SYLLABUS 6. Cursus: De mens in het Heelal. Tot aan W.Europa staat alle cultuur in de ban van de Grote Moeder. En de r.k.kerk draagt dit nog over door de cultus van Maria. Luther doet op kerkelijk gebied de beslissende stap. Daarna maken wetenschap en wijsbegeerte zich geheel los van de theologie. Geweldige evolutie van het bewustzijn. De mens is te begrijpen als mutatie van het leven. Teilhard de Chardin noemt hem de hergeboorte van het leven. De mens is opheffing van natuur. In de Maja-cultuur en andere komt deze opheffing niet verder dan de dood. China en India zijn hier boven uit, maar als pogingen zijn zij slechts gedeeltelijk gelukt. De Indische reincarnatie-gedachte is een psychische evolutie- gedachte, die op Niets uitloopt. Aegypte: elk verschijnsel is symbool - afspiegeling van het goddelijke. Maar het onderscheid blijft duister. Griekenland geeft de oplossing. De Griekse goden hebben men- sengedaante; zij zijn volmaakte mensen. De beschaving groeit, d.w.z. de sociale ordening. Rome bereidt het Westen den weg. Het Westen dringt zich als Ik op de voorgrond. Het Ik als het principe der negatie en daaruit de analytische wetenschap tot en met de psycho-analyse. De mens als ontkenning van het verschijnsel kan niet zoals de dierenwereld doodlopen in definitieve vormen. Dus moet de mensheid zich tot een eenheid ontwikkelen. Identificerend wordt het Ik steeds meer omvattend, steeds meer persoonlijkheid, waardoor het de eigen negativiteit negeert tot positiviteit. De mens is op weg zich te ontwikkelen tot sociaal wezen; ook dit gebeurt vanzelf. Hij kan het ordenen niet laten, omdat hij als redelijk wezen ordenend is. Teilhard de Chardin ziet in het heelal een doel. Dus ziet hij een voortdurend opstijgende beweging. Onbeantwoord laat hij de vraag: vanwaar ? Het geloof in het absolute doel spreekt vanzelf, omdat de mens het doelstellen niet kan laten, aangezien hij vrij is. Vrijheid is enkel in zelfverwerkelijking. Zelfverwerkelijking in doen (reëel en ideëel) en in liefde. Deze laatste is het gevoel (onmiddellijk ervaren) van iden- titeit. In de eenheid met de (het) andere zijn wij vrij. Omdat de mens vrij wil zijn, is hij gedwongen tot eenheid te komen met de overige wereld. Wie dit verhindert, is onvrij. ---