SYLLABUS 4 Cursus: Individu en gemeenschap. De Franse revolutie predikte vrijheid, gelijkheid en broe- derschap. Met de vrijheid staat het er slecht voor door de verwording van het denken. Bovendien speelt het leven zich af tegen een achtergrond van angst, wat niet bevorderlijk is voor het vrijheidsgevoel. Over de gelijkheid valt op te merken dat zij als voorwaarde tot verwerkelijking heeft de erkenning der ongelijkheid. Formele gelijkheid is onvoldoende. Aangezien in het geschreven recht de ongelijkheid niet tot gelding gebracht kan worden, is het recht niet zo indruk- wekkend als de rechterlijke maskerade suggereert. Wij zijn allen gelijkelijk gerechtigd tot zelfverwerkelij- king en hebben de anderen daarin niet te hinderen. Deze plicht rust ook op de overheid, maar zij verzaakt die regelmatig door uitoefening van het recht van de sterkste in de vorm van het meerderheidsbesluit. De tegen- woordige reclame voor orde en gezag toont hoezeer de over- heid tekort schiet. Zij is immers burgerlijk, dat wil zeggen zakelijk georiënteerd, dus onzedelijk. Wanneer wij negatief oordelen over de burgerij, moeten wij opmerken dat haar zakelijkheid niet zonder meer verkeerd is. Het zich richten op bezit is in de aanvang een streven naar bevrijding uit de afhankelijkheid van de mensen van de grilligheid der natuur. De wil, het denken richtte zich daarop, op het scheppen van zekerheid. Met de ontwikkeling van het denken gaat gepaard het zich vrij worstelen van het bewustzijn uit de macht van het collectief onbewuste en dus van het ontwaken van de individualiteit. Als de mens, het bewustzijn komt de kategorie van het Zijn, waarin alles identiek is, in en als waarheid tot gelding, tot de voltooiing van het Zijn als proces van het Worden. Het is ons nog altijd niet gelukt de ander te zien als gelijkberechtigd tot vrijheid, zijn eigen persoonlijke zelfverwerkelijking. Het zoeken naar recht leidde tot het overwegen van de plichten. Immanuel Kant. De West-Europese mens nam de leiding in voornoemd proces, want hier werd de geest geboren = het verstandelijk denken en het redelijke. Het redelijke komt na het verstandelijke (onderscheidend) maar is voordien reeds voorondersteld als de (vrouwelijke) intuïtie en genialiteit. W.Europa is een oordeel, be- en veroordeelt zichzelf, maar wordt ook van buitenaf be- en veroordeeld. Een principieel oordeel van buiten af was de Russische revolutie, die haar beoordelingsnormen uit W.Europa over- nam. ---