SYLLABUS 1 Cursus: De opvoeding. Aangezien de mensheid voortdurend verandert, kan ook de opvoeding niet voor alle tijden gestandardiseerd worden. De verschillen tussen rassen en volkeren leiden tot verschillen in opvoeding. Ook onder de primitieven zijn geen overal geldende normen. Wel staan de stamnormen vast. Be´nvloeding van buitenaf is nodig voor ontwikkeling, al kan ook ondergang het gevolg ervan zijn. Bewustzijn is zich verhouden, want het is altijd bewustzijn van iets. Het primitieve bewustzijn is nog zeer zwak, weinig actief. Dientengevolge zijn de contacten tussen de primitieven schaars en aanvankelijk overwegend gewelddadig. Vreemdeling en vijand zijn veelal identiek. Bij de Germanen was de gast onschendbaar, maar anderzijds stonden ook zij afwijzend tegenover het vreemde, onbekende, andere. Het onbekende kan allicht angst inboezemen. In onze tijd wordt deze houding conservatisme genoemd. De conservatief wil stilstand. De reactionair achteruitgang. Bewustzijn is bewust worden en dus blijft het veranderen voor- ondersteld. Wat ouders en grootouders deden, is verleden tijd. Het Europese bewustzijn is zeer actief; wij staan in bewuste ver- houding tot de aarde en haar ruimtelijk omgeving. Maar van de mens weten wij weinig. De psychologie. Het streven naar exactheid neemt toe. Exact: gebaseerd op waarnemingen van feiten, die verschijnselen zijn van het wezen, dat geen verschijnsel is, doch slechts denkbaar. Het verschijnsel verschijnt aan een subject. De psyche gaat niet op in verschijnselen; zij is het proces van de zelfnegatie der natuur (het Zijn op de wijze van het verschijnen) tot geest (het Zijn op de wijze van het bewustzijn). Van oorsprong duister verkeert de natuur zich tot licht; het natuurlijke en het bovennatuurlijke. "Diep in de psyche" wil zeggen: aanvankelijk, overwegend natuur- lijk, duister. De aanvang der bewustwording is mysterieus. Zo begint het kind. Onvoldragen, het eerste jaar psychisch nog levend "in de moeder", langzaam ontwakend. Een toevallig product van twee reeksen voorouders. Een onbekende. Wat weten wij van onszelf en van onze voorouders ? Reeds tijdens de zwangerschap be´nvloedt de moeder het kind rechtstreeks en ook gedurende het eerste levensjaar. Daarom moeten wij de rol van de vader niet te hoog aanslaan onder erkenning van zijn biologisch aandeel (erfmassa). --- 70/1