SYLLABUS 2. Cursus: Wording des Geestes. Door de ineenstorting van het Grieks-Romeins imperium werd de geest teruggewezen naar de religieuze, d.w.z. de psychische spheer, waar het subject zich op gevoelvolle wijze bewust gaat worden van zijn waarheid. Aan de geest is de ziel voorondersteld. (Zie "Wijsgerige Beschouwingen over de Ziel"). Bezield zijn is leven. Het levende is niet enkel dit, maar ook dat. Het verkeert het vreemde tot het eigene (voeding) en vervreemdt zich tot het andere (voortplanting). Het levende is het voortbrengende voortbrengsel, is natuur- lijke dialectiek. Door de voortplanting maakt het levende zich waar op natuurlijke wijze. Daarom is voor het dier de voortplanting het hoogste. De mens echter kan zich daardoor niet waarlijk waar maken. Als de mens gaat het Zijn over tot een hogere orde. Het leven der planten is voorlopige bezieling, die als het dierenleven volslagen wordt. Menselijk leven is leven ten dode, hetgeen zich op natuur- lijke wijze laat gelden als askese en zelfmoord en op niet- natuurlijke wijze als vergeestelijking. Askese is negatie van begeerte, maar niet de verkering ervan. De begeerte is de natuurlijke wil. De ware menselijke wil is de begeerteloze, want deze wil is gericht op de waarheid, de idee. Kunst - de wil is gericht op het onzinlijke, dat op zin-
lijke wijze wordt gesteld.
Kunst is harmonische (tegendelige) eenheid.
Met de kunst begint het pas menselijk te worden in de
wereld der zinnen.
Te zeggen is, dat zij de moeder der wijsheid is, maar
hetzelfde is te zeggen van de religie.
Kunst en religie zijn nauw verwant.

De kunst begint als religieuze kunst. De idee is dan nog
het vreemde en bovenmenselijke. Maar op den duur komt de mens
te voorschijn. De religiositeit moet ontkend worden om tot
het echte mens-zijn te komen.

In het religieuze gevoel is het algemene, d.w.z. het
ware op de wijze der natuurlijke verbeelding.
Hetzelfde is te zeggen omtrent de kunst.

Kunst en religie hebben de liefde gemeen.
Op haar beurt laat de liefde het aesthetische en het
religieuse aan zich bedenken.
Hartstocht is geen liefde.

Omdat de mens ook lichamelijk, natuurlijk is, komt hij
van de hartstocht niet los behalve langs de weg van het
zinlijke verval (het oud worden), het verworden der lichame-
lijkheid.

De zonde der geslachtelijkheid vindt haar vergiffenis in
de liefde. Van buitenaf is geen vergiffenis mogelijk en
deze is daarom ook niet gelegen in de uiterlijke (huwelijks)-
vorm.


---