SYLLABUS 5. Cursus: De bijbel in het licht van de strijd tussen de Grote Moeder en de Grote Vader. Het geloof van Israël omvat tenslotte ook de heilsverwachting van een aardse messias. Elders in de antieke wereld echter leefde het geloof in een heiland, gepaard met het verlangen naar loutering en weder- geboorte. Bij dit geloof behoorden de mysterieën, waarin het lijden, sterven en de wedergeboorte van de godheid uit- gebeeld en meegemaakt werden. Beroemde Griekse mysterieën: de Eleusische en de Orphische. De eerste waren gewijd aan Demeter en Korè, het koren, dat in de aarde verdwijnt en sterft, maar telkermale wordt wedergeboren. Aanvankelijk was het voldoende om de mysterieën door te maken. Er was geen leerstuk en bekering was niet nodig. Later wel. Na de reiniging met zeewater gingen de mysten langs de hei- lige weg van Athene naar Eleusis. Deze weg was een echte bedevaartweg vol kapelletjes en staties. De Orphische zijn oorspronkelijk de Dionysische, maar door Orpheus gematigd. Het doel: te ontkomen aan de fatale kring- loop van het leven. Het is duidelijk, dat hierbij de invloed van het Boeddhisme in het spel is en dat deze opvatting dus dateert van na Alexander de Grote. De cultuurperiode na Alexander wordt de Hellenistische ge- noemd, omdat hij het stempel van Hellas op heel de beschaafde wereld wilde drukken. Hij ontwikkelde hierdoor de gedachte der humaniteit. Gelijkheid van goden, rassen, volkeren, individuen; zelfs de slaaf was niet meer enkel koopwaar en instrument. Dat Alexander zich liet vergoddelijken, was voor het antieke besef niet uitzonderlijk in dien zin, dat grote vorsten en veldheren altijd en overal vergoddelijkt werden. Dit heet: de apotheose; men bracht hun offers, soms reeds tijdens het leven. Hiertoe behoort ook de latere Romeinse keizerscultus. De apotheose is in zijn aanvankelijkheid te onderkennen in de voorouderverering. Ook aan de voorouders werd geofferd. Als tegenkant is te begrijpen de epiphamie: een god verschijnt. Ook dit is zeer oud. Hij verschijnt dan aan degene van wie hij de instelling van een aan hem gewijde eredienst hoopt te krijgen. Zoals bijv. de god, die aan Mozes verschijnt. De verschijning aan Jacob (ladderdroom) is nog niet definitief. Van zeer oude tijden dateert in het algemeen het streven om de kloof tussen de godheid en mensheid te overbruggen, wat van- zelf spreekt, omdat de goden uit de ziel der mensen geboren zijn en als het totaal vreemde en onbegrijpelijke buiten en boven de mensen zijn gesteld. Op den duur echter houdt het vreemde op vreemd te zijn. Bovendien is er een oer-oude gedachte, n.l. dat de godheid mens wordt en dan zoon der mensheid en der godheid. ---