SYLLABUS 2. Cursus: De Europese idee. Het zuivere denken is moeilijk, omdat het alleen houvast heeft in zichzelf. In Europa ontworstelt het zich moeizaam aan de macht der kerk, aan welke het niet gelukt zich van de natuur vrij te maken en die dus de mensen niet tot vrijheid brengen kan. Ook ontneemt zij hun hun zedelijke wil, aangezien de kerk op dit punt voor hen beslist. Het protestantisme is niet van het geloof losgekomen, on- danks het zich bekennen tot het Woord. Doordat het bij het historische offer blijft staan, is het evenmin in staat de mensen vrij te maken. Vrijheid kan slechts zijn als resul- taat van eigen geestelijke ontwikkeling. Wie bevrijd (ver- lost) wordt door een ander en dan nog ongevraagd, is niet vrij. Dat in ons land de roomsen zich momenteel kunnen opdringen, hangt samen met het verzwakken van de waarde van het woord. Men vraagt om beelden, plaatjes. Onze tijd is er een van geestelijk verval. Dit begon na Napoleon, zoals het verval van het Grieks- Romeins imperium na Julius Caesar. Tussen Luther en Napoleon ligt de bloeitijd van het Euro- pese geestelijke leven. Enkele grote denkers in bedoelde periode: Giordano Bruno (1548-1600) De wereld brengt alles voort uit innerlijke noodzaak en overeenkomstig haar wezen. Zij is de natura naturans, die de natura naturata schept (de vormende natuur als kracht, die de gevormde natuur voortbrengt). Baco, graaf van Verulam (1561-1626) Gaat empirisch te werk, d.w.z. dat hij begint met waarnemen en experimenteren. Hiervan uitgaande (inducerend dus) worden dan de algemene wetten gevonden. Descartes (1596-1650) Hij waagt het om aan alles te twijfelen: aan het bestaan der wereld, zowel als aan god. Dan redeneert hij: als ik twijfel, denk ik. Als ik denk, moet ik zijn. Ik denk, dus ben ik, is dan zijn conclusie, waarbij hij over het hoofd ziet, dat hij van het zijn van het Ik uit- gaat, als hij zegt, dat hij aan alles twijfelt. Spinoza (1632-1677) Alles is eenheid, die een dubbel aspect heeft: uitbreiding en denken. Alles wat is, is noodwendig. Wat innerlijk nood- wendig is en dus zijn eigen aard volgt, is vrij. De aard van de mens is de rede.