SYLLABUS 1 Cursus: De bijbel in het licht van de strijd tussen de Grote Moeder en de Grote Vader. De eerste - driedelige - Joodse Schrift dateert van 132 voor Christus. Wij weten niet of hierin toen alle boeken, die wij O.T. noemen, waren opgenomen. Dit was wél zo ± 100 na Chr. Het verschil in tijdstip, waarop ze zijn opgetekend is eeuwen: le deel "De Wet" (v.Mozes) tussen 900 en 200 v.Chr. Doordat in die periode de opvattingen zich geleidelijk wijzigden, zijn ze vaak tegenstrijdig. 2e deel "De Profeten". De oorspronkelijke geschriften zijn verloren gegaan. 3e deel "De Geschriften". Soms liggen eeuwen tussen het oor- spronkelijke en het later opgestelde. Het ging niet om his- torische betrouwbaarheid, maar om stichtelijkheid en dat JHWH de machtigste was van alle goden. Erge mooie verhaaltjes lieten ze staan, al spraken ze elkaar nog zo tegen. De Psalmen zijn het gezangboek van de 2de tempel. Daniël - het jongste boek is van ± 165 v. Chr. Kronieken - gesch. van Juda. Leert ons de tijd van de schrij- ver, midden 3e eeuw v.C. In de laatste eeuwen voor Chr. sprak men in Israel niet meer Hebreeuws maar Aramees. Daarom is het O.T. herhaaldelijk vertaald. Bekend is de Septeraginta, een Griekse vertaling in Egypte 100 na Chr., gemaakt naar handschriften vaak ouder dan het Hebreeuwse modelhandschrift, waarvan de copieën wemelden van de fouten. Luther en de Statenvertaling hielden zich aan de Hebreeuwse
tekst. In 180 worden de 4 evangelieën (de synoptische en Joh.) als de alleen betrouwbare erkend. In 400 n.Chr. vertaalt de kerkvader Hieronymus de bijbel. Deze vertaling heet: De Vulgata. ================== Het paradijsverhaal stamt uit Babylon en is eeuwen later door de Hebreën overgenomen, maar tevens patriarchaal over- geschilderd.
De paradijsgod is nog een zeer simpele god, die een avondwan- deling maakt en tenslotte kleren voor Adam en Eva. De slang is een in vrijwel alle scheppingsverhalen voorkomend dier. De god van het zondvloedverhaal (eveneens uit Babylon, maar letterlijk) is nog een echte barbaar; hij verdrinkt al wat leeft, behalve de levende have van de ark (en natuurlijk de vissen), omdat hij ontevreden is over de mensen. Dat deze goden geidentificeerd worden met de god van Abraham, is een van de vele ongerijmdheden, die in de bijbel voor- komen. Abrahams god is zijn familiegod. Hij maakt kennis met een hogere god als hij Melchizedek ontmoet, die priester is van de allerhoogste god. Dergelijke gedachten leven bij alle primitieven. ---