CURSUS: OP LEVEN EN DOOD. SYLLABUS 2. Rome heeft zich ontwikkeld in de spheer van het hebben, hetwelk het ten langen leste verkeerde tot Zijn, maar aan- vankelijk. Het christendom werd gebracht als een gevoelvol verhaal van een godenzoon. Het christendom leert in waarheid, dat God mens geworden is, d.w.z. dat de mens goddelijk, ideëel is en dan wezenlijk enkel denkbaarheid. Het slechts denkbare is het vrije, want ontastbare en dus onaantastbare. De Romeinse deugd was de dapperheid. Ook de Germaan was dapper, maar met een ander doel. Het leven was voor hem meer een particuliere aangelegenheid. Zij waren zwervers, maar niet om vanuit een centraal punt een zich steeds uitbreidend rijk te bouwen. Nog steeds hebben zij het niet tot één gecentraliseerd rijk gebracht. Veelheid en verdeeldheid zijn kenmerkend ge- bleven voor de Germaans Europese wereld. De tegenstelling tussen Germanen en Romeinen is gebleven als die tussen - eerst Duitsland en Italië, later Duitsland en Frankrijk. Onder Karel de Grote beheerste de Germaanse cultuur opper- vlakkig geheel Europa. Karel drukte dit stempel op Europa en maakte het Germaanse tot het aristocratische en culturele. Maar hij schiep geen eenheid. De Germaanse cultuur is christelijk zelfbewustwording door zelfontkenning. Het culturele laat zich gelden als godsdienst, kunst, wetenschap en wijsbegeerte enerzijds en staat en gezin anderzijds. Ondanks de machtswil van het pausdom zet de scheiding tussen kerk en staat zich door. Het pausdom is o.m. te begrijpen als de voortzetting op hoger plan van het keizerrijk. De senaat is hierbij ver- vangen door het college van kardinalen. Als kerk krijgt het religieuse aanzijn. Het rooms-katholicisme is de aanvankelijke, kinderlijke vorm. Met het protestantisme komt het religieuze besef tot puberteit. Het spreekt vanzelf, dat het kerkelijk leven aanvankelijk alles overheerst - de Middeleeuwen. De mens heeft zichzelf ontdekt en moet dit nieuw verwor- ven, maar onbegrepen inzicht zich eerst grondig eigen maken vóór hij het kan gaan toepassen. Hij is er verrukt over. De middeleeuwer kijkt alleen maar naar den hemel; in zijn vrije tijd is hij barbaars. Het pausdom werkte de barbarij zoveel mogelijk tegen. De Kruistochten, een primitief zoeken naar de christe- lijke realiteit. ---