Naar aanleiding van de mythe

van Orpheus en Eurodice.


De dichter-zanger Orpheus heeft de Orphische mysteriën ingesteld. Hierbij stond de gestorven en wedergeboren Dionisius (god van de wijn) in het middelpunt. Gestoven en wedergeboren, het hoort bij en in “leven en dood, in de natuur. Dit wordt uitgebeeld in “Dood en de opstanding der godheid”

De Griekse dichter Pindaros (+/-500v.Chr.) zegt:

Gelukkig wie na aanschouwing
in de schoot van de aarde woont;
die kent het einde van het leven
maar ook het godgegeven begin.

Om dit te begrijpen moet men er voor ingewijd zijn. (mystes betekent ingewijde.)

Logisch denken en het verkrijgen van inzichten in de daaruit voortvloeiende processen behoort niet tot de daaruit vloeiende processen, behoort niet tot het kunnen der menigteij stelt zich tevreden met de buitenkant. Kunstenaars staan boven de menigte in hun echt doorleefde kunstuitingen. Zij zeggen de waarheid van hun gegeven op onmiddellijke wijze, dus niet d.m.v. het denken. De mysteriën waren geheim. Daardoor is er niet veel van bekent gebleven.

De mysteriën waren dus alleen bekend aan de ingewijden. Waarschijnlijk waren zij bedoeld als symbolisch onderricht in een “Levensleer”. De mysteriën zijn mede ontstaan uit een soort magisch gevoel, dat hoewel er nog enkele uitzonderingen zijn, nu bij de meeste mensen wel weg is. Hoevelen hebben nog een gevoelsmatige verbinding met de toekomst? In Klein Azië en India is dat magisch ritme gevoel beter bewaard gebleven dan bij ons in het Westen. Enkele restanten van vroegere geheime genootschappen vinden we bij ons nog in de “Rozekruizers”en de “Vrijmetselaars”. Zij maken nog gebruik van emblemen en symbolen, die alleen begrepen kunnen worden als men zich oefent in het begrijpen ervan. Een symbool is niet bestemd om een vaste intellectuele uitleg of kennis van tastbare feiten te verschaffen als wel om diegene, die er zich in verdiept tot zelf denken, zelf studie, zelf onderzoeken aan te sporen. Dit is tot die mentale “inspanning, die leidt ons tot eigen te verwerven inzicht te komen.

De Génestet drukte het goed uit in het hiervolgende:

Zelf moet gij het zoeken en zelf moet gij het vinden,
mens in een hart, in het Woord, in een lot,
Anders zo spelen de wervelende winden,
Mens met uw hart, uw geloof en uw God.

***


Orpheus en Euridice leefden aan de oever van een rivier en aan de voet van een besneeuwde berg.

De rivier behoort symbolisch bij het onbewuste, dat toch voortdurend in beweging is en de besneeuwde berg duidt op reinheid en steriliteit. Tussen het onbewuste stromende (de rivier in het dal) en de steriele reinheid van het hoge (de besneeuwde berg) leeft de ziel.

Het zieleleven is een prachtig apparaat, dat ons in staat stelt zowel te kunnen beleven als kunnen verwerkelijken.

Euridice koesterde liefde voor en wekte de liefde van Euridice op.

Dit is als volgt te begrijpen, de mens is omslag van het zuiver natuurlijke naar het geestelijke.

De mens komt als een stukje onbewustheid op aarde en moet naar mate van zijn vermogen uitgroeien tot bewustzijn. Hij moet dus zoeken naar redelijke samenhang der dingen. Dit ontstaat door de combinatie van voelen en denken. Als hij het gevoel uitschakelt komt hij er niet, als hij het denken uitschakelt komt er ook niet veel tot stand.

De zanger Orpheus bracht zijn muziek op zo'n echt Griekse harmonische manier, dat het levende en dode er door ontroerd werden. Het schoonheidsideaal van de Grieken was was het harmonische en evenwichtige. Zie bijv. de “Venus van Milo” (dit schoonheidsprincipe werd pas omvergeworpen door de renaissance)

Als muziek harmonisch is , dan temt en matigt het de wilde hartstocht en doorbreekt het harde gevoelens, die menigmaal als een stenen wal om het menselijk hart ligt.

Harmonische muziek kan een genezende werking hebben op praktisch alle mensen, maar ook op volledig gezonde mensen kan het zulk een werking uitoefenen, dat ze in een aangename stemming komen. De tegenstelling van de harmonische muziek is heden wel weer de popmuziekwaar jongeren zoveel van houden en die hen opzweept. Dikwijls wordt men daar hysterisch van.

Wat Orpheus beroemd maakte was zijn liefde voor Eurodice. Het wil zeggen, “de luisterenden voelden, dat hij bezield zong”. Hij legde er alles in wat er in hem was. Het was totaal. Het was een volledige overgave. Dit kan alleen de mens, die zich in harmonie bevindt en hij krijgt dn ook het scheppend vermogen.

Helaas tijdens het huwelijksfeest bleek dat de vlam niet in de fakkel wilde slaan en dat er een benauwde rook ontstond. Het symbool van de fakkel is het lichtbrengende wanneer hij goed brand. Symbolisch gezien was het dus een duister voorteken.

De bruid trapt bij het dansen in een addernest en wordt gebeten. De slang behoord bij de aarde . (vlak bij de grond en kan zich ook in een rondje oprollen). De bruid trapt dus in het natuurlijke.

Oorspronkelijk komt heet vrouwelijke voort uit het onbewuste, Aphrodite bijv. wordt geboren uit het schuim van de zee. Zij is nog een volkomen zielloze figuur. Ziel-loze paringsdrang.

Als het licht niet in de fakkel wil slaan, tast het bewustzijn dus in het duister en als de bruid aan de aarde gebonden blijft, d.w.z. aldus gebonden blijft aan het aardse slijk, dan moet het huwelijk vastlopen al is de bruid uiterlijk nog zo mooi. Het mooie en fijnzinnige sterft dan af, omdat de mens alleen bij brood niet kan leven en dus niet zonder het geestelijke, het bezielende, kan .

De verhouding tussen man en vrouw moet in principe leiden tot zelfbewustwording van beide partners.

     mr.dr. A.Börger schrijft in het vademecum:

     “Man en vrouw verhouden zich als dood en leven, omdat het principe van de man is alles op te heffen tot gedachten en alle realiteit te verkeren tot idealiteit.

De vrouw daarentegen is degene, die het leven wil bestendigen: als moeder realiseert zij zich in haar kinderen.”

Omdat er zoveel op aarde groeit, spreken we dan ook van “Moeder Aarde”. Orpheus, als het manlijke gezien, is dus het symbool van opheffing tot gedachten, maar kan zonder zijn tegendeel “het grote vrouwelijke” niet leven omdat dat de basis nu eenmaal is. Zonder dat vrouwelijke kan hij nu eenmaal niet bezield worden. Daarom moet hij het gaan zoeken in de Hades, het grote onbewuste, waaruit alles naar boven moet komen. Van daaruit moet de verbinding met het bewuste komen, Als dat niet lukt, valt de mens terug tot het zielloze.

De Hades-tocht is te begrijpen als een poging tot wedergeboorte van het zieleleven. Het is bewuste inkeer tot het archetypische onbewuste voor het verwerven van daarin aanwezige integratie (is het tot ééń geheel maken der delen) elementen en dus om deze bewust te maken.

Archetype is het oerbeeld. Oer war vanaf fen beginne reeds aanwezig was. De archetypische wereld is een enorme macht. Bij Hades tocht slaagt Orpheus er niet in om het inzicht waarom het gaat, naar de aarde en in het daglicht (bewustzijn) te brengen. Hij slaagt er ook niet in om het bewustzijn volkomen los te maken van de natuur.

De vlammenuitbrakende rivier is een symbool rivier. Alles verterende vuurzeeën. De Jammerklachtrivier – het grote onbewuste (water). Dan komt hij bij de samenvloeiing van de Styx en de Kocytus met zijn zwarte moeras. Het zwarte moeras, dat donker is en waar alles in verzinkt.

Zo is het, diep in het onbewuste van een mens. We spreken immers van verterende hartstochten (branden is ook verteren) en stoppen vele mensen, datgene wat ze niet willen zien of niet meer willen weten, niet diep weg in hun onbewuste? Het is zelf zo, dat sommige mensen die eenzijdig leven en te weinig zich bezinnen, zich zo in het onbewuste terugtrekken, dat ze overspoeld worden en niet meer kunnen functioneren. (Hier zit de overeenkomst met het Bijbelverhaal “de Zondvloed”).

Orpheus trekt al zingende langs de diverse aan zich voordoende ziele-aspecten. Charon zet hem over. De helhond Cerberus kwispelt, de rechters van de onderwereld laten hem door. De zielen der vervloekten, die juist een waarschuwing voor hem zouden moeten zijn omdat ze in het leven zoveel verkeerde handelingen hebben gepleegd ziet hij niet. Zelf de wraakgodinnen gaat hij onbekommerd voorbij. Maar zij zijn eigenlijk juist waarschuwingen, dat als men scheef leeft, het onbewuste wraak neemt. Uiteindelijk komt hij bij Hades en Persephoneia en zingt van zijn liefde voor Eurydice. Persephoneia grijpt naar de hand van haar man. Het grote vrouwelijke pleit voor Eurydice, Uiteindelijk beslissen de goden dar Eurydice terug mag o.l.v. Hermes, die haar door aanraking van de herautenstaf weer levend zal maken.

Hermes is de god van de wegen, het verkeer daarlangs en komt dus overal. Met zijn staf kan hij alle ogen sluiten, d.w.z. er zijn vele wegen waarmee je met mensen kunt manipuleren. De omgekeerde volgorde is ook mogelijk. De Griekse goden zijn nog primitief. Het is hen dus mogelijk om te doden maar ook om weer levend te maken. (eigenlijk net als bij jongen kinderen)

Orpheus mag echter niet omkijken, want dan moet Eurodice terug naar het dodenrijk. Als een mens omkijkt, in dit geval terugkijkt en heeft het verleden niet begrepen, dan raakt hij weer in de verstarring van het verleden, daar waarin hij verkeerde. Het verleden is .a.h.w. versteend.

Als men niet meer naar het verleden kijkt, maar er los van raakt en men kijkt vooruit naar de toekomst, dan is er een grote kans, dat men iets nieuws ziet opbloeien, waardoor dan weer nieuwe mogelijkheden ontstaan. Zo kan men dan weer de bezieling vinden. Dan gaat men weer terug vanuit het duister van de Hades naar het licht.

Eerst gaat Orpheus, daarachter Hermens en Eurodice. Opvallend is, dat dit een soort drie-eenheid is, hoewel nog primitief.

In het conflict tussen aards en bovenaards staat de zwaartekracht (zuigkracht) van het onbewuste tegenover de opwaartse drang van de manlijke geest. Orpheus is ook ongeduldig en dat speelt hem parten, want hij raakt in paniek. Een mens in paniek, weet niet precies wat hij doet. Dan kijkt hij om en Eurydice is verloren voor hem. Zo wordt hij dus verzwolgen door het onbewuste. Orpheus heeft haar dus niet in het daglicht, in zijn bewustzijn kunnen verankeren. Hij keert weer terug naar zijn eigen binnenkant, zijn onderbewuste. Maar nu zijn de weerstanden niet meer te overwinnen. Charon wijst hem af. Zeven dagen en zeven nachten kermt Orpheus zijn smart uit.

Zeven is een merkwaardig getal, dat in de geschiedenis steeds weer opduikt. Denk aan de bijbel – 7 vette en 7 magere jaren; 7 heilige plaatsen der Arabieren.

In sprookjes. “De wolf en de zeven geitjes”, “Sneeuwwitje en de 7 dwergen”. Verder 7 kleuren der zonnestralen en de 7 tonen van een toonladder.

Zeven is ook het getal van de maan.

Eurodice verbeeld de maanzijde van de ziel, die ervaring opdoet en verwerkt, een schone mogelijkheid, die slechts werkelijkheid kan worden door de bevruchtende kracht van de scheppende geest.

Drie is het geestelijke getal; 4 het abstracte natuurlijke.

Zeven is 3+4 dus het getal voor de menselijke ziel, want de ziel is geestelijke natuur, natuurlijke geest.

Orpheus kermt 7 dagen en nachten, maar slaagt er door het verlies van Eurodice en door zijn verdriet, dat altijd passief is, niet in om het bewustzijn volkomen los te maken van de natuur. Daardoor komt zijn zieleleven niet meer terug.

Teruggekeerd tot het leven, blijft Orpheus niet anders over dan zich terug te trekken in de eenzaamheid en te zingen voor dieren, stenen en planten, de omgang met mensen mijdend, slechts zingend van zijn liefde en zijn rampspoed.

Het temmen van wilde dieren en het zingen voor stenen en planten wil zeggen, dat hij zijn natuurlijkheid bestrijd. Hij wordt als zonderling beschouwd, zichzelf buiten de gemeenschap plaatsend. De Thraciesche vrouwen, dat zijn zijn eigen onbewuste aspecten, nemen het niet en doden hem. Hij zakt weg in het collectieve onbewuste en kan zich daar verenigen met Eurodice.


A.F.C. de Zwart

Haarlem 1 dec. 1974