SYLLABUS 1. (Zonder titel) De mens is proces, is omslaan van natuur tot geest, van donker tot licht. De kerkelijken zeggen, dat God de mens schiep naar zijn beeld en de niet kerkelijken zeggen het omgekeerde. Beiden zeggen dus, dat de mens in wezen goddelijk is, d.w.z. ideëel en niet natuurlijk. Omdat de mens dus in principe naar het licht gericht is, is zijn natuurlijke zijde voor hem de verkeerde. Daarom is hij slecht, voorzoverre hij zich overgeeft aan de heerschappij der instincten. Het instinct is het weten der soort, een "weten", dat in honderdduizenden jaren of eeuwen verworven is; een conclusie, die de soort getrokken heeft en niet het individu. Een natuurlijk weten, dat ons wordt aangeboren. Wanneer het instinct zich verwerkelijkt, wordt het drift. Het instinct beoogt de zelfhandhaving der soort door voort- planting en verdediging; soms ook verdelging van een ge- deelte. Het instinct in het algemeen is de sexueel-agressiviteit. De paringsdaad is voor beide sexen sexueel-agressief; het wijfje dwingt door haar bronst het mannetje tot de parings- daad. Voor de mens is paring uit enkel bronst onwaardig, omdat dan het instinct en dus de soort overheerst. Omdat wij het proces van het omslaan zijn, komen wij niet van de natuur los en worden steeds door haar bedreigd. De omslag is de psyche. In de bijbel begint Eva met het zich richten naar het licht, het onderscheiden tussen goed en kwaad. Dit onderscheiden is het einde van de paradijstoestand. Voortaan is er zondebesef, het besef van het natuurlijke als het kwade. Dit is onjuist. Het gaat niet om het natuurlijke, maar om de heerschappij ervan, want dit is de heerschappij der soort en de ontwikkeling van de mens leidt tot indivi- duatie. Vandaar de strijd der sexen. Het christendom was de beslissende stap naar de zelfbewust- wording van het individu, naar zijn zelfstandigheid. Maar de vrouw blijft de man verleiden om zich dienstbaar te maken aan de soort. Om hier bovenuit te komen moet de sexualiteit zich ontwik- kelen (opheffen) tot erotiek (de persoonlijke innerlijke ontmoeting). De Perzisch-Joods-christelijke moraal verzette zich tegen de sexualiteit. Als de christelijke godsdienst in verval geraakt, wordt haar moraal overgenomen door de burgerij. De nette burger, de fatsoenlijke. ---