SYLLABUS 4. Cursus: De moeilijkheden bij de Opvoeding. Miskenning van het type maakt het kind moeilijk opvoed- baar, d.w.z. dat het slecht op het leven wordt voorbereid. Door de miskenning wordt het n.l. ontmoedigd en gaat het twijfelen aan zichzelf. Gepreek en zedemeesterij helpen hiertegen niets, maar vergroten de ontmoediging en twijfel en drijven het kind vaak in een instelling, die vijandig is tegen de buitenwereld. Deze negatieve houding betekent dan: ik ben anders. Hierbij is te bedenken, dat ouders, die bovenbedoelde fout maken, een negatieve houding tegen het kind aannemen. Neen wordt tegen neen gesteld; machtswil tegen machtswil. Door zijn neen compenseert het kind minderwaardigheids- gevoelens. Ook de ouders kunnen in hun opvoedingssysteem derge- lijke gevoelens afreageren. Introverte kinderen hebben een matige belangstelling voor objecten, die onbewust minachting en zelfs verachting worden kan. De ouders behoren tot de objectenwereld. De onbewuste verachting leidt tot schuldbesef en angst en soms tot wanhoop. Met preken en vermaan maakt men alles alleen maar erger. Vergelijkingen met "brave" kinderen werken funest. Tenslotte kan het definitieve protest komen, zelfs zelfmoord. Het extraverte kind kan natuurlijk even verkeerd wor- den opgevoed. Het heeft weinig belangstelling voor zich- zelf als subject. Voor beiden is het hoogst gevaarlijk, als de ouders ervan uitgaan, dat de kinderen moeten leven als zijzelf. De verhouding van het kind tot het huwelijk der ouders. Kinderen doorzien en zien veel meer dan ouders meestal vermoeden, maar zij weten te zwijgen. Het slechte huwelijk is een bron van angst. Is het niet meer te verbergen, dat het huwelijk mislukt is, dan is het beter uit elkaar te gaan, omdat het kind dan in de nieuwe situatie weer tot rust kan komen. Kinderen en volwassenen aanvaarden de realiteit gemak- kelijker dan de voortdurende dreiging ener katastrophe. De positie van het kind in het gezin hangt bovendien af van het aantal kinderen, alsook van het feit of het kind vaderloos of moederloos opgroeit. Ouders zijn o.m. voorbeeld; daarom dienen zij zich voorbeeldig te gedragen. Het enige kind heeft het zeer moeilijk, omdat het thuis geen jeugdig gezelschap heeft, maar alleen ouderen. Dit compenseert het dikwijls door onbewust infantiel te wil- len blijven. Ook is een gevaar voor het enige kind, dat het allicht verwend wordt, vooral van de zijde der moeder, als deze al haar moederlijk gevoel op dit ene kind afreageert. Wij moeten nooit iets op onze kinderen afreageren; het moederlijk gevoel is door de wisselwerking met het kind te verwerkelijken. Afreageren is een eenzijdigheid, waar- bij het kind lijdend voorwerp is; men moet een kind echter niet als zodanig behandelen, maar als ontluikende mens, die zichzelf moet leren kennen en die wij daartoe moeten leren kennen. Verwennen: in verkeerde richting toegeeflijk zijn. Vaak kopen de ouders door verwennen hun gebrek aan werke- lijke belangstelling af. Het kind doorziet dit en antwoordt vealal door steeds veeleisender of door volkomen onverschil- lig te worden voor de vele "goede gaven". ---