Uitgave: "STUDIEKRING VOOR WIJSBEGEERTE"
Auteursrecht voorbehouden.
Afl. 4
P S Y C H O L O G I E
De wereldbeschouwing van het kind is antithetisch:
boven - onder;
sterk - zwak;
man - vrouw.
Elke neurose wordt beheerst door deze antithese, waaruit geconcludeerd word, dat de verhouding der mensen onderling een strijd is om de macht en dat de vrouw minderwaardig is de man is superieur.
Adler noemt deze houding het "manlijk protest (dat ook bij vrouwen voorkomt) en zegt, dat het dient om eigen minderwaardigheidsgevoel te compenseeren, maar niet bestand is tegen de eigenlijke moeilijkheden des levens.
Kan het individu hier niet tegen op, dan probeert het door zwakheid en hulpeloosheid de aandacht op zich te vestigen.
En de seksualiteit?
Deze speelt volgens hem alleen maar de rol van symbool, ook in het Oedipus-complex, dat niet anders is dan een wens om over vader en moeder te heersen en - zoals alle complexen - dient om eigen onzekerheid op te heffen.
(Oedipuscomplex. Oedipus was zoon van den Koning van Thebe. Bij zijn geboorte voorspelt het orakel, dat hij zijn vader zal doden en zijn moeder huwen.
Om dit te vermijden legt zijn vader hem te vondeling.
Als hij volwassen is, zwerft Oedipus - onbekend met zijn afstamming - door het land, komt in de buurt van Thebe, ontmoet daar een man met wien hij in strijd raakt en die hij doodt; deze man is zijn vader. Hij bevrijdt de stad van een onheil en krijgt als beloning de koningin - zijn moeder - tot vrouw.
Langzamerhand dringt de waarheid tot hem door; hij steekt zich als boetedoening de ogen uit en gaat vrijwillig in ballingschap.
Dit verhaal is door den Griekse dichter Sophocles als tragedie verwerkt; het bevat datgene, wat leeft in de ziel van iederen zoon: de wens met moeder te trouwen.
De pendant hiervan: de liefde van de dochter tot den vader, is door Sophoeles dichterlijk verbeeld in de tragedie "Electra".
Het uitsteken der ogen is symbolisch voor castratie; de ogen zijn hier symbool voor de testikels (teelballen).
Hoe was het mogelijk, dat Sophocles dit alles wist, zal men vragen; hij kende toch geen psycho-analyse.
Het antwoord hierop is te vinden in het wezen van den kunstenaar.
De kunstenaar openbaart onmiddellijk datgene, wat in zijn ziel leeft en dus eventueel ook dat, wat in aller mensen ziel leeft.
Afl. 4. - 2 -
Waarom luisteren kinderen zo graag naar sprookjes?
Omdat de sprookjesdichter openbaart het kinderlijke, dat in zijn - en in aller mensen - ziel leeft.
Het vermogen dit te kunnen is zijn kunstenaarschap.
De kunstenaar is hij, die het kan.
Vele mannen zullen zich kunnen herinneren, dat zij omstreeks hun derde jaar het plan hadden met moeder te trouwen, als vader dood was. En vele vrouwen hadden soortgelijke voornemens ten aanzien van vader na het overlijden van moeder.
Een kind van dien leeftijd is nog "gewetenloos".
Het verlangen om de eene ouder alleen te bezitten, gaat gepaard met den wens om de ander op te ruimen.
Men bedenke hierbij, dat dood zijn voor het kind hetzelfde betekent als weg zijn. Het begrijpt de dood niet, evenmin als de primitieve volkeren (vandaar hun dodenoffers en -verering) en feitelijk begrijpen de meesten onzer den dood evenmin. Dood is niet dood, maar leven op een andere manier: hemel, hel, astrale gebied; bij de Grieken en Romeinen: de onderwereld; bij de Roodhuiden: de eeuwige jachtvelden, enz.
Doodswensen van kinderen zijn ook veelvuldig waar te nemen tegenover broertjes en zusjes, wanneer deze als concurrenten gevoeld worden; deze nemen soms den vorm aan van een moordaanslag op broertje of zusje.
Voorbeeld: een jongetje van drie jaar wordt betrapt bij de wieg van de jongstgeborene, terwijl hij poogt deze te smoren.
Dit wijst niet op bijzondere verdorvenheid; het kind is gewetenloos practisch; wat hinderlijk is moet weg.
En laat de volwassenen zich maar eens de gevallen herinneren, waarbij zij een ander een zeer krachtig: "Stik voor mijn part", of iets dergelijks toevoegden.
"Dat meende ik niet zo", zegt men dan. Neen ! bewust meestal niet, maar onbewust wel.
Wij zijn allen ook primitief, kinderlijk, infantiel, en niet alleen maar volwassen.
Wij spreken van een Oedipus-complex, wanneer het kind dit verlangen naar de moeder resp. den vader niet te boven komt.
Hierdoor ontstaan o.a. de zoons, die niet willen trouwen, omdat ze voor hun moeder willen blijven zorgen; mannen, die een bepaald type vrouw - dat dan symbool is voor de moeder - alleen maar kunnen bewonderen; ook kan er homosexualiteit uit voortvloeien, doordat de gehele heteroseksuele component der geslachtsdrift van den jongen, later man, aan de moeder gebonden blijft enz.
(Over de heteroseksuele en homoseksuele component bij man en vrouw spreken wij later).
Afl. 4. - 3 -
Hetzelfde geldt m.n. voor het meisje, de vrouw ten aanzien van den vader.
Vijandschap tussen moeder en dochter vindt meestal zijn dieperen grond in onbevredigd kinderverlangen.
Het is de taak der analyse - over de praktijk waarvan wij later spreken - om deze gronden bloot te leggen, tot bewustzijn te brengen, zoodat de mens zijn leven bewust kan richten.
Bij vrouwen sprak men eertijds van Electra-complex; (tegenwoordig gebruikt men het woord Oedipus-complex voor vrouwen en mannen beide).
Ook de perversiteiten dienen om eigen superioriteit te bewijzen en tevens, dat men niet geschikt is voor het sociale leven.
De vrouw is heel sterk behept met minderwaardigheidsgevoelens, vandaar typen als:
de manlijke vrouw;
de zwakke vrouw;
de non (die zich aan haar vrouwelijke verplichtingen onttrekt).
Alle complexen bewijzen gebrek aan moed.
Adler onderscheidt drie gebieden, waarop de mensch zich beweegt:
de gemeenschap;
de arbeid;
de liefde.
Een tekort op een dezer gebieden veroorzaakt analoge storingen op de andere. Maar op alle mogelijke wijzen tracht hij zijn gebrek aan moed te camoufleren.
Wie de moed niet heeft tot normaal geslachtsverkeer, vlucht in de perversiteit of in overdreven kuischheid.
De neuroticus tracht de wereld in te richten naar zijn eigen beeld; hij wil de meerdere zijn.
Ieder mensch leeft volgens een bepaald plan; wat hem overkomt, bezorgt hij zichzelf.
Wie niet kan slapen, doet dit om den volgenden dag moe te zijn, zodat hij zich kan onttrekken aan zijn verplichtingen.
Er is geen sprake van verdrongen levenservaringen. (Volgens Freud gaat het juist hierom) -
De gezonde corrigeert zichzelf voortdurend door het onsterfelijke en reëele gemeenschapsgevoel; de neuroticus klampt zich daarentegen hardnekkig vast aan zijn afgodsbeeld en weigert zichzelf te corrigeren.
Het gemeenschapsprincipe is primair (volgens Freud het lustprincipe), het machtsprincipe secundair (volgens Freud het realiteitsprincipe. Het onbewuste is een kunstgreep der psyche (Volgens Freud is het het verdrongene).
Alles brengt Adler onder het ééne beginsel: streven naar macht.
(Freud onder het beginsel: streven naar lust).
Afl. 4. - 4 -
Op te merken valt, dat machtsuitoefening ook lustbevrediging is, zij het niet physieke lust; en dat de wil tot macht geen specifiek neurotisch verschijnsel is.
Niet slechts de neuroticus tracht de wereld in te richten naar zijn eigen beeld, en niet alleen hij wil de meerdere zijn.
Het verschil tussen Freud en Adler is hierin gelegen, dat Adler de moeilijkheden grotendeels ontloopt door slechts bijkomstig te wijzen op de oorzaken der complexen en in hoofdzaak te spreken over het doel, dat de neuroticus najaagt, waarbij hij dan maar één complex erkent: het minderwaardigheidscomplex; gebrek aan moed.
Het gemakkelijke in dit systeem is, dat ieder mensch minderwaardigheidsgevoelens heeft, die in zijn onbewuste zijn verzonken, omdat ieder mensch kind was.
Dit is dan de grondslag, waarop een geheel bouwwerk van schuld- gevoelens, angst en teleurstellingen kan worden opgebouwd. Maar deze schuldgevoelens, angst en teleurstellingen hebben een eigen oorzaak en zijn veelal gevolg van levenservaringen, zooals Freud stelt.
Het feit echter, dat het minderwaardigheidscomplex erin meedoet betekent niet, dat het de oorzaak van alles is.
Adler werkt als het ware volgens een schabloon.
Hij wilde niet altijd de leerling van Freud zijn, heeft hij gezegd. Minderwaardigheidscomplex?
Zijn werk heeft er niet door gewonnen; desondanks valt te zeggen, dat hij op dit speciale gebied - dat der minderwaardigheidsgevoelens zeer verhelderend gewerkt heeft, en dat hij een eerlijk strijder was voor de ontwikkeling van het gemeenschapsbesef.
Het verschil tusschen Freud en Adler is in hoofdzaak een verschil in diepte.
Wanneer Adler zegt, dat het Oedipus-complex niet anders is, dan de zucht om te heersen over de ouders, dan valt hiervan te zeggen, dat in de doodswens tegen den vader zeer zeker het gevoel van onmacht meedoet, dus van minderwaardigheid en dientengevolge de wil hem te overheersen, eventueel te vernietigen (haatgevoelens); maar de oorzaak is gelegen in de wens om de moeder alleen te bezitten, haar als lustbron monopolistisch te exploiteren.
En dit is op zichzelf niets bijzonders; het kind wil van alles en nog wat hebben. En de meeste volwassenen zijn hierboven niet uitgekomen; het overgroote deel der mensen is infantiel gebleven, heeft graag veel, liefst mooie, dingen.
Het is dan ook allerminst absurd, maar daarentegen volkomen logisch, dat het kind de moeder wil hebben; niet echter om haar te overheersen, maar om zijn lustbehoeften te bevredigen.
Afl. 4. - 5 -
Adler ontkent dit, wat hem een applaus bezorgt van het publiek, maar het gaat in de wetenschap niet om applaus, doch om de waarheid.
Van nature is de mensch erop uit lustgevoelens te ondervinden.
Men schrikke niet voor het woord "lust".
Wie 's winters bij de warme kachel gaat zitten en een kop koffie drinkt om bij te komen van de koude op straat, bezorgt zich lustgevoelens.
Aangezien het kind nog niet aan de redelijkheid toe is, is het aanvankelijk uitsluitend op lustgevoelens uit.
Naarmate de psyche en dus ook het denken zich ontplooit, wordt de mens redelijker, beseft hij, dat hij niet aan al zijn lustbehoeften moet toegeven, dat hij zedelijk heeft te leven, wil hij menselijk leven.
Hij heeft zedelijk, dus harmonisch te leven zoowel ten aanzien van zichzelf als ten aanzien van zijn medemensen - wat dit laatste betreft zoowel in engere kring als in der, ruimsten, die der samenleving.
Of hem dit lukt hangt af van de mate, waarin hij erin slaagt zijn agressieve component met de erotische tot harmonie te brengen.
Onder de erotische component behoort Adlers gemeenschapsgevoel; hij spreekt hierbij over "onsterfelijk" en "reëel"; de agressieve component echter is even "onsterfelijk" en "reëel".
Wij kunnen de agressie evenmin missen als de erotiek, want wij zouden nooit kunnen opbouwen, als wij niet in staat waren af te breken.
Beide componenten kunnen zich seksueel uiten.
Wanneer de agressie zich seksueel uit, kan dit geschieden tegen den persoon zelf - wij spreken dan van masochisme - of tegen een ander - in welk geval wij van sadisme spreken.
Wij spreken van agressie, wanneer het natuurlijke overheerst; dus een normale coitus, niet verricht uit liefde, maar uit eigenliefde, is sadistisch voor den man, masochistisch voor de vrouw.---