SYLLABUS 3. Cursus: De positieve en negatieve aspecten van het Christendom. Het vergeven van zonden is het herstellen van de harmonie uit hoofde van het redelijke denken. De zonde tegen de heilige geest is het onredelijk denken; vandaar dat dan geen vergeving mogelijk is, omdat het on- redelijke denken de harmonie niet kan herstellen. Door de historisering is men gedwongen Jezus weer "naar huis" te laten terugkeren (de hemelvaart) met als gevolg, dat de wereld van god verlaten is. Zijn ware woonplaats is in de mensenziel. Het christendom is het godsrijk in de mens. Het godsrijk - de godsidee - de logos. Het christendom is de conclusie uit alle vorige culturen. Het heeft de waarheid des mensen uitgesproken, zij het op kinderlijke manier, zoals elk geloof. Het Boeddhisme heeft niet de volledigheid van het christen- dom, aangezien het niet uitkomt boven het negativisme ten aanzien van de wereld. Ook ontbreekt de zoon, evenals in de Islam. Het christendom zegt, dat het godsrijk de wereld moet over- winnen, maar dan moet het in de wereld werkzaam zijn. D.w.z. dat de logos in de wereld werkzaam is. Dit is de historie. God liefhebben wil zeggen de waarheid van het mens-zijn weten. In de geschiedenis zien wij hoe de toevloed der onontwikkel- den tot het christendom het niveau verlaagt. Het begrijpen maakt plaats voor het interpreteren naar de letter. Ook de clerus is veelal onontwikkeld, kende de wereld niet en kon haar dus niet beheersen. Het pausdom muntte veelal niet uit door geestelijke hoog- heid. Het doel van het leven bleef men zoeken in het hiernamaals. Door de hemelse verlossingsidee wordt het egoïsme bevorderd en worden "de goede werken" verlaagd tot daden van eigen- belang. Alle egoïsme is in strijd met de christelijke gedachte, die de eenheid beoogt als de waarheid des mensen. Het besef der eenheid als gevoelvolle verbeelding, als romantische droom; de kerk der heilige moeder, de katho- lieke. De heilige maagd kan geen levende vrouw zijn, aangezien zij dan voor haar zwangerschap sperma zou hebben nodig gehad. Dat in dit geval een wonder zou hebben plaatsgevonden is kinderpraat. God kan geen wonderen doen, omdat hij in de wetmatigheid zichzelf doet kennen en zich door het wonder zou opheffen. ---