SYLLABUS 1. Cursus: Het Heelal. Het Heelal omvat alles, zowel wat zintuigelijk waarneem- baar, als wat enkel denkbaar is. De wetenschapsmensen zoeken veelal naar het begin van het heelal. Fred Hoyle, befaamd Engels astronoom, zegt dat het geen begin had en ook nooit een einde zal hebben, aangezien de schepping van materie steeds voortgaat in het tempo van één waterstofatoom per jaar op een ruimtevolumen van een kathedraal. Het heelal omvat een oneindig aantal melkwegstelsels, waarin duizenden millioenen zonnen voorkomen. Ons melkwegstelsel bevat meer dan 100.000 millioen zonnen van de grootte van onze zon, die klein is, maar tot het voor- naamste type behoort. In ons stelsel zijn + 100.000 millioen dergelijke zonnen, die alle een planetenstelsel moeten ont- wikkelen. Zij beginnen als ontzagwekkend grote ijle gasbol, die zich samentrekt, verdicht, waardoor hij steeds warmer wordt en sneller gaat draaien, zodat hij aan de beide uiteinden wordt afgeplat. Hierdoor ontstaat een zo grote druk in het centrum, dat er een ronde schijf uit het midden der bol naar buiten gedrukt wordt, die langzaam zich rondom van de wordende zon verwijdert. In de schijf treden nieuwe condensaties op, kleinere en grotere, die om de zon blijven draaien. Het gas dat niet con- denseert, ontsnapt. De condensaties bewegen zich van de zon af en op verschil- lende afstanden stollen de stoffen, waaruit zij bestaan, voor- zoverre zij op die afstand juist de stollingstemperatuur be- reikt hebben. Venus heeft geen water, dit is alles verdampt. Wel olie, ijzer en rots, evenals de aarde en Mars, welke twee ook water hebben. Venus is in een oliewolkenlaag gehuld. Voorbij Mars eindigt de ijzer- en rotszône. De planeten ontstaan niet ineens, maar groeien geleidelijk, doordat de kleinere stukken (condensaties) samengroeien (aan- trekkingkracht). Op den duur worden de kernen der planeten heet. De kern der aarde bestaat voor 89% uit ijzer, voor 10% uit nikkel. De rest is chroom, mangaan, cobalt. Lava is de minst dichte rots en heeft een veel lager smeltpunt dan de magnesiumsilicaten, waaruit de meeste rotsen bestaan. De lava tracht dientengevolge door de "poriën" naar boven te komen, evenals de olie. De hitte in de kern van onze aarde is 5000O. De temperatuur in de kern der zon is 13 millioen graden, de straling is daar voornamelijk röntgenstraling met als gevolg, dat de electronen van de atoomkernen worden wegge- schoten. -2- Een atoom bestaat uit een kern, waaromheen electronen draaien. De kern wordt gevormd door positief geladen pro- tonen, wier aantal gelijk is aan het aantal electronen, dat er omheen cirkelt en die negatief geladen zijn. Boven- dien bevat de kern nog neutronen (geen lading). Het waterstofatoom bestaat uit 1 proton en 1 electron. Het aantal protonen in de kern bepaalt met welk element wij te doen hebben. Verandering van het aantal protonen betekent, dat het element verandert. In onze zon wordt waterstof in helium omgezet. Atomen met een gelijk aantal protonen, maar verschillend aantal neutronen, heten isotopen. Hoe "groot" atomen zijn, moge duidelijk - of onduidelijk - worden aan de volgende mededeling: 1 Gram waterstof bevat 600.000 triljoen atomen. Sprekende over getallen. wil ik nog enkele laten volgen; afstand zon - aarde 150.000.000 K.M. id. zon - jupiter 750.000.000 K.M Uranus staat viermaal zover van de zon als Jupiter, Neptunus zesmaal en Pluto achtmaal. Het licht heeft 8 min. nodig om van de zon de aarde te bereiken; voor Pluto is deze tijd vijf uur. De dichtstbijzijnde ster (zon) is ± 4˝ lichtjaar (45 bil- joen K.M.) van ons verwijderd. Onze melkweg heeft een uitgestrektheid van 100.000 licht- jaren en een dikte van 10.000 lichtjaren. Wij liggen op een afstand van ± 30.000 lichtjaren van het middelpunt. Ons zonnestelsel reist met een snelheid van 800.000 K.M. per uur om een fictief punt in de melkweg, welke reis telken- male 250 millioen jaar duurt. De dichtsbijzijnde melkweg (nevel) is 800.000 lichtjaren van ons verwijderd en is evengroot als de onze. Zij behoren bij elkaar; maar er zijn nog meer nevels in de nabijheid, die een groep vormen. Zeer veelvuldig komt het voor, dat sterren om elkaar draaien. Om nevels draaien sterrenhopen, die ook vaak om elkaar wentelen. Wij kunnen verder zien dan 1100 millioen lichtjaren door middel van de moderne sterrenkijkers. Reuzensterren: Betelgeuze 300 x onze zon, Epsilon in de Voerman 3000 x onze zon. Dwergsterren: Wolf 359 1/50.000 van onze zon. Een nova is een ster, die geleidelijk ontploft; honder- den ontploffingen. Een supernova is een ster, die ineens ontploft. Een supernova straalde in een paar manden evenveel licht uit als onze zon in 300.000.000 jaar. ---