SYLLABUS 5. Cursus. Mens en Heelal. De kosmos, voorzoverre zintuigelijk waarneembaar, is nega- tieve verschijning van eenheid. Hij is in waarheid niet wat hij schijnt. De verschijnselen zijn in de kategorie der veelheid. Veel is niet een hoeveelheid, al kunnen wij bij hoeveel- heid van veel spreken. De abstracte hoeveelheid is het getal. Elk getal groter dan 1 is veelvoud van 1. Doortellende verliest het tellen zich (heft zich op) in het mateloze. De mateloosheid maakt zich kenbaar aan de onvoorstelbaar grote getallen waartoe de astronomie komt, zowel wat be- treft de afstanden als de snelheid der beweging der hemel- lichamen. De natuur is het negatief voor zich zijn der idee, die daardoor zichzelf tot bewustzijn doet worden en zo zich- zelf waar maakt (doet zijn) als eenheid van eenheid en onderscheid. Het proces van de wording der idee tot bewustzijn valt niet binnen tijd en ruimte, maar sluit deze wel in. Tijd en ruimte verliezen zich in de mateloosheid. De evolutieleer spreekt van de ontwikkeling van oercel tot mens, waarbij het begrip "mutatie" een beslissende rol speelt. De mutatie (verandering) is een mogelijkheid, die in de soort besloten ligt, wat vanzelf spreekt, omdat iets al- tijd ook iets anders is en alles verandert. De mutatie is, dat een soort ook een andere soort blijkt te zijn en haar eigen mogelijkheden niet volkomen uitdrukt in de bereikte verschijning. Het leven als zelfbedoelend, begint met blind aftasten van eigen mogelijkheden (aanleg). (De praevitale natuur bedoelt niets.) Aftastend leert de soort de instincten. Aanvankelijk overweegt de soort. De individuen zijn enkel formeel als individuen. In de natuur eigent het een zich het ander toe op natuur- lijke wijzen: gebruiken en verbruiken. De verhouding is die van het Hebben. Aanvankelijk doet de (natuur)mens dit ook ten aanzien van de medemens: slavernij en kannibalisme. De ontwikkeling van het bewustzijn heft dit op. Toch is ook de kategorie van het Hebben den mens niet vreemd ten aanzien van dieren en dingen. Ook in het Hebben verwerkelijkt de mens zichzelf, maar op zakelijke wijze. Opgaande in het zakelijke verzakelijkt hij. ---