SYLLABUS 3. Cursus: De psychologie van Erich Neumann. De strijd met de draak beoogt o.m. het doden van de oer- ouders De held heeft dikwijls 2 vaders en 2 moeders, soms 2 vaders en één aardse moeder. De hemelse vader is dan het geeste- lijk scheppende beginsel. De held ervaart zich als dubbel n.l. ook als bovennatuurlijk. Hij is het prototype van het Ik. Het doden van de moederdraak houdt in: het vernietigen van haar negatieve aspect, zodat zij enkel creatief wordt. De Moeder is eeuwig. De Vader veranderlijk. Hem doden be- tekent: het verouderde overwinnen. Hij blijft dan over als het archetype, dat de verandering wil. Zolang het Ik nog afhankelijk is, is het een orgaan van het onbewuste. Zich bevrijdend wordt het meer en meer de repre- sentant van het geheel, dat het psychisch ervaart als het Zelf. De strijd om zich te bevrijden speelt zich niet enkel af in de man. Ook de vrouw moet tegen de heerschappij der Grote Moeder strijden en tegen de Grote Vader. Het manlijke (driftmatige) van de Grote Moeder ten aanzien van het vrouwelijke is de Erosdraak als de begeerte. Ook de vrouw moet weerstreven en daartoe vrouwelijk sterk zijn en dus niet als de man zich harden tegen lichamelijk onbehagen. Om te beginnen moet zij zich verzetten tegen het sexueel begeren. Doet zij dit niet, dan komt zij nooit los van de Grote Moeder in die zin, dat zij dat blijft, waarbij de man enkel phallus blijft. De vrouw leeft altijd in relatie. Daardoor loopt zij gevaar zich door het nabijliggende te laten afleiden en het verder gelegen doel (in dit geval de individuatie) te vergeten. Niet helpen ten koste van de Ik-ontwikkeling. Helpen is communiëren; het gevaar hiervan is, dat men in de macht van de geholpene geraakt. De vrouw moet gevolg geven aan haar ordenings-instinct en het manlijke niet zien als het absoluut superieure (het patriarchaat met zijn harempsychologie). Vanuit deze instelling kan zij de in haar onbewuste levende manlijke geest ontwikkelen. Maar zij moet zich niet ver- mannen. Het manlijke moet hulpkracht blijven. Zo moet zij de Erosdraak leren zien als de uroborische macht, die haar persoonlijkheid voortdurend verslindt. Zij moet daarom de begeerte vergeestelijken tot liefde- verlangen, niet meer de phallus als doel zien, maar de eenheid met de identieke manlijke ziel. ---