SYLLABUS 1. Cursus: De mens en zijn goden. De mens is de voor zich zijnde. Hij is het proces der bewustwording, -waarin - zover wij kunnen terugblikken - "hogere machten" een functie hebben. Het geloof in hogere machten is een vaste overtuiging, ook van hen, die in het Toeval geloven. In zon, maan, sterren, dieren enz. zien de mensen die hogere machten: projecteren, identificeren. Naarmate het bewustzijn zich ontwikkelt, ontwikkelen zich de goden. Bewustzijn op zich is niet nader te bepalen. Het is altijd bewust- zijn van iets, een verhouding. Bewustzijn is negatie van het onbewuste, is bepalend, begrenzend, onderscheidend. Het "zien" van het algemene in het verbijzonderde is onbewuste wijsheid. Dat het algemene als zodanig niet bestaat, weten de primitieven niet, maar de christenen weten het evenmin, want zij geloven, dat God bestaat. Ik-zeggend treedt de mens in een abstracte verhouding tot zich- zelf door zich te onderscheiden van de buitenwereld. Doordenkend komt het onderscheidende Ik tot de kategorie der identiteit, waarvan het de negatie (onderscheiden) is. Wij kennen de wereld buiten ons slechts als onze bewustzijnsinhoud. De wereld buiten ons is die voor ons natuurlijk bewustzijn, dat zich bewust is van iets anders buiten ons. Het dier komt niet verder. Het menselijke (verstandige) bewustzijn onderscheidt zich vervolgens van het natuurlijke andere en zegt Ik. Als de natuur verkeert het ware buiten zich. Zij is het onbewuste. Wij spreken van de nog niet levende natuur als van de dode, die echter vol beweging is en geheel en al buitenkant, het chemisme. Als zij zich gaat verinnerlijken is dit om te beginnen verinwen- diging. Dit betekent echter, dat zij zich tot zich gaat verhouden en niet meer enkel tot het andere. Aan het chemisme laat zich het veranderen bedenken: iets anders worden. Aangezien het wezen niet opgaat in de verschijning, gaat ook het veranderen steeds voort. Als de natuur tot leven komt, betekent dit, dat het wezen zijn uiterlijk-zijn begint op te heffen. Het resultaat van het levensproces is de mens, wiens bewustzijn natuurlijk is en verstandig, welk laatste uiteenvalt in ver- standelijk en redelijk. ---