SYLLALBUS 5. Cursus: De mens en zijn goden. De zin van het menselijk leven is vrij worden. In zuiver begrip en liefde komen wij tot zelfbewustzijn en dus tot vrijheid. Wie de zin des levens niet vat, geeft de zelfbewustwording op - en andersom. Hij vernatuurlijkt. Vernatuurlijking door gewoonten en sleur: toenemen van de onvrijheid. Wij zijn geneigd alles te institutionaliseren. Het ideaal is de grootst mogelijke onveranderlijkheid, hetgeen in strijd is met de gedachte, dat het veranderen onveranderlijk voortgaat. De voortwoekering van het institutionaliseren voltrekt zich rechtevenredig met het terugzinken in de natuur, waarin wij anders terugzinken dan wij eruit oprezen, toen wij de waarheid zochten, die wij ons voorstelden als goden. Terugzinkend komen wij niet opnieuw tot de oude goden, maar ide- aalloos in de natuurlijke sfeer van het Hebben. De hedendaagse mens is door hebzucht bevangen. Omdat het verlangen naar waarheid niet voorbij kan gaan, treden opnieuw mensen op, die naar waarheid zoeken: een hogere, minder gebrekkige god; het zuivere denken. Dit gaat gepaard met afkeer van de welvaartstaat. De strijd tussen : natuur en geest onbewustzijn en bewustzijn hebben en zijn is in volle gang: Dalila en Samson. Het Westen heeft zich aan Dalila prijsgegeven en is dientengevolge geestelijk gecastreerd en blind. In zijn blindheid komt het tot zelfinkeer. Het Westen heeft nu geen levende god. Op hoger geestelijk niveau zal er een geboren worden. De strijd tegen de oude god begon als het atheïsme, dat zuiver negatief is. Toen kwam ook het verhaal, dat godsdienst door sluwe priesters zou zijn uitgedacht. Marx: godsdienst is opium voor het volk. Het is waar, dat de godsdienst een zoethoudertje werd. Het atheïsme maakt het de massa gemakkelijk om haar zin te volgen. Maar er zijn vele gronden om wel aan een god te geloven, al zijn die gronden niet logisch. Het is al te eenvoudig om aan een in de natuur teruggezonken massa alles te verklaren uit economische motieven. Zonder bezieling geen hoger menselijk leven. ---