SYLLABUS 4. Cursus: De moderne vrouw. Het einde van het patriarchaat voltrekt zich vanzelfsprekend in een extreem manlijke spheer: gewelddadigheid. Ook concurrentie is dat: tegenstellen, overweldigen. Als de man enkel manlijk was, zou hij geen gevoel hebben, geen intuitie en zou het manlijke genie een onmogelijkheid zijn. Als de vrouw niet manlijk was, zou zij nooit iets kunnen begrijpen. Hoe sterker de vrouw de man als het andere ziet, des te minder zij zichzelf kan leren begrijpen. Hoe meer de man zijn vrouwelijke kant verwaarloost, des te zwakker hij wordt. Dit alles is weinig bevorderlijk voor het contact tussen de sexen, die zich beide onevenwichtig ontwikkelen. Het is zinloos om ten aanzien van de ontwikkeling te spreken van schuld. Er is geen schuld, maar dialectische nood- wendigheid. Beide sexen moeten zich bewust worden. Voor Europa betekent dit, dat het Ik van zijn eenzijdigheid verlost moet worden. Het gehuwd zijn impliceert nog niet het één-zijn. Voor de innerlijke ontmoeting is innerlijke emancipatie noodzakelijk. De vrouw moet leren willen. Willen is om te beginnen: doel stellen; vervolgens: beoordelen van het doel, (wat bij onvolwassenen ontbreekt); tenslotte: verwerkelijking van doel, (als het althans in orde bevonden wordt). De wil der vrouw moet gericht worden door haar geweten. Zij moet daarom ophouden de patriarchale normen klakkeloos na te praten. Zij moet haar zedelijke zekerheid putten uit haar eenheids- gevoel (de Grote Moeder). Zij moet haar besluiten niet overhaast nemen, want een zwangerschap vraagt tijd. Denken is voor de vrouw een controlerende functie. Door haar besluiten te overdenken, brengt zij ze tot ontwikkeling. De moderne vrouw moet komen tot de "moeder-incest"; de moderne man tot de "vader-incest". De voornaamste taak der moderne vrouw is anderen voor te leven door een persoonlijkheid te worden, die niet zonder meer aan collectieve normen is onderworpen. ---