SYLLABUS 5. Cursus: De moeilijkheden bij de Opvoeding. In een gezin met meerdere kinderen is de situatie voor het kind enerzijds gemakkelijker, anderzijds moeilijker, doordat het niet alleen met de ouders maar ook met de broertjes en zusjes rekening moet houden en kinderen zijn egocentrisch. Ook hierbij gaat het niet om wijze vertogen. De ouders moeten de kinderen voor-leven hoe zij leven moe- ten; voorpraten, vooral op de bekende moraliserende wijze, is verkeerd. Het tweede kind kan door het eerste enthousiast begroet worden, maar het is evenzeer mogelijk, dat het eerste het tweede niet accepteert, hetzij door aanleg, hetzij door- dat de ouders voor het tweede kind een zo grote belang- stelling hebben, dat zij het eerste verwaarlozen. Kleine kinderen zijn hebberig, maar hebben tevens een natuurlijk eenheidsgevoel. Zij handelen dus zowel tegen elkaar als met elkaar. Naarmate de individuatie voort- schrijdt, kan het evenwicht in hun handelen verstoord worden. Grote kinderen kunnen het saamhorigheidsgevoel geheel verliezen. Staan de kinderen a.h.w. in een verdedigingspositie tegenover de ouders, dan kan hieruit tussen hen onderling een sterke band ontstaan. Vertroetelen van kinderen. Er is een periode geweest, waarin men onder Freudiaanse invloed de kinderen zo weinig mogelijk vertroetelde. Hiervan is men weer teruggekomen. Een kind, dat nog overwegend natuurlijk is, heeft recht op natuurlijke vreugde, op zich behagelijk gevoelen. Elk kind verlangt behagelijkheid van de moeder. Vertroetelen kan apenliefde zijn en is dan in de grond der zaak onverschilligheid, waarvoor het kind wraak neemt. Onverschilligheid is liefdeloosheid, die kan uitgroeien tot koudheid en hardheid, waardoor het kind zijn "jeugd" mist. De opvoeding der ouders richt zich tot de ziel. Die der school tot de intelligentie. Intelligentie is in de eerste plaats het vermogen tot geestelijke productie. Het reproducerend vermogen is van secundaire betekenis, want het is voorwaarde voor het producerende. Schoolknapheid bewijst niet veel omtrent de intelligentie. Systematische training van de intelligentie is nood- zakelijk. Geschiedt deze verkeerd of ontbreekt ze, dan zien wij het verschijnsel der schijndomheid. Kan ook ont- staan door ontmoediging, verkeerde onderwijzer(es), ver- keerde buurman in de bank, te geleerde vader, minderwaar- digheidsgevoelens, verlegenheid, schuchterheid, angst, te grote intelligentie enz. Ondervraagd worden, les-opzeggen, proefwerk leiden alle tot "examenangst", want zijn altijd voor het kind een onderzoek naar zijn waarde, waarbij zijn recht op bestaan op het spel staat. Belangrijk hierbij is ook de angst van het kind voor het verliezen van liefdegevoelens der ouders, wanneer het met een slecht rapport thuis komt. In de tijd van het schoolgaan is het kind nog zeer sterk aan de ouders gebonden. De positie in de klas is dubbel: 1- verhouding tot de onderwijzer(es), 2- verhouding tot de medescholieren. ---