SYLLABUS 4. Cursus: De mythe van Jezus Christus. De kerken leren, dat wij Jezus in ons moeten laten wonen. Het binnentreden van een god: enthousiasmos. Dionysos werd op den duur de bezieler der kunstenaars. Hij behoort bij het vrouwelijke, de ziel, waaruit de kunst geboren wordt. Hij wordt verbrand en herleeft als de wijnstok - de god, die alle banden slaakt, eerst bacchantisch, waarbij hij de vrouwen opjaagt en zich tevens als jachtbuit aan ze geeft (primitieve vorm van communiëren), later als de bezieler. Hij wil de ziel bevrijden uit het Titanisch lichaam. Ook Jezus is jager van zielen en jachtbuit (het avondmaal). Hij is niet de bezieler tot kunst maar tot religie. Invloeden uit het Verre Oosten: Het Brahmanisme abstraheert het Ene van het vele (de wereld der verschijnselen), maar komt niet verder dan tot dit onderscheiden. Het verwerpt de wereld der verschijnselen, omdat het niet inziet, dat elk verschijnsel een verschijnsel is van het wezen. De Brahmanen zeiden, dat in het volgende beeld het voorgaande altijd voorondersteld is, dat dit het volgende medebepaalt. Als Hindoeïsme is het Brahmanisme tot volksgeloof vervallen en is het in de voorgaande alinea gezegde vervormd tot de leer van het Karma, die zich in de leer der reïncarnatie als beslissend voor elk volgend leven doet gelden. Ook kent het Hindoeïsme de nationale held Krishna en verder een heiland, die de weg bereidt voor een zalig leven in een nieuwe wereld. De Indische fantasie is mateloos en kwam niet tot het klassieke "in niets teveel", al is de invloed van Allexander de Grote in beperkte mate aanwijsbaar. Boeddha. Volgens de legende een koningszoon; bovennatuurlijke conceptie van zijn moeder; bij zijn geboorte waren wijzen aanwezig. Hij was vroeg wijs, evenals Jezus, en is na 50O incarnaties ver- heerlijkt tot het Nirwana. Hij trok de volgende consequenties uit het Brahmanisme: als het Brahma enkel schijn droomt en geen werkelijkheden te voorschijn roept; als het dus enkel leugens verwekt, schijn van Zijn, is het zelf niet anders dan deze schijn en dus in waarheid Niet-Zijn. Genieten is verachtelijk, want onderdompelen in leugens. Zelf- kwelling is onwaardig. Wat overblijft is de weg van het Midden: zich ontdoen van de begeerten door de ijdelheid van alles te leren inzien. Dit is mogelijk, omdat de mens is wat hij wil. Hij leerde de liefde als het medelijden en predikte de zelfver- loochening. Ook gaf hij ge(ver)boden: niet doodslaan, niet stelen, niet echt- breken, niet liegen, niet begeren. ---