SYLLABUS 1. Cursus: De psychologie van Erich Neumann. De oertoestand der psyche noemen wij de uroborische een- heidservaring: het paradijs. De oervader en oermoeder liggen in duurzame conjunctie op elkaar tot een woudgod (bij de Naori's e.a.) ze uiteen drukt, de oervader opwaarts, "opdat licht zij". Licht is hier bewustzijn. De mens valt uit de uroborische eenheid en krijgt de ervaring van "binnen en buiten". Hiermede gepaard de ervaring van buitengesloten te zijn. De dialectiek der Ik-ontwikkeling: de psyche is nog wel en niet meer natuur, is dus verwordende natuur (verworden is "worden" als opheffen); de psyche is nog niet en reeds wel bewustzijn, is dus wordend bewustzijn ("worden" als bevestigen). De psyche toont haar natuurlijkheid in haar beeldspraak en ziet ook in alles haar beelden (projectie). Het bewustzijn; het aan de natuur vreemd geworden eigene. De natuur is de oorsprong; als zodanig onveranderlijk. Het bewustzijn is als negatie der natuur drang tot ver- anderen. De dialectiek der psyche is de sexueel-agressiviteit. Sexualiteit staat tot agressiviteit als onveranderende oorspronkelijkheid tot verandering en vernieuwing. Aan het Ik-bewustzijn als resultaat van zelfvervreemding is alles wat op psychische ervaring berust vreemd, waardoor het Ik ervan is afgezonderd. Het Ik-bewustzijn is de middelaar tussen binnen en buiten. Het is de tegenpool van het Zelf (de psychische totaliteits- ervaring.) Het Zelf is de Grote Moeder als de Sophia. Door de vervreemding vallen Zelf en Ik uiteen; bij totale vervreemding verliest het ik het contact met de totaliteit. In het begin onzer jaartelling twee gebeurtenissen. 1) het christendom; 2) de geboorte der liefde, waardoor de weg gebaand is om het uiteenvallen van psyche en bewustzijn, van Zelf en Ik te voorkomen. Deze weg is de vrouwelijke. Er is ook een manlijke weg, n.l. die van het zuiver rede- lijke denken. Alleen de liefdevolle redelijkheid kan de eenheid te weeg brengen in binnen- en buitenwereld. ---