SYLLABUS 6. Cursus: De geboorte ener nieuwe moraal. Op het gebied der wetenschappen overheersen de exacte. Ook de psychologie tracht men zo te castreren. Niet exact is de dieptepsychologie. Freud. Adler. Jung. Kenmerken van Freud en Adler: materialisme, dogmatiek, Jung doorbreekt dit. De gebruikelijke critiek op Jung ontzegt hem wetenschappelijkheid. In den beginne overheerst het collectief onbewuste. De matriarchale maatschappij is vreedzamer en verdraagzamer dan de patriarchale. Maar de ontwikkeling van deze laatste is redelijkerwijze onontkoombaar. De noodzaak der differentiatie. De ontwikkeling van het manlijke begint in de natuurlijke sfeer. Het individualisme is een manlijke consequentie. Het denken begint onderscheidend, eenzijdig manlijk. Het redelijke neemt de vrouwelijke kategorie der identiteit op. Het heeft weinig invloed en voorzoverre het invloed heeft, is het verminkt (Marx). Het verstandelijke denken vernatuurlijkt de mens. Vandaar dat de huidige maatschappij de bewerker is van de im- moraliteit onzer dagen. Het verstandelijk denken is negatie van zedelijkheid en dus van de menselijke waarden. Verder is het negatie der psynhe als de bron des levens. Negatie van rede en redelijkheid. De moordzucht onzer maatschappij: bewapening en welvaart. Hoofdregel der huidige "moraal": "wat kan, mag". Tegen dit alles komt de onaangepaste jeugd in verzet en de on- aangepaste mannen en vrouwen. Onaangepastheid is de voorwaarde voor alle ontwikkeling. De vrouw moet elke vorm van discriminatie afwijzen; de liefde tot ontwikkeling brengen en doen erkennen als voorwaarde voor zedelijk leven; het huwelijk hervormen en haar gevangenschap erin doorbreken; zich verzetten tegen de welvaart; een nieuwe ethiek ontwikkelen. De nieuwe ethiek: hogere vrijheidsopvatting; in niets teveel; in alle ervaringen streven naar kwaliteit en niet naar zo groot mogelijke kwantiteit; de kinderen opvoeden tot mensen, niet tot functies; geen macht uitoefenen en niemands macht dulden. Deze ethiek geldt voor beide sexen. Pro memorie: Vrijheid is niet zonder zelfbeperking. Geen eenzijdigheid en daarom ook geen liefde zonder wederkerigheid. --- 69/1.