SYLLABUS 2. Cursus. De sexuele crisis. Vriendschap tussen man en vrouw is mogelijk. Wie bij een ontmoeting met een lid van de andere sexe altijd terstond aan sexualiteit denkt, blijft in het natuurlijke en zinlijke steken. Gebrek aan eer- bied voor de ander. Het huwelijk is een menselijke aangelegenheid, maar er zijn verhou- dingen in de dierenwereld, die aan huwelijk doen denken. Doel van het huwelijk: gezinsvorming, wederzijdse steun, levens- geluk. Geluk: in harmonie zijn met onszelf. Het voortzetten van huwelijken, waarin deze harmonie ontbreekt en wij in onvrede leven met onszelf, is onzedelijk. Is het verantwoord een huwelijk voort te zetten uit medelijden ? Medelijden niet verwarren met sentimentaliteit. Zelfbeklag bewijst nog niet, dat de klager lijdt. Hoe veeleisender de mens, des te eerder hij zichzelf beklagenswaardig acht. Het bewustzijn is superieur aan het onbewuste, maar dit geldt evenzeer voor het bewustzijn van de vrouw als voor dat van de man. Er is zeer veel genialiteit in de vrouwenwereld, veel meer dan in die der mannen. De uitbuiting der vrouwen in het huishouden op grond van de ver- meende superioriteit van de mannen, die zoveel gewichtiger zaken te doen zouden hebben, berust op het ombuigen van de moederlijk- heid der vrouw - haar neigng tot verzorgen - tot dienstbaarheid. Er waren grote mannen, maar ook veel grote vrouwen. Het geschetter der mannen over de vrouwen is meestal recht even- redig aan hun onbenulligheid. Zij kunnen werkelijke grootheid niet onderscheiden. Daarbij komt, dat de werkelijk groten geen reclame maken voor zichzelf. Het is opmerkelijk, dat de geniale mannen het meest bewonderd wor- den. Genialiteit is vrouwelijk. Van grote denkers weet het publiek vrijwel niets. Men praat elkaar na; meestal domheden. Grootheid kan spectaculair zijn: Judith (Holofernes); Theodora, vrouw van Justinianus, keizer van het Oost-Romeinse rijk; Jeanne d'Arc; Madame Curie. Maar zij kan ook onopvallend aanwezig zijn: Hendrikje Stoffels, Christiane (Goethe), de vrouw van Dosto- jewski. Bij deze was de karaktergrootheid overwegend. Zij maakten het haar grote geniale mannen mogelijk zich te ontplooien. De vrouw dient zich te verzetten tegen haar onderschatting door de mannen. Al wat de mens vernedert moet bestreden worden. Aanvaarden van vernedering bewijst gebrek aan zelfrespect en elke volgende vernedering vergroot dat gebrek. --- 68/2