SYLLABUS 1 Cursus: Individu en gemeenschap. Het individu ontwikkelt zich uit de collectiviteit, welke ont- wikkeling zich aan ons voordoet in en als de wereldgeschiedenis. De wereldgeschiedenis is dan ook niet een aaneenschakeling van willekeurige daden, niet slechts een feitelijk gebeuren, een eindeloze strijd om de macht, maar het proces van de ge- boorte van de individu en daarmede van het bewustzijn. Hegel heeft hieromtrent gezegd, dat de wereldgeschiedenis het wereldgericht is, wat een storm van protesten heeft gewekt, in de eerste plaats onder de navolgers van Kant, die een scherp onderscheid maken tussen wat behoort en wat feitelijk geschiedt. Nu is dat wat behoort, neergelegd in rechtsnormen en morele normen, terwijl de verwerkelijking ervan te vinden is in de men- selijke handelingen. Het ideaal dat bij dit handelen voor ogen staat is de grootst mogelijke identiteit tussen norm en daad. Wij hebben hier dus te maken met streven naar zedelijkheid = vrijheid. De drang tot vrijheid is wezenskenmerk van de mens. Op onmiddellijke wijze openbaart zich dit als de zede, waarbij van bewust willen nog geen sprake is. Dit is pas het geval, wanneer bij het tekort schieten van de zede in een of andere situatie een krachtens de traditie erkende autoriteit beslist. Aangezien hierbij de mogelijkheid van vergissen meedoet, gaat de twijfel een rol spelen, waaraan te bedenken de noodzaak van het zoeken naar kriteria inzake vrijheid en onvrijheid. Naarmate dit zoeken toeneemt, neemt de macht der traditie af, wat niet zonder schokken gebeurt. Wanneer langs deze weg de stam staat geworden is, leeft het stamhoofd nog voort als de absolute vorst. En nog steeds leeft in de paus de medicijnman (toverdokter) voort, die contact heeft met de geesten. In dit proces ontwikkelt zich ook het geweten en daardoor het rechtsbewustzijn. De staat wordt rechtstaat. De staatsburger moet de noodzaak van wetten erkennen, maar deze staan in de rechtstaat tevens ter zijner beoordeling en dus eventuele veroordeling, waarmede hij tevens zichzelf als staatsburger - in wiens bewustzijn alleen de staat existeert - beoordeelt en eventueel veroordeelt. Dit is zijn recht en tevens zijn plicht. Politieke activiteit is geboden, wat niet wil zeggen, dat iedereen lid moet worden van een partij. Wie partij kiest, is partijdig. Te zeggen is, dat de voortdurende zelfbeoordeling en eventuele veroordeling een proces is, waaruit het levend zijn van de staat blijkt. De veroordelingen worden uitgesproken door de progressieven. --- 70/2