Infor-
matie.

7-de avond     13-2-1952

?: Is het juist te zeggen, dat homosexualiteit alleen een psychische
    afwijking is of doen hierin ook belangrijke biologische factoren mede?
!: Tegenover de psychische factoren zijn de biologische vrijwel te
    verwaarlozen.
Homosexualiteit is meestal een kwestie van niet-durven, de moeilijkheden en verantwoordelijkheden van het huwelijk niet aandurven. Dit blijkt ook sterk hieruit, dat de homosexuelen zich vaak bij voorkeur met jongetjes inlaten. Zij zijn immers zelf nog jongens (niet volwassen, niet psychisch volrijpt) en verblijven aldus onder hun vriendjes.
Adler noemt homosexualiteit een truck om verantwoordelijkheid te ontlopen. Dus een vlucht. Angst om de wereld in te gaan.
H. gaat meestal met fixaties gepaard. Een jongen kan b.v. alle sexuele libido aan Moeder gebonden hebben, zodat er niets overblijft aan heterosexuele libido, want wegens het incentbesef moet hij zich tevens van Moeder en daarmee van geheel het andere geslacht afwenden.
Overigens is de zaak aldus te simpel gesteld. Het is niet zó dat iemand een hoeveelheid heterosexuele of homosexuele libido "afgepast" heeft "klaarliggen".
Normaal wordt de levensenergie bovendien slechts gedeeltelijk op het sexuele gericht en dan ook normaal op het heterosexuele.
Wanneer van de algemene libido (levensenergie) niet langer een deel wordt afgesplitst en gericht op het sexuele kan impotentie optreden. De geslachtsdrift is, natuurlijk bezien, alleen bestemd voor instandhouding van de soort. Polygaam.

 

Psy - 1952

-- 26 --

Homosexualiteit is niet aangeboren. Tenzij er sprake zou zijn (wat op zichzelf twijfelachtig blijft) van een vrouwenZIEL in een mannenlichaam; een speling der natuur.
Het kan voorkomen dat een man de hoer speelt, zich prostitueert aan mannen. Gewoonlijk kwestie van degeneratie. Basis hiervoor meestal: luiheid; hetzij in de vorm van eenvoudig niet willen werken; hetzij in de vorm van te lui zijn om te proberen de angst voor de vrouw te overwinnen.

Jung wordt veel miskend. Hij is te moeilijk.
Freud en Adler zijn veel gemakkelijker.
Jung (en zijn volgelingen) zal nooit een "vrijbrief" geven.
("U bent nu eenmaal zo; hebt dit nu eenmaal nodig; leeft het maar uit; reageer het maar af.)
Al zijn we zus of zo, dan blijft toch nog altijd de taak uit te zoeken waarom wij zo zijn, wat er achter zit en wat er event. alsnog aan te doen is.
Freud was zeer serieus, wat van zijn navolgers niet altijd gezegd kan worden. Hierbij komen heel wonderlijke figuren voor. Zo was er één, die b.v. met een vrouwelijke patiënt maar direct begon te vrijen. "U moet verliefd op mij worden." (Vanwege de befaamde "overdracht").
Volgens de Freudianen moet de overdracht komen.
Het gaat niet om een een (jeugd-)projectie, die event. reeds op div. personen successievelijk overgedragen kan zijn er die bij de analyse vaak op de analyticus wordt overgedragen.
Maar in wezen gaat het om een "figuur achter de analyticus." Het gaat dan ook niet om een echte verliefdheid, al kan die er event. wel bijkomen.
Deze "overdracht kan men gewoonlijk voelen aankomen. Patiënte dient dan tijdig hieromtrent ingelicht te worden, waarbij er de nadruk op gelegd moet worden, dat het Niet om de analyticus gaat. Als het goed verloopt zal zij dan b.v. wel dromen over de analyticus, maar met hem ijverig zoeken naar de "derde man".

Wij allen projecteren min of meer. Hoe primitiever de mens des te meer projectie.
Aangezien elke verliefdheid onmiddellijk (dus ook primitief) is, vinden we hierbij vrijwel altijd projecties.
De overdracht is, kan althans zijn, een begin van de bewustwording omtrent de werkelijke figuur op de achtergrond. Uit de relatie tot welke figuur de neurose ontstond, de grote spanning, b.v. omdat men die relatie niet wilde bekennen, niet bewust wilde laten worden, omdat men haar onbewust als verkeerd besefte.
Het kan voorkomen dat een aan div. huwelijken aangaat, telkens met een bepaald type vrouw, dat hen op enigerlei wijze herinnert aan b.v. zijn moeder. Aangezien zij niet die moeder waren, en dus niet wat hij zocht, liep het steeds mis. Tenslotte trouwt hij misschien een vrouw van een ander type, bij wie hij ieder jaar een kind verwekt, d.w.z. hij maakt haar telkens opnieuw "Moeder".
Niemand wordt verliefd uit bewuste motieven.
Wanneer we een bepaald onbewust motief bewust maken, kan dit niet meer als motief tot verliefd-worden dienen. Het is dan vergeestelijkt en kan niet meer als aandrang werken.
Ook Kunst is vergeestelijking, onmiddellijke "sublimering".
Kan zeer wel sublimering, vergeestelijking zijn van allerlei Psy - 1952

-- 27 --

complexen, die dan in en door de sublimering tot harmonie, verzoening, komen.
Dostojewsky was een en al complex.
Als hij geanalyseerd geworden zou zijn, zou hij niet meer hebben kunnen scheppen, want de bron van de schepping is het onmiddellijke, het onbewuste. Goethe had een zeer sterke neiging tot ongebondenheid, maar overwon deze anarchistische tendenz vooral dank zij zijn reis maar Italië (ondernomen met het doel "klassiek te worden.) Hij arrangeerde af en toe een romance en kreeg hierdoor weer de nodige spanning voor nieuw scheppend werk.

Kunst: omzetten ven innerlijke (unbewuste), spanning in geestelijke praestatie.
De kunstenaar moet dan ook niet worden geanalyseerd, noch ook zichzelf analyseren. Dat hij zelf vaak allerlei theoriën over zijn werk verkondigt is van geen belang; raakt toch de kern van de zaak niet.
Holst heeft zich duidelijk en juist uitgesproken toen hij vertelde van zijn "inspiratie-ceremonie. "Het moet komen".

De dirigent moet trachten zich in te leven, in te voelen, in de sfeer, waarin de componist zijn werk creëerde; vandaar de vaak sterk verschillende interpretaties.
Als iemand iets heel mooi vindt, is het zeer gemakkelijk hem dat af te nemen door een misprijzend oordeel. Maar .... wat geef je hem er dan voor terug?
Gewoonlijk voelt een mens zich heel dom en weinig op zijn gemak als hij geen aesthetisch oordeel heeft.
"Iets mooi vinden" betekent er "ja" tegen zeggen, en dus ... een oordeel over eigen innerlijk vellen. Dat leggen de meester echter niet graag bloot.

Sommige kunstenaars hebben om te kunnen werken hun soms zeer geëxalteerde bestaan beslist nodig.

Het ideaal van Freud: "Allen geanalyseerd!" is dwaas en onvervulbaar. Analyse dient alleen plaats te vinden wanneer iemand van z'n complexen last leeft in zijn werk er/of leven, dus bij het zich uitdrukken in de werkelijkheid.
Wanneer het lichamelijke kwesties betreft gaat men immers toch ook alleen naar de dokter als men er last van heeft.
Zelfgenezing van complexen is zeer moeilijk, omdat men van zichzelf zo moeilijk de nodige afstand kan nemen en bovendien alles door een, mede door de complexen gekleurde bril beziet.
Het veel analyseren heeft bovendien het bezwaar, dat de mensen zich daaronder zeer belangrijk en interessant gaan voelen.
Dit interessant vinden is een typische reactie op de moderne beschaving. Coquetteren met feilen, die met als fatsoenlijk beschaafd mens niet hoort te hebben.

Lastige kinderen: gewoonlijk kwestie van lastige ... ouders. ( A.S. Neill ) De macht van het onbewuste kan zeer groot zijn.
Complexen zijn eenvoudig autonoom, slepen hun dragers mee. Die kunnen er niet tegen op. Normaal werkt een complex uit zodra "het" een gunstige situatie hiertoe vindt.
De neurose is een deel van de persoonlijkheid van de neuroticus; uitwer- king is dan ook altijd "individueel".

 

Psy - 1952

-- 28 --

De neuroticus "zit in de knel" op enigerlei wijze, kan zich niet, althans niet voldoende, bewust uiten, maar wil zijn beknelde gevoelsleven onbewust toch beslist verwerkelijken.
De neurose is ook altijd te beschouwen als een S.O.S

Doel: waarschuwing; "haal mij (dat is het gevoelsleven of een of meer sectoren daarvan) uit mijn gevangenheid.
T.a.v. het onbewuste is te onderscheiden in het vóórbewuste (wat nog ni bewust geworden is); en het onbewuste, dat bewust geweest is.
Als we iets gaan doen wordt het altijd een bewuste handeling.
Dit hoeft met denken niets te maken te hebben.
Adleriaan "behandelde" patiënte, die droomde dat zij een stuk worst moest eten, wat haar misselijk maakte. "Iedereen moet wel eens iets slikken (= aanvaarden ) wat hem of haar niet aanstaat." Vrij dwaas, want hier was het sexuele element wel zo duidelijk, dat zelfs een blinde het zou moeten zien.
In er door zijn werk, zijn doen en laten, drukt de mens zich uit in de werkelijkheid. De primitief kan dit niet of nauwelijks.

Systematisch werken vooronderstelt een zekere mate van beschaving, vergeestelijking, individuatie. De primitief is nog geen individu, is alleen nog maar "dat algemene" geheel opgenomen nog in het eeuwige algemene levensbesef.
De mens is als geheel een energetisch verschijnsel.
Energie is de resultante van de polaire spanningen in ons, in alles. Alle zijn is worden, d.w.z. onmiddellijke eenheid, van ons zijn en niet zijn. Onmiddelijke eenheid, d.w.z. het omslaan, onmiddelijk, van zijn in niet- zijn en omgekeerd, als toestand.
De mate waarin een mens energiek is, de "hoeveelheid energie" waarover hij beschikt is niet rechtevenredig aan zijn innerlijk gedifferentieert-zijn. Een heel simpel, weinig gediff. mens kan immers ook onzaggelijk veel werk praesteren, al is dat dan "dom" krachtwerk.
Ieder mens komt met een bepaalde hoeveelheid energie ter wereld, die hij in zijn leven dus kan "consumeren". Aan deze "praedestinatie" valt niets te veranderen.
Ieder heeft dus zo van zijn geboorte al zijn afgepaste portie mogenlijkheden en energie, dit alles in een bepaalde combinatie, en daar moet hij mee werken om tot zo volledig mogelijke en harmonisch mogelijke ontwikkeling zijner mogelijkheden te komen.
Wat die ontwikkeling betreft, diene, dat de meerderheid der mensen het niet verder brengt dan tot het geestelijk niveau van kinderen van 12-15 jaar. Wat natuurlijk niet zeggen wil, dat zij niet allerlei technische en andere "weetjes" kunnen opdoen, allerlei vernuftige "kunstjes" kunnen leren.
Grote verschillen kunnen bestaan tussen kinderen uit één gezin, omdat i de nieuwe mens in principe het gehele voorgeslacht ad infinitum meedoet, en daar waren allicht allerlei typen bij, zodat het mensdom in zijn voortplanting een oneindige variatie van "combinaties" kan voortbrengen.

-o-o-o-

Psy - 1952

-- 29 --

8-ste avond     20-2-1952

Besprekingen naar aanleiding van o.a. Jung's
"Psychologie van het Onbewuste", Hoofdstuk 4.
Het Introverte en Extraverte type.

De introvert neemt het object in zich op en stelt het dan weer buiten zich, doch heeft dan tevens ook zichzelf er in gelegd.
De massa in extravert.
De introvert gaat van het innerlijk naar de buitenwereld.
De extravert laat zich door het object uitlokken, en er zich door richten, bepalen. Vanwaar de aarzeling bij de introvert? Omdat hij het object eerst in zich moet opnemen en verwerken, en moet zien of en in hoeverre hij zich in het object kan leggen. Hij herschept dus het object; ook de medemens. Hij doet er altijd zelf in mee. De introvert ziet de medemensen dus anders dan de extravert. (ziet alles anders ).

Waarom worden mensen, die veel bij elkaar zijn, op elkaar zijn aangewezen, gewoonlijk zo afkerig van elkaar? ( b.v. haat van gevangenen, samen in 1 cel, jegens elkander?)
Zij zijn op elkaar "uitgekeken"; ieder kent precies de reacties van de andere. Als dan het aantal beschikbare onderwerpen beperkt is; is men gauw uitgepraat; de een weet allang hoe de ander erover denkt. Dan komt de verveling. Enz...
Jung zegt: dat de introvert zich graag verbergt achter wantrouwige waarneming ( pag. 66.) . Er hoeft echter in het geheel geen wantrouwen of achterdocht aanwezig te zijn . (Dit in verband met vele aarzelen.)
Schoen: knopentellen moet dan welhaast wel door een Introvert zijn uitgevonden.

De reclame berust op, is bedoeld voor de extravert.
Niemand is alleen maar introvert of alleen maar extravert; is OOK het andere. Kwestie van accent. Dat bovendien verschuiven kan.
Een vriendelijke instelling tegenover de mensen in een kwestie van karakter en heeft weinig of niets met het type te maken.
De typologie van Jung is uitstekend. (Zal later behandeld worden.) Belang hiervan; omdat we moeten weten wat voor type mens we voor ons hebben om doeltreffend te kunnen helpen.
Doel van onze cursus; te leren mensen te helpen bij gewone moeilijkheden.

Levensangst is tegenwoordig groot vraagstuk. Sterk gestimuleerd door de sociale sfeer in heel de wereld.
De mens wil altijd zijn angst motiveren.
Nervositeit of neurose kan het gevolg zijn als dit bewust motiveren ons niet gelukt.
Van allerlei kan zich uiten als angst.
Voorbeeld: geval van vrouw die na bindedarmoperatie symptomen van castratie-complex, werkelijke castratie-angst vertoonde.
Blindedarm - wormvormig aanhangsel.
Vele meisjes hebben het idee, dat zij jongetje geweest zijn, doch dat het lid is weggenomen. ( "overschot": clitoris !)
Angst voor het wegsnijden en de consequenties daarvan kan b.v.

 

Psy - 1952

-- 30 --

weer opleven bij het zien van maandverband van moeder. Dan kan de kinderfantasie zeggen: "Vader heeft het weer weggenomen bij moeder". Bij de behandeling van neurotici ontmoet men vaak veel verzet, zodat men ook wel scheldwoorden en dreigementen naar het hoofd kan krijgen, of beleven dat patiënt wegloopt, e.d. Steek Uw tenen dus niet teveel vooruit; er zou op getrapt worden. En het gaat tenslotte alleen om het helpen van de patiënt.
Lichte psychische storingen, die wij allen wel kennen: iets niet kunnen vinden, dat vlak voor de hand ligt (psychische blindheid); een gesprek vergeten (psychisch niet geaccepteerd, doordat men b.v. eigenlijk met iets anders bezig was.)
Niet geheel of niet juist opnemen van een tekst (niet of anders willen zien dan hij is.)
Zeg in zulke gevallen dus niet te gemakkelijk dat het niet waar is, als men U verwijt, en verwijt het ook een ander niet.
De mens kan alles wegvagen, vergeten, niet opnemen (bewust).
Ook kan het gebeuren, dat men zegt: "we hebben het toch besproken", terwijl men dit alleen maar van plan is geweest, en event. het gesprek alleen met zichzelf "gesproken" heeft. (Wat dan meestal het voordeel heeft dan men gelijk krijgt.)
De Typologie is zeer belangrijk ter uitbreiding en systematisering onzer mensenkennis. Wie het type kent, weet welke reactie te verwachten is.
Alle mogelijke wensen kunnen we als angst afreageren. Bij angstsymptomen is voorbarige diagnose dus wel geheel uit den bose.
"Belangstelling voor vuil-zijn " komt voor.
Infectie-angst kan wijzen op zwangerschapswens. Dit kan ook bij mannen voorkomen. Meer mannen dan men gewoonlijk denkt koesteren wensdromen omtrent een gezellig dik buikje. Stamt uit kinderjaren. Omdat "uit al die dikte zomaar een kindje kan komen" en dat ie toch wel interessant.
Natuurlijk infantiel.
Kan ook zijn: infantiele identificatie met de moeder. Het moederschap wordt duidelijk uitgedrukt door de dikke buik.
Psychologisch zeer knap is dan ook de Abonnee-sigaren-reclame.
Heel dik mannetje met knots van een sigaar in z'n mond. -- De sigaar en de dikke buik - het mannelijke en het vrouwelijke, alles, heel de rustige sfeer van het gezin in énen.
Hierbij is te bedenken dat de mens in wezen bisexueel is want manlijk en vrouwlijk in enen (denken en gevoel). Ook dit is kwestie van accent. Ook dit accent kan verschuiven.
De stier van Mythra werd ook als vrouwelijk aangebeden. (Gaat dan om deszelfs ziel).
De wetenschap zoekt naar oorzaken.
Jung schrijft, dat de moderne physica de absolute causaliteit heeft laten vallen. De kern- en atoomphysica zijn n.l. tot de ontdekking gekomen, dat de gedragingen der electronen niet altijd causaal zijn te verklaren.
Voorbeeld: vergroting van de "omloopbaan" van electronen (om de kern), door middel van electrische ontladingen (in z.g. Crookee buis.) Toevoeging van energie. Electron vertoont dan echter neiging naar oude, kleinere baan terug te keren. Geeft extra energie door lichtverschijnsel af. Deze "terugsprong" is dus finaal.
Bij de astrologie ziet men in de sterrenbeelden allerlei figuren. De oude Babyloniërs projecteerden heel het Rijk op de hemel. Hun geloof in een leven hiernamaals was zeer grauw; trieste schimmenwereld. Het hemelse Babylon zou dan ook niet op aarde nederdalen.

 

Psy - 1952

-- 31 --

Het is een manier van bewustwording, u aan en door eigen projectie, projectie van eigen innerlijk op de buitenwereld. De primitieven projecteren hun gehele innerlijke leven op de buitenwereld en verstrooien zich aldus hierin. Halen ook hun "wil" uit de buitenwereld, zoals nu nog zeer velen "hun" geweten. Wie zich een moederlijk type als vrouw zoekt, zoekt de moederzorg, is dus in zekere min niet volwassen, wil niet zelfstandig zijn. De Babylonische priesters waren vaak goede paragnosten. Althans aanvanke- lijk. Wij, Westerlingen, moeten er uiteraard een wetenschap van maken (astrologie), omdat wij de psychische capaciteiten missen. Wetenschappelijk komt dit gedoe niet geheel uit. De stand der ster- renbeelden is b.v. heel anders dan in de Babylonische tijd. De aarde draait n.l. niet alleen om zijn as, doch deze "as" zwaait ook. (In perioden van ca. 27.000 jaar eenmaal rond. De dierenriem is dan ook verschoven. Wij zijn nu ongeveer halfweg de zwaaibeweging. In het algemeen keren wij ons van tegengesteld type af. Wanneer we willen helpen: eerst nodige: goed luisteren (wat voor de meesten zeer moeilijk schijnt te zijn) niet direct eigen oordeel klaar hebben en uiten.
En niet onszelf belangrijk vinden.
Heel nuttig is het meestal: analoge geschiedenissen te geven. Niet alleen omdat gedeelde smart halve smart is en het dus troosten kan, maar ook omdat velen menen dat zij alleen aan de betreffende kwaal lijden of de betreffende fout hebben, en dus door de analogie zondebesef kan worden opgeheven.

Schuldbesef is vaak aanleiding tot verlegen-zijn. Verlegen-zijn kan ook voortvloeien uit een gevoel van miskenning, of: medegevoel met "buitenwereld".
De redenering, die ouders vaak ten beste geven t/o hun kinderen: "je bloost, DUS je hebt het gedaan" is totaal fout.
(Zie wat vroeger over blozen is gezegd.)
Het blozen voor een ander kan een kwestie van identificatie zijn. Ook in die zin, dat men hierdoor uitdrukt in een soortgelijke situatie te verkeren, in enig opzicht ook "impotent" te zijn. Ken dus ook zijn een uiting van de activering van een castratie-complex b.v.
Blozen is altijd bekentenis. Het "waarvan?" is event. nader uit te zoeken in ieder afzonderlijk geval individueel.
Wanneer iemand liegt verraadt hij zichzelf altijd. B.v. door gebaar, houding, uitdrukking van gelaat, of ogen alleen, of iets dergelijks. Als men de betr. persoon goed kent, zal men dit dus licht kunnen opmerken.

Misdadigers zijn zielige lieden; gewoonlijk infantiel in 1 of meer opzichten, en heel vaak stomvervelend.

Slaan van kinderen, als straf, is fout. Straf is alleen goed als zij leidt tot berouw, tot inzicht. Wanneer dit niet het geval is, zit er deze bedenkelijke kant aan, dat men door de straf "de rekening als vereffend beschouwt" en dus ook het geweten verder vrijuit laat gaan, onbezwaard.

-o-o-o
Psy 1952
-- 32 --

9-de avond     27 - 2 1952

Jung schrijft (pag. 77) dat de psychologie van het mensdom ook de psychologie van de enkeling is.
Doch de enkeling gedraagt zich als lid, "onderdeel" ener massa ànders dan als alleen maar enkeling, reageert anders.
De volgende fraaie kwaliteiten worden de massamens toegeschreven: uiterst suggestibel, barbaars, volgt direct z'n driften, is impulsief, zeer veranderlijk, prikkelbaar, onverantwoordelijk, overheersend onbewust, critiekloos, rechtlijnig ( primitief), autoritair, onverdraagzaam, wil beheerst worden, is oer-conservatief, heeft vele individuele remmingen over overboord gezet en geen last van logica, kiest steeds het irreëele, kent niet de dorst naar de waarheid.
Vast te stellen is, dat de mens niet altijd door de massa omlaag getrokken wordt; het is ook mogelijk, dat de massa hem naar "boven zijn stand" optrekt.
Het persoonlijk verantwoordelijkheidsbesef wordt minder; de persoonlijke verantwoordelijkheid zelf ook. (Als de massa iets doet is, althans voelt zich een lid van die massa slechts proportioneel verantwoordelijk. "ze" doen het.
Het is ook wel een veilig gevoel veel "medestanders" te hebben. Veel wederzijdse beïnvloeding vindt In massaverband inderdaad plaats. De leiders kunnen zowel zijn: slechte individuën of wel hoger staande, in feite zelf boven de massa uitstekende figuren.
Belangrijk is hierbij te bedenken, dat de gewone man en vrouw niet boven het psychisch niveau van het 12 à 15-jarig kind uitkomen. Zij zijn dus nog zeer onrijp, eigenlijk kinderlijk onzelfstandig, nog gewend aan en verlangend naar: gedirigeerd worden.
Staan zeer sterk voor beïnvloeding open; zijn meer ontvankelijk voor "voorbeelden".

Zelfstandig worden is zich psychisch ontwikkelen.

Vaak ontmoet men lieden, die zich botweg tegen alles verzetten en dan menen, dat zij "dus" zeer zelfstandig zijn. Doch dit is meestal juist niet het geval. Deze mensen laten zich gedurig door de buitenwereld bepalen, zij het negatief.

ZELFSTANDIG ZIJN:
weten wàt je doet, waarom je het doet en er de volle verantwoordelijkheid voor aanvaarden.
(Dit laatste moet men dan niet alleen willen maar ook kunnen!)
Dit wil niet zeggen dat alle spontaneïteit, enz. in ons uitgeblust dient te worden. Alsjeblieft niet !
Vaak wordt de vermindering der verantwoordelijkheid onbewust gewenst, omdat de meeste mensen boven hun stand leven, hetgeen natuurlijk allerlei spanningen, verdringingen, complexen kan oproepen.
"Men" geeft gewoonlijk aan hoe geleefd moet worden, ook al KAN degene, die aldus gedwongen wordt dit niet.
Zelfs mensen met een zelfstandige aanleg kunnen zeer goed door de opvoeding tot massamemens gemaakt worden. Wat allicht later tot conflicten aanleiding geeft, ook grote.
Zelfs in de gewoonste mens kan door omstandigheden enorme spanning ontstaan. Als reactie op b.v. veel te grote verveling, schijnheiligheid, bekrompenheid, levensdorheid, mechanisatie.
Waaruit dan een lynch-"Feest" wel begrijpelijk is.
Mechanisatie betekent, dat de mens, voorzoverre hij gemechaniseerd is, DOOD ins, zich immers mechanisch i.p.v. organisch realiseert.

 

Psy 1952

-- 33 --

Wanneer de mens te veel aan de talloze mechanische hulpmiddelen gewend is, wordt hij hulpbehoevend, onmachtig, zodra hij het zonder die hulpmiddelen moet stellen. ( Zie klachten v. U.S.A.-soldaten in Korea.) De Franse soldaat is zeer rijk aan persoonlijk initiatief, ook zeer individueel.
Weet zich dan ook veel gemakkelijker aan te passen. De Duitsers zijn gewoonlijk "doodgeorganiseerd".
Vlucht voor (economische) verantwoordelijkheid is ook te zien in de sterke toename van het aantal naamloze vennootschappen in de laatste halve eeuw.

Het is van veel belang te weten of we met een introvert, dan wel met een extravert te doen hebben.
LET WEL: het ene type is beslist niet "meer waard" dan het andere al bestaat er wet veel valse schaamte wegene het extravert-zijn.
De Introvert is OMZICHTIG.
Typische figuren, gelijktijdig in onze schilderkunst: REMBRANDT (introvert; doet feitelijk niet anders dan zichzelf uitdrukken), tegenover VERMEER (die zich speciaal op het object richt; extrav.
In de jeugd is men gewoonlijk meer extravert. De introversie groeit met de bewustwording.

In het tegenwoordige kleine of kinderloze gezin is deze kwestie zeer belangrijk, want wanneer man en vrouw tot het tegengestelde type behoren komen hier altijd spanningen, conflicten, van.
De verzamelaar is typisch extravert. De introvert interesseert zich niet voor het object, op zichzelf, is min of meer onverschillig. Dit wil niet zeggen: ongevoelig. De introvert kan zelfs zeer goed ook wel overgevoelig zijn. Hij hecht zich niet aan de dingen, noch aan de mensen.

Zelfversiering is primitief, kinderlijk.
De koopzieke is een voorbeeld van een extravert.
De extraversie komt veel meer voor dan de introversie.
Veel mensen zijn gaarne "uitzonderlijk", niet "zo gewoon", dus iets bijzonders, iets "belangrijks". Surrogaat voor ware persoonlijkheid. Het kan trouwens ook zijn, dat de mens tracht zich door excentriciteit te redden uit de sleur des dagelijksen leven.
De mens moet trachten zich te verzoenen met een event. "kleine" taak in het leven.

Wie veel over failliet-gaan van zijn zaak (of van "zijn" zaak) spreekt, drukt hierdoor vaak uit, dat hij dit onbewust wenst.

Het type van de mens is niet te veranderen.
Zodat we ook moeten trachten de mensen te laten leven, voor zover mogelijk, conform hun aard en type.
De technicus is extravert; de uitvinder introvert.
Edison vond NIETS uit; creëerde alleen de commerciëel mogelijke toepas- singen.
Wetenschapsmensen zijn vaak extravert, richten zich geheel op de objecten hunner studie.

-o-o-o-
Psy - 1952
-- 34 --

10-de avond     5-3-1952.

De gedachte van de dubbele afstamming kom veel voor; ook b.v. bij de Roodhuiden. Het feit, of de idee, dat er twee moeders zijn, kan zeer veel invloed hebben op de zoon of dochter.
Op dit gebied vinden we ook de fantasie bij kinderen, als zouden ze "eigenlijk van een andere moeder afstammen" ( event. van andere ouders ). ( Meestal dan "hoge" afstamming !)
Kinderen zeggen dan ook wel "Dit zijn niet mijn eigen ouders". Mogelijk b.v. doordat zij, die kinderen, menen dat er iets in hen is, dat hen niet bij hun ouders doet passen.
Wat wij in onze verbeelding beleven in vaak niet minder belangrijk dan de realiteit. Maar uiteindelijk loopt men gewoonlijk toch op de realiteit te pletter. Bedenk hierbij, dat als wij ons aldus iets wijs maken, wij er blijkbaar behoefte aan hebben dit te doen.
Hierbij vaak veel ijdelheid. IJdelheid is niet altijd een kwestie van een minderwaardigheidsgevoel. Men kan ook "gewoon" - ijdel zijn.

Wat Jung het collectief onbewuste noemt is het onpersoonlijk onbewuste, d.w.z. niet terug te brengen tot persoonlijke belevingen, niet ontstaan tijdens het leven van de betr. persoon.
Zoals reeds eerder gezegd, onderscheiden wij het onbewuste in het z.g. vóórbewuste ( wat nog niet aan bewustwording is toegekomen ) en het onbewuste, dat bewust geweest is, en vervolgens vergeten of verdrongen. Dit zijn niet 2 afzonderlijke "lagen" in het onbewuste; dit laatste is een ongescheiden onderscheiden eenheid. (Alleen in er door het (verstandelijk) denken is onderscheid gemaakt.)
Het leven is voor de mens een voortdurend proces van verkering van het onbewuste tot bewustzijn. Natuurlijk ook: ontwikkeling van AANLEG, als hoedanig het collectieve onbewuste is te beschouwen.
Het is zeer belangrijk als bij de analytische behandeling het onpersoon- lijke onbewuste bereikt kan worden.

Dromen zijn een waarschuwing: S.O.S.
Veel mensen zeggen, dat ze niet dromen. Dit klopt gewoonlijk niet; zij vegen die dromen prompt uit hun geheugen weg.
Wij moeten onze aanleg ontwikkelen, doch hierbij kunnen remmingen optreden, die de nodige spanningen oproepen en dan gaat men wel dromen. Soms wel slim. Zoals dat jongetje, dat droomde dat bij een knoert van een peer te consumeren kreeg, die hij netjes met z'n broertje zou delen. Doch zijn goede aanbod kon toch niet geaccepteerd worden, omdat het wicht te klein was. Het joch kon dus in z'n droom de mooie jongen spelen en toch alles, zoals hij zelfs het liefst wilde, alleen opeten.
Vaak vinden we de droom als middel tot wensvervulling.
Dromen is geen kwestie van onevenwichtigheid. Bovendien is geen enkel mens totaal evenwichtig.
Vaak is het heel moeilijk een droom "vast te houden", vergeten we dat en wat we gedroomd hebben. Misschien omdat we het te pijnlijk vonden of het te onbelangrijk achtten.
Deze beoordeling vindt plaats bij het ontwaken, bij, laat ons zeggen half- bewustzijn, nog voor we geheel bewust geworden zijn.
Bewust weten wij vaak de betekenis van een droom niet. Onbewust wel.

 

Psy - 1952

-- 35 --

Vroeger voelde men de betekenis wel onmiddellijk aan. Wij zijn te intel- lectualistisch geworden en moeten nu weer leren de zinnebeeldspraak te verstaan. Leren "terugvertalen".
Freud spreekt veel over de "droomcensor", een soort drempelwachter bij de "drempel" tussen het onbewuste en bewuste. Dit is veel te materialistisch gedacht.
De mens is in aanleg geneigd ten goede zowel als ten kwade. In aanleg ook moreel. Deze morele aanleg kan bewustwording van inhouden van het onbe- wuste tegenhouden.
Neurose is mogelijk zowel tengevolge van boven als van beneden het eigen morele peil leven.
Het onpersoonlijk onbewuste laat zich uiteraard persoonlijk gelden, ook in de neurose.Wij beginnen allemaal als aanleg en met identieke hersenstructuur en zijn tevens allemaal op onze eigen wijze ons totale voorgeslacht. Hierdoor is het mogelijk, in principe, dat ieder onzer nu produceert of reproduceert al wat de mensheid tot op heden heeft geproduceerd in heel haar geschiedenis.
De theorie van het collectief onbewuste met zijn archetypen is hierbij overbodig.
Zo is het ook geheel niet vreemd, wanneer iemand nu droomt van draken e.d., waarvan men bovendien wel eens gehoord of gelezen kan hebben. Het historisch tijdperk (omvattend oa. 60 eeuwen) toont dat het eigenlijk altijd hetzelfde is geweest; altijd dezelfde worsteling van de mens om tot bewustzijn te geraken.
Alle litteratuur is "autobiografisch", al wordt de schrijver er niet in genoemd. In en door zijn werk immers drukt de schrijver zich uit, openbaart hij zich.
Bij een sprookjesschrijver als Andersen ligt het autobiografische er meer "bovenop", dan b.v. bij de gebroeders Grimm, die hun sprookjes ook grotendeels uit de "volksmond" optekenden en bewerkten, en, om met Jung te spreken, veel "archetypischer" werk leverden.
Wanneer iemand om zich uit te drukken gebruik maakt van archetypen dienen we ons af te vragen: waarom gebruikt hij die beelden, en waarom DIE beelden?
Let wel: op gebied van filosofie kunst en wetenschap bestaat evenals overal elders, maar nauwelijks "originaliteit", zoals dit begrip gemeenlijk wordt gebezigd.
Bij elke bijdrage aan de cultuur wordt onvermijdelijk voortgebouwd op het vroeger gepraesteerde, hoogstens met een kleine persoonlijke nieuwe bijdrage (wat dan overigens al heel veel is !!), b.v. door een nieuwe groepering of formulering der ideeën.
Wij creëren de "oerzinnebeelden" niet dank zij erfelijke voorstellings- herinneringen van eeuwen her, doch dank zij onze aanleg, de voor alle mensen van alle tijden gelijke aanleg.
Vandaar ook. dat we "Jonas-in-de-walvis-voorstellingen" b.v. vrijwel overal vinden, ook bij de Polyneciërs, enz.

Waarom wordt iemand vrijwilliger in Korea? Soms vanwege de UNO-gedachte? Dat zou niet kloppen met "Voor Westerling en Vaderland vecht iedere jongen mee."
OM TE MOORDEN ! Al zullen onze helden, desgevraagd, dit natuurlijk ontkennen.
Veel vrouwen laten graag uitkomen, dat zij "eigenlijk beneden hun stand zijn getrouwd". Bij mannen komt deze hebbelijkheid minder voor.

 

Psy -1952

-- 36 --

Vaak wordt met rijke en/of gewichtige relaties gecoquetteerd; minstens oven vaak met "geleerde woorden", enz.
Veel mensen zijn erg tevreden over zichzelf. Maar dat kunt ge beter niet zijn.
Niet alle ijdelheid is compensatie van minderwaardigheidsgevoel. Hoedt U ervoor, dat ge gaat schematiseren, teveel generaliseren. De ijdelheid kan een natuurlijke instelling zijn.
De ijdele mens is nog niet veel zaaks.

De mens heeft er recht op een misdrijf te begaan, maar dam moet hij ook de plicht aanvaarden de daarop gestelde straf te accepteren, desnoods zichzelf aan te melden.
De voor de H.H. Medici geldende regel: in elk geval patiënt zo lang mogelijk in leven trachten te houden (ook al is "dit leven" event. volkomen waardeloos) is absurd.

In alle mensen is wel iets religieus. (Event. "vroom" gevoel ondanks ongelijkheid.) Het religieus besef is het besef van alverbondenheid. Jung's opvatting over het nut van het Christendom is nogal ordinair. Dat "God" niet te verklaren is ( = zou zijn ) is psychologisch indifferent. Verklaren behoort tot de bewustzijnssfeer; het religieuse tot de onbe- wuste, waarin niet in klare begrippen wordt gesproken, doch met beelden, symbolen.
Wanneer we ouder worden moeten we leren inzien, dat veel wat wij vroeger deden, nastreefden, niet meer mogelijk is, en ... dit loslaten. Wat vaak moeilijk is. Al is het oudworden nu minder moeilijk den vroeger.
Biologisch zowel als psychisch blijft de mens tegenwoordig langer jong. De jeugd staat gewoonlijk zeer scherp afwijzend tegenover de oudere generatie; goeddeels wegens de hopeloos slechte wereld die de ouderen den jongeren bieden.
In ons land leven de mensen in zeer veel opzichten veel beter dan vroeger.

Een mens kan nooit terug. Er bestaat geen weg terug !
Wat gebeurd is, ons is overkomen, is door ons verwerkt en niet meer weg te denken. Wij zijn dan veranderd !
Als iemand, die b.v. jarenlang eenzelfde werkkring heeft gehad er uit gegooid is, kan hij nog wel in die werkkring terugkeren.
Is hij er eenmaal uit zichzelf uitgestapt, dan gaat het niet meer ( Denk b.v. hierbij b.v. aan de Amerikaanse zakenman, waarover Jung schreef.) Jung zegt dat we moeten trachten in het reine te komen met het onbewuste in ons. Dit is strikt genomen alleen nodig, en dan ook urgent, in geval van conflicten, moeilijkheden, uit de wanverhouding tussen het bewuste en het onbewuste voortvloeiend.
De mens is een levend proces van gestadige verkering van onbewustzijn tot bewustzijn.
Als dit proces gestoord wordt gaan we dromen, noodseinen uitzenden. Die dromen worden vaak ( ook na hun uitlegging ) niet aanvaard. Dan wil men b.v. iets, al is het nog zo hinderlijk, niet prijsgeven. (Vandaar ook het vele liegen bij het begin der behandeling.)
En zoals Jung schreef is het doel van de analyse juist ons er toe te brengen de "conflict-stof" uit het onbewuste los te maken.
De daartoe nodige zelfbekentenissen, concessies, event, radicale verandering van onze levenshouding, willen wij mensen dikwijls niet doen.

 

Psy - 1952

-- 37 --

Zodat in ernstige gevallen zelfs de dood kan worden geprefereerd. Nu is het leven, als zodanig, zonder meer, niet het hoogste.
Vandaar dat Dostojewski één zijner figuren laat zeggen: "zij begrijpen niet, dat het offer van het leven vaak het lichtste is."

Naar aanleiding van de droom, door Jung beschreven op pag. 130 en volgende:
Een beek, het water in het algemeen, is zeer veel voorkomend symbool voor het onbewuste. Oversteken, (via doorwaadbare plaats of brug): tekenen van het komen in een nieuwe psychische situatie, tot principiële levensverandering.
Doorwaden (= gedeeltelijk in het water afdalen) in het onbewuste afdalen om daarin breder zelfkennis te zoeken.
Kreeft (Krebet = kanker ) oud symbool. Wanneer de zon in het sterrenbeeld De Kreeft staat wordt zij zwakker.
Kreeft: reactionnaire kracht (loopt achteruit.)
In de verbeelding der mensen leeft vaak het gevoel: de ander trekt mij neer; nu moet ik dus hem of haar optrekken.
Al wat wij dromen is ons eigen beeld; wij dromen het zelf, ZIJN zelf de droom.
Het komt veel voor dat wij over mensen dromen als over objecten. We moeten hen echter altijd op subjectief niveau trachten te stellen. Onze medemens is ook en in de eerste plaats subject. En bovendien: onze rela- ties tot onze medemensen zijn ook voor onszelf altijd subjectief, d.w.z. in onze relaties ZIJN wijzelf, drukken wij onszelf uit. Zij zijn iets van onszelf. -- Wanneer wij in onze droom een ons bekende persoon produceren Is die altijd een bepaalde functie van onszelf.
Natuurlijk moet TEVENS het object wel als zodanig gelden, ook in zeer intieme verhoudingen, zoals die van man tot vrouw. Hoewel in die verhouding, de liefde, (= identiteitsbesef !) ook altijd subjectieve waarde schuilt.
Wat ik droom, ben ik zelf, ook al is tot zeer onprettig. Wanneer twee personen habitueel ruzie met elkaar hebben, al vinden ze dit bewust zeer onplezierig, doen zij dit voor hun plezier. Zij reageren zich aldus op elkaar af, hebben elkaar dus nodig en ontmoeten elkaar dan ook trouw telkens weer.
Elke verhouding is wisselwerking.
Elke dood is ook opluchting voor de achterblijvenden, al zullen zij het normaliter verdrietig vinden. Wij zijn allen ook lastig voor elkaar. Meen vooral niet, dat we juist groot verdriet ten toon MOETEN spreiden. Heel gemakkelijk kunnen we bij dergelijke dingen vervallen tot "conventio- nele verdringingen". Wij zijn vaak graag geneigd onszelf als mooier te zien den wij zijn. De bekende "eerbied voor verdriet" in werkelijk bedenkelijk. Al zou het alleen maar zijn omdat het voorgekomen is dat een vrouw zich als schijnweduwe gedroeg om zich aldus ten kerkhove een wederhelft te zoeken.
Bij abnormale grootleed-demonstraties kan men vrijwel zeker zijn dat er iets achter zit. Een of ander schuldgevoel b.v. De uitdrukking "van de doden niets dan goeds" stamt van de Romeinen, die haar uit ridderlijkheid gebruikten: tegen kwade beweringen kon de dode zich immers niet verdedigen.

-o-o-o
Psy - 1952
-- 38 --

11-de avond     12-3-1952

Ten aanzien van de pensionering.
Het op pensioen stellen van mensen. die een bepaalde leeftijd hebben bereikt, b.v. 60 of 65 jaar, betekent voor de handarbeiders niet minder dan een moordaanslag, het voltrekken van een doodvonnis. Deze mensen werken daarna gewoonlijk niet meer, zijn op geestelijk gebied vrijwel helemaal inactief. Dan rest hun niet anders dan dood te gaan, wat zij meestal ook tamelijk gauw doen. ( gemiddelde leeftijd ca. 67 jaar, voor vrouwen 71). Hoofdarbeiders, intellectuelen en b.v. ook toneelspelers werken als regel door, ook als zij gepensioneerd zijn of de leeftijd voor pensionering zijn gepasseerd. Zij "sterven in het harnas". Leven langer ! Dit verschil is niet terug te brengen tot alleen maar extra slijtage der handarbeiders wegens hun lichamelijk zwaardere werk.
Al klinkt dat onvriendelijk: men moest nooit pensioneren.
De prestaties der ouderen zijn vaak nog heel goed, in sommige opzichten beter dan de jongeren kunnen leveren. (vroeger werd reeds opgemerkt, dat de oudjes het nog best doen. nietwaar.)
Dit bleek ook wel in de V.S. tijdens Wereldoorlog II.
Het pensionneren betekent tevens: zware ballast, drukken op de werkenden, die aldus te zorgen, te produceren hebben, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de getrouwde vrouwen, de jeugd voorzoverre nog niet mee- producerend, voor het improductieve leger enz., en allen die niet meer werken.
Ondanks alles is nog steeds hèt ideaal voor velen: vroeg met pensioen. werken wordt blijkbaar nog altijd als een soort straf beschouwd.
En zo zweert men bij "Jonge krachten". In advertenties waarin sollicitanten worden opgeroepen vindt men gewoonlijk als hoogste leeftijdsgrens: 40 jaar.
Wanneer men de economische organisatie in de wereld zal weten te verbeteren wordt het probleem: dat der vrije-tijd-besteding.

De Schotten zijn in het algemeen arm, derhalve zeer op de penning. Het predicaat "gierig" is eigenlijk misplaatst.
Er is in Europa geen volk, verkwistender dan de Engelsen. De Engelsman spaart niet, de Fransman daarentegen "pot" immer.
Bij elke arbeider bereikt men tenslotte een punt, waar hij niet meer: méé wil werken voor meer, vaak veel meer, loon.
Soms lukt het hem dat meerdere werk te laten doen tegen een andere beloning dan geld. De Fransman wil niet de maand ingaan met slechts een paar frank op zak. De Amerikaan neemt wel genoegen met een "beginkapitaal" van enkele dollars; moet dat dikwijls wel wegens zijn kopen op afbetaling, waarvan de Fransoos zeker geen bewonderaar is.
ALLE VOLKEN ZIJN VERSCHILLEND. Telkens vinden we overal een andere psychische instelling.
Terwijl men b.v. in de Angelsaksische landen min of meer verzot is op televisie, vinden de bewonere van het Europese continent het maar zeer matig; zij willen er niet aan.
De volkeren en rassen zijn zowel onderling als in zichzelf sterk gedif- ferentieerd.

 

Psy -1952

-- 39 --

Het zich projecteren op de buitenwereld in een primitieve manier van contactleggen.
De roomse kerk is, zoals bekend, belichaming van machtsverlangens. De roomsen WENSEN die macht, anders zouden zij wel afvallig worden. Maar het geloof in macht is ataviatisch, archaïsch, een "bijgeloof. Diepste ondergrond: het geloof in magie, in de macht van de toverdokter, voor wie bij de roomsen de priesters, enz., in de plaats treden. Deze weten overigens wel dat hun hele Kerk op vervalsingen berust. Hun doel is er de Paus door naar voren te schuiven.
Het geloof in magie leeft nog heel sterk in de mens. Zullen niet de meesten van ons in hun jeugd de wensdroom gekend hebben: als ik eens ALLES kon, ALLES wist!!
Hitler werkte sterk op de collectieve, primitieve machtsgevoelens, instincten van de massa.
Geloof in het collectieve is primitief. De primitief is door zijn verstrooiing in de buitenwereld ( projectie ) een collectief wezen; nog niet in zijn IK samengetrokken, nog niet geindividuëerd.
IK-zeggen is om te beginnen "neen-"zeggen. Want als IK stelt men zich aanvankelijk tegenover de werkelijkheid, onderscheidt men zich daaraan. Maar de primitief zegt niet "neen", hij zegt "ja" tegen alles en iedereen, mede omdat hij zich op, event, in al die objecten heeft geprojecteerd, is dus willoos en door iedereen gemakkelijk te beïnvloeden; gelooft in macht, is zelf nu eenmaal zó dat hij van buitenaf bepaald wordt, moet worden, wil worden.
Gandhi oefende geen macht uit; hij wendde een zeer grote zedelijke kracht aan. Dit is heel iets anders. En hij zei dan ook ik kan geen wonderen doen.

Waarneming buiten onze zintuigen om is mogelijk. Wij zouden dit (paragnosie) een soort Telephatie kunnen noemen, onmiddellijk onbewust contact. Berust altijd op een zekere identiteit. Het is een werking van het onpersoonlijk onbewuste, waarbij tijd en afstand nagenoeg geen rol spelen.
Gok bij dieren vinden wij dit.
De primitieven hebben onmiddellijk absoluut contact met alles.
Zij denken niet. Alles is "beeld" voor hen, voorstelling, "bestaand ding", zodat zij ook menen, dat de doden nog leven, nog bestaan. Al wat geest is, is voorstelling, bepaaldheid, bestaat.
Al hun "innerlijke" projecteren zij op de buitenwereld, zien zij dus als beeld in of aan de buitenwereld.
Wanneer spiritisten enz. zeggen dat men na het aards bestaan voortleeft als "fijn-stoffelijk" of astraal lichaam, dan is dit in elk geval nog "stof", komen zij dus van de stof nooit los, zijn zij wel erg materialistisch.
Wij L E V E N altijd in alle mensen. die wij gekend hebben en ook in velen, die wij niet kennen, doch die wij op enige wijze door woord of gedrag hebben beïnvloed.
Hierbij komt dat ons onbewuste geheugen nagenoeg onfeilbaar is, zoals ook wel bij hypnose-proeven is aangetoond.
Alles en iedereen, waarmede wij actief of passief in aanraking komen, beïnvloedt ons, maakt indrukken op ons. Let hier op de beeldspraak: in- drukken. Wij worden dus ingedrukt. "In een bepaalde vorm geperst"; wij zijn na deze gebeurtenis dus anders geworden, een andere levende werkelijkheid. Alle indrukken ZIJN wij zelf.

 

Psy - 1952

-- 40 --

Hoe minder redelijke controle op one gevoelsleven, hoe groter de macht van het onbewuste in ons. De tegenwoordige vlucht in het onbewuste is gedeeltelijk ook te verklaren uit het feit, dat het bewuste leven nu welhaast ondragelijk moeilijk is.
Als het leven te zwaar is, roept het angsten op, die allerlei vormen kunnen aannemen. Het Mac.Carter-isme en Mac.Arthur-isme zijn niet anders dan angst voor hetgeen komen gaat, komen moet, en dat de Amerikanen niet aankunnen.
Allicht vlucht men dan in een of ander collectief, om aldus ontslagen te zijn van (een groot deel van ) de verantwoordelijkheid.
Let wel: men kan uit angst vluchten, zowel naar voren, (bijzondere dapperheid ) als naar achteren.
De angst is een enorme factor in het leven. In de oorlog verliest de soldaat zijn persoonlijkheid, hoewel ook hier remmingen kunnen blijven bestaan ( evenals bij hypnose!) waardoor men niet alles met hen kan doen.
Het Hitlerisme was één grote speculatie op het TERUGdringen van de perse; (ontpersoonlijking) op een collectieve mentaliteit.
De grote massa kent heel weinig persoonlijke moraal; is ook vaak moe van de moraal waarnaar zij gewoonlijk leeft en die eigenlijk te hoog is voor haar.
Wij zijn overigens ALLEN in staat om in het collectieve te vluchten. De primitief kent geen nationaal bewustzijn. In erge omstandigheden vallen ook wij zover terug.
Getallensymboliek: 12: de mens, die harmonisch evenwicht in zijn gevoels- leven heeft bereikt. 13: de mens, die bewust wil worden, derhalve zijn gevoelsinstelling critisch gaat beschouwen. ( 13: Blauwbaard. Vecht met zijn gevoel: de vrouwen !) -
In alle sprookjes is de inhoud: de spanning tussen gevoel en denken. Archetypen ( oer-typen ) Draak en slang ( hetzelfde ) komen veel voor. In dubbele betekenis, goede en kwade.
NOEM NIET ALLES SYMBOOL. Er is n.l. ook nog verschil tussen symbool en teken. Symbool betekent oorspronkelijk: samenvallen, d.w.z. er in sprake van een symbool als het identiek is met zijn Inhoud. Het "teken" staat voor iets, is dus niet volledig dit iets. Het teken en wat erdoor "getekend" wordt dekken elkaar niet volkomen. Het Kruis is een teken van het Christendom.
Alle symbolen hebben een positieve en een negatieve inhoud, worden zowel voor het mannelijke als voor het vrouwelijke benut.
De draak is positief: de hoeder van de schat; negatief: de verdelger. Slang in Paradijsverhaal: negatief: verleidt Eva, brengt de zondeval; positief: haalt hen uit het onbewuste in de bewuste staat.
Het draaksymbool wordt al duizenden jaren gebruikt. Komt ook nu nog in dromen voor.

 

Psy - 1952

-- 41 --

Het Evangelie van Johannes babylonieeert heel sterk. Illegaal geschrift. Verhaalt van een maagd aan de hemel, die een kind moet baren. Een draak beloert haar om straks het kind te verslinden. Zij vlucht dan naar de woestijn (Egypte.)
Het "beest" met het getal 666 staat voor Dominitianus, de Christenvervol- ger. Dit als voorspelling geschreven verhaal bedoelde de Christenen tot volharding aan te sporen.

Ook de boom is een archetype ( Wereldes, Diana, enz.) Wanneer wij archetypen dromen, zijn wij bezig met one onpersoonlijke onbewuste, met onze aanleg, onze mogelijkheden ( en de daarbij behorende remmingen ! ) en de ontwikkeling daarvan.
Wij tonen onszelf dan de mogelijkheden in onszelf, die aan het licht willen komen.
Het is zeer moeilijk bewust AL onze mogelijkheden en hun relatieve urgentie te leren kennen, dus moeten wij volle aandacht schenken aan dergelijke dromen.
Dit ontdekken van om ontwikkeling vragende mogelijkheden in ene houdt vaak de noodzaak in van een radicale verandering van onze gehele levenshouding. Event. laten varen van goede maatschappelijke positie, enz.
Dit eist veel moed !
Bij behandeling van een patiënt beginnen we met orde te stellen op zijn of haar persoonlijke onbewuste.
Daarna gaan we over naar het onpersoonlijke. Dit is zeer moeilijk ( specialistenwerk) ook al door de vaak zeer grote weerstanden, hierbij te overwinnen.
Massa's mensen leven verkeerd, dus in strijd net hun aanleg. Vaak dank zij het "geweten van buitenaf", waaraan men zich houdt, ook al is men het er eigenlijk niet mee eens.

 

Psy - 1952

-- 42 --

12-de avond     19-3-1952

Het symbool valt samen met de totale inhoud. Freud sprak ten onrechte altijd van symbool, ook wanneer het een "teken" betrof. En natuurlijk ging het altijd om "sexueel symbool". Zo was een kerktoren prompt phallisch. Het is echter zeer wel mogelijk, dat de dromer religieus is, zijn gevoel ten hemel richt.
De echte symbolen hebben zowel een positieve als een negatieve betekenis; zij worden ALLEEN gebruikt door het "collectieF" onbewuste. Typisch is het esculaapteken. De slang is dus niet alleen maar giftig; ook genezend. En inderdaad werd reeds in de oudheid slangengif voor medische doeleinden gebruikt.
Ook de boom is "oer", symbool van het leven, de geheimzinnigheid van het leven. Vaak verbonden aan mannelijk lijden (bij de z.g. hanggoden b.v.) (Odin; later ook Jezus aan het Kruis).
Mensen kunnen ook elkaar tot symbool voor bepaalde psychische inhouden maken, b.v. voor een minderwaardigheidsgevoel dat we op allerlei gebied kunnen hebben.)
Dit kan een sterke binding tussen die mensen ten gevolge hebben, meestal negatief, omdat de ander gewoonlijk symbool wordt voor de eigen "zwakke" kant, onontwikkelde of onvoldoende ontwikkelde kant. Dergelijke gebonden aaneen ZIJN elkaar, vallen (deels) met elkaar samen. Meestal niet prettig. De man is valt op een rare manier trouw ( zoals b.v. in het liedje "Mijn Eerste" van Dirk Witte )
De vrouw is àndere trouw; zoekt het in het erotische, terwijl de man het meer in de herinnering zoekt.
Het paard komt veel voor als symbool, ook als: een der nobele krachten in de mens, die de mens door het leven draagt.
Diersymbolen verbeelden allerlei hogere of lagere natuurlijkpsychische krachten.
De kikker en de pad zijn totaal tegengesteld. De eerste: vrolijk, vlug, fier; de pad: traag, een afstotelijk griezelbeest met z'n wratten enz. Vogels komen zeer veel in dromen voor. Volgens Freud alweer symbolisch voor het manlijk geslachtsorgaan wegens het opwaarts streven. Doch dit is kennelijk ietwat te beperkt.
De vogel is meestal het principe van opwaarts-streven, vlucht van de ziel naar hoger sferen. Symbool ook voor de geest. Ook de Heilige Geest wordt wel als vogel voorgesteld.
Vissen kunnen allerlei betekenissen hebben. Zijn in het water, dus in het symbool van het onbewuste. Kunnen daarin een geestelijke kracht zijn, die in het onbewuste is verzonken (de vis die weer in het water gedoken is) of er gewoon nog in is ("voorbewuste"). In aanleg geestelijk.
In sprookjes wordt de vrouw gewoonlijk gesteld voor de ziel, het gevoel; de man voor de geest, die altijd aanvankelijk elkaar bestrijden, totdat het onbewuste en het bewuste met elkaar zijn verzoend.
In de sprookjes van de 1001 nacht komen de vrouwen er meestal slecht af. De ziel zoekt van nature contact met de meest primitieve lagen en bedriegt dan duo de man ( de geest). De voorstelling van het overspel der vrouw met een zieke neger in hieruit begrijpelijk.(dit omlaagstreven als ziekelijk gezien.)
Besproken werd een half versteende, door zijn vrouw gekwelde en

 

Psy - 1952

-- 43 --

bedrogen prins ( neger in het spel). Het onbewuste teistert en verlamt (belemmert ontwikkeling) van het bewustzijn zolang het de weg omlaag blijft volgen. De prins hakt tenslotte zijn vrouw in tweeën: hij heeft de dualiteit in zijn eigen wezen onderkend; kan zich nu verder ontwikkelen. Had eerst reeds de neger overwonnen.

In het onpersoonlijk onbewuste is het paard meestal goed.
Vaak Pegasus-paard; dichterlijk, opwaartstrevend.
Kan echter ook zijn de duivel of de bliksem; en dan toch nog "scheppend" zijn: dialectisch beginsel.
In het persoonlijke onbewuste doen alle mogelijke alledaagse dingen moe. In het onpersoonlijke beslist niet.
Werkt met beelden; dieren daarbij altijd geweldig: Leeuw: kracht, macht; olifant de antieke tank); walvis wedergeboortesymbool zoals bij Jonas- verhaal).

Getallensymboliek (zie ook voorgaande; dit slechts soort aanvulling )

1 = chaotisch getal;

2 = getal v.d. dualiteit, tegenstrijdigheid, die in
3 met 1 tot eenheid komt ( drie-eenheid)

4 = 2x2; horizontale en verticale spanning;
   grondgetal v.d. natuur

5 = mens die worstelt om tot inzicht te komen

6 = gevaarlijk; daemonishe sfeer ( daemonisch
   wordt later nog besproken)

7 = 3+3+1 tot eenheid gekomen dubbele
   synthese: of 3+4

8 = wedergeboorte

9 = geboorte-, zwangerschapsgetal
10= mens. Geruisloze getal ( vermenigvuldiging
   hiermee kwestie van nullen)

12= sociaal getal bij uitstek

13= mens die zelfbewust wil worden

14= 2x7 of 7+7 volmaakte eenheid; mens, bereid
   geheel geestelijk gerijpt het leven in te gaan.

Het dualisme van de mens wordt ook in godensfeer gesteld:
Shiwa.

TYPOLOGIE ( Jung ) (Er zijn meer typologiën)
Jung verdeelt de mensheid in twee hoofdlijnen ( om te beginnen), de introverten en extraverten.
Deze indeling in niet nieuw; wel belangrijk.
Deze 2 typen gaan vaak heel moeilijk samen omdat zij elkaar eigenlijk volkomen ontkennen.
Niemand is alleen maar introvert of alleen maar extravert.
Ook al omdat de mens onbewust zijn sterkere kant compenseert; ook in en door zijn fantasie.
Fantaseren is de voornaamste bezigheid van de ziel; waarbij niet alleen aan dagdromen of zo iets moet worden gedacht.
Alle kunstenaars doen dat.
Goethe was een wonderlijk uitgebalanceerde figuur. Hij wan uitgesproken introvert( Faust ) en ook uitgesproken extravert: zijn natuurwetenschappelijke studiën.
Schiller was alleen uitgesproken introvert en had het dus erg moeilijk in zijn omgang met de door hem hogelijk bewonderde G.
De Introvert gaat uit van de idee als het subject; de extravert gaat uit van het object.

 

Psy - 1952

-- 44 --

Alles begrijpen is alles vergeven. Ja zeker, maar alleen met de hersens. Als het gevoel anders wil, is dit uiterst moeilijk mee te krijgen.
Deze twee-deling van Jung is uit te breiden tot een vier-deling.
1: geïntroverteerde introvert; 2. geëxtraverteerde introvert; 3: geïntroverteerde extravert; 4 geëxtraverteerde extravert. 1. Rembrandt; 2. Vermeer. Blijkt uit hun werken.
Elke kunstenaar is ook introvert, want hij moet scheppen, uit zichzelf. De 4e groep loopt groot gevaar totaal slaaf te worden van de objectenwe- reld, zijn subjectiviteit totaal te verliezen. Natuurlijk kan ook de introvert overrompeld worden door de objectenwereld, doch dan trekt hij zich gewoonlijk in zichzelf terug om de eigen houding t/o de buitenwereld opnieuw te bepalen.
De introvert staat actief t/o de wereld; de extravert reactief (deze reageert); wordt de extravert passief dan is hij verloren.
Freud: de mens is niet andere dan een bundel wensen (extravert);
Adler: de mens is niet anders dan een IK-punt, trekt alles in het subject samen ( Introvert ).
Beiden: Jood.
De introvert wil altijd de buitenwereld beheersen ( De enig juiste weg daartoe is te leren de gehele buitenwereld te begrijpen.)
Het is ook mogelijk, dat men dit daemonisch, door middel van magie wil bereiken.
Bij Socrates was "daimon" de innerlijke stem in hem.
Aangezien het onbewuste niet het ware is, heeft het daemonische bij ons een ongunstige klank gekregen. Heel het onbewuste kreeg In het Christelijk tijdvak een ongunstige zin, werd vereenzelvigd met de duivel. -- Zuiver gevoelskwestie.

Het daemonische werd tot een natuurlijke bezetenheid.

6 als daemonisch getal staat dan voor alle natuurlijke krachten in onze psyche. Het bewuste leven, de redelijke kant van de mens, moet het onbewuste dirigeren; wordt er anders door vernietigd.

In 7 komt men boven dit daemonische uit; vindt de verzoening plaats van de oorspronkelijk negatief t/o elkaar staande: bewustzijn en onbewuste.

6 is nog ontkenning van het redelijke, dus van het waarachtig menselijke leven. Het onverzoende daemonische kan dan ook zelfs tot zelfmoord leiden.
De essentie van de griekse cultuur is de schoonheid, dus .. het onbewuste.
Daarom konden de Grieken ook niet tot het Christendom komen.

Jung behandelt verschillende Europese historische figuren, waarin de tegenstelling introvert-extravert extreem tot uitdrukking kwam. Zozeer dat een hevige strijd plaats vond tot een der antegonisten tenslotte ten onder ging.
Aan het begin van het Christendom, 5e eeuw: Tertulianus versus Origenes. Tertulianus zou gezegd hebben: ik geloof omdat het ongerijmd is.
Niet juist. Hij was een enorm denker ( uitgesproken introvert), een hevig man, hard en scherp jegens zijn tegenstanders. Hij formuleerde zeer juist : Christus is uit de dood opgestaan, maar het is onmogelijk dat doden tot nieuw leven opstaant daarom GELOOF ik het ( d.w.z. kan ik dit alleen met m'n geloof ( gevoel) benaderen, aanvaarden; niet op andere wijze.) bij bracht het offer van het intellect, dus castreerde zich geestelijk voor het Christendom ( forceerde daardoor zijn andere kant, zijn gevoelsleven.)

 

Psy - 1952

-- 45 --

Origenes was precies het tegendeel. Geheel gevoelsmens. Pleegde lijfelijke zelfcastratie, om zich van de verleidingen des vlezes te bevrijden. Volkomen extravert.
Men zegt vaak, dat men allebei kanten moet ontwikkelen. Eenvoudiger gezegd den gedaan. Bovendien: wanneer we onze zwakkere kant opzettelijk ontwikkelen, gaat dit tenkoste van onze sterke kant.
Wanneer wij one speciaal op bepaalde dingen concentreren, gaat dit ook tenkoste van de ontwikkeling der andere mogelijkheden in ons.
9e Eeuw: universaliënstrijd: nominalisten t/o realisten. Nomen = naam; res = ding.
Plato (nominalist): de idee komt voor de zaak, het algemene voor het bijzondere. Introvert)
Zijn tegenstanders precies omgekeerd.
Aristoteles: het algemene is in het bijzondere (verzoening).
De gedachte van de transsubstantiatie kwam natuurlijk van een realist. Rodbertus. Deze voelde de "tijdgeest" juist aan; het ging toen heel sterk om de DINGEN. Extraversie.
Dit is ook de tijd van de opkomst van de kruistocht-gedachte.
Men wilde de dingen hebben en .. toen men bij het graf kwam bevond men dat het leeg was. Allicht.
Van de kant van de Paus gezien was deze gedachte zeer goed. Door de eeuwig elkander bevechtende wereldlijke Heren een gemeenschappelijk doel te geven, en nog wel een "echt christelijk" doel, beoogde hij de onderlinge strijden te doen eindigen. Overigens was heel dit gedoe dus typisch extravert. Dat zijn ook de lieden, die zich aan het (gesproken of geschreven ) woord krampachtig vasthouden. Wet staat er toch!" "Hij heeft het toch (zo) gezegd!"
Als twee hetzelfde doen, is het nog niet hetzelfde. Dit gezegde wordt markant in het licht van de tegenstelling introvert-extravert.
De Middeleeuwen ( ca. 9e eeuw) waren star realistisch.
De Marxisten zijn dat ook ( dus ook extravert.) Zij kunnen de mens blijkbaar niet anders zien, dan als economische of sociale functie; zien hem dus niet als Mens.
In het conflict Introvert - extravert vinden we af en toe exponenten van beide uitersten die werkelijk tot het uiterste doorvechten. Zoals ook:
Trotzki - Stalin.
Delft één der "partijen het onderspit, dan wordt daarover veelal rijkele; spektakel gemaakt, doch ... de "verliezer" heeft eenvoudig zijn tijdsgewricht niet gekend, niet herkend, niet onderkend.
Bij de massa, heel weinig ontwikkeld en in overgrote meerderheid extravert, zijn de botsingen niet zo hevig; het zijn daar dan ook geen echte innerlijke conflicten.
Typisch voor de ge-extraverteerde wereld ie ook de hausse in echtscheidingen meestal louter op sexuële gronden ).
U.S.A. - De mensen laten zich telkens weer door een ander "object" boeien, en waar de echte belangstelling ( de introverte) en de liefde ontbreken is dit alles steeds weer zeer kortstondig.

-o-o-o-