SYLLABUS 1. Cursus: Het Oer-Vrouwelijke. Vrouwelijk is niet zonder meer te vereenzelvigen met "de vrouw", evenmin als manlijk met "de man". Aanvankelijk verhouden het vrouwelijke en het manlijke zich on-onderscheiden, omdat de mensen zich nog niet tot het onderscheiden hebben ontwikkeld. De oergrond der dingen is dan onvoorstelbaar. Later komen de symbolen, om te beginnen oceaan en wereld- slang (die zich in de staart bijt). De primitieve mens projecteert, wordt van binnenuit ge- dreven, moet "zo" doen, maar weet niet wat hij doet, noch het waarom. Er is dan nog geen sprake van Ik. Vandaar dat het man- lijke (Ik) beginsel dan nauwelijks een rol speelt. De suprematie van het vrouwelijke in die periode berust op de voortbrenging, niet op het sexuele. Het is de supre- matie van het moederlijke. Door projectie wordt het voorhanden gegevene geïdenti- ficeerd met 's mensen wezen, waarvan de primitief bewust niets weet. Ook de voorhanden werkelijkheid is hem duister. Op dit duistere projecteert hij voortdurend zijn hem duistere wezen. Het bewustworden begint als voorstellen, verbeelden, uitbeelden. De mens is dan nog geheel in de natuur ver- zonken. Hiermede samenhangend: het spreken in gelijkenissen. Verbeelding - openbaring - zienerschap. Dit laatste was oorspronkelijk specifiek vrouwenwerk. Zelfs het aan Apollo gewijde Delphi had nog een zieneres. De bewustwording vangt aan op vrouwelijke wijze en als projectie; het is een onmiddellijk reflecteren. Middellijk reflecteren als zelfbemiddelend is manlijk. Vrouwelijke ontwikkeling (zelfverwerkelijking)is zelfvervreemding. Manlijke ,, ,, is zelftoe-eigening. Het denken blijft altijd één met zichzelf: het produceert gedachten, die denken zijn. De grote godinnen van de oertijd drukken de eenheidsge- dachte uit op vrouwelijke wijze; al het alomvattende is uitbeelding van de grote godin. De natuur is in waarheid ideëel en moet dit waar maken, maar kan het alleen door de mens, omdat deze in principe ideëel bewustzijn, bewustwording van het ideeële is. Als de natuur is de idee voor zich op de wijze van het volstrekt anders zijn, als het andere. Het beleven der eenheid, dus op vrouwelijke wijze, noemen wij het mystiek deelhebben aan (mystische participatie). ---