SYLLABUS 3. Cursus: De Eenzame en de Menigte. De renaissance is te begrijpen als de erkenning van de waarde der persoonlijkheid. Zij stelt het doel van de mens hier op aarde, ter- wijl de middeleeuwen het in het hiernamaals verlegden. De renaissance-kunstenaar heeft belangstelling voor de innerlijke menselijke roerselen. Deze kunst is psychologisch. Het verdient opmerking, dat de renaissance de Hamlet-figuur gecreëerd heeft en Don Quichotte. De eerste vertegenwoordigt het redelijke inzicht, de tweede de idealistische zedelijke wil, waarvoor in de wereld geen plaats is. Verdere kenmerken der renaissance zijn: realisme en overmoed, die waardering vindt, mits de overmoedi- ge slaagt. (Tijl Uilenspiegel) De rennissance-vorsten beriepen zich niet op hun heilige recht. Zij steunden uitsluitend op hun per- soonlijke macht. Lorenzo il Magnifico liet in 1478 de deelnemers aan de tegen hem gerichte samenzwering ophangen buiten de vensters van hun eigen paleis. Onder hen was een bis- schop in vol ornaat. Lodewijk XI is een "Princip". (Overeenkomstig de opvattingen van Macciavelli) Karel de Stoute was een middeleeuwse ridder. De renaissance, alsmede protestantisme en humanisme waren een aanloop tot erkenning van de persoonlijke wils- vrijheid, maar deze kon zich niet doorzetten, omdat in de wereld de massa op den duur altijd de toon aangeeft. En de massa was rooms-katholiek. Luther heeft het pausdom teruggedrongen, maar niet verslagen, en Rome is de doodsvijand der vrijheid. Gevolg: de ontwikkeling der absolute monarchie, het zuiverst in Frankrijk. Lodewijk XIV: "De staat ben ik". Hij was mateloos ij- del, want geen in zichzelf rustende persoonlijkheid, maar een functioneel symbool. Noch zijn positie, noch zijn aan- zien had hij aan zichzelf te danken. Hij is het tegendeel van Lorenzo. In Lodewijks tijd de grote redenaar Bossuet, die niet anders verkondigde dan blinde gehoorzaamheid aan alle gestelde machten. Wie een woord van protest uitte, dien moest men de mond dichtslaan. Gevolg: De la Rochefoucauld, de Encyclopedisten, Heus- sonu, Lessing, Schiller, Goethe, Lord Byron, Shelley. En tenslotte de Franse revolutie en haar personifica- tie: Napoleon.