SYLLABUS 4. Cursus: De ontwikkeling der persoonlijkheid. De deelstructuren der persoonlijkheid zijn te begrijpen als Zijnsmogelijkheden. Dat deze zich aanvankelijk in de vorm van beelden openbaren is gevolg van het feit, dat alles op natuurlijke wijze, formeel als voorstelling aanvangt. Het Zijn, dat het Niet-Zijn medestelt als het Worden, stelt ook het onderscheiden zijn. Als Worden is het: onderscheiden zijn in eenheid. De mens doet wat hij is. Hij is het Zijn als zelfdoorschouwing. De psychische eenheid: Zelf, is bewust Ik. De anima is het geheel der mogelijkheden tot bewustzijn. Voorzoverre de anima zich als persona realiseert, heeft zij bepaalde mogelijkheden van zich vervreemdt. Anderzijds: de anima omvat compensatorisch al datgene, wat de persona niet vertoont. De voornoemde vervreemding mag niet leiden tot splitsing. Wie zich identificeert met zijn persona riskeert een neurose. De identificatie van vrouwelijk en vrouw, manlijk en man leidde tot verdringing van het vrouwelijke bij de man en het manlijke bij de vrouw. Gevolg: vermindering van creativiteit door het verdringen van mogelijkheden. Aan de vrouw werd vrijwel alle persoonlijkheid ontzegd; de man moest enkel Ik zijn. Het Ik is de held van het Avondland: Jezus is de mytholo- gische held. Voorbeeld van een aardse "held" is Napoleon, de "grote zoon der revolutie", die de idee der vrijheid, gelijkheid en broederschap door Europa bracht, maar niet door geheel Europa. Waar hij zijn gezag vestigde, ontwikkelden zich democratische verhoudingen. Hitler is geen "held", maar het reële moment der enkele ne- gativiteit; hij was de pure agressiviteit. De nazis herstelden de Wodancultus. Wodan moet zijn rechter- oog (d.w.z. dat van de hogere kennis) aan Erda offeren. Hij is geestelijk gecastreerd door de Grote Moeder. Een nieuwe cultuscanon wordt ingeleid door de Grote enkelin- gen; deze zijn creatief. Zij zeggen wat komen gaat, omdat het komen moet. De gemiddelde enkeling is verzekerd en gevangen in de cul- tuurcanon. Het katholicisme der middeleeuwen erkende ondanks zichzelf het wezen van het Avondland door de erkenning en verering der heiligen, want deze zijn enkelingen in wie dus de heilig- heid (onaantastbaarheid) van het Ik wordt gepersonifieerd. ---