SYLLABUS 3. Cursus: De sexuele crisis. Het huwelijk lijdt nog steeds onder de onzuiverheid van de ver- houding der sexen. Het vrouwelijke (het onbewuste) is het begin; het is aan het man- lijke (het bewustzijn) voorondersteld. Het onbewuste als het niet bewuste is nog niet bewustzijn of niet meer bewustzijn. Nog niet bewust zijn: aanleg tot bewustzijn. Niet meer bewust zijn: vergeten, verdringen. Het vrouwelijke als nog niet bewustzijn verkeert zich barende tot het andere van zichzelf (het bewustzijn, de zoon) dat aanvankelijk als het kind geheel op het vrouwelijke (de moeder) is aangewezen. Moeder worden is de eerste zelfbewustwording der vrouw. Het kind bemiddelt in dezen, is de middelaar tussen de vrouw en haarzelf. Zuster zijn: zich bewust worden van de verwantschap - middelaar in dezen is de moeder. Minnares zijn: tussen vrouw en man bemiddelt de phallus, die als de opwaarts strevende, zelfstandige goddelijkheid verwerft: de gevleugelde goden Hermes en Eros o.a. De eerbied voor de phallus breidt zich dan uit tot eerbied voor de man, waardoor de manlijke zelfoverschatting bevorderd wordt. Christendom. De middeleeuwen zien het doel van het leven in het hiernamaals (het leven in de dood) en komen in een tweeslachtige verhouding te staan tegenover de sexe. De manlijke is niet meer heilig. De vrouwenschoot blijft heilig in de Maria-cultus. Daarnaast als bron van nieuw aards leven was deze schoot afkeu- renswaardig, omdat zij het aardse leven in stand houdt. Uit de Mariacultus vloeit o.m. voort de eis van kuisheid der maagd, wier schoot alleen in dienst gesteld mag worden van het moederschap binnen een door kerkelijk ritueel geheiligd huwelijk. Het protestantisme verwerpt de Mariacultus en daarmede de heilig- heid der vrouwelijke sexe, maar handhaaft kerkelijk ritueel en moederschap als huwelijksdoel. Er was geen heilige, zedelijke ondergrond meer. Een leeg gedoe. Als het kerkelijk huwelijk door het burgerlijk vervangen wordt, berust alles nog enkel op fatsoen. De sexualiteit gaat in de modder zakken; meer en meer worden vrouw en vrouwelijkheid naar beneden gehaald en stijgt de man- lijke zelfoverschatting. De vrouwelijke wijsheid is niet minderwaardig aan de manlijke. Wijsheid - waarheid - weten, der eenheid - zedelijkheid - vrijheid. --- 68/2