SYLLABUS 1. Cursus: De Mens in het Heelal. Als wetenschappelijke ondergrond koos Mr.Börger ditmaal o.a. het werk van Pierre Teilhard de Chardin: "Het verschijn- sel mens", omdat hij: de ontdekker is van de Pekingmens; de kosmos als totaliteit tracht te doordenken (wetenschappelijk) en zijn werk be- schouwd wenst te zien als de onthulling van de wet der herhaling. Hij onderscheidt drie phasen n.l. 1) de pre-vitale; 2) de vitale (waarin materie tot leven komt) en 3) de menswording van het leven. Materie wordt tegenwoordig opgevat als verkorrelde energie. Terugschouwend in de tijd zegt hij niet verder te zien dan een homogene energiephase (dit moet dus een phase zijn, waarin het beginsel der differentiatie nog geen werkelijk- heid geworden was). Wij kunnen altijd verder teruggaan, maar dan verliest het feitelijke begin zich in "de nacht der tijden". Wat is de tijd ? Ervaringstegendeel van de ruimte. Ruimte: het Niet-Zijn als aanschouwelijkheid. Tijd : het Niet-Zijn als verleden (niet meer zijn) als toekomst (nog niet zijn) als heden (eenheid van beide) Alle verschijnselen en voorstellingen verschijnen of stellen wij ons voor in tijd en ruimte. Wanneer de voorstelbaarheid ophoudt, houden beide op en ver~ dwijnt ook de tijd "in de nacht". Ruimte en tijd, heel de kosmos, hangen af van het bewustzijn. Aan het bewustzijn is het onbewuste voorondersteld. Onbewuste - bewustwording - bewustzijn. Zijn is niet-zijn van niet-zijn, dus het absolute niet-zijn. Aangezien Zijn en niet-zijn dus samengaan, zijn zij het worden. D.w.z. dat Zijn Worden is. Alles wordt en verwordt dus tevens, want aangezien Zijn in waarheid (wezenlijk) Niet-Zijn is, moet het zich als zodanig waarmaken, wat het doet door zich op te heffen. Het Heelal is het eeuwige (tijdloze) proces van ontstaan en vergaan; worden en verworden; waken en slapen. De aarde werd eens ("in den beginne") geboren, is wakker ge- worden (de mens) en zal eens sterven. Het geboorteproces van de aarde is te zien als een individu- atieproces. Bij het ontstaan van zonnen en planeten is de overheersende kracht die der concentratie, welke te qualificeren is als de wil tot eenwording. Tegenover de concentratie is de differentiatie te bedenken. ---