SYLLABUS 4. Cursus: De Individuatie. Vanzelfsprekend vecht de Grote Vader om zijn macht te hand- haven, maar hij doet het verkeerd, want wil de alleenheer- ser zijn. Zolang hij wordt overschat, kan Europa niet christelijk zijn. Het versmelten van de begrippen vaderlijkheid en liefde wil zeggen, dat het vaderlijke moederlijker wordt. De Grote Vader gebruikt alles, zelfs de zuivere rede om zijn superioriteit te handhaven. Denken wij slechts aan het ijdele gepraat van Bolland over vrouwen, muziek en dergelijke, waaruit het manlijke zelfbedrog onomwonden spreekt. Het manlijke is niet zonder het vrouwelijke en ook dit is niet alles. Het spreekt zo vanzelf, want het gaat immers om de mens en daarom is de Grote Mens alles. Het manlijke is het verwerkelijkte beginsel van het vrouwe- lijke. Manlijk is zelfbewustzijn. Vrouwelijk is zelfbewustworden. Niemand is zonder meer dit of dat, man of vrouw. Het matriarchaat heeft nooit hiernaar gestreefd; het patri- archaat wel. De man moest enkel manlijk zijn; de vrouw enkel vrouwelijk. Gevolg: de sexen vervreemdden van elkaar; een heilloze ver- arming, aangezien de verhouding tussen de sexen een leugen werd. Man en vrouw bedrogen zichzelf en elkaar omtrent het mens- zijn. Vandaar dat Europa in het verstandelijke denken bleef steken, dat thans zijn toppunt bereikt heeft in de suprematie van het natuurwetenschappelijke denken, met zijn extreem agres- sieve aspect. Hoe groter de verstandigheid, des te groter de onwijsheid en liefdeloosheid. Wijsheid is: het weten der waarheid. Waarheid is, dat alles zijn zelfontkenning met zich brengt, omdat het anders niet gekend kan worden. Waarheid is, dat het manlijke niet gekend kan worden zonder het vrouwelijke en andersom, en dat de Grote Vader en de Grote Moeder oermachten zijn en gevaarlijker, naarmate wij een van beiden of beiden niet erkennen. Het verstand kan de werkelijkheid niet doorzien, want blijft in de buitenkant steken, in de schijn. Wel kan het trachten zich te completeren door geloof. C.G.Jung gelooft in het collectief onbewuste; "het moet er wel zijn" volgens hem. Anderen zeggen: "er moet wel een God zijn, in elk geval een hogere macht". Zo sprak ook Einstein. Met hypothesen tracht men het onbegrepene te verklaren. Hypothesen behoren bij het verstandelijke denken. ---