Syllabus 1 Cursus: De Grote Moeder in onze eeuw. Het onbewuste is aan het bewustzijn en het bewustzijn is in het onbewuste voorondersteld. De mensheid begint evenals het kind onbewust. Omdat echter in het onbewuste het bewustzijn voorondersteld is, is er wel een onbewust "weten" (weten in aanleg) omtrent de Mens. Jung spreekt van archetypen, waarin het bewustzijn poogt zich- zelf te worden. Het archetype is als zodanig niet voorstelbaar; het leeft niet als beeld in het onbewuste, maar projecteert zich als aanleg in de buitenwereld op objecten, waarin de aanleg zich tracht te realiseren. De zeer primitieve mens ziet de wereld nog niet zoals zij is; ziet de objecten nog niet als objecten, maar als symbolen. Symbolen zijn gelijkenissen. Hun inhoud is niet uit te drukken. Er wordt nog niet onderscheiden tussen subject en object; deze zijn nog één. Met de mythologie begint het bewustzijn. Het onbewuste is het vrouwelijke, dat twee aspecten vertoont, n.l. een conservatief en een veranderingsaspect. Het conservatieve is omsluitend en wil alles in zich vasthouden; het veranderingsaspect is dynamisch en laat zich gelden in zwangerschap en baring. In den beginne is het vrouwelijke alles overheersend. Het manlijke is nog geheel onzelfstandig. Zijn enige ervaringsbron is de anima, waardoor het het verande- ringskarakter van het vrouwelijke leert kennen; het omsluitende is aan het manlijke vreemd. Wanneer het manlijke zich van zichzelf bewust wordt door het dynamisch vrouwelijke, kan een conflict ontstaan met het Grote Vrouwelijke, dat zich tegen het volstrekte zelfstandig (zelf- bewust) worden van het manlijke (uit conservatisme) verzet. Het manlijke kan deze strijd verliezen - Narcissus. Centraal staat in de symboliek van het Grote Vrouwelijke het vat, dat beide aspecten vertoont. Vrouw = lichaam = vat = wereld. De Grote Moeder Aarde baart en verslindt, is overmachtig, maar boven de aarde wordt de hemel gezien en hieraan de nacht. Het onbewuste = het vrouwelijke is duister. De nacht is de Grote Moeder, die het licht baart: de maan en de zon + de dag. Zo wordt tegen de hemel het onbewuste weten geprojecteerd, dat de mens ook bovennatuurlijk is en wordt een uitkomst gevonden tegen de angst voor de alle leven verslindende Grote Moeder Aarde. --- 69/2