Website
inform.

IV

Tot de vaste bezoekers van Norman's openbare spreekbeurten behoorde de laatste tijd ook Theo, die als het enigszins mogelijk was naast Ann plaats nam. Max kwam altijd op het nippertje en ging dan ergens achter in de zaal zitten. Het contact tussen Ann en hem beperkte zich tot een groet zijnerzijds, die zij vluchtig beantwoordde.
Op een keer achter vroeg hij quasi nonchalant terwijl zij in de pause met Theo stond te praten, hoe zij de voordracht vond. Ann, die niet van scènes hield, antwoordde droog:
-Goed.
Toen stelde hij zich aan Theo voor.
-Bent U de Theo, waar die dominee zich zoveel moeite voor gaf?
-Inderdaad, die ben ik.
-En stoor ons nu verder niet, zei Ann.
Een beetje geschrokken trok hij zich terug.
Voor wie kwam die Theo? Voor Norman of voor Ann?

------

117
Norman sprak over de mens als hoogste wezen van de kosmos, in wiens evolutie ook die der goden begrepen is. Toch is het natuurgodendom nog geen overwonnen fase, aangezien ook aan de huidige godheid bestaan wordt toegekend.

Geloof is nog niet wijsheid, ook als is de gelovende nog zo knap.

Geestelijke volwassenheid is zeldzaam. Het infantilisme voert de boventoon.
Jung spreekt van een grijsaard van tachtig jaar, die als zuigeling ten grave daalt.

De groten der aarde zijn gemeenlijk grote praatjesmakers, maar een wijze is onder hen niet te vinden.

Alleen in de wijsheid is waarheid.
De waarheid bestaat niet; zij is altijd onderweg om waarheid te worden.

De leugen heeft ontstellende afmetingen aangenomen. In den beginne was het woord, nu de leugen.
En nog steeds aanvaarde stokoude leugen is het Romeinse adagium: wilt gij de vrede, bereid U dan ten oorlog.
De militairen en oorlogsindustrieelen varen er wel bij.
Het moderne militairisme is de grote moordaanslag op de zedelijke persoonlijkheid, op de persoonlijke vrijheid. Zijn uiterste consequentie is de S.S. 118
Knappe koppen dachten de atoombom uit. Zo groot is de duisternis der knappe koppen.

De man, die zich verbeelt meer te zijn dan de vrouw, lijdt aan hoogmoedswaanzin. Deze is ook de oorzaak der rassendiscriminatie. Alle mensen op aarde behoren tot het genus: homo sapiens.

Alles wordt betaald, ook de vooruitgang. De welvaartstaat is een enorm bedrog en bevordert de degeneratie. De welvaartpropagandisten zijn de priesters der hebzucht.

Zolang de kerken zich niet verzetten tegen geweld en dus tegen de machtswil en hebzucht, verzaken zij het beginsel van het christendom.

De leer van Christus is te vinden in de Bergrede. In de figuur van Christus wordt gepoogd de mens naar zijn waarheid uit te beelden, wat uiteraard mislukt. Als men hem bijv. laat zeggen: wanneer iemand U op de rechterwang slaat, keer hem ook de rechterwang toe, doet men hem schuldig maken aan uitlokken van geweld. (Lucas 6:29)
Geen eenzijdigheid houdt stand; alles brengt zijn ontkenning aan zich mee. Daarom is niemand goed. Wij kunnen hoogstens ons best doen om goed te zijn.

------

Met de ijver van een nieuweling bracht Theo deze en andere uitgespraken over aan Carla, waardoor hij haar in hoge mate boeide, omdat zij meende iets nieuws, een ontwaken in hem te bespeuren. Ook Lisa, die er soms bij 119
aanwezig was, luisterde vol aandacht, omdat al wat zij hoorde volstrekt nieuw voor haar was, een gedachtenwereld, die stralend afstak tegen die welke haar vader haar had geleerd.
Op een keer vroeg zei Theo haar eens mee te nemen als Norman sprak, maar hij antwoordde dat zij daarvoor nog te jong voor was. Natuurlijk was dat niet de reden; hij wenste voor geen geld, dat zij Ann zou ontmoeten.
Toch zag hij haar op een keer verschijnen.
-Verrek, daar heb je Lies Bloeme, zei hij tot Ann, die naast hem zat.
-Hoe komt die hier?
Lisa groette en zocht een plaats.
In de pauze ging zij direct naar Theo toe.
-Dat had je niet gedacht hè? Ik heb het huis van meneer Norman opgebeld en alle inlichtingen gekregen.
En zich tot Ann wendend:
-Hij praat bij ons thuis het honderd uit over wat hier gezegd wordt en dan krijg ik te horen, dat ik te jong ben om te komen luisteren.
-Hoe vindt je het? vroeg Theo.
-Moeilijk, maar erg interessant.
-Te moeilijk voor jou, geloof me.
-Vind je niet, dat ik dat zelf moet uitmaken?
Op dat moment voegde Max zich bij hen. Iedereen die met Ann contact had, interesseerde hem. Lisa keek een paar maal naar hem, taxeerde hem als zakenman en vond hem onbelangrijk.
Dat hij niet aan haar werd voorgesteld, was niet buiten de regel. Op de bijeenkomsten van Norman werd weinig aandacht besteed aan de maatschappelijke plichtplegingen en Lisa was te zeer kind van deze tijd om zich met dergelijke 120
overbodigheden te bemoeien. En als er iets van dien aard plaats vond, was de voornaam gewoonlijk voldoende; afstamming of familienaam waren onbelangrijk.

Een volgende keer kwam Max vroeger dan gewoonlijk; om de tijd te verdrijven voerde hij een vluchtig gesprek met Norman, die meerdere malen door andere bezoekers werd aangesproken.
Max' blik bleef onafgebroken opde deur gevestigd. Hij wachtte op Lisa.
Zodra zij binnenkwam wuifde hij Norman goedendag, keek waar ze ging zitten en nam plaats op de stoel naast de hare.
Hij groette haar zeer nadrukkelijk, maar zij reageerde zwakjes.
'Wat wil die vent van me?'
Desondanks knoopte hij een gesprek aan.
-Kan ik U bij Ann ontmoet hebben?
Zij kende Ann niet en antwoordde kortweg met neen.
-Toch ken ik U, loog hij.
-Ik U niet.
-Vreemd. Mag ik Uw naam weten?
-Lisa Bloeme.
-Van dominee Bloeme?
-Ja. Hebt U mijn vader gekend?
-Alleen door wat ik van Ann over hem gehoord heb. U bent dus bevriend met Theo en niet met Ann.
Het stormde in Lisa, maar het openen van de bijeenkomst door de voorzitter redde haar.
Er was geen sprake van, dat zij haar gedachten kon bepalen bij wat Norman zei. Zij hunkerde naar de pauze, stond op zodra deze werd aangekondigd 121
en liep vlug naar Theo, die weer naast dezelfde vrouw zat als de vorige maal.
'Zou dat Ann zijn?'
-Die man, die de vorige keer in de pauze bij ons kwam staan, is erg nieuwsgierig. Hij vroeg me hoe ik heette. Natuurlijk heb ik 't hem gezegd. En zich tot Ann wendend:
-Bent U Ann?
-Ja.
_U hebt dus mijn vader gekend?
-Ja.
-Ik wil graag met U praten. Daar komt die vervelende kerel weer aan. Mag ik na afloop met U oplopen?
-Goed.
Een kelner ging met koffie rond. Ann praatte over de lezing. Theo morste koffie over zijn colbert en ging naar de kelner om diens servet te lenen. -Dat kan hij niet, zei Lisa en liep hem achterna.
-Dat is de dochter van jouw dominee, zei Max toen hij met Ann alleen was. Zij dacht, dat ik haar vader gekend had, maar ik heb haar naar jou verwezen; dat leek mij het veiligste.
-Heb je haar bijzonderheden verteld. Bijvoorbeeld waarom je mij een blauw oog sloeg?
-Ik denk er niet over. Ik vroeg haar naam en toen ze die noemde, of ze de dochter van dominee Bloeme was. That's all.
-Ik snap het, al vind ik het geen onverdeeld genoegen.
De mensen zochten hun plaatsen weer op en in die tijd deelde Theo aan Ann mede, dat hij het een rotstreek vond van Max. 122
-Dat is het niet, Theo. Hij weet immers niets af van het gezanik van haar moeder.

Norman sprak. Langzaam verdween Theo's angst naar de achtergrond, maar toen hij na afloop Ann en Lisa samen zag wegwandelen overmeesterde zij hem weer. Haastig stapte hij in zijn auto, bevreesd dat Max hem zou aanspreken. Als die twee maar niet te vertrouwelijk werden. Ann zou zich niet verspreken, maar van Lisa was hij niet zo zeker, ofschoon ... neen, zij liet ook nooit iets blijken van wat zij wist omtrent zijn verhouding met haar moeder. 'Maar je kunt nooit weten'.



Lisa barste onmiddellijk los, toen zij met Ann alleen was.
-Er is een kwestie, die me al maanden bezig houdt. Het betreft mijn vader, die ik eigenlijk nooit gekend heb, omdat ik nooit iemand anders te zien kreeg dan de dominee. Sinds hij dood is, zoek ik naar mijn vader. Vreemd hè. Misschien kan ik hém bij U vinden, als U tenminste de vrouw bent, die hem dat briefje schreef, dat enkel met Ann was ondertekend.
-Die vrouw ben ik. Maar denk erom, dat ik geen last van je wil hebben.
Eerst heeft je moeder hemel en aarde bewogen om er achter te komen wat hij mij allemaal geschreven heeft en wat wij bepraat hebben en ook wilde zij die andere vrouw leren kennen. Eindelijk hoorde ik van Theo dat zij daar mee is opgehouden en zelfs dat briefje verscheurd heeft. Maar nu kom jij opnieuw zeuren. Ik ben niet van plan je te vertellen wat je vader schreef en wat wij besproken hebben. 123
En haal het niet in je hoofd je moeder op m'n dak te sturen. Ik heb er meer dan genoeg van.
-Het enige dat mams destijds interesseerde was niet die correspondentie, maar of vader overspel gepleegd heeft. Dat hebt ik wel begrepen. Maar dat intesseert mijn helemaal niet. Ik wil weten of hij zelfmoord pleegde. Maar denk erom, niemand weet, dat ik dit wil weten.
-Kind!
-Niks kind! Ik ben niet nieuwsgierig; ik snuffel niet; ik zoek mijn vader. Wat heb ik aan een dominee?
Een tijdlang liepen zij zwijgend verder. Toen vroeg Ann of zij woensdagmiddag vrij was.
-Kom dan bij me, maar zwijg tegen iedereen. Hoor wat ik zeg: tegen iedereen, anders vind je mijn deur gesloten. Kun je om drie uur? Goed. En noem mij Ann; ik zal niet meer "kind" tegen je zeggen. Luister goed en onthoud mijn adres.

Zondagmiddag ging Thea nog even bij Carla langs in de hoop Lisa een ogenblik alleen te treffen, maar dit lukte pas, toen hij vertrok. Alle kinderen waren in de huiskamer, en ook Carla, voorzoverre zij niet in de keuken bezig was.
-Laat je me uit? vroeg hij Lisa.
-Is dat het nieuwste nieuws? luidde haar antwoord, maar toch slenterde zij achter hem aan naar de voordeur.
-Je wilt natuurlijk weten wat wij besproken hebben. Niks wat jou aangaat.
Een zuiver privé aangelegenheid. 124
-Moet je die met een vreemde bespreken? Kun je niet bij je moeder terecht?
-Kun jij met alles bij Elsbeth terecht?
-Een vuile streek om dat te zeggen.
-Dat was niet de bedoeling. Sorry.
Mokkend ging hij naar de auto. Lisa wuifde hem na zonder enthousiame.

's Woendags na de lunch zei zij tegen haar moeder, dat zij naar een vriendin ging.
-Je bent stil de laatste dagen. Gaat het niet goed op school?
-O jawel. Eind van de week een proefvertaling Latijn.
-Werk niet te hard.
-Ik zit voor m'n eindexamen. Dag! Tot straks.

Mevrouw Bloeme voelde een vage onrust. Theo had zij sinds Zondagmiddag niet meer gezien. Een paar telefoontjes, dat hij geen tijd had, waren de enige levenstekens geweest.
Vanwaar dit tijdsgebrek bij een man, die niets uitvoerde?
Jammer dat hij zo weinig energiek was.
Jammer ook dat het haar ging hinderen.
Was het alleen jammer of ook een symptoom, dat haar gevoelens voor hem veranderden?
Hij was voor haar geweest de man, die liefde wist te geven in overmaat.
Nu kreeg zij het gevoel, dat aan deze man iets ontbrak. 125
Een man, die niet werkt en alleen leeft van het geld van zijn vrouw.
Plannen had hij vaak, maar kwam nooit verder.
Eindexamen gymnasium; daarna rechtenstudie, maar in al zijn universiteitsjaren had hij het niet verder gebracht dan het candidaatsexamen. Tenslotte was dat meisje in zijn leven gekomen en van haar was hij overgeheveld naar Elsbeth.
Ook zelf was zij niet in staat hem tot activiteit te prikkelen, behalve ... het was toch wel groots.
Haar gedachten dwaalden af naar haar oudste. Zij was zo stil de laatste dagen.
Zou zij misschien verliefd zijn op Theo, dat hij daarom wegbleef?
Neen, nonsens. De manier waarop Lisa zondag reageerde, toen hij haar vroeg hem uit te laten, bewees het tegendeel. Bovendien klopte het niet met wat Lisa over zichzelf verteld had.
Waarschijnlijk werkte het kind te hard.
Zij zuchtte en ging aan haar huiselijke bezigheden.
Terzelfder tijd belde Theo Ann op en vroeg om een onderhoud, maar zij antwoordde geen tijd te hebben.

Er lag een moeilijk werk voor haar.
Dat meisje, dat haar vader zocht.
Zelfmoord? Een andere conclusie was moeilijk te trekken. En bij het onderzoek had de chauffeur van de vrachtauto verklaard, dat het wel leek of de man opzettelijk onder de wagen was gelopen. 126
'Wat zoekt dat meisje in de eventl. zelfmoord van haar vader? Blijkbaar die vader.'
'Daar is ze.'
-Dag Ann.
-Dag Lisa. Eerst praten, dan thee. Cigaret?
Lisa begon onmiddellijk te spreken.
-Moeder is veranderd sinds vaders dood. Hij kan niet meer veranderen, maar ik wil het toch, want zoals hij in mijn herinnering leeft, was hij geen mens. Gek hè? Ik ben niet gelovig, zie je. Alles wat ik eens geloofde, heeft hij uit me weg gepreekt. Hoe ouder ik werd, hoe meer ik van hem vervreemdde. En, zie je, als hij zelfmoord gepleegd heeft, moet er iets verschikkelijks in hem gebeurd zijn, een katastrofe. Hij met z'n god. Die moet hij zijn kwijt geraakt. Met jou heeft hij gepraat en hij heeft brieven aan je geschreven. Daarom kan jij me waarschijnlijk inlichten. Ik vraag geen details. Ik wil alleen weten of hij was gaan twijfelen of misschien zijn geloof kwijt geraakt was. Als dat zo is, zal ik hem dichter bij mij voelen, dan kan ik zijn dochter zijn. Toen hij leefde had ik geen vader en geen moeder. Mams was een kwezelende grauwe hoop narigheid; nu is ze heel anders, is ze ook mijn moeder. Maar je behoeft niet bang te zijn, dat ik met haar hierover praat. En ook niet met Theo natuurlijk. Die zou er trouwens niets van snappen. En mams zou het heel erg vinden. Dat ik eigenlijk hoop, dat hij zelfmoord pleegde. Soms heb ik het gevoel, dat ik slecht ben of gek.
Ann bood haar opnieuw een cigaret aan.
-Gek ben je niet en waarom zou je slecht zijn? Je vader is dood. Als hij zelfmoord pleegde, moet het er inderdaad vreemd in hem hebben uitgezien en dat betekent voor jou, dat hij op het laatst de dominee heeft afgedankt.
Dan blijft voor jou de vader over. Een merkwaardig gedachtengang.
Ik kan onmogelijk met zekerheid zeggen, dat hij zelfmoord pleegde. Wat ik wel kan zeggen is, dat hij mij dozijnen brieven geschreven heeft, waarin hij mij eigenlijk alleen maar vroeg hoe een mens moet leven. Toen hij voor het eerst bij mij kwam, zag hij in mij enkel een zondares, maar op den duur heeft hij meer waardering voor mij en mijn levensopvatting gekregen. Met als gevolg, dat het vraagstuk van het aardse leven voor hem belangrijke werd dan dat van het hemelse; aan zijn god had hij geen houvast meer. De laatste keer dat ik hem sprak, dat was de dag van het ongeluk, zei hij dat hij tot de conclusie gekomen was zijn leven verknoeid te hebben.
Je kent natuurlijk de Faust. Daarmee heb ik hem vergeleken. Faust ziet op het nippertje ervan af om de gifbeker te drinken. Maar hij was geen dominee en had geen gezin; daarom kon hij een pact met de duivel sluiten. Maar je vader kon dat niet. En toch schreeuwde hij a.h.w. om het leven 128
alsnog te beleven. Vandaar zijn conclusie.
-Dus toch zelfmoord.
Ann antwoorde niet.
-Toen hij zijn god kwijt was, was jij toen zijn afgod?
-Je hebt beloofd geen details te vragen en bovendien begrijp ik niet hoe je ertoe komt die vraag te stellen.
-Sorry, maar toen hij eens dronken thuis kwam, werd hij afgeleverd door de assistente van Dr. Norman. Dat was jij natuurlijk. Hij maakte zo'n lawaai, dat ik wakker werd, ik slaap licht, en dat ik naar beneden ging om te kijken wat er aan de hand was. Toen zei hij, dat je een figuur had als een Griekse godin. Ik ging hem pesten door te zeggen, dat Griekse godinnen altijd naakt waren en of hij je wel eens naakt gezien had. Natuurlijk zei hij, dat dat het geval was. Je snapt wel, dat ik hem niet geloofde. Tegen moeder zei ik dan ook, dat zo'n mooi meisje beslist niet met zo'n ouwe sok naar bed zou gaan. Moeder schrok verschrikkelijk dat ik dat zei, dat begrijp je wel. Maar snap jij nu waarom ik vroeg waarom jij zijn afgod was? -Laten we afspreken, dat dat in zeker opzicht het geval was. Hij verwachtte van mij de oplossing van zijn moeilijkheden en hij was gewend om dergelijke dingen aan een god te vragen. Toen hij de oude kwijt raakte, zocht hij natuurlijk een nieuw en hier op aarde. En nu ga ik thee zetten.
Ik heb je verteld wat je wilde weten en de rest moet je zelf doen. 129
Maar Lisa was in een koortsige opwinding geraakt. Zij kon haar gedachten niet ordenen. Vandaar dat Ann, toen zij in de kamer terugkeerde ontvangen werd met:
-Ik ben bang, dat ik vaders zelfmoord ook wil, omdat hij mij zo teleurstelde. Ik ben bang, dat ik hem haat. Zeg nu niet, dat ik geëxalteerd ben, want dat weet ik wel. Maar ik voel me in staat jou te aanbidden, omdat hij voor jou zelfmoord gepleegd heeft.
-Lisa, draaf niet zo door. Niemand kan bewijzen, dat hij zelfmoord pleegde. En nog minder dat hij het om mij deed, ook al was ik zoals jij het noemt zijn afgod. Je weet, dat hij oorspronkelijk bij mij kwam om Theo te redden; daarna kwam ik aan de beurt met als gevolg, dat hij langzaam maar zeker afgleed van het vraagstuk van de hemelse liefde naar dat van de aardse. Maar hij volhardde in elk geval bij de liefde.
Jouw behoefte om mij te aanbidden daarentegen vloeit voort uit haat.
Je moet hem niet haten. Ik deed dat ook in het begin. Later had ik medelijden met hem, omdat er voor hem geen uitkomst meer was. Wat hij zocht, uitbundig leven, eerlijk en mooi-zinlijk, kon ik hem niet geven, want ik hield niet van hem. Bij je moeder kon hij dat niet meer vinden, omdat hij haar verknoeid had, zoals je mij verteld hebt. Waar moest hij heen? 130
Haat hem niet. Het is niet goed voor jou en hem deert het niet; hij is immers dood. Het einde van je vader is niet zonder tragiek; het is het einde van een man, die tot het inzicht komt, dat hij zijn leven heeft verspeeld.
Laten wij dit gesprek nu beëindigen, Lisa. Ik heb het straks al voorgesteld. Je moet begrijpen, dat het voor mij niet eenvoudig is om erover te praten, omdat hij door zijn contact met mij de tel is kwijt geraakt.
Denk eerst maar eens over alles na. Misschien kunnen we er dan later nog eens op terugkomen.
-Nog een vraag, Ann, nog één. Ben je zo mooi als hij zei.
-Men zegt het.
-Mag ik - mag ik je zien - vaders afgod?
-Neen! Ik ben geen vrouw voor vrouwen.
-Maar ik wil weten wat vader - hoe zijn afgod is.
-Waarom?
-Ik wil mijn vader vinden. Snap je dat niet? Ik weet toch niet in het minst wat hem beroerde.
-Geloof je echt, dat het je daarom te doen is? Je hebt zo'n behoefte om mij te aanbidden. Maar goed, als je beslist wilt.
Zij nam het album, dat zij aan Lisa's vader eens "voor tijdverdrijf" gegeven had uit een lade.
'Dat was het begin van de moord op de dominee.'
Even aarzelde zij nog, haalde toen haar schouders op en reikte het aan het meisje.
-Dit zijn de foto's uit de tijd, dat ik fotomodel was. 131
Lisa nam het album door met gespannen aandacht. Toen zij op de foto's stuitte waarop Ann in bikini stond afgebeeld, vlekten haar wangen zich rood.
Ann observeerde haar scherp en oordeelde dat het genoeg was.
-Geef nu maar weer terug. Nu weet je alles.
Lisa keek naar haar met wijde gloeiende ogen.
Ann schonk thee
-Daar liggen de cigaretten en zeg eens wat.
-Wat moet ik zeggen?
-Luister dan naar wat ik zeg. Fantaseer niet teveel over je vader en mij.
Denk vooral niet aan love-stories. Er was alleen maar wanhoop. Denk zo aan hem en verheerlijk mij niet. Ik ga niet vrijuit.
-Hoe zo?
-Geen details! Niet om mij, maar om hem.
En plotseling met een zucht:
-Wat heeft die man mij een last bezorgd. En nog steeds.
-Vind je me lastig? Angstig keek het meisje haar aan.
-Ja, maar je hebt hulp nodig. En nu basta!

------

Mevrouw Bloeme's onrust over haar dochter nam toe en haar mededeling hieromtrent aan Theo vergrootte zijn angst. Op de zondagochtend bijeenkomsten zat Lisa tot zijn grote ontstemmign steeds naast Ann, die blijkbaar op vertrouwelijke voet met haar stond. Aanwijzingen dat Lisa zich versproken had, ontbraken echter geheel. 132
Max deed voortdurend pogingen om nader met Lisa in contact te komen.
Tenslotte dacht hij er zelfs over om haar het hof te maken. Ann zou daar zeker niet onverschillig onder blijven en hem onder vier ogen willen spreken. Bij nader inzicht echter vond hij dit plan schunnig; zij was nog zo jong, te jong om te bezwendelen.

Op een zondag zei Elsbeth, toen zij en Theo op het punt stonden het huis te verlaten om resp. naar de kerk en naar Norman te gaan, dat zij die meneer Norman toch ook wel eens wilde horen. Hij verstarde.
-Maar kind, dat is toch niks voor jou.
Zij deed alsof zij zijn verwarring niet merkte.
-Wie weet? Ik heb daar nu zin in.
-Je weet, dat ik met de auto ga.
-Dan zal ik vandaag maar eens zondigen, al heb ik nooit begrepen, waarom he zondags wel mag lopen en niet zelf rijden. Zullen we gaan?
Onderweg dacht hij erover een aanrijding te forceren, maar het leek hem te gevaarlijk.
Toen zij de zaal binnentraden, zag hij Ann en Lisa op hun gewone plaatsen zitten. Lisa wuifde enthousiast, maar Ann verroerde zich niet. Even was het meisje verwonderd, maar toen begreep zij.
Theo zocht plaatsen enkele rijen achter het tweetal, zag Max binnenkomen, die zich beperkte tot een vluchtige hoofdknik en had nog slecht één verlangen: veilig hier vandaan te komen. 133
Zoals altijd boeide Norman hem, maar desalniettemin hoopte hij, dat Elsbeth het gesproken als klinklare nonsen zou afdoen.
In de pauze vroeg hij haar oordeel.
-Merkwaardig, heel merkwaardig, soms zou je zeggen, dat hij communist is, maar dat is blijkbaar niet het geval.
-Voor hem zijn de principes van het christendom en het communisme identiek; daarom is het Russische communisme vlgs. hem nog maar een aanloop, genomen vanaf een verkeerd uitgangspunt, het historisch materialisme. Maar hij zegt ook, dat alles verkeerd begint.
Na de pauze had de spreker weer haar volle aandacht en zij vond het heerlijk, want zij deed haar uiterste best om op alle levensgebieden dichter bij haar man te komen. Zelfs deed zij pogingen een beetje mondainer te worden. Daarom had zij ook in het geheim autorijlessen genomen en nadat zij geslaagd was een nieuwe wagen gekocht, waarmede zij Theo wilde verrassen. Zij was nu bezig hem in te rijden.
Wat zou hij opkijken, als zij zou voorrijden en hem uitnodigen om in te stappen. Speciaal voor deze gelegenheid had zij een erg chic deux-pièces gekocht.
Dit alles vernam hij, toen hij naast haar bed zat in het ziekenhuis te Haarlem, waar zij lag te sterven. 134
Haarlem heen en terug zou haar definitieve proefrit zijn, alleen om zichzelf te bewijzen, dat zij volkomen zeker was op de weg. Maar zij maakte een verkeerde inhaalmanoeuvre.
-Ik was er vast van overtuigd, dat alles tussen ons goed zou worden, als ik ...
Dit waren haar laatste woorden.
'Als ik'
Deze woorden hadden hem volkomen ontredderd.
'Als ik?' En ik dan? ik dan? Wat heb ik gedaan?'
En niemand bij wie hij troost kon zoeken. Met Carla had hij haar bedrogen. Met Ann weliswaar niet, maar hij had het wel gewild. En natuurlijk zou zij verwachten, dat hij nu met haar zou trouwen en dat was immers onmogelijk.
Ann -Elsbeth - Ann.
Dat kon niet tegenover Carla.
Norman?
De kans bestond, dat hij Ann in zijn huis ontmoette. En wat dan? Doodsbang was hij plotseling voor haar.
Even dacht hij aan de dominee, maar meteen vlamde een diepe haat in hem op. Die ouwe hoer met natuurlijk de zonde en de straf en de goddelijke gerechtigheid en de hele zwijnepan.

In zijn wagen rende hij langs de grote wegen, hopende op een ongeluk, dat hij tegelijkertijd zorgvuldig ontweek. 135
Soms dronk hij 's avonds thuis zolang tot hij erbij neerviel, of verslond detective-romans maar hij ontving niemand en nam nooit de telefoon op.
Ook bezocht hij de lezingen van Norman niet meer.

De algemene indruk was, dat hij de stad had verlaten, maar op een ochtend zag Lisa zijn wagen geparkeerd voor een boekwinkel in een buitenwijk.
Wegens ziekte van een der leraren had zij een uur vrij gekregen en omdat zij geen lust had een uur vroeger naar huis te gaan, was zij op haar fiets gaan rondzwerven. Thuis was het erg somber sinds Theo niet meer kwam.
Moeder klaagde al te vaak haar leed bij haar dochter, die wel altijd luisterde, maar voor wie het toch langzamerhand te zwaar werd.
Wel had zij Ann, maar zij kon over de situatie thuis tegen haar niet praten en dus bleef zij alleen met haar moeilikheden.
De aanblik van de wagen gaf haar een schok. Zij sprong van haar fiets, zetten hem tegen de winkelpui en stapte resoluut naar binnen. Zij zag hem onmiddellijk, bezig in een boek te bladeren.
-Dag Theo!
Het boek viel op de grond. Hij werd lijkwit.
-Ik ben het maar, Theo. Ik herkende je wagen en kom je vragen om mij naar huis te brengen.
Er is daar iemand, die je nodig heeft. 136
-Onmogelijk, Lisa, Onmogelijk.
-Weet je dat zeker?
-Ik kan niet.
Een hevige drift vlamde in haar op. De lammeling.
-Natuurlijk kan je niet. Jij kunt nooit iets, nooit, en zeker niet voor een ander. Het enige wat jij kunt is met vrouwen slapen.
Zij sprak luid door haar felle drift. Omstanders werden opmerkzaam. Hun nieuwschierige bliken hinderden hem.
-Kalm, alsjeblieft, schreeuw niet zo. Heb je dat fraais van Ann geleerd? -Neen, laat haar erbuiten. Breng me naar huis of ik maak een scène. Zonder te antwoorden plaatste hij het boek terug op het regaal en verliet de winkel. Lisa volgde hem. De fiets zou zij later wel ophalen. Oplettten hoe de straat heette.
Toen zij naast hem zat, voelde hij zich opgelucht en terwijl hij voorzichtig zijn weg zocht door het verkeer, vroeg hij zich af of hij nu met Carla zou moeten trouwen.

Enkele weken later nam hij zijn intrek bij mevrouw Bloeme, waar hij zich installeerde in de vroegere werkkamer van de dominee, welke sinds het opruimen van de bibliotheek als zit-slaapkamer fungeerde.
Ann vernam een en ander van Lisa, die echter verzweeg wat zij tegen hem gezegd had, toen zij hem in de boekhandel trof.
-Ik zag zijn wagen en heb hem toen meegetroond.
Zij vond zich gemeen.
Eerst verwachtte Ann hem op den duur weer te zullen aantreffen onder het gehoor van Norman, maar hij bleef weg. En toen Norman zijn voordrachtencyclus vroeger dan gewoonlijk beëindigde, omdat hij zich overwerkt voelde, begreep zij, dat hij haar niet wenste te ontmoeten.
Voor de tweede maal liet hij haar in de steek.
Weer voor een ander? Voor Lisa's moeder?
Zij wilde het meisje niet vragen. Misschien zou zij het onprettig vinden. Misschien was zij blij dat Theo verdwenen was en haar niet bij haar aanbeden Ann kon verdringen.
En eigenlijk was de oorzaak van zijn verdwijnen onbelangrijk. Het enige waar het op aankwam was, dat hij haar kennelijk niet meer wilde.

------

Het eindexamen was achter de rug en Lisa geslaagd met uitmuntende cijfers. Er was een reuze feest geweest en zij had met Ann ook nog een grote trip gemaakt door Gelderland en Drente in de auto van Norman.
Tegen haar moeder had zij gezegd, dat zij meegevraagd was door de ouders van een viendin, die ook geslaagd was en moeder had het heerlijk gevonden voor haar dochter, maar was teveel geoccupeerd met andere aangelegenheden om er nadere aandacht aan te besteden.
Zij en Theo hadden besloten naar Groningen te verhuizen en daar te trouwen. In Amsterdam zou dat te veel sensatie geven na het geroddel, dat er geweest was en de kop had opgestoken sinds Theo bij haar was komen inwonen. 138
Zij hadden Groningen gekozen, omdat Lisa daar ook kon studeren. Maar toen deze bij haar terugkeer vernam hoe de zaken er voor stonden, liet zij weten, dat zij er niet over dacht mee te gaan. Moeder trachtte te overreden en toen dit mislukte, probeerde zij Lisa's minderjarigheid.
-Ach zo. Nu ben ik het minderjarige kind en niet meer de grote vriendin bij wie jij kon uithuilen. En wie bracht Theo terug? Luister goed, mams, ik denk er niet over.
Zij legde de kwestie aan Ann voor, die haar in antwoord op haar vertoornd verslag zei, dat zij voorlopig bij haar kon komen wonen.
-O Ann!
Meteen hing zij om haar hals.

Alleen voorlopig tot een geschikte kamer gevonden was. Het meisje kon niet blijven, haar verliefdheid was te duidelijk en bovendien verdroeg Ann het niet altijd iemand om zich heen te hebben.
'Theo en haar moeder gaan dus samen weg. Als hij maar geen afscheid komt nemen. Dit kind krijgen zijn niet.'
Zij wilde het voor zich behouden als het enige wat haar overbleef van haar liefde. Het kind van de dominee, die Theo van haar had weggedrongen en van zijn vrouw, die waarschijnlijk op het punt stond met hem te trouwen. Dit had Bloeme zeker niet voorzien en evenmin, dat zijn dochter in haar handen zou vallen, zoals de vader verloren aan haar, Ann, maar nog niet verknoeid. En zij zou verhinderen, dat de dochter verwelken zou in de wereld, die dat tweetal zich ging bouwen. Dit frisse meisje zou niet verknoeid worden.
-Geef dit briefje aan Theo.
Het had geen aanhef. Kort zakelijk luidde het:
"Lisa wil in Amsterdam studeren. Ik wil dat jij haar daartoe een ruim voldoende toelage geeft. Ann."

Voor Theo betekende het briefje een harde klap. Dit was dus het einde. En hij had naar haar kunnen terugkeren. Naar de mooie Ann, de gevaarlijk mooie Ann.
Waarom ging hij eigenlijk met Carla mee?
Aan Lisa vroeg hij of Ann hem nog zou willen ontvangen vóór zijn vertrek naar Groningen.
-Bel haar op.
-Ik heb liever dat jij het vraagt.
Het meisje haalde de schouders op.
-Allright.
Ann weigerde.
-Wat heeft het voor zin? Sentimentaliteit. Hij heeft je moeder gekozen. In het begin dacht ik, toen het zo goed was tussen ons, dat het altijd goed zou blijven, ofschoon ik wist, dat hij aan de liefde nog niet toe was. Maar het was veel zwakker dan ik dacht. Hij is veel zwakker.
Jammer? Ik weet het niet. Maar afscheid nemen is nu eenmaal verdrietig, zelfs van een illusie.
Zij zocht geen troost, ook niet bij Norman, omdat zij zich over haar verdriet schaamde.

Lisa deelde aan Theo mede, dat zij haar moeder zou zeggen, dat Dr. Norman haar logies had aangeboden tot zij een kamer gevonden had en dat hij - Theo - dat voor haar in orde gemaakt had.
Zo geschiedde.
Mevrouw Bloeme vond het een pijnlijke zaak. Inzake Lisa bedisselde Theo alles, wat zij enerzijds wel prettig vond, maar wat hij nu had gedaan - leverde toch wel moeilijkheden op. Eigenlijk zou zij immers een bezoek moeten brengen aan de dokter en zijn vrouw en daartoe achtte zij zich niet in staat. Zij was bang en wilde weg, zodra Theo een huis in Groningen gekocht had. Weg uit Amsterdam, van haar verleden, van haar angst, dat Theo toch nog naar die andere vrouw, die zoveel jonger was, zou teruggaan, zelfs al waren ze getrouwd.
Zou hij nooit spijt krijgen? Als hij zes en dertig was, was zij vijftig. Zij probeerde te bidden, maar vond geen woorden.
Lisa? Er was een verwijdering tussen hen gekomen en het meisje was bijna nooit thuis. Blijkbaar keurde zij haar huwelijk met Theo af. Hoe zou het gaan als het kind alleen in Amsterdam was? Dr. Norman zou wel op haar letten had Theo gezegd.
Dr. Norman.

Eind juli verhuisden zij naar Groningen. Lisa zou komen logeren zodra hun huis helemaal op orde was. Het zou grotendeels nieuw worden ingericht. Nu stonden zij bij de auto waar de jongste drie al in zaten. De twee 141
jongens reden met de verhuiswagen mee in de cabine naast de chauffeur.
Mevrouw BLoeme liep geagiteerd in en uit, ofschoon het huis leeg was. Theo achter het stuur werd gekweld door de absurde angst, dat Ann plotseling zou opdoemen. Hij wilde weg.

Moeder en dochter. Lisa streelde haar moeder over beide wangen. Zij huilden zwijgend. Toen stapte haar moeder in en nam plaats naast Theo.
-Arme mans.
-Zei je wat, Lisa?
-'t Was niks. Ga maar!!
Zij wuifden. Lisa bleef de wagen nakijken tot hij om de hoek verdwemnnen was.
Toen stond Ann naast haar.

De eerste September verliet Lisa Ann's woning. Mevrouw Norman had een kamer voor haar gevonden bij een professorsweduwe, een nog vrij jonge vrouw met moderne opvattingen. Er waren nog een paar meisjesstudenten in huis. Deze inlichtingen stelden Ann gerust.
Kort daarop begon Norman weer met zijn spreekbeurten, waar zij iedere keer Lisa ontmoette, die na afloop altijd met haar meeging.
De twee vrouwen waren het erover eens, dat Norman er erg moe uitzag.

------

Op een dag kwam hij Ann bezoeken. Hij maakte zich ongerust over haar, omdat zij geen vriend had. Zij was veel te jong om een kluizenaarsleven te leiden en bovendien was het zonde, dat zo'n mooie vrouw niemand met haar schoonheid gelukkig maakte. 142
Max had hem al een paar maal gepolst, maar hij wenste niet als huwelijksmakelaar te fungeren.
-Het lijkt er intussen wel op. Waarom praat je anders over hem? Hij is ontzettend vervelend, valt Lisa voortdurend lastig over mij. Zij is een slechte voorspraak, want ze mag hem niet. Hij is te fors? en een zakenman. Ik weet niet of hij het merkt, maar in dat geval trekt hij er zich beslist niets van aan. Zeg hem, dat hij beter kan ophouden met zijn gezanik. Ik trouw niet met hem.
-Nog altijd om die oude geschiedenis?
-Daar denk ik nooit meer aan evenmin als aan hem. Ik ben hem vergeten. -Zit de zaak Theo je dwars?
-Deze zaak heeft niets te maken met mijn afwijzen van Max. Ik heb geen grein belangstellng voor die man. Snap dat dan toch!
-Maar ben je over die ander affaire heen?
-Ja.
-Vreemd. Je hebt zoveel van hem gehouden.
-Ja. Ik hield van een fantasiebeeld. Noem 't maar projectie. En laat die zaak nu verder rusten.
Wat Max betreft, wil ik je nog dit zeggen, hij wil nu wel met me trouwen, maar onze gevoelens zijn nooit zo diep geweest, dat ze daarvoor voldoende waren. In de gevangenis heeft hij huwelijksplannen gekregen. Of dat een gevolg was van verandering van zijn gevoelens voor mij, weet ik niet, 143
maar ik weet wel, dat bij mij de verandering in tegengestelde richting gegaan is. Ik denk nooit meer aan hem. En verder vind ik het huwelijk een doodernsige zaak. Laat ik je tenslotte nog zeggen, dat ik in flirtations en liasons geen zin meer heb. Vandaar mijn kluizenaarsleven. Uit!
Vertel liever eens hoe jij het maakt. Je ziet er erg moe uit.
-Ik ben wel wat moe, maar verder is er niets.
-Je liegt naturlijk. En waarom? Je weet, dat ik ook voor jou persoonlijk grote belangstelling heb.
-Dat weet ik, maar wat is er te vertellen? Ik voel me soms erg moe. Dat is alles.
-Zou je niet een beetje meer vertrouwen in mij kunnen stellen, Ronald, of ben ik weer te jong?
-Als er wat ernstig is, zal ik het je vertellen. Afgesproken?
-Zoals je wilt. Maar, als je een tijd rust wilt nemen, een paar maanden of een half jaar geen spreekbeurten en consulten, dan kan ik je wel helpen. Ik heb nog wat geld.
-Je bent erg lief, heel erg lief, maar zover is het nog niet.
-Godverdomme! Wat ben je toch een dwarskop. Toen ik laatst bij je kwam, kon je me niet ontvangen, je lag al een paar dagen te bed en mocht niet gestoord worden. En tijdens je laatste spreekbeurt knapte je bijna af.
-Je ziet scherp. Ik werd inderdaad niet goed.
-Wil je geld van me aannemen?
-Ik zal er over nadenken.
-Dus nee. Jammer, erg jammer, Ronald ik ...
-Wat "ik"? 144
-Niets.
Hij verzonk in gedachten.
-Waarom ben je zo stil geworden, Ronald?
Hij stond op, nam haar hoofd tussen zijn handen en zoende haar op beide ogen.
-Je bent zo verdomd lief.
Toen vertrok hij.

------

De volgende maal, dat zij hem sprak, was in zijn studeerkamer. Hij had haar gevraagd te komen; er was belangrijk nieuws. Over Max. Nadat Norman hem van Ann's onherroepelijke afwijzing op de hoogte had gesteld, had hij gemeend zijn wanhoop te moeten demonstreren door naar een prostituée te gaan, wat echter op niets uitliep, doordat hij bij haar impotent was.
Thuisgekomen schreef hij Norman wat er gebeurd was en dat hij er schoon genoeg van had. Vervolgens schoot hij zich een kogel in het hart.
Ann was duidelijk geschokt. Weer een zelfmoord en nu zonder enige twijfel.
En weer had zij ermee te maken.
-Ronald, ik breng geen geluk.
-Jawel, maar niet aan iedereen. Wat vanzelf spreekt. Ga jezelf nu niet beschuldigen. Omdat Max iets wilde doen, wat hij niet kon, n.l. met een hoer samen zijn, nadat hij iets wilde, wat hij evenmin kon - n.l. met jou trouwen, schiet hij zich overhoop. Dat is toch jouw schuld niet.
-Maar als ik toegestemd had in een huwelijk?
-Dat kon toch niet. Jij bent jij en deze jij kon niet met hem trouwen. 145
Als je het wel gedaan had, dan had jij zelfmoord gepleegd. Ieder mens heeft recht op zelfverweer. Dat Max naar een hoer ging, was een pathetisch gebaar en nogal kwajongesachtig. En dat hij er in werkelijkheid niets voor voelde, blijkt uit z'n aanval van impotentie. Laat alsjeblieft alle zelfbeschuldiging achterwege. Jij speelt wel een rol in zijn zelfmoord, maar alleen doordat hij van jou het onmogelijke verwachtte. Herinner je je zijn verhaal over dat verkrachtte en vermoorde Russische meisje, dat hij vond en waar hij niet van los kon komen? Dat meisje heeft hem tenslotte de dood ingejaagd. Hij is zich aan haar op een merkwaardige dramatische wijze bewust geworden na zijn ontzettende vergissing. Hij had haar verkracht en vermoord. En omdat in jouw glimlach zij in hem opstand sloeg hij je een blauw oog. Tenslotte bleef hem nog één uitweg, naar hij meende - trouwen met jou. Jij moest hem verlossen van zichzelf. Maar niemand kan een ander verlossen. Ook Jezus kon dat niet. Wij moeten alles zelf doen.
-Dank je. Maar waarom pleegde hij zelfmoord?
-Misschien alleen uit aanstellerij, of uit een zelfsuggestie.
-Wat?
-Zoiets als: mijn leed is niet te dragen. Overigens zijner heel veel motieven voor zelfmoord. De frequentie ervan hangt met de tijdgeest samen en is ook indidvidueel bepaald. Zelfmoord uit verveling, uit romantiek, wegens een onvoldoende rapport, na het horen van "Triste dimance". Ga maar door. Mijns inziens is Max nooit met zichzelf in het 146 reine gekomen, vandaar dat hij dat Russinnetje niet kon kwijtraken en toen jij vervolgens "dank je" zei, zoals hij tegen dat hoertje, gaf hij het op.
-En als ik niet "dank je" gezegd had?
-Dan was hij toch dat Russische meisje niet kwijt geraakt. Zij was zijn geweten en dit weigerde hem vrij te spreken.
-Toch Ronald, heb ik niet de indruk, dat ik geluk breng.
-Je vergist je.
Zwijgen.
-Ann!
Afwachtend keek zij hem aan.
-Van jou verwacht ik mijn laatste geluk.
Haar verwonderde blik.
-Niet vragen.
Opnieuw stilte.
-Laten wij naar beneden gaan. Mijn vrouw wacht op ons.

------

Toen Lisa de dood van Max vernam, was zij opgelucht.
-Dan ben je daar tenminste vanaf. Was het een ongeluk?
-Zo zou je het kunnen noemen.
-Net zoiets als vader?
-Nee, anders, duidelijker.
Lisa vroeg niet verder; zij kende haar te goed.
Terwijl Ann bezig was om voor koffie te zorgen, bekeek lisa haar hinderlijk aandachtig.
-Wat is er aan me te bekijken? Zeg op! 147
-Mag ik die foto's nog eens van je zien in bikini?
-Ben je daar nu nog mee bezig? Ik dacht dat je over die verliefdheid heen was.
-Dat geloof ik ook vast en zeker, maar zie je, er is een derdejaars; we zijn verliefd op elkaar en nu heeft hij me voorgesteld, enfin dat begrijp je wel. Toen ik me laatst in de spiegel bekeek, vond ik me niets in vergelijking met jou. En daarom ben ik bang, dat ik zal tegenvallen. Maar misschien heb ik je in mijn herinnering geïdealiseerd en dat wil ik weten. -Hm! Denk er liever om, dat je je voorbehoedsmiddelen aanschaft voor je gaat vrijen. Ik zal wel met je meegaan. En verder heb je een allerliefst figuur, dat weet ik wel van het zwembad. En jij kunt je mij daarvan toch ook nog wel herinneren, nietwaar? Geen onzin! Die foto's heb ik trouwens weggegooid.
-Nee toch.
-Ja toch.
-Waarom heb je ze mij niet gegeven?
-Ik ben niet gek
. -Denk je, dat ik nog verliefd op je ben?
-Een beetje wel. Daarom ben ik blij, dat die jongen er is. Vertel eens, is het echt wat tussen jullie?
-O ja, maar ik ben toch bang voor de eerste keer.
Ann glimlachte en beetje weemoedig.
-Ik wens je geluk. En klets niet van tegenvallen.
Voor het zover is, zal ik je nog wel wegwijs maken, omtrent de ervaringen, die je te wachten staan, dan schrik je niet. 148
Lisa had zij geluk gebracht.
Haar gedachten gingen terug naar de mannen in haar leven. Er waren gelukkige tijden geweest, geluksmomenten ook. Roland noemde een dergelijk moment een glas champagne.
Eigenlijk was dat er alleen geweest met haar voogd, het volstrekt onverwachte moment van vreemde vreugde.
Nooit had zij een blijvende verhouding gekend, alleen met Theo er korte tijd in geloofd.
Was het omdat zij nooit aan een huwelijk dacht?

Lisa praatte al over trouwen. Een studentenhuwelijk.
Zij waren heel anders, de jongelui van nu; anders dan zij, ofschoon zij toch nauwelijks van een andere generatie was.
Trouwen?
Een kind zou zij wel willen hebben, maar wie zou de vader moeten zijn? Zij zou in elk geval van hem moeten houden, al behoefde het niet zo te zijn als met Theo.
Zou Theo wel vader hebben kunnen zijn van haar kind? De zwakkeling!
Als vader eiste zij een wilskrachtige man.
Volontaire de la maternité. Misschien zou ook dit verlangen voorbij gaan.
Trouwen was niet belangrijk. Een kind baren. Is dat levensvervulling?
Bij Lisa had zij de moeder vervangen, maar dat was niet genoeg.
Toch had zij aan het meisje goed werk gedaan.
Wat zou er anders van haar geworden zijn? 149
Groningen scheen niet overmatig zonnig.
Theo, vroeg kaal en meestal op pantoffels. De kinderen namen hem niet au sérieux. Vader was hij niet voor ze.
Moeder verwende hem en hij liet het zich graag welgevallen, begon een embonpoint te ontwikkelen.
Nog altijd was moeder bang voor het leeftijdsverschil, spande zich in om jong te blijven en ging zelfs naar een schoonheidsspecialiste.
-Oh Ann, je weet niet hoe dankbaar ik je ben, dat je mij hier gehouden hebt. Alles is daar zo mak, zo dodelijk saai. Mijn oudste broer klaagde er laatst over; hij komt nu al in rare gelegenheden. En hoe 't met de anderen moet gaan, weet ik niet. Maar ik kan er niets aan veranderen. Ik heb m'n eigen leven. Ann, je bent zo'n schat. Moeder is eigenlijk een zielepoot. Toch vind ik het niet aardig, dat ze nooit naar m'n kamer is komen kijken. Ik heb haar ook niks verteld van Ben. Zij heeft toch geen belangstelling voor me.
-Als jullie gaan trouwen, zul je haar niet helemaal buiten kunnen laten. -Als Theo mijn toelage dan maar niet inhoudt.
-Wees maar niet bang. Dat gebeurt niet.
-Zalig toch, dat zij er bent. Oh Ann, wat ben ik een smerige egoïst. -Dat gaat wel over. Er is voor iedereen een tijd, waarin hij alleen aan zichzelf denkt of aan zichzelf en één ander mens. 't Is wel goed, hoor Lisa.
-Ann!
Het meisje knielde en legde haar hoofd in Ann's schoot. 150
-Ann! 't Is zo veilig bij jou. Ik durf alles aan met Ben, omdat jij er bent.

Ja! Lisa had zij geluk gebracht.

------

Zomer. De "kinderen" waren op een trektocht in de richting Polen. Ben had de auto van zijn moeder te leen gekregen. Zij was dol op Lisa, omdat Ben van haar hield.
Ann voelde zich alleen en neerslachtig. Ronald maakte haar ongerust.
Gelukkig kwam Pierre einde volgende maand terug. Hij had haar verscheidene malen gevraagd naar Italië te komen, maar zij zou daar geen rust gehad hebben. Gelukkig had hij het begrepen.
Het begon stil te worden om haar heen.
Als Ronald maar niet dood ging.
Pierre was niet voldoende. Niet daarom, maar om zijn werkdrift, waarin hij compesatie zocht.
Toch zou het prettig zijn, als hij er was.
Zij tekende veel de laatste tijd. Ronald zag er wat in.
Als Pierre er was, zou zij echt ernst gaan maken met filmen.

------

Ronald kwam 's morgens om omstreeks elf uur; hij had bagage bij zich. Op haar vraag of hij op reis ging, antwoordde hij, dat hij al op reis was. -M'n vrouw is naar onze zoon in Engeland.
Ik had ook mee zullen gaan, maar ben er van teruggekomen. Te vermoeiend. 151
Zij heeft me gezegd jou te vragen om in de tussentijd voor mij te zorgen.
Jij kon wel bij ons komen, maar ik ben liever hier. Heb je koffie?
-Als je even wacht.
Hij hoorde haar zingen in de keuken.
Toen zij weer tegenover hem zat, nam hij zijn verslag weer op.
-Je weet, dat ik allang niet goed ben. Ik zal kort zijn. De motor is versleten, totaal. Jij bent de eerste en de enige aan wie ik dat vertel. Ik weet precies hoe ik moet leven om nog een tijdlang in leven te blijven, maar daar begin ik niet aan. Je weet dat ik van het leven houd en dat ik graag de dag pluk. De instructie luidt, dat ik dat in geen enkel opzicht meer mag doen. Ik moet vegeteren om heel langzaam te te sterven als een uitflakkerend eindje kaars. Maar ik wil blijven die ik ben en sterven in schoonheid op een toppunt van extase.
Daarom kom ik bij jou.
Ik zou je een liefdesverklaring kunnen doen, maar die is overbodig. Je weet dat ik de de weg niet wilde blokkeren voor wie jonger zijn. Je hebt me er vaak genoeg mee geplaagd. Dat ik nu toch kom, is omdat het maar voor heel kort is, een paar dagen. Dan ben je weer vrij.

------

Ijzeren koude doorhuivert haar.
'Een afgodsbeeld en even onbewegelijk.'
Een afgodsbeeld welks ogen niet zien.
'Dit is een onmenselijk verzoek.'

Nu ziet zij hem. 152
Zijn blik is van een man, die een diep verdriet heeft. En grote angst.
Voor de dood? Voor een weigering?
Hij is hier, omdat hij weet, dat ik van hem houd. Ondanks zijn menselijk verzoek.
De onmenselijkheid doet haar huiveren. Hoe kan hij vragen, wetende dat zij van hem houdt.
Langzaam gaan haar ogen glanzen.
De verstarrde koude laat af.

-Goed, Ronald.
Hij wil opstaan, maar zij maakt een handbeweging, die hem tegenhoudt. -Straks.

------

De ochtend ging voorbij. Zij spraken nauwelijks.
Toen er gebeld werd, zei hij, dat het de wijnhandelaar zijn zou, bij wie hij alles besteld had wat zij nodig hadden.
-Verder letten wij niet op de bel. Ook niet van de telefoon. Je hebt toch nog niet meer besteld?
-En vanavond als het licht brandt?
-De slaapkamer ziet uit op de tuinen.

------

Ronald wachtte alleen. Hij voelde zich oud en moe. Kunstmatig had hij dit gevoel overwonnen door koffie, cognac en cigaretten, maar nu hij alleen was, voelde hij zich weer inzakken.
Eindelijk ging de deur open en stond Ann voor hem in haar volle schoonheid. Hij richtte zich op in zijn stoel en keek. Dit was volmaakt.
En het zou niet meer zijn dan een vluchtig moment.
Een peilloze droefheid zonk in zijn ziel. Zij zag het.
-Kom! 153
In de slaapkamer glansde de bourgogne in grote kristallen kelken.
Zij reikte een glas, hief het hare en zei:
-Op ons geluk.

------

Een zee van licht en warmte, die rhytmisch deinend de naakte lichamen omspoelt.

Neertuimelen in eindeloosheid
Suizende dronkenschap
Verloren gaan in laaiende werelden
Van gouden vlammen
Alles verzengend
Opgaan in eeuwigheid
Herwonnen paradijs van
Onbegrijpelijke schoonheid.
------

De derde dag of nacht.
Boven op haar juicht hij.
Zijn adem gaat in korte stoten.
Automatisch volgt zij het vertragen van het rythme.
Steunend op beide armen richt hij zich op.
'Net een zeehond.'
-Ave! Ave!
Zijn armen buigen door. Snel heft zij beide handen om hem tegen te houden.
Een geweldige schok.
-Servus. Het klinkt heel zacht.
Dan rust hij slap op haar handen. Voorzichtig wentelt zij hem van zich, draait hem om, zodat hij op zijn rug komt te liggen en ziet met stille 154
vreugde, dat hij glimlacht, zijn dode ogen storen. Met een snelle handbeweging strijkt zij ze dicht. En daarmede verdwijnt haar beeld als de laatste foto van haar naaktheid.
Haar oor op zijn hart. Stilte.
Een zachte kus op zijn mond.
Dan reinigt zij hem zorgvuldig.

------

Staande voor de spiegel observeert zij zich nauwlettend.
Haar laatste geschenk.
Een gedachte flitst: De doodsbruid.
Zij rilt heel even, trekt de goudbruine ochtendjas aan, waaronder hij heel het eerst haar naakte lichaam gezien had en gaat naar de zitkamer, waar zij loom het licht aanknipt.
Drie uur zeventien.
Op tafel staat de cognacfles. Zij schenkt zich een glas in, nipt eraan, maar schuift het meteen terzijde.

Dit was geen zelfmoord. Samen hadden zij hem de vernedering gespaard van het langzame verval. Hij moest sterven. Waarom dan niet accelerando? En in extase?
"Servus".
'Einmal war es doch schön. Het was veel meer. Het was het volmaakte, het allerhoogste. Maar moeilijk. Een zo kort geluk en zo hevig. Een heel leven van zaligheid samenvatten in enkele dagen. Ronald! Ronald!'

155
Toen de dag door de gordijnen drong, stond zij op om zich te kleden, waarvoor zij naar de slaapkamer moest gaan.
Nog steeds was de glimlach op zijn gelaat. Toen dacht zij aan het Russische meisje.
Een tijdlang bleef zij naast het bed staan.
'Je was bijna te laat gekomen. - Maar het was goed, helemaal goed. Servus!'
Snel kleedde zij zich en ruimde de slaapkamer op.

Om half acht belde zij haar huisdokter.
Waarom zij de G.G.D. niet had gewaarschuwd?
-Geen ogenblik aan gedacht.
Hij zou komen.
Ronald had haar gezegd, dat er een brief met instructies voor haar in zijn binnenzak zat. Die nam zij er nu uit. Het zakelijke gedeelte ging een aanvang nemen.
Het adres van zijn zoon in London en dat van de begrafenisondernemer met aanwijzingen. Hij wilde niet dat zijn lijk in haar huis bleef. "Geen rouwbeklag in onze slaapkamer."
Tijdens het lezen werd zij gestoord door de dokter.
-Wat is er precies gebeurd?
-Hij wilde een douche nemen, maar werd niet goed en ging toen op mijn bed liggen. Hij vond het niet nodig een dokter te roepen.
-Was meneer ziek?
-Een hartaandoening.
-Heeft hij zich opgewonden?
-Hij was nerveus.
-Er is dus niets bijzonders gebeurd?
-Neen!
'Wat zanikt die man.'
Eindelijk ging hij weer, na de dode onderzocht te hebben. 156
Ann belde de begrafenisondernemong op en gaf de haar opgedragen instrukties. Vervolgens belde zij London.

------

Een wondermooie octoberdag.
Zij was naar het strand gegaan. Ronald had iets aan zich gehad, wat haar aan de zee had doen denken.
En nu zij zekerheid had, wilde zij dicht bij hem zijn.
Bijna vlak vernevelde het water naar de horizont onder het bleke zonlicht.
Zij voelde zich innig gelukkig, maar haar geluk was niet zonder weemoed.
'De doodsbruid.'
De grote liefde was gekomen, de dronken extase en ook - zij wist het nu - het wonder van de vervulling.
'Pierre zal de vader zijn.'

***