontploffing van het oeratoom", dan was dat een begin. Wat hebben we daaraan? We kunnen met zekerheid zeggen, dat er vóór dit "critische punt" het Zijn was. Dit critische punt was ook een einde!.

Th.deCh.: "alles divergeert en moet ook weer convergeren, zich samensluiten. (de punten Alpha en Omega.)
Wat is het absolute doel dat de Aarde moet verwerkelijken?
De Aarde is MEDE-verwerkelijkt, gegroeid, enz. Heeft zich heel langzaam ontwikkeld, is geëvolueerd en heeft zelfs de mens voortgebracht.

Th.deCh. kan zich niet voorstellen, dat dit alles zo maar zou verdwijnen,



Mens in Heelal 43

te zijner tijd.

Een absoluut doel is onmogelijk.

Het absolute is het niet-relatieve, waarin dus alle verhouding ophoudt HET Absolute is de Relativiteit.

Het Absolute is op zichzelf niets. Net als Godt net als alles.

Alles is alleen iets als het zich stelt en zich van zichzelf onderscheidt en zich onderkent.

"Het absolute doel" is doel van... Niets. Eigenlijk zegt India dat ook, op zijn manier. (Voortdurende incarnatie en reincarnatie, uitlopend op Niets.)
Th.deCh. kàn dit niet stellen, hij denkt wetenschappelijk. Het verstand, de wetenschap, verdient ons respect, is waardevol. Onder anderen verschaft het ons het nodige materiaal!
De kern van de Aarde noemen we barysfeer, daaromheen is de lithosfeer, dan de atmosfeer, dan (thdeCh.;) de biosfeer, en, als de mens er is, de Noösfeer.

Het ligt in de lijn van de evolutie, dat deze noösfeer zich steeds verder ontwikkelt.

Er wordt zelfs gesproken van "Superpersonalisatie", het "Grote IK", dat niets met het empirische IK te maken heeft.

De eenheid is geen optelsom, optelsom van IKKEN. Zij is meer dan de delen, ook meer dan hun som. Drie-eenheid!
Omdat al het voorgaande alleen de weg was tot de noösfeer, is het niet vreemd te concluderen, dat de noösfeer zich in het Punt Omega zal losmaken van zijn natuurlijke grondslag, zijn "matrijs". (daar zit het woord moeder in.)
Dan komt (ThdeCh:) "het éénworden in God ".

God is dan dus voorbij het Punt Omega. Transcendent en prae-existent.

Dit is onlogisch.

God moet immanent zijn, anders is er sprake van een kleinering, want dan zou hij beperkt, bepaald, begrensd zijn, aan z'n eigen schepping.

Hij MOET de Schepping doorwonen.

God kàn géén persoon zijn. Persoon = bepaaldheid, eindig!
Met "God" komen we er nooit.

De Noösfeer zou dan ten slotte niets meer met de Aarde, met het natuurlijke te maken hebben.

Als de "matrijs", het natuurlijke wegvalt, dan is er géén "bestaan" mee; Wat bestaat verschijnt. Als de noösfeer niet meer zou bestaan, zou ze alleen maar bewustzijn moeten zijn.

Bewust-zijn ..... waarvan???
Het absolute bewustzijn, bewustzijn van bewustzijn is bewustzijn van Niets.

Een niet-bestaand bewustzijn, opgeheven in een transpersonaal IK -- dat moet de gedachte redden, dat de mens met een doel geschapen is.

Het is al een oude gedachte. De mens kan zich de doelloosheid slecht voorstellen. Men vat het nog niet, dat men slechts een tijdelijk verschijnsel is, een flits tussen Zijn en Niet-Zijn.

De mens is, als in waarheid Geest, ontastbaar en onaantastbaar (dat is dus ... "Heilig"!)
In waarheid, in Wezen, is hij de vrijheid zelve.

Wil die vrijheid meer zijn dan enkel gedachte, dan moet de mens zich verwerkelijken door zich doelen te stellen, door te DOEN (waartoe ook het denken behoort!), en door Liefde, op vrouwelijke wijze dus.

Liefde is onmiddellijke ervaring van de identiteit.

Die moet er bij zijn. De mens is niet en kan niet zijn alleen middellijk.

Hij is middellijke EN onmiddellijke bewustwording.

Liefde EN Denken ------ dáár gaat het om!
Doel stellen en overgrijpen op dit doel, het verwerkelijken, dat is zichzelf verwerkelijken, waar maken, vrij maken.




Mens en Heelal 44

Er moet nog een waarachtige noösfeer komen.

Het IK, dat ALLES omvat, ten einde eigen waarheid te ontdekken.

Doelstellen is een zuiver menselijke bezigheid.

De mens MOET vrij zijn.

Vandaar de idee, dat alles transcendeert.

Maar reëel verwerkelijkt de mens zich slechts in zijn kind(eren), daden, gedachten, kunstwerken, enz.

Denken en anderen leren denken : een poging tot bevruchten, een specifiek mannelijke bezigheid.

De mens moet doelstellen, omdat hij in wezen vrij is en z'n vrijheid dan ook wil verwerkelijken.

De Cosmos heeft géén doel. Zij is, omdat zij zijn moet en is niet ander; dan het Zijn, dat om te beginnen Niet-Zijn is, dat zich waarmaakt door te Worden.

De Cosmos is het eeuwige proces van de Wording, waarin ten slotte, onvermijdelijk? de mens verschijnen moet!
Dit is geen gril van een God, is niet "uitgedacht".

God kan alleen maar zijn als z'n eigen wording, z'n eigen bewustwording, als hij immanent is!
Een God, die geen persoon is, is alleen denkbaarheid, begrip, absolute Idee, geen verschijning of verschijnsel.

Het Niet-Zijn, alleen, enkel, is ondenkbaar.

Het Zijn is er in voorondersteld, en in het Zijn is het Niet-Zijn medevoorondersteld.

Wij kunnen ons onze doelen stellen.

Aldus kunnen wij vrij zijn, vrij worden.

Aldus is veel schoonheid, enz. te ervaren, en als wij WIJS worden, kunnen we veel "zon laten schijnen".

Liefde, saamhorigheid(-sgevoel), eenheidsgevoel, identiteit.


Als de Mens buigt het Zijn over zichzelf heen en herkent zichzelf als wezenlijk Niets, maar nu als volslagen nietigheid van het bewustzijn.

0-0-0-0-0-0-0-0
C. Joon
Alkmaar



==============

SYLLABUS 6.


Cursus: De mens in het Heelal.


Tot aan W.Europa staat alle cultuur in de ban van de Grote Moeder. En de r.k.kerk draagt dit nog over door de cultus van Maria.

Luther doet op kerkelijk gebied de beslissende stap.

Daarna maken wetenschap en wijsbegeerte zich geheel los van de theologie.

Geweldige evolutie van het bewustzijn.


De mens is te begrijpen als mutatie van het leven.

Teilhard de Chardin noemt hem de hergeboorte van het leven. De mens is opheffing van natuur. In de Maja-cultuur en andere komt deze opheffing niet verder dan de dood.

China en India zijn hier boven uit, maar als pogingen zijn zij slechts gedeeltelijk gelukt.

De Indische reincarnatie-gedachte is een psychische evolutie- gedachte, die op Niets uitloopt.


Aegypte: elk verschijnsel is symbool - afspiegeling van het goddelijke. Maar het onderscheid blijft duister.

Griekenland geeft de oplossing. De Griekse goden hebben mensenledaante; zij zijn volmaakte mensen.


De beschaving groeit, d.w.z. de sociale ordening.

Rome bereidt het Westen den weg.

Het Westen dringt zich als Ik op de voorgrond.


Het Ik als het principe der negatie en daaruit de analytische wetenschap tot en met de psycho-analyse.


De mens als ontkenning van het verschijnsel kan niet zoals de dierenwereld doodlopen in definitieve vormen.

Dus moet de mensheid zich tot een eenheid ontwikkelen.


Identificerend wordt het Ik steeds meer omvattend, steeds meer persoonlijkheid, waardoor het de eigen negativiteit negeert tot positiviteit.


De mens is op weg zich te ontwikkelen tot sociaal wezen; ook dit gebeurt vanzelf. Hij kan het ordenen niet laten, omdat hij als redelijk wezen ordenend is.


Teilhard de Chardin ziet in het heelal een doel. Dus ziet hij een voortdurend opstijgende beweging.

Onbeantwoord laat hij de vraag: vanwaar?

Het geloof in het absolute doel spreekt vanzelf, omdat de mens het doelstellen niet kan laten, aangezien hij vrij is.

Vrijheid is enkel in zelfverwerkelijking.


Zelfverwerkelijking in doen (reëel en ideëel) en in liefde. Deze laatste is het gevoel (onmiddellijk ervaren) van iden- titeit.

In de eenheid met de (het) andere zijn wij vrij. Omdat de mens vrij wil zijn, is hij gedwongen tot eenheid te komen met de overige wereld. Wie dit verhindert, is onvrij.
---