SYLLABUS 4. Cursus: De psychologie van Erich Neumann. In de tragedie "Elektra" plaatst Sophocles de hoofdfiguur tegenover haar moeder Clytaemnestra. Deze laatste is de tweelingzuster van Helena, die geheel in dienst staat van de grote moedergodin Aphrodite. Ook Clytaemnestra vertegen- woordigt nog het collectieve (onpersoonlijke) vrouwelijke. Tegenover haar staat haar dochter Elektra, als de verenkelde en als Ik-bewust. Zij is de zuster-anima van haar broeder Orestes. Wat Elektra gelukt, mislukt aan Oedipus, die immers onbewust met zijn moeder trouwt en dus weer in het collectieve weg- zinkt. De begeerte moet zich verkeren om op hoger niveau liefde te worden, waardoor de onpersoonlijke verhouding der sexen persoonlijk wordt. Dit is in de eerste plaats de taak der vrouw. Omdat de liefde persoonlijk is, ligt zij niet meer in de natuurlijke spheer, maar in de zedelijke. Voorwaarde hiertoe is de ontwikkeling van het Ik-bewustzijn tot zelfstandigheid, zodat het niet meer orgaan is van het onbewuste (in welke verhouding het door het driftleven wordt overheerst) maar de bewuste vertegenwoordiger van het Zelf. Het Zelf is de ervaring der totaliteit der psyche en het laat zich in en ten opzichte van de buitenwereld door het Ik (als middelaar) vertegenwoordigen. Het Zelf is de aanvankelijkheid van het Ik, aanvankelijk bewustzijn, dat zich nog als beeld buiten zich stelt. Vandaar de beeldspraak van Jung: anima, schaduw enz. Het vrouwelijke in ieder onzer brengt het Ik voort en laat er zich vervolgens door bevruchten. (De mythologie van de Grote Moeder). Wisselwerking van bewustzijn en onbewustzijn. Omdat vrouwelijkheid en manlijkheid als natuurlijke ver- schijningen gesteld zijn als eenzijdigheden, zoeken zij elkaar en verlangt de vrouw bevruchting. Het verlangen naar zwangerschap (al of niet bewust) is dus vanzelfsprekend. Het bewustzijn wordt uit het onbewuste geboren en dus is dit laatste in beginsel bewustzijn. Het manlijke Ik is het moment der negatie in het vrouwe- lijke Wij. De vrouw moet - omdat zij overwegend vrouwelijk is - de weg van het negeren niet ten einde gaan, omdat zij anders vermanlijkt. Bewust Wij zijnde is de vrouw een persoonlijkheid, een andere dan de man, maar niet een mindere. ---