SYLLABUS 3. Cursus: De moderne vrouw. De manlijke bewustwording gaat voort van bewustzijnsinhoud naar bewustzijnsinhoud. De vrouwelijke bewustwording is de omslag van onbewust in bewust. Het doel der menselijke bewustwording is de wijsheid, d.w.z. het weten van het wezen. Het werkelijke weten als verwerkelijking van weten - om te beginnen vrouwelijk, want onmiddellijk - zet zich voort als de ontwikkeling der gedachte. Deze ontwikkeling is zelfwerkzaamheid der gedachte. Weten - wissen (duits) - gewisheid. Het geweten(e) is zeker. Vrouwelijke wijze van zekerheid is het geloof - paradoxale wijsheid, dus onmiddellijk dialectisch. Aangezien het vrouwelijke barend en openbarend is, spreekt het in beelden. Het denkbeeld is het meest abstracte. Vrouwelijk is de eenheid van realiteit en idealiteit (re- ligie en kunst). In uiterste toespitsing is het manlijke ideeële concreetheid - de eenheid van het denken (vorm) en de inhoud (gedachte), zuiver begrip, waarin alle aanschouwelijkheid is opgeheven, tot gedachte is genegeerd. Dit laat zich begrijpen als toch weer eenzijdig. De waarheid gaat in geen enkele eenzijdigheid op, ook niet in het eenzijdig abstracte. De natuur is de afspiegeling der idee. Het vrouwelijke is de idee als dit zich spiegelen. Daarom is vrouwelijk het aanschouwen, manlijk het beschouwen. Het vrouwelijke is voor het manlijke de aanleiding om tot beschouwelijkheid te komen en zo de idee tot zelfkennis te brengen, maar het ontrukt het manlijke er ook weer aan, zodat het niet verzinkt in eenzijdige contemplatie. Zoals het is, in voornoemde verhouding, is het goed. Vrouwen en mannen moeten leren inzien, dat zij als vrouw en als man onvolkomen zijn en elkaar behoeven ter eigen vervolmaking. Daarom moet de man ophouden zich de meerdere te voelen en de vrouw hem als de meerdere te zien. De uiterlijke ontmoeting tussen man en vrouw is niet vol- doende om tot zelfvervolmaking te komen. Nodig is de innerlijke ontmoeting; de ander als middel tot zelfvervolmaking, wat geheel iets anders is dan tot lust en gemak. ---